HEILIGHEID (1)

EEN TWEEDELIG ARTIKEL OVER HET BEGRIP ‘HEILIG’ DOOR RABBIJN ADIN STEINSALTZ, HOOFD VAN HET ISRAËL INSTITUUT VOOR TALMOED PUBLIKATIES IN JERUZALEM.

(Literatuur en Verklarende Woordenlijst onderaan het artikel en in Notities)

In de heilige taal is de grondbetekenis van het concept van ‘het heilige’ de scheiding: het sluit in dat iets apart staat en afgezonderd is. Het heilige is datgene wat buiten de grenzen ligt, onaanraakbaar en volkomen buiten bereik; het kan niet begrepen of zelfs omschreven worden, omdat het zo geheel anders is dan al het andere. Heilig-zijn betekent: wezenlijk anders zijn.

Er is veel in de wereld dat groot, goed, edel of mooi kan zijn zonder dat het noodzakelijkerwijs iets van de essentie van het heilige in zich heeft, want het heilige kan niet worden gekwalificeerd. Het kan in feite op geen enkele andere manier worden omschreven dan door de allerhoogste aanduiding – ‘heilig’. De aanduiding zelf is het verwerpen van alle andere namen en titels.

Hieruit volgt dat de enige die heilig genoemd kan worden God is; en de Heilige, Gezegend Hij, de Allerhoogste en Heilige, is anders dan al het andere, omdat Hij onmeetbaar ver is, verheven en transcendent. Niettemin spreken we van de uitstrooiing van heiligheid over de wereld, over alle werelden, in overeenstemming met hun niveaus en zelfs over onze wereld met alle delen waaruit hij bestaat – tijd, plaats en ziel. En in feite zijn wij zelfs in staat onze ontvankelijkheid voor heiligheid te vergroten door onszelf open te stellen voor zijn invloed.

De heiligheid van plaats wordt gemanifesteerd als een reeks concentrische cirkels, waarvan het centrum het Heilige der Heilige is dat in Jeruzalem staat. De Heilige Tempel is op zichzelf slechts een soort ‘geestelijk werktuig’, nauwkeurig gebouwd overeenkomstig de aanwijzingen van de Thora en de

woorden van de profeten met het doel om heiligheid te helpen verankeren in de stoffelijke wereld – dat wil zeggen om als brandpunt te dienen in het contact tussen de onbereikbare Allerhoogste Heiligheid en de plaatselijke werkelijkheid. Het totale ontwerp van de Tempel, met alle details van de buitenhoven tot de rituele objecten en vaten, is een soort projectie van de hogere wereld op de onze. Ieder deel van de Tempel kan, vanuit een bepaald gezichtspunt bezien, als homogeen worden beschouwd met een heel systeem van werelden buiten ons. Of, om het anders te zeggen, de Tempel is in al zijn details een symbolisch model van de Wagen. En het Heilige der Heilige is de plaats van de openbaring van de goddelijke glorie, het aanrakingspunt of kruispunt tussen de verschillende werelden en tussen het ene bestaansniveau en het andere.

Het Heilige der Heiligen is derhalve een punt dat tegelijkertijd in onze wereld én in andere werelden gesitueerd is. Als zodanig is het een plaats die onderworpen is aan de wetten van alle werelden en daarom buiten de gewone wetten van tijd en plaats staat. Daarom was het Heilige der Heiligen voor iedereen verboden met uitzondering van de korte tijd dat de hogepriester van Israël er eens per jaar, op Grote Verzoendag, binnen mocht gaan.

