Deel 5. De Tempel

Toen de Joden terugkeerden naar de kotel, waren zij als dromers, zij prevelden en drukten zich tegen de stenen zonder zich te realiseren waar ze tegen aan keken: De Rotskoepel waar achter de fundatiesteen was, lag zover noordoostelijk gestationeerd boven de kotel, dat het een buitengewoon grote dosis van oriëntatievermogen kost, om iemand te doen geloven dat dit gedeelte van ommuring, bekend als de “De Westelijke Ommuring” eigenlijk een van de originele ommuringen van het Tempelcomplex is.

De Joden die de Muur reeds in de tijd van de Ottomanen en gedurende de mandaatperiode de plaats tot synagoge hadden gemaakt, deden dit nu opnieuw (1967) door het installeren van banken en stoelen, een Machitsa [een scheiding tussen een mannen en vrouwen gedeelte] en heilige arken. Niet lang na de oorlog van 1967, verzamelden zich ongeveer 200.000 mensen aan de Muur om het feest van Shavoeot te vieren en Jeshajahoe Leibowitz reageerde ontsteld op deze ontheiliging van de naam en adviseerde herbenoeming van de lokatie in “Discotel” of misschien de “G`Delijke Aanwezigheids Disco” “Dat zal tot tevredenheid zijn in alle kringen en fracties,” schreef Leibowitz, “De seculiere gemeenschap omdat het een discotheek is, en de religieuze gemeenschap omdat de G`delijke Aanwezigheid wordt genoemd.” Inderdaad, de seculiere Israëliers dragen hun deel bij tot het verheffen van de status van: “de rots van onze existentie.” De plaza voor de Muur werd een lokatie van militaire ceremonies en voor het beëdigden van infanterierekruten. Het Ministerie van Defensie publiceerde een luxueus album met goud relief op de omslag, ansichtkaarten en souvenirs regenden neer op het publiek. Varkens etende liedjesschrijvers componeerden lofliederen over de Muur (“Sommige mensen hebben een hart van steen, sommige stenen hebben het hart van mensen”). Seculieren en religieuze families kozen beiden de plaats voor het houden van de Bar-Mitzwa`s, of als een achtergrondlokatie voor een fotosessie met hun ooms en tantes uit Chicago. De Arabieren legden dit niet zomaar naast zich neer. De enorme importantie die de Joden en hun Staat aan de dag legden voor de Muur, verhoogde haar waarde naar gigantische proporties en opnieuw manifesteerde het principe dat waarde wordt verhoogd door de intensiteit van het gevecht om eigendomsrecht. De Arabieren herinnerden en attendeerden iedereen dat de steunmuur die de Joden de Westelijke Muur noemden moet worden gekend bij zijn rechtmatige naam “al Buraq” naar de gevleugelde hengst die de profeet verbond aan zijn stenen (de Muur) toen hij opsteeg ten hemel vanaf de Fundatiesteen.

Zodat, tot ieders tevredenheid de Muur een weerhouding werd voor het smeden van coëxistentie tussen Joden en Arabieren en vooral tussen Joden onderling.

De Muur is essentieel omdat het een veiligheidsklep is die een situatie in stand houdt welke zowel Ultra-Orthodoxen en Seculieren willen zien; een veiligheidsklep gezien vanuit de Hebreeuwse optiek, de Ark des Verbonds en de Cheroebiem. In zijn boek “De Muur en de Berg” (1989), schrijft A.B. Jehoshua dat de Muur een vrij depressieve plaats is, maar het weerhoudt ons van de “overpeinzende nachtmerrie” Om de Tempel te vernieuwen. Ariel Hirshfeld, minder terughoudend dan Jehoshua, is zeer aangegrepen door het ritueel van de Muur en schrijft er een lofzang over “Er is geen enkele andere plaats die zoveel weergeeft van de inhoudelijke betekenis van het Joodse Volk, haar historie en haar cultuur als de Muur” is zijn aankondiging aan het begin van zijn nieuwe boek “Plaatselijke aantekeningen” (2000) “Het geometrisch punt op welke plaats deze steen rust en van waaruit hij cirkelt en zijn marge van uitstraling, is het convergentiepunt met de Hemel: dit is de plaats waar G`D Abraham instrueerde om zijn zoon te offeren “Dit is de navel van de wereld,” vervolgt Hirshfeld, toekennend aan de Muur wat de bronnen zeggen over de Fundatiesteen. “Dit is DE plaats,” verkondigt hij. Waarom is Hirshfeld zo bekoord en gefascineerd van de Muur? Omdat deze Muur “vrij is van kunstmatige ceremoniële religieuze nonsens.” Kortom, een plaats die weergeeft de esthetische essentie van Joodse ellende, van beminde misère en verachtelijkheid. Hirshfeld is in goed gezelschap, vrijwel alle joden denken zoals hij.

De strijd van randgroepen zoals “De Tempelberg Getrouwen” voor het recht om op de Tempelberg zelf te kunnen bidden en het pathetisch pogen van Zionistische Rabbijnen, zoals Shlomo Goren om de plaatsen af te bakeren waarop Joden mogen lopen, is alleen maar een continuatie om een andere betekenis aan de Muur te geven. Wat maakt het in feite uit hoe dichtbij een Jood staat ten aanzien van de Fundatiesteen als hij het heeft opgegeven. Rabbi Jisrael Ariel (hoofd van het Tempel Instituut) en Prof. Hillel Weiss (hoofd van een vergelijkbare groep), Jehuda Etzion en een handvol collega’s hebben hun droom van volharding vaarwel gezegd t.a.v. de berg . Het opschorten om hun droom te realiseren is misschien wel voor een millennium.

Als de Joden een Tempel gewild zouden hebben, echt gewild zouden hebben, zonder verachtelijkheid, zonder “verlangen en hunkering” dan hadden zij hem gebouwd, al was het maar een tijdelijke plaats, een “Heiligdom” op een andere berg in Jeruzalem, of op de berg Maron of tussen Netanya en Atlit. Er was reeds een Jood die dit een eeuw eerder suggereerde. Zijn idee was om een heiligdom te vestigen op de berg Carmel. Totaal seculair van uitstraling, hij dacht dat het terugkeren naar een joodse soevereiniteit een Tempel vereistse voor degenen onder hen die religieus waren.

Zijn naam was Herzl. Theodor Herzl.

Geef een reactie