HET CHASSIDISME

Antwerpen, 3 mei 1999

HET CHASSIDISME.

De Baäl Shem-Tov werd geboren in 1698 in het kleine stadje Okup in het Pools-Russisch grensgebied. De Baäl-Shem-Tov is zonder twijfel een historisch figuur geweest en de uitspraken aan hem toegeschreven, zijn vrijwel letterlijk van hem afkomstig. Ook de bijzonderheden over zijn levensloop, variëren van persoonlijke details tot een keur van wonderverhalen, behoren in elk geval tot de vroegste Chassidische traditie.

Rabbi Jisraël Baäl Shem Tov wordt daarin beschreven als zoon van een Tsaddiek-Nistar, Rabbi Eliëzer genaamd, waarover weinig bekend is. Bij de geboorte van Jisraël stierf zijn moeder en toen hij vijf jaar oud was, ging ook zijn vader heen. Voordat hij stierf, gaf hij zijn zoon het volgende testament mee: Weet, mijn zoon Jisraël, en gedenk het al je levensdagen, dat G-d de Almachtige, altijd met je is. Wees nooit bang voor iets of iemand, doch vrees uitsluitend je hemelse Vader. En denk er altijd aan elke Jood zonder onderscheid wie, waar of wat hij is, uit het diepst van je hart en met al het vuur van je ziel, lief te hebben.

Dit spirituele testament is niet zonder belang, omdat de voornaamste doctrines van het chassidisme hierop terug te voeren zijn, in het bijzonder de houding van het chassidisme ten opzichte van de gewone man en de opvattingen over de Alomtegenwoordigheid van G-d.

De leringen van het chassidisme.

1. Ahavath Jisraël

2. G-ddelijke Voorzienigheid

3. Vreugde

4. De Tsaddiek

5. Messianisme

1. Ahavath Jisraël.

In het chassidisme is deze broederliefde de hoeksteen van de chassidische gemeenschappen geworden. De chassidische dans is dan ook niet alleen een teken van blijdschap en opgewektheid, maar vooral symbolisch voor de onderlinge verbondenheid.

Het principe van Ahavath Jisraël – liefde voor de andere jood – berust op de gedachte, dat de zielen van alle leden van het joodse volk met elkaar in verbinding staan. Oorspronkelijk waren alle zielen in één grote ziel, de ziel van Adam. In de loop der tijden zijn van deze "zielensubstantie" steeds individuele zielen afgenomen en in een lichaam geplaatst. De som en de totaliteit van al deze individuele zielen vormen één gestructureerde constructie. Iedere individuele ziel vertegenwoordigt één-of soms ook maar een onderdeel van een orgaan. Deze constructie is de eigenlijke collectieve volksziel en verklaart ook de definitie van het joodse volkszijn en volkswezen.

Op deze wijze zijn er ook verschillen in niveau tussen de zielen: er zijn er zielen van het hoofd, van het hart en zielen van de voeten. De eersten zijn de leiders en de laatste zijn de gewone mensen. Maar zoals het hoofd zich niet zonder voeten kan voortbewegen en zijn wil uitvoeren, zo kan de ziel van het hoofd niet zonder de veel lagere ziel van de voeten. Chassidiem redeneren nog verder. Wanneer iemand zijn teen bezeert, kan hem dit hoofdpijn bezorgen. Zo is het wel en wee in spirituele en materiele zin van elk onderdeel van het lichaam-tot het meest onbelangrijke toe van belang voor het geheel. Sommige chassidische groeperingen baseren een groot deel van hun handelwijze op deze gedachte. Zij benaderen anderen en proberen hen religieus te motiveren of verrichten sociaal werk.

Het Chassidisme gaf hier ook mee aan, dat de ongeletterde een eigen plaats in de gemeenschap behoort in te nemen en niet veracht mag worden zoals voor het Chassidisme gebeurde. De Baäl Shem Tov legde het belang van de ander uit aan de hand van een allegorische verklaring van Mozes ontmoeting met het brandend doornbos, waarin zich een vuur bevond, dat niet verteerde. De geleerde wordt namelijk traditioneel vergeleken met een boom, die vruchten draagt. De Baäl Shem Tov vergeleek in tegenstelling daarmee de ongeletterde met een doornbos, maar dan met een heilig vuur van binnen, waarmee hij aangaf, dat de emotionele kwaliteiten van de ongeletterde van een hogere waarde en belang kunnen zijn dan het intellect van de geleerde.

