DRIE DIMENSIES VAN G’DDELIJKHEID

Het concept, dat de fusie van het fysieke en het spirituele mogelijk werd en toegekend werd aan het Joodse Volk, wordt aangegeven in de eerste drie woorden van de Tien Geboden: Anochi Havayah E-lohecha, “Ik ben de Eeuwige, je G’D.”

 

Deze drie Namen representeren drie niveaus in de revelatie van G’ddelijkheid. De Naam E-lohiem refereert aan het G’ddelijk vermogen, werkend in het gecreëerde bestaan. Want elk gecreëerd wezen draagt verschillende aspecten van G’ddelijk vermogen in zich, die worden weergegeven in overeenstemming met de individuele aard van dat wezen. Om deze reden wordt een meervoud vorm gebruikt voor de Naam E-lohiem. Want de Naam E-lohiem verwijst naar het feit dat elke gecreëerde entiteit met een voor hem passend aspect van G’ddelijkheid is ingegeven. Dit wordt evenzo equivalent weergegeven in de numerieke waarde van de woorden E-lohiem en hateva, “natuur”. Want dit aspect van G’ddelijkheid is ingesloten in het gecreëerde dat wordt geregeerd door de natuurlijke wetten.

 

Dit wordt ook aangegeven door het gebruik van de taalkundige bezittelijke voornaamwoord vorm in het bovengenoemde vers: E-lohecha,je G’D”.

Inderdaad is de Naam E-lohiem de enige Naam die wordt gebruikt in de bezittelijke vorm. Aangezien deze dimensie van G’ddelijkheid een proces van zelflimitatie ondergaat om passend te zijn aan de gevarieerde niveaus van het gecreëerde, kan het worden begrepen door het menselijk intellect. Dit is de intentie van de bezittelijke vorm, “je G’D”, met andere woorden, de G’ddelijkheid die je kunt vatten.

 

De Naam Havayah daarentegen, refereert aan de dimensie van G’ddelijkheid die de natuurlijke structuren te boven gaat. Dit wordt weergegeven in de interpretatie van de Naam Havayah, “verleden, heden, en toekomst als een.” Binnen de grenzen van de natuur worden verleden, heden, en toekomst gereflecteerd in verschillende tijdsvormen. De Naam Havayah echter gaat deze begrenzingen te boven, de drie smelten samen.

 

Dit is het verschil tussen de godsdienst van de Joden en de godsdienst van de vromen onder de niet Joden. De niet Joodse Volkeren zijn alleen bewust van E-lohiem, de G’ddelijkheid gekleed binnen de natuurlijke orde. Daarom zei Josef tegen Pharao: “E-lohiem zal een antwoord bepalen ten aanzien van Pharao’s voorspoed.” Dit is een dimensie van G’ddelijkheid waar Pharao zich aan kan relateren. Ten aanzien van de Naam Havayah echter verklaart Pharao: “Wie is Havayah dat ik naar Hem zou moeten luisteren?….Ik ken geen Havayah.” Hij had geen bevattingsvermogen van deze niveaus van G’ddelijkheid die de natuur te boven gaat.

 

Anochi refereert aan G’D’s essentie, zoals is gezegd: “Ik ben (Anochi) die IK ben; Ik kan niet worden aangeduid hetzij met een letter of een punt [in een letter].” Niet alleen is dit niveau boven de naam E-lohiem, die is geassocieerd met de wetten van de natuur, het is boven de Naam Havayah, die de natuur te boven gaat.

 

      

G’D is niet gelimiteerd door enige restrictie, hetzij door die van de natuur, noch door die boven de natuur. En om deze reden, kan dit niveau met het natuurlijke en bovennatuurlijk fuseren.

 

Door te zeggen “ Ik (Anochi) ben de Eeuwige (Havayah), je G’D (E-lohecha), zei G’D tegen de Joden dat door het Geven van de Thora, het grenzeloze vermogen van Anochi  fusie teweeg brengt tussen Havayah en E-lohiem (met andere woorden, tussen de niveaus van G’ddelijkheid die de natuur, intellectueel begrip en inderdaad, de gehele Schepping te boven gaan, met die niveaus die kunnen worden gevat door het menselijke verstand).

 

Dit is de reden voor koppeling van die mitzwot die kunnen worden begrepen door menselijke logica, “Moord niet” en “Steel niet” met de oneindige diepgaande mitzwot “Ik ben G’D” en “Laten er geen andere goden voor je zijn naast Mij,” die de diepste dimensie van G’D’s Eenheid communiceren. 

     

Geef een reactie