DE TIEN DAGEN VAN INKEER EN JOM KIPPOER

KLEDING VAN GOUD – KLEDING VAN LINNEN

Op Jom Kippoer betreedt de Hoge Priester het Heilige der Heilige in eenvoudig wit linnen kleding, illustrerend de essentiële verhouding tussen een Jood en G’D. De kledingstukken van goud werden alleen buiten het Heilige der Heilige gedragen, representerend het gebruik van de Mens van goud ten goede en voor verbetering van de gemeenschap ten aanzien van het onderhouden van Thora en Mitswot. Echter, op Jom Kippoer zouden de Hoge Priester en elke individuele Jood moeten streven naar "puur witte kleding", "zuiver van hart en puur van geest". Dit zal de G’ddelijke barmhartigheid oproepen voor een goed en gezegend jaar.

De term Aseret Jemei Teshoewa (Tien Dagen van Inkeer) omvatten de twee dagen van Rosh Hashana en de dag van Jom Kippoer, zodat de dagen tussen Rosh Hashana en Jom Kippoer in totaal alleen zeven dagen zijn. Het feit dat alle dagen refereren naar één term, Aseret Jemei Teshoewa geeft aan dat al deze dagen eigenlijk één entiteit zijn, beginnend op Rosh Hashana en eindigend op Jom Kippoer. Het is daarom evident dat de voorbereiding van Jom Kippoer begint bij het allereerste moment van Rosh Hashana.

De unieke mitswa van Rosh HaShana is shofar; de centrale inspanning van Jom Kippoer in de dagen van de Tempel was de speciale dienst van de Koheen Gadol— de hoge priester. Gedurende het hele jaar werden de Tempelrituelen ook door andere priesters verricht, maar op Jom Kippoer verrichtte de Koheen Gadol, de speciale Tempelrituelen die aan deze heilige dag verbonden zijn, alleen.

De dienst van de Koheen Gadol op Jom Kippoer bestond uit twee delen. Tijdens de uitvoering van het eerste gedeelte droeg de Koheen Gadol kleding die ook andere materialen bevatten, welke "kleding van Goud"werden genoemd. Gedurende het andere gedeelte van de dienst droeg hij bigdei lavan– eenvoudig witte linnen kleding. Er waren afzonderlijke gedeelten in de Heilige Tempel: de Azara ( Tempelplein ), de Heichel ( het Heilige ) en het Heilige der Heiligen.

Tijdens het verrichten van de dienst in de Heichel en Azara droeg de Koheen Gadol het gewaad van goud en tijdens de dienst in het Heilige der Heiligen droeg hij de witte linnen kleding.

ELKE JOOD IS EEN KOHEEN GADOL

Toen de Tempel was verwoest, waren alleen de fysieke delen, de stenen, het goud en zilver verloren. Echter, de spirituele Tempel, in de ziel van elke Jood, bleef voortbestaan en zal eeuwig in hem verblijven als een onverwoestbare staat van eenheid. Een Jood is niet in staat om zijn innerlijk spirituele bouw te vernietigen; des te meer heeft een niet-Jood niet de macht om het te vernietigen.

Rabbi Josef Jitzchak Sneersohn, de zesde Lubavitcher Rebbe verklaart: alleen onze fysieke lichamen werden in verbanningsschap gestuurd en werden onderhevig aan externe autoriteit; onze zielen echter werden niet in verbanning gedreven, noch overgegeven aan vreemde dominantie. De spirituele Tempel, verblijvend in elke Jood, is wel onderhevig aan de dimensie van tijd — in verhouding tot de verschillende fasen van het jaar.

Wanneer Jom Kippoer nadert moet iedere Jood, de "Koheen Gadol in zijn eigen individuele Tempel, " alle Tempelrituelen op zichzelf ten uitvoer brengen en niet steunen op een ander persoon. Dit werk bestaat uit twee delen: witte kleding dragen voor dienst in het Heilige der Heiligen en gouden priesterlijke kleding dragen voor de andere rituelen.

DE SPIRITUELE BETEKENIS VAN DE KLEDING

Maimonides in zijn uitleg over de aanwending van weelderige priester kleding, inbegrepen de kleding van de Koheen Gadol op Jom Kippoer, verklaart, dat heiliging het gebruik van de meest esthetische impressie en de hoogst kwalitatieve superioriteit verlangt. Goud is hoogst bijzonder en kostbaar voor de Mens, het roept vrees en verering. Vanuit dit oogpunt, is het dragen van gouden kleding rationeel onbegrijpelijk.  Bovendien, hoe is dit concept te verenigen met het dragen van de eenvoudige witte linnen kleding in het Heilige der Heiligen?

Het Heiligen der Heiligen was van een hogere heiligheid dan de andere ruimten in de Tempel. Waarom werd er niet verlangd om daar gouden kleding te dragen?

Het onderliggende concept is, dat elk individu in zijn totaliteit G’D moet dienen vanuit zijn eigen unieke capaciteiten.

Wanneer een welvarend persoon wordt benaderd voor liefdadigheid, kan hij niet beweren dat hij zijn verantwoordelijkheid t.a.v. liefdadigheid vervult door Thorastudie en intensief gebed. Hij moet beseffen dat de dienst in de Tempel, kleding van goud benodigd.

Van de andere kant gezien moet er het bewustzijn zijn dat iemands verplichting niet kan worden vrijgesteld met "kleding van Goud", b.v door voortdurende studie aan jeshivot (Thora Academie) etc.  Kleding van wit linnen in evenzo vereist— pure spirituele bezigheden ontdaan van alle lichamelijke materie. Elke kledingstuk moet passend zijn voor de plaats van handeling. De dienst buiten het Heilige der Heiligen vereist kleding van goud.

