DE NAAM POERIEM

DE EENVOUDIGE BETEKENIS VAN DE NAAM POERIEM

 Wanneer we een bepaald doel aanleiding of omstandigheid een naam willen geven, proberen we om in zo weinig mogelijk woorden een beschrijving te geven die de functie en het nut van dit doel deze aanleiding of omstandigheid kenbaar maken. Om de volle sterkte en omvang goed te kunnen bevatten, moeten we de spirituele betekenis van deze feestdag ontvouwen, door de naam Poeriem te analyseren. Wat betekent het woord Poeriem? Poeriem is het Perzisch,  meer precies, Akkadische woord voor loterij. Het was Haman die doormiddel van het laten werpen van het lot de datum wilde vaststellen voor het ten uitvoer brengen van zijn boosaardig plan, en als zodanig, “noemden zij deze dag Poeriem, vanwege de naam poer, lot.” (Ester. 9:26) Maar waarom een feestdag, een festiviteit noemen naar een woord dat ons impliciet herinnert aan een plot dat ons kwaad berokkent.

 

MORDECHAI VERSUS HAMAN

 

Laat ons dieper doordringen tot de kern van de zaak. Twee van de hoofd figuren van het verhaal zijn  Mordechai en Haman. Het verhaal van Poeriem opent met het bepalen van de hoofdpersoon tegen de boosdoener Haman, een personifieert goedheid en kedoesha, heiligheid, de andere al het negatieve en klipa, valse energie. Elk streeft er naar om het dia metraal tegenovergestelde te bereiken: de een wil destructie, de andere verlossing; de een wil schadelijk kwaad aanrichten en vernietiging, de andere wil leven en redding.

 

De vraag is waar de kracht van destructie vandaan komt? Is het niet zo dat de gehele Schepping een manifestatie van het G’ddelijke is, van waar en hoe verkrijgt iemand toegang tot zulk afschuwelijke krachten? Hoewel we de vrijheid hebben om te kiezen zoals we willen, blijft de vraag: wat is de oorsprong van die keuze? Welk aspect binnen de wisselwerking van Schepper en Schepping laat ruimte om vrij te kunnen kiezen, te kiezen, als dat zo uitkomt voor persoonlijke destructie of de destructie van anderen?

 

HET INNERLIJKE LICHT EN HET TRANSCENDENTE

 

Om dit gegeven enigszins te kunnen doorgronden, moeten we de verhouding tussen Schepper/Schepping contempleren.

 

Als macro wordt weergeven in micro, kan een parallel worden getrokken tussen Mens en Schepping als geheel; juist zoals onze zielen ons transcendente spiritueel doordringt en tegelijkertijd ons dagelijkse existentie overtreft, zo ook is het ten aanzien van het Licht van de Schepper, die verheft, draagt en de Schepping bezielt. Er is een or makief, een omgevend Licht en er is een or penimi, gemeten en intern Licht. Het een is de energie gemanifesteerd als immanent en alles doordringend, de tastbare G’ddelijke aanwezigheid, het andere is een G’ddelijke transcendente energie die we waarnemen in alle details van de Schepping. Aan deze twee wordt gerefereerd als or memale kol almien, energie die de Schepping vult, en or sovev kol almien, de energie die het hoge omringt en omvat, een Licht dat niet kan worden vastgehouden of volledig kan worden opgenomen.

 

De wereld van wet en orde is een realiteit van memale. In dit paradigma is alles juist gedefinieerd en passend geplaatst. Memale is de wereld van dualiteit het tweevoudige: hoog en laag, rechts en links, goed en kwaad.