Op die manier wordt ook verklaard en toegelicht het hoogste peil van nederigheid die de Thora toeschrijft aan Mozes de grootste Profeet en de grootste leermeester aller tijden.(Numeri 12-3) Daar staat letterlijk geschreven: "De Man Mozes was uitermate bescheiden, meer dan enig mens op de oppervlakte van de aarde. Mozes weet en denkt in de allereerste plaats dat hij al zijn bijzondere en uitzonderlijke bekwaamheden cadeau gekregen heeft van G-d in de wieg, bij zijn geboorte. De enige verdienste van de mens is de inspanning die iemand doet om zijn potentiele bekwaamheden te ontwikkelen. Maar daar kruipt veel- erg veel tijd in en deze tijd die krijgt hij dank zij de meest gewone en eenvoudige mensen. Moest hij zelf zijn brood bakken, zijn kleren naaien, zijn schoenen produceren of repareren enz.enz. dan had hij ook nooit de kans gekregen om op te groeien tot deze grote volksleider, Profeet en G-ddelijke man die hij geworden is.

2. De G-ddelijke voorzienigheid

Eens zaten de Baäl Shem Tov en zijn leerlingen bij elkaar en spraken over G-ds leiding aan het gebeuren in de wereld. De Baal Shem Tov nam zijn leerlingen mee naar buiten en wees hun op een blaadje, dat juist van de boom viel. Er stak een wind op en het blad dwarrelde een eindje verder over de grond en bleef ergens liggen. Op die plaats kwam een wurm uit de aarde te voorschijn, die van het blaadje begon te eten. Daarmee liet de Baäl Shem Tov aan zijn volgelingen zien, dat zelfs het kleinste gebeuren zijn betekenis heeft.

Uiteindelijk gaan deze leringen veel verder en benadrukken, dat al hetgeen de mens overkomt – het aangename zowel als het minder aangename – een plaats heeft in het doel van de schepping.

Wanneer mensen elkaar ontmoeten, gebeurt dat met een reden: de een kan leren van de ander. Volgens de Baäl Shem Tov gold dit niet alleen voor ontmoetingen tussen Joden, maar ook voor contacten tussen niet-Joden. In het Oost-Europa van de 18e eeuw met zijn vele vervolgingen was dit een geheel nieuw geluid, dat aan de ene kant het kwaad, dat men in zijn leven ervoer, verzachte en aan de andere kant de mogelijkheid voor normale relaties tussen Joden en niet-Joden in beginsel inhield.

3. Vreugde

Chassidisme is in de Westerse wereld misschien het meest bekend geworden om zijn praktische vervulling van het gebod "dient G-d in vreugde." (Psalmen 100:2) Chassidisme leerde dat G-d er genoegen in schept, dat de mens tevreden en gelukkig is. Zelfs wanneer iemand eigenschappen heeft, die niet in overeenstemming zijn met de Idealen van de Thora, is men desondanks verplicht om toch vreugdevol gestemd te zijn. Ook moet men alles trachten te ervaren vanuit een gezichtspunt, dat alles ten goede geschapen is en zich uiteindelijk ten goede zal keren. In Chassidische groepen is de beleving van deze gedachte vooral tijdens het gebed te merken. Sommige groepen vallen op door hun vrolijke melodieën, die door de voorzanger worden ingezet en die door iedereen worden meegezongen. Gebeden worden vaak hardop gezegd, waarbij het lichaam bewogen wordt. Geregeld komen de leden van een groep bij elkaar en vertellen verhalen over hun Rebbe of over andere Rebbes. Zo’n bijeenkomst eindigt vaak in een dans, waarbij men elkaar een hand geeft en langzaam op de toon van een melodie in een kring ronddanst. Op zulke momenten voelt men, dat men lid van een eigen groep is en dat het leven meer biedt dan de dagelijkse beslommeringen.