Zoals de Midrash verklaart: niemand verdient het gebruik van goud; "het was alleen geschapen voor de Heilige Tempel". De schepping van goud primair voor gebruik in de Tempel verklaart bovendien waarom het beschikbaar is in de gehele wereld. Het moet daarom van zelfsprekend zijn voor elke Jood niet mindere bijzonderheden te gebruiken voor het primaire doel van goud—in de zin van spirituele doeleinden. Desondanks, in omsloten ruimte van het Heilige der Heiligen, in elke Joodse ziel, is goud niet bruikbaar. De Tempeldienst moet worden uitgevoerd in puur witte kleding, want hier in is iedereen gelijk.

BEGINNEND MET DE SHOFAR

We kunnen nu het doel begrijpen van De Tien Dagen van Inkeer, beginnend met de klanken van de Shofar op Rosh Hashana en eindigend met de dienst van de Koheen Gadol op Jom Kippoer.

Aan het begin van De Tien Dagen van Inkeer blazen we de Shofar. De Shofar is een hoorn van een dier en de klanken die het voortbrengt zijn niet bijzonder muzikaal; zij hebben de eenvoudige klanken van Tekia, Shevariem, Teroea. Authentiek aan een Jood die zichzelf plaatst voor G’D, verstoken van sluwheid en vernuftigheid. Zijn verbinding met G’D is gekenmerkt door een eenvoudige kreet van intense oprechtheid. Vanuit het diepste van zijn hart schreeuwt hij dat hij een kind van G’D is en dat G’D zijn Vader is en hij smeekt zijn Vader om hem een goed en zoet jaar te verlenen.

Het einde van De Tien Dagen van Inkeer wordt gekenmerkt door de dienst van de Koheen Gadol verdeelt zoals in de bovengenoemde twee delen, uitdrukkend de verplichting om G’D te dienen in kleding van goud en linnen.

Hoe dan ook, met betrekking tot het Heilige der Heiligen is hij gelijk aan alle anderen; hij draagt geen kledingstukken van goud meer eerder kleding van wit linnen, ontdaan van lichamelijke materie. Hij is volkomen bewust dat er niets was in het Heilige der Heilige, zelfs geen toonbrood, niets anders dan G’D, de Thora van de Tien Geboden de Ark en de Koheen Gadol.

VOORTDURENDE VERANDERING

De morele implicatie voor iedere Jood is als volgt: De aanvang van de spirituele dienst aan het begin van het jaar moet een eenvoudige oprechte kreet zijn naar G’D, een menselijke expressie boven alle redeneringen uit. Vervolgens moet hijzelf de dienst van de innerlijke Tempel uitvoeren—-die compleet gelijk is aan onze tijd—-gekleed in kleding van goud en linnen.

Als hij de dienst succesvol heeft verricht beheerst hij beiden, het fysieke en het spirituele, zoals de Koheen Gagol. In de tijd van de Tempel verlangde het ritueel niet het aantrekken van de gouden kleding en daarna de linnen; de hoge priester veranderde continu van het een naar het andere. Eerst de kledingstukken van goud, dan de linnen, vervolgens weer het goud, dan terug in het linnen, en dan vervolgen opnieuw in de kleding van goud——om aan te duiden dat in het leven van een Jood het materiële en spirituele niet apart en gesepareerd is, maar coëxistent.

HET INWENDIGE HEILIGDOM

Op Jom Kippoer overdenkt een Jood zichzelf en bereidt zichzelf voor op het binnengaan in zijn eigen innerlijke Heilige der Heiligen.

Wat is zijn betekenis? Het Heilige der Heiligen bevat alleen de Ark des Verbonds, met de Tafels van de Tien Geboden. De Thora, gerepresenteerd door de Tien Geboden op de tafelen, bestaat uit gegraveerde letters, intrinsiek aan het object waarop het is in gegraveerd. Idem, binnen in het Heilige der Heiligen van iedere Jood, de band van een Jood met Thora is als gehouwen letters.

Wanneer Jom Kippoer nadert en een Jood moet het Heilige der Heiligen binnengaan, vraagt hij zich zorgelijk af: " Hoe kan ik mogelijkerwijs het binnenste binnengaan wanneer ik ben verstoken van de uiterlijke tooi van Thora en goede daden?"

Het G’ddelijk antwoord hier op is, dat het binnengaan in het Heilige der Heiligen geen kleding van goud verlangt, noch ornamenten van schitterende kleuren: alleen puur witte linnen kleding is nodig, een puur en gezuiverd hart en een pure gedachte. Deze eigenschap bezit elke Jood op de dag voor Jom Kippoer na zijn onderdompeling in het Mikwe ( ritueel bad ), een onderdompeling die alle smet weg zuivert.

De Koheen Gadol, na zijn zeer lange heilige dienst, was gewoon om een kort gebed te zeggen, dat zou bewerkstelligen een goed en gezegend jaar voor hem en zijn familie, zijn stam en alle Joden over de hele wereld, zowel in materieel als in spiritueel opzicht.

Zo ook met elke Jood, wanneer hij zijn eigen persoonlijke spirituele dienst doet in het Heilige der Heiligen van zijn ziel, kan een paar woorden blijheid oproepen voor al de dagen van het jaar.

Juist zoals de Koheen Gadol bidt voor alle Joden, zo ook is het gebed van elke individuele Jood op Jom Kippoer, gekleed in witte kleding—een puur hart, en integere godsdienstige gedachten, opwekkend G’ddelijke begaanheid voor een goed en zoet jaar, zowel spiritueel als materitueel, niet alleen voor hem zelf en zijn familie, maar voor alle Joden, omdat:

"HEEL ISRAËL VERANTWOORDELIJK VOOR ELKAAR IS".

Geef een reactie