 

De relatief geobserveerde ordelijke vorming van het universum, die wetenschappers toestaat te onderzoeken, is een product van memale. De energie die organismen tot hun bevordering aanspoort en meer ingewikkelde maatstaven van complexiteit en diversiteit, memale. Sovev wordt als het ware niet betrokken in de opbouw van de Schepping; toch is het sovev dat verheffing geeft aan de essentie van de Schepping. Sovev is het Schepper aspect van de G’ddelijke Schepping, maar realiteit op het niveau van sovev is nog steeds “potentieel”, niet in duidelijk beeld of vorm. Vorming en verbinding vindt plaats op memale. De een creëert wezen en de andere maakt vormen. Het is extreem moeilijk om het wezenlijke te doorgronden zonder vorm; toch in het proces van scheppen van het G’ddelijke niets, verschijnt iets, een iets dat niet geïndividualiseerd noch gespecifieerd is, een ruwe wezenlijke essentie, en alleen later in een progressief proces verkrijgt deze wezenlijke essentie zijn volle vorm.

 

BOVEN HET BINAIRE, DE OORSPRONG VAN VERBORGENHEID

 

Alle verscheidenheid en subjectieve evaluaties in de wereld van sovev totaal overtreffend is “duisternis als licht.”

 

Sprekend van het primordiale licht van sovev, zei een Chassidische leraar in Jiddisch,  “Dart voe eidelkeit iz kein kli nit, iz gerabkeit kein stira nit”, “daar waar edelheid is is geen houder,  vat, grofheid is evenmin een contradictie.” Negativisme kan existeren omdat er een niveau van licht is dat is gescheiden van elke vorm van waarneming of subjectieve definitie. In de wereld van sevev zijn geen contradicties of conflicten, omdat er geen evaluatie of interpretatie is. Alles “is” eenvoudig.

 

Uit het gezichtspunt van memale, een wereld van orde, een universum van oorzaak en gevolg, veroorzaakt rechtschapenheid goedheid en nativiteit genereert zijn soort. Haman, die het archetype van kwaad representeert, de belichaming van klipa, wist intuïtief op een diep sub of super bewust niveau dat als hij destructie wilde brengen op de Joden, hij dan een kracht moest oproepen en aanwenden die verder memale, or penimi is, boven verscheidenheid, boven goed en kwaad. Hij wist dat hij een makief, een ruimte benodigde om binnen te treden, die, klaarblijkelijk, niet is geïnteresseerd in de details van de gecreëerde realiteit.

 

 WELLEKEURIG LOT

 

Haman streefde naar makif. Vanuit deze gescheiden ruimte, waar alles enkel “ is “ en zelfs de rechtvaardige kan lijden, waar niets een deterministisch paradigma hoeft te volgen van oorzaak en onvermijdelijk gevolg. Het is een wereld waar alles gelijk is en niets  meer is dan het andere.  Het werpen van een lot getuigt van het zelfde concept. In een loterij zijn alle delen gelijk. Waarom anders een loterij en niet een bewuste beslissing? Het mechanisme van een loterij gaat voorspelbaarheid en rationaliteit te boven. Voor een lot is geworpen, kan het verschillende kanten op gaan; we kunnen klaarblijkelijk niet veronderstellen dat de een beter is in het winnen van een loterij dan een andere.

Haman trok een lot, een willekeurige handeling van het gooien van een dobbelsteen om de dag van destructie van de Joden vast te stellen. Door het werpen van het lot hoopte hij het bij het transcendente aan te haken dat “boven goed en kwaad” is. Een spirituele plaats waarvan hij veronderstelde dat alles er mogelijk is en waar geen onderscheid zou zijn tussen goed en kwaad.

 

Haman wist intuïtief dar er een supra rationeel vlak was waar goed en kwaad gelijk getrokken kon worden, een sfeer waar geen morele verbindingen bestonden en goed en kwaad gelijkelijk in staat zijn om voeding te ontvangen.

 

DE VLOEK WORDT DE BRON VAN ZEGEN

 

Inderdaad, een radicale transformatie van gebeurtenissen vondplaats. Het negatieve zelf werd de bron van zegen. De poer, het lot dat was geworpen werd de bron en de reden voor hun vreugde. De oude vormen verschrompelden, zoals het woord poer van de stam porer, verkruimeld, verschrompeld, aanduidt, en een nieuwe realiteit was geboren, zo is Poeriem, van het stamwoord proe, vruchtbaar zijn, zoals in proe oe ‘revoe, “ wees vruchtbaar en vermenigvuldig”, want de uitdrukkelijke opdracht is om te procreëren. Haman wilde het Joodse Volk uitwissen, laten ophouden te bestaan, het tegendeel gebeurde proe oe ‘revoe, zij vermenigvuldigden zich, zij namen snel in aantal toe en werden zelf sterker. Dit zette zelfs een grotere verlossing in beweging, in de vorm van de terugkeer naar Israël van velen uit de Babylonische verbanning en de herbouw van de Tweede Tempel in Jeruzalem.