4. De Tsaddiek.

In het Jodendom algemeen, maar vooral – en in het bijzonder – in de Chassidische leer wordt benadrukt dat de Thora een werk is, dat gewaardeerd dient te worden onafhankelijk van de tijd en de situatie, waarin het geschreven is. In het Chassidisme inderdaad heeft deze gedachte er
toe geleid om alle gebeurtenissen opnieuw aan de eigen tijd en generatie te relateren. Dat wil zeggen, dat al hetgeen in de Thora verteld wordt, in elke tijd opnieuw plaats vindt. Deze uit de Kabbala afkomstige opvatting, houdt dan in, dat bijvoorbeeld de verlossing uit Egypte individueel gezien kan worden als de bevrijding van de mens uit zijn eigen – menselijke – beperkingen, hetgeen gebaseerd is op een woordspeling op het woord voor Egypte in het Hebreeuws, dat anders uitgesproken begrenzing betekent. Meer in het algemeen slaat de bevrijding van het joodse volk uit de Egyptische slavernij op de Messiaanse toekomstverwachting.

Een ander hieruit afgeleid principe is, dat elke generatie zijn mozesfiguur kent en dat er ook ruimte is voor andere leiders, zoals ook het geval was in die periode van de Joodse historie. Zoals Mozes voor het volk bad en bemiddelde, zo treedt ook de Chassidische leider, de Rebbe op.

Hij wordt verondersteld een ziel te bezitten van een hoger niveau dan de gewone mens waardoor hij in staat is zich in optimale vorm aan alle ge- en verboden te houden. De zielen van anderen zijn met hem verbonden en hij is in staat om de mens aan te geven, welke weg hij in zijn leven moet gaan. Van een Rebbe wordt dus verwacht, dat hij een Tsaddiek (lett.:een rechtvaardige en absoluut plichtgetrouw)is.

Het voornaamste verschil tussen de Tsaddiek en lagere spirituele niveau is, dat de Tsaddiek de menselijke neiging tot kwaad eerst helemaal beheerst en onderdrukt- en dan volledig omgevormd heeft tot goed. Daarmee verschilt hij van gewone mensen. De laatsten zijn wel in staat om hun neiging tot slecht steeds te overwinnen, maar niet om deze geheel uit te schakelen. In de praktijk houdt dit in, dat een gewoon mens steeds een strijd te voeren heeft met zijn slechte neiging (volgens het Jodendom is er altijd in de mens een neiging tot kwaad en een neiging tot goed), maar daarin nooit tot rust komt. Een Tzaddiek is echter de belichaming van goed en wordt daarom beschouwd als een heilig mens, die over capaciteiten beschikt, die verder gaan dan het vlak van het natuurlijke. Dit laatste wordt door Chassidisch Rebbes zelf onderkend (Weiner 1969:175).Dit bovennatuurlijke inzicht is voor Chassidiem een reden te meer om in allerlei gevallen eerst advies aan de Rebbe te vragen voordat men een beslissing neemt.

Zo heeft de Thora een veel actuelere plaats in de Chassidische zingeving gekregen dan bij sommige andere stromingen het geval is. De historie van het Joodse volk is veel meer dan geschiedenis. Men ervaart haar dagelijks in zijn contacten met anderen en in het bijzonder in zijn relatie met de Rebbe.

5. Messianisme

Één van de werken, welke in de ontstaansperiode van het Chassidisme is verschenen, de "Keter Shem Tov",begint met te verhalen van een Hemelse ervaring van de Baäl Shem Tov, waarin hem wordt meegedeeld, dat door zijn leringen de Verlosser voor het Joodse volk zou komen:

Tijdens het Nieuwjaarsfeest (Rosh-Hashana) in het jaar 5507 steeg mijn ziel omhoog… en ik zag wonderbaarlijke dingen , die ik tot dusver niet gezien had…ik steeg van niveau tot niveau tot ik de verblijfplaats van de Messias binnentrad…En ik vroeg de Messias: wanneer komt gij en hij antwoordde mij…ten tijde dat uw leringen verspreid zullen zijn en geopenbaard in de wereld en uw bronnen uitgedragen zullen zijn naar buiten. (Spreuken 5:16)

Uit dit citaat blijkt overduidelijk, dat het Chassidisme van mening is, dat juist door haar leer de Messiaanse tijd zal aanbreken. Daarmee is het terecht om het Chassidisme als een Messiaanse beweging te zien, hoewel aan de andere kant Chassidiem er geen opvattingen op na houden, dat deze toekomstverwachting alleen op hun eigen groep van toepassing is. Ook ontkennen ze de legitimiteit van andere stromingen in het orthodoxe Jodendom niet.