Zoals men kan vermoeden, wordt de heiligheid van deze plaats alleen manifest wanneer alles is zoals het moet zijn, wanneer de Tempel op de daartoe bestemde plaats staat en wanneer alles in de Tempel zo volmaakt geordend en gerangschikt is dat hij vervuld is van de SHechiena. Omdat echter de plaats die (door profetische openbaring) gekozen is de enige plaats in de ruimte is waar een dergelijke goddelijke verbinding ten alle tijde gelegd kan worden, blijft de heiligheid van de plek bestaan zelfs wanneer de Tempel er niet langer staat. Zodat zelfs terwijl deze heiligheid nu niet manifest is, de mogelijkheid van zijn manifestatie eeuwig aanwezig is. Van de plaats van de Tempel strekken de cirkels van heiligheid zich steeds verder in de ruimte uit, waarbij zij zwakker worden wanneer zij terugwijken van het Heilige der Heiligen naar de Binnenhof van de Tempel en van de Binnenhof naar de Heilige Stad Jeruzalem, van de Heilige Stad Jeruzalem naar het hele Heilige Land en dan natuurlijk daarbuiten.

Ieder van deze begrensde ruimten houdt een grote reeks verplichtingen en voorrechten in. Hoe heiliger de plaats is, hoe strikter de algemene verplichting zich hiertoe op een bepaalde manier te verhouden -daarbij komen nog de meer specifieke verplichtingen die zijn opgelegd aan degenen die in een geheiligd gebied leven of, zoals de priesters, er werken.

Alhoewel de mogelijkheid tot heiligheid altijd aanwezig is, is het zo dat de heiligheid van het land van Israël niet op juiste wijze gemanifesteerd kan worden tenzij alle samenstellende delen van de cirkels van heiligheid die uitstralen van het centrum in Jeruzalem op hun juiste plaats zijn. Dus als de Tempel niet op de juiste plaats staat, worden alle aspecten van heiligheid die eruit voortkomen vaag en onzeker, waarbij sommige in een toestand van latente heiligheid verzinken en slechts een mogelijkheid en een beginpunt aanduiden. De heiligheid van het Heilige Land heeft niets te maken met wie de bewoners zijn of wat zij doen; het is een keuze van bovenaf, die het menselijk begrip te boven gaat.

De heiligheid van een plaats is objectief, het is iets dat op zichzelf staat. Maar om zich bewust te zijn van deze heiligheid, moet men zich verwaardigen een bepaalde beleving te ondergaan. Want heiligheid wordt zelden uiterlijk zichtbaar in de materiële wereld. De plaatsen waar het wordt herkend, worden dikwijls gebruikt om met de meest grote inspanningen de Hoogste Bron van volheid aan te roepen. De openbaring van heiligheid heeft evenmin op een bepaalde plaats altijd een volledig positief effect, want om op de goede manier ontvankelijk te zijn voor heiligheid, moet men een hoge graad van zuiverheid hebben bereikt. Als bewustzijn en zuiverheid ontbreken, kan het gevoel van heiligheid worden verduisterd of zelfs nauwelijks worden begrepen en als gevolg daarvan kan het effect precies het tegenovergestelde zijn van een wijding. De krachtige stimulerende roep die uitgaat van een heilige plaats wordt dikwijls in evenwicht gehouden door gevoelens die juist heiligheid ontkennen en er tegen in opstand komen. Want overal waar heiligheid is zijn er ook parasiterende krachten die onweerstaanbaar tot heiligheid worden aangetrokken en proberen ervan te leven en tegelijkertijd proberen het te vernietigen. Alleen wanneer het hele apparaat van openbaring vaststaat en volmaakt is geordend, kan een heilige plaats zich aan iedereen zonder onderscheid openbaren, zonder rekening te houden met de subjectieve geestestoestand van een mens of van de aanwezigheid van parasiterende, vernietigende krachten.

De heiligheid van een plaats zou dus inhouden dat er op een bepaald punt in de natuurkundige ruimte een of andere openbaring van de Hoogste Heiligheid is geweest, dat verkozen was om drager te zijn van de goddelijke volheid. Er zijn ook andere gewijde plaatsen, plaatsen die niet in deze volledige betekenis van het woord heiligheid bereikt hebben, maar niettemin onder de invloed zijn gekomen van een of andere heilige gebeurtenis of persoonlijkheid. De graven van heiligen en wijzen bijvoorbeeld, of de plaatsen waar zij gedenkwaardige daden hebben verricht, kunnen grote geestelijke waarde krijgen. Maar dergelijke plaatsen zijn niet van dezelfde orde en mogen niet verward worden met de ware verbinding tussen God en de plaats die geopenbaard is in de stralende heiligheid van de Heilige Tempels.