 

VOORBIJ ZIJN VERDER DAN GOED EN KWAAD

 

Op het diepste niveau, ontbrak bij Haman de kennis, dat in de hoogste realiteit, die voorbij is, verder is dan makief, boven oneindigheid, Essentie “de zielen van de rechtvaardigen” verkoos boven de onrechtvaardigen. Deze verkiezing houdt niet in dat rechtvaardigen invloed hebben of het Oneindige tendens kunnen kleuren, maar eerder omdat er een “verlangen” is op deze wijze te kiezen. De G’ddelijke keuze van Licht zoals het pad van rechtvaardigheid was niet een bewust, weloverwogen overdenking, maar eerder een spontane keuze.

 

Het is een keuze die is geworteld in de Essentie van het G’ddelijke, een onafhankelijke ongedwongen staat en niet omdat de handelingen beneden zonder meer de positie boven beïnvloeden en een directe wisselwerking aanmoedigen. Waarom is er keuze, radicaal kiezen? Gewoon omdat zo is.

 

 DUALITEIT BINNEN EEN CONTEXT VAN EENHEID

 

Sovev is het Oneindige Licht, memale het eindige. Hoewel er twee manifestaties zijn van De Schepper, zijn zij beide niet het G’ddelijke zelf. De “Essentie’ wordt verwoord in termen van etzem of atzmoet, pure essentie, dat wat boven eindigheid is, maar ook boven oneindigheid, en zelf boven de definitie als de oorsprong van het Oneindige Licht. Ongetwijfeld is iedere vorm van erover spreken of conceptualiseren op zichzelf een definitie. En nochtans verkiest atzmoet het verlangen naar “ de zielen van de rechtvaardigen”. Waarom? Gewoonweg omdat Het die wenst heeft. In feite is “waarom” niet een geldige vraag. “Waarom” existeert alleen in een universum van causaliteit, separatie en dualiteit, het binaire.

 

Nu wordt het duidelijk waarom de Perzische naam van Poeriem werd gekozen en waarom een naam die ogenschijnlijk het negatieve bespreekt, de essentie van de feestdag behelst. Poeriem viert de ultieme vorm van transformatie, het gaan naar de oorsprong van makief, en in plaats van toe te staan dat het negatieve neerwaarts wordt gebracht, stelt het een positieve, leven verzekerende consequentie in werking, verkozen in een realiteit van dualiteit en de mogelijkheid van tegenovergestelden van het pad van Licht en Leven.

 

HET VIEREN VAN HET VERLEDEN IN HET HEDEN

 

Leven wordt geleefd in het eeuwige heden. Wanneer we een feestdag vieren, vieren we niet slechts gebeurtissen uit het verleden, het herinneren van dingen uit het verleden, nostalgische herdenkingen en goed voelende gedachten, eerder vieren we gebeurtenissen die zich opnieuw voordoen, nu. Dat zijn dagen, zoals de rol van Ester verklaart, die nezcariem v’naasiem, herinnerd en uitgevoerd zijn. De herinnering, de zelfde G’ddelijke Kracht die toen bestond, machtigt de mirakels nu om te existeren en zelfs in een meer effectieve vorm, aangezien “ de werking van heilige aangelegenheden zijn alleen maar toenemende” Alle feestdagen worden Jom Toviem genoemd, letterlijk, goede dagen. Op de feestdag ervaren we een extra, een toenemende mate van zegeningen, geworteld in de ultieme oorsprong van alle goedheid.

 

MET ZEGENINGEN VOOR EEN GELUKKIG, BLIJ EN VERHEFFEND POERIEM

 

 

 

 

 

 

 

 

             

 

Geef een reactie