Voor het dagelijkse handelen is de betekenis van dit messianisme niet te onderschatten. Chassiedim verwachten, dat één van de religieuze leiders, die tevens een afstammeling van koning David is, zich als verlosser van het Joodse volk bekend zal maken. Op basis van een aantal andere opvattingen ziet men de vervulling van deze verwachting in onze tijd. Sommige Chassidische groepen doen dan ook moeite om de Chassidische literatuur buiten hun eigen gemeenschap te verspreiden. Om de zelfde reden worden de belangrijkste werken in de moderne talen vertaald en uitgegeven. Op deze wijze hoopt men aan een spoedige intrede van het nieuwe tijdperk mee te werken.

DE ONTWIKKELING VAN HET CHASSIDISME TOT IN DE HUIDIGE TIJD.

Toen de Baäl-Shem-Tov zijn leringen verkondigde, vormde er zich om hem heen een kring leerlingen. Deze bestond uit twee verschillende groepen. In de eerste plaats sloten zich een aantal Talmoedisten en mystici bij de nieuwe beweging aan, die tot die directe leerlingen van de meester zouden behoren. Daarnaast voelden vele ongeletterden zich gegrepen door het Chassidisme, waarin zij een eigen plaats konden innemen.

De Baäl-Shem-Tov maakte zijn leer bekend door op verschillende plaatsen voor de mensen te spreken, maar vooral door in zijn eigen woonplaats geregeld verklaringen te geven op de wekelijks te lezen gedeelten uit de Thora. Pas na zijn verscheiden werden zijn leringen opgeschreven door zijn vriend en leerling Rabbi Jakob Jossef van Polnohi. Hoewel dit omstreeks 20 jaar na het heengaan van de Baäl-Shem-Tov geschiedde, is het aannemelijk, dat de geciteerde uitspraken letterlijk van de Baäl-Shem-Tov afkomstig zijn. Dit is op te maken uit een nu nog bestaand instituut in Chassidische gemeenschappen, dat zijn herkomst in eerste instantie dankt in een tijd dat tape en bandrecorder nog niet bestonden, namelijk dat van de bergazerer (lett.:herhaler).Om de toespraken en voordrachten van de Chassidische Rebbes te kunnen onthouden, functioneert bij sommige groepen iemand als Herhaler. Elk woord , dat de Rebbe heeft uitgesproken, onthoudt hij. Na afloop van een dergelijke rede, die soms zes tot acht uur duurt, komen de Chassiedim bijeen en hij herhaalt woord voor woord wat de Rebbe gezegd heeft. Van sommige bergazerers is bekend, dat zij op die plaatsen, waar de Rebbe gekucht had, ook kuchten. Dat dit instituut bewaard is gebleven, is te danken aan de Shabbathwetten, die het gebruik van elektrische apparatuur op de Shabbat verbieden. Daardoor is de bergazerer met zijn fotografisch geheugen ook nu nog noodzakelijk, wil men de woorden van de Rebbe op schrift stellen. Een dergelijk fenomeen toont aan, dat men de Mondelinge-Overlevering in primitieve gemeenschappen vaak ernstiger moet nemen dan men in eerste aanleg geneigd zou zijn te doen. Wanneer andere mogelijkheden niet bestaan of niet gebruikt kunnen worden, blijkt de mens over een beter gehoor en geheugen te beschikken dan verwacht wordt.