Heiligheid wordt ook in de tijd gemanifesteerd en er zijn gewijde dagen in de week, in de maand en in het jaar. Het begrip tijd is in het joodse denkmodel niet een lineaire stroom. Tijd is een proces waarin verleden, heden en toekomst met elkaar verbonden zijn, niet alleen door oorzaak en gevolg, maar ook als een harmonisatie van twee bewegingen: vooruitgang en een tegenbeweging naar achteren, elkaar omcirkelend en terugkerend. Het lijkt meer op een spiraal die uit de Schepping opstijgt. Er is altijd een bepaalde terugkeer naar het verleden; het verleden is nooit een toestand die voorbij is gegaan en niet meer bestaat, maar meer een toestand die voortdurend terugkeert en op een of ander belangrijk punt, waarvan de betekenis steeds verandert door de wisselende omstandigheden, opnieuw begint. Er vindt dus een voortdurende terugkeer naar grondpatronen van het verleden plaats, hoewel het nooit mogelijk is van ieder moment een nauwkeurige tegenpool te hebben.

De reikwijdte van deze terugkeer naar het verleden is verschillend; er is een cirkelende, elkaar kruisende en in elkaar grijpendebeweging. De oercyclus is die van dag en nacht; daarna komen de week, de maand, het jaar, de cyclus van de halve eeuw van het jubeljaar en de grote cycli van duizend jaar en zevenduizend jaar.

WOENSDAG 5 JUNI TWEEDE GEDEELTE.

—-

Verklarende Woordenlijst

Biena – inzicht
Chogma – wijsheid
Da’at – kennis, weten
De’a – kennis
Emanatie – uitvloeiing van de totale werkelijkheid uit een hoger principe
Gemieloet chassadiem – het doen van weldaden
Gnosticisme
– verzamelnaam voor religieuze stromingen,voornamelijk in de 1e eeuw na Chr.
Halacha – (letterl. het gaan) de wet, de wetsregels in de joodse traditie.
Jom Kippoer – Grote Verzoendag
Kabbala – (letterl. traditie) mystieke stroming in het jodendom.
Kadosh- heilig
Kiddoesh – de inwijding van de Sjabbat en de feestdagen.
Ma’arziev
– avondgebed
Mincha – middaggebed
Mitswa – gebod, plicht, goede daad
Pesach – Paasfeest
Rosh Hashana – Nieuwjaarsfeest
Sefiera – wezen
Shachariet – ochtendgebed
Shawoe’ot – Pinksterfeest
Shechiena – aanwezigheid van God
Soekkot – Loofhuttenfeest
Talmoed – (letterl. Studie) verzameling commentaren en diskussies. Er bestaat een Palestijnse en een Babylonische Talmoed. Misjna en Gemara vormen samen de Talmoed.
Tefila – gebed
Tesjoewa – inkeer
Tora – de leer, onderwijzing, instructie. De eerste vijf boeken van de Hebreeuwse Bijbel.
Tsaddiek – rechtvaardige

Literatuur

R.C. Musaph-Andriesse. Wat na de Tora kwam. Ten Have, Baarn I973.

G.G. Scholem. Kabbala. Keter, Jerusalem, I 974.

G.G. Scholem. Major Trends in Jewish MYstz’cz’sm. Schocken, New York, 1961.

G. G. Scholem (ed.). Zohar. Schocken, New York, I949.

A.Steinsaltz. The essential Talmud. Bantam Books, New York, I 976.

H. Weiner. The Kabbala Today. Collier Books, New York, 197I.

Geef een reactie