Deze uitweiding over het belang van de mondelinge- overlevering is hier zeer relevant, want in tegenstelling tot dat wat in onze maatschappij gebruikelijk is, krijgt op deze wijze het gesproken woord een eigen en meer fundamentele betekenis. Daarbij is de aard van een mondelinge overlevering misschien anders  dan een schriftelijke. Over de laatste komt de discussie veel gemakkelijker tot stand wanneer men het op schrift oneens met elkaar is, wordt een weerwoord geschreven en zo verder. Een mondeling overgeleverde traditie kan veel sacraler zijn en leent zich hier dan niet voor. Bij het ontstaan van de verschillende groeperingen in het Chassidisme is dit een voornaam punt. �berhaupt is de mondelinge leer in essentie gebaseerd op twee fundamentele en rotsvaste toezeggingen: dat ten 1e het Joodse volk eeuwig zal blijven bestaan,(Malachi 3,-6)en ten 2e dat de Thora nooit zal vergeten worden in het volk Israël (Deuteronomium 31,-21 en Isa’e 59,-21).Dit feit is een garantie dat er nooit een onderbreking zal ontstaan in de traditie en de overdracht van de mondelinge leer. Ook het Chassidisme boogt op d
eze rotsvaste garantie. Elke groep beroept zich op de overlevering, die door een oorspronkelijke leider eens is uitgesproken en waarop geen beroep mogelijk is. Dat leidt tot een bijzondere waardering van die thema’s, die door deze leider benadrukt zijn en daarmee tot een eigen karakter van die groep aanhangers. Wanneer aan de ene kant de verspreiding van de wereldreligies direct gerelateerd moet worden aan het op schrift stellen van hun ideeën, moet aan de andere kant de standvastigheid van religieuze overtuigingen in kleinere gemeenschappen verbonden worden met het sacrale van de mondeling overgeleverde traditie. Het is dan ook niet zonder reden, dat in het Jodendom het lange tijd-tot de verwoesting van de tweede Tempel-verboden was de zogenaamde mondelinge leer op schrift te stellen. Daarbij is het vanzelfsprekend, dat het hier gaat om uitspraken van mensen, waarvan men de overtuiging bezit, dat hun woorden een bijzondere betekenis bezitten.

Ook de opvolger van de Baäl-Shem-Tov, Rabbi Dov Ber van Mezeritch (?-1772), had een kring van geleerden om zich heen. Deze leerlingen verspreiden zich over geheel Oost-Europa en verspreiden daar het Chassidisme verder. Overeenkomstig het bovenstaande legde elke Rebbe het accent op een specifiek element van het Chassidisme van de Baäl-Shem-Tov en op deze wijze kreeg elke groep zijn eigen, specifieke kleur. Zonder er al te diep op in te gaan, is het noodzakelijk twee hoofdrichtingen in het Chassidisme te onderscheiden, die elk een eigen ontwikkeling hebben doorgemaakt. Tot in deze tijd speelt deze onderscheiding een belangrijke rol om de verschillende groepen te kunnen plaatsen.

In het oorspronkelijke Chassidisme werd vooral de nadruk gelegd op een meer emotionele religieuze beleving. Chassidim onderscheidden zich in die tijd door een zeer geëmotioneerd gebed en in het algemeen door een manifestatie van hun religieuze gevoelens in het dagelijkse handelen. In principe waren daarbij twee benaderingen mogelijk. De ene bestond hieruit, dat men door uiterlijke middelen, zoals zang en dans zich opwekte tot religieuze verrichtingen. De andere was van intellectuele aard: door bespiegeling over G-d en de schepping probeerde men religieuze emoties op te wekken.

Deze innerlijke, mediatieve methode werd op Kabbalistische gronden in het bijzonder door één van de leerlingen van de Maggied van Mezeritch geprefereerd boven de andere. Deze leerling, Rabbi Schneur Zalman van Liadi (1745-1812), richtte de zogenaamde Chabad-richting op, waarbij het woord Chabad de afkorting is van de Hebreeuwse termen voor drie intellectuele eigenschappen, die onderscheiden worden, waarmee iemand volgens deze richting zijn gevoelens van eerbied en liefde tot G-d moet opwekken. De huidige Lubavitcher Chassidiem zijn de vertegenwoordigers van deze richting.

In tegenstelling met de Chabad behoren de andere Chassidische stromingen tot de Chagas richting.

Deze laatste afkorting slaat op drie emotionele eigenschappen, die door deze chassidim direct worden aangegrepen om tot religieuze verrichtingen te komen. In het algemeen kan gezegd worden, dat Chabad zich onderscheid van Chagas door een meer intellectuele dan emotionele benadering en door meer de nadruk te leggen op innerlijk dan op uiterlijk. Chabad-Chassidiem beschouwen daarom meditatie als essentieel. Het gebed behoeft geen uiterlijke kenmerken te dragen. Daarentegen bereiden veel Chabad-Chassidiem hun dagelijkse ochtendgebed voor door Chassidische geschriften te bestuderen en daarover na te denken.Tijdens het gebed worden deze bespiegelingen voortgezet. Er ligt bijzondere nadruk op uiterlijke kenmerken zoals kleding. De muziek van Chabad is duidelijk mediatief. De groep staat open voor buitenstaanders en is goed georganiseerd. Waarheidsgetrouw hoeft hierbij vermeld te worden dat deze verschillen tussen Chabad – en Chagas Chassidim alleen maar slaat op het Chassidische en mystieke beleven van het Chassidisme. Op het gebied van Thorastudie in de ruimste zin is er praktisch geen verschil.

Chagas Chassidiem zijn direct herkenbaar aan hun kleding. Vele groepen hebben daarin kenmerken, welke hun niet alleen van wat in het westen gebruikelijk is, onderscheiden,maar ook van andere Chassidiem. Op bijzondere dagen draagt men verschillende soorten bontmutsen en kleurige of zwarte kaftans. Door de week een eenvoudiger kaftan en een zwarte hoed. Bij alle Chassidiem is het gebruikelijk de baard geheel te laten staan. Tevens zijn zij herkenbaar aan de lengte van hun oorlokken enz. Het uiterlijk aspect zet zich verder door dan de kleding. De innerlijke discipline kan niet onafhankelijk gezien worden van de uiterlijke sociale controle,die in sommige van deze zeer intieme en gesloten groepen, erg vergaat. Buitenstaanders vinden moeilijk toegang. Het groepslidmaatschap is eigenlijk alleen mogelijk, wanneer men zich ook ruimtelijk in de nabijheid van een vestiging van een groep bevindt. De organisatorische mogelijkheden van zo’n groep zijn dan ook beperkt in deze zin. De melodieën van Chagas-Chassidiem zijn vaak simpel en vrolijk of meeslepend en gevoelvol. In tegenstelling tot de Chabad,waar de Rebbe in eerste instantie gids en leraar op de levensweg is, fungeert de Chagas-Rebbe meer als "Wunderebbe",die ingrijpt in de natuurlijke gang van zaken. Hij moet crisissituaties oplossen door zijn advies en gebed en door zijn contact met de bovennatuur zijn Chassidiem bijstaan. Op dit ogenblik is de Lubavitcher richting in het Chassidisme de enige represantant van de Chabad-stroming. Alle andere Chassidiem behoren tot de Chagas. Opvallend is, dat Chabad als enige stroming in het Chassidisme met een eigen schriftelijke traditie, bestaande uit een literaire werkzaamheid van de Lubavitcher Rebbes over meer dan twee eeuwen,die geresulteerd heeft in meer dan honderd publicaties met als hoofdwerk het boek "Tanja"van de eerste Lubavitcher leider, geen afsplitsingen in zijn historie kent, terwijl alle andere Chassidische groepen daardoor juist gekenmerkt worden. In de geschiedenis van de Chagas hebben leerlingen van leerlingen steeds nieuwe groepen gevormd. Hoewel in de tweede wereldoorlog gehele dynastieën zijn uitgeroeid,zijn er weer nieuwe ontstaan. Vele groepen hebben zich na de oorlog in Israël gevestigd en leiden daar een bloeiend religieus leven. Sommige groepen hebben eigen wijken opgericht en andere hebben eigen dorpen. Momenteel is het Chassidisme over de vier windstreken verspreid met als centra Israël en Amerika.

RABBIJN J.FRIEDRICH

Geef een reactie