DE MAAND ELLOEL

MET DE KONING IN HET VELD

Wanneer de Koning het veld betreedt, wordt ons bewustzijn verhoogd.

 

 In Koning Salomons tekst Hooglied, beschrijft hijwelbespraakt een veelheid van relaties die worden weergegeven in een diepe passage. Het vers “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij” (Hooglied. 6:3), is een directe verwijzing naar de maand Elloel, want in het originele Hebreeuws, “Ani Ledodi V,dodi Li “, dienen de begin letters van elk woord als een acroniem voor deze maand. Elloel gaat vooraf aan de maand Tishré, het begin van het Joodse Jaar, beginnend met de feestdag van Rosh HaShana en bereikt het hoogte punt in het feest van Hoshana Rabba. Het is gedurende de maand Elloel dat we ons proberen te focussen op het afgelopen jaar, overdenkend onze daden en we vragen verzoening voor fouten en onze handelingen en we overdenken verandering voor het nieuwe komende jaar. Daarom, zoals we zullen zien, is deze uitspraak niet alleen tussen twee geliefden maar, nog belangrijker, het vertegenwoordigt onze relatie met onze Schepper.

 

De eerste Lubavitcher Rebbe, de Alte Rebbe, zet dit vers uiteen in zijn werk, Likoeté Thora. Hij leert dat het uit twee delen bestaat, elk representeert een apart aspect van onze relatie met G’D. Het eerste deel, Ik ben van mijn Geliefde…..” zinspeelt op de dienst van joden tijdens Elul. Joden roepen in smeekbede uit naar G’D in wat Kabbala noemt “een opwekking van Beneden”; de tweede component van het vers, “….en mijn geliefde is van mij”, zinspeelt op G’D’s activiteit waarin een G’ddelijke revelatie neerdaalt van Boven. Het begint op Rosh HaShana en voert door de Tien Dagen Berouw, tot aan het zijn hoogtepunt bereikt op Jom Kippoer.

 

 De maand Elloel wordt als een uitermate gunstige tijd beschouwd voor verzoening en om te werken aan ons zelf. Dit is niet alleen omdat we aan een nieuw jaar beginnen, maar omdat gedurende deze maand G’D feitelijk ons in staat stelt te vragen voor Zijn vergevensgezindheid. Hij inspireert ons van Boven, want gedurende de maan Elloel stralen Zijn Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid voluit. Deze opwekking van Boven op zijn beurt brengt bewustwording en ontwaken van Beneden teweeg.

 

 De Alter Rebbe gebruikt een parabel om dit concept te illustreren: Een Koning keert terug naar zijn stad na een lange tijd van afwezigheid. De inwoners van de hoofdstad stromen hem tegemoet in het veld voor de stad om hem te begroeten. Als de Koning dit veld betreedt vind een nieuw fenomeen plaats. Het veld maakt iedereen gelijkwaardig, voor de eerste keer wordt iedereen in staat gesteld en toegestaan om Hem, de Koning te begroeten. Alle scheidingen, die Hem gewoonlijk  afhouden  van de populatie zijn te niet gedaan.  De Koning op zijn beurt ontvangt hoffelijk iedereen. Dit fenomeen vindt niet plaats buiten het veld. Want binnen de hoofdstad en zeker binnen het paleis, kan slechts een selecte groep hoogwaardigheidsbekleders Hem benaderen.

 

 De Alter Rebbe verklaart verder dat door heel de maand Elloel de joden uitgaan naar de spirituele velden, om het Licht van G’D’s gelaat te ontmoeten. De uitstraling van de Dertien Eigenschappen van Barmhartigheid is opgenomen in het vers “De Eeuwige zal u Zijn stralend gelaat toewenden en u genadig zijn.” (Numeri.6:25). Deze opwekking van Boven spreidt G’D’s goedgunstig ontvangst ten toon, met een aangename gelaatsuitdrukking, van elke Jood afzonderlijk. Bovendien, is het de meest gunstige tijd voor iemand om G’D te naderen met zijn of haar persoonlijke verzoeken.

 

Elloel’s acroniem, “Ik ben van mijn Geliefde en mijn geliefde is van mij”  illustreert dit concept. De eerste letter ervan, alef, staat voor “Ik” (Hebreeuws, “ani”), het Joodse Volk. De tweede letter, lamed, representeert, “mijn Geliefde” (Hebreeuws, ledodi”), G’D. De structuur van dit vers omvat het uiten van iemands liefde voor de andere door de uitdrukking van het gelaat. Het idee is dat het hart van de gever diep in het hart dringt van de ontvanger en omgekeerd. Dit is een wederzijdse relatie van deze liefde. Ieder weerspiegelt het hart van de ander.

 

 Hoe kunnen we worden als het hart van G’D? Dit wordt bereikt door Joodse eenwording. En wie verenigt ons? Wanneer de Koning het veld betreedt, worden alle Joden gelijk aan elkaar. Daarom leren we doormiddel van dit voorbeeld dat wanneer de Koning (G’D’) het veld betreedt, we voor Hem gelijk worden en daardoor worden verenigd tot één geheel. Onze eenwording veroorzaakt dat Zijn liefde wordt verhoogd en we worden als Zijn hart. Dit voorbeeld illustreert dus de G’ddelijke dienst van de maand Elloel met onze opwekking van Zijn liefde van Beneden, terwijl Hij in ons Zijn liefde van Boven schenkt.

 

Het is niet toevallig dat de Alter Rebbe voor deze parabel een veld koos. De Rebbe onderscheid een veld van andere plaatsen, zoals een woestijn of een stad. In het boek Jeremia zegt Jeremia over woestijnen, “….Je volgde Mij door de woestijn, dat land waar niet gezaaid wordt,(Jeremia.2:1) en “In een woestijnland, in een land van dorren en de schaduw van dood in een land waar niemand doorheen trekt en waar niemand zich vestigt. (Jeremia. 2:6)

 

In tegenstelling tot de eigenschappen van een woestijn, kan een veld worden gecultiveerd; het is een plaats waar dingen kunnen groeien, ontwikkelen en gedijen. Dus een veld is meer spiritueel en fysiek verheven dan een woestijn. Echter waarom koos de Alter Rebbe het voorbeeld van een veld in plaats van een stad? Steden symboliseren wetten en regelementen reeds binnen het domein van het Heilige, want een stad is omgeven door een omwalling, die de huizen scheidt van de buitenwereld.   

 

Omgekeerd, bevinden woestijnen zich buiten de stadsgrenzen. Zij representeren doeleinden die ver verwijderd zijn van een kader van G’ddelijkheid. Velden daartegen symboliseren een intermediaire staat. Hoewel zij ook buiten de steden liggen, wordt voedsel daar gecultiveerd en gezuiverd voor menselijke consumptie. Dientengevolge worden ook zij verheven in het rijk van G’ddelijkheid: de stad.

 

Velden symboliseren de mensheid: raison d’etre: menselijke dienst aan het G’ddelijke om wereldse doeleinden te zuiveren, te louteren en hun opstijging in de sfeer van het heilige te beïnvloeden. Om deze reden werden alle Tempeloffers “voedsel” genoemd, zoals het vers in Numeri. 28:2 informeert, “Mijn offer, het brood van Mijn offers, Mijn spijs voor Mijn vuur.” Offeren, zuiveren en het verheffen van het bezielde en onbezielde.   

 

EEN KABBALISTISCHE MEDITATIE DOOR DE ARI VOOR DE MAAND ELLOEL

Op Rosh Chodesh Elloel, in het jaar 5331 [1571 A.D.], vertelde mijn leraar [de Arizal], in gezegende nagedachtenis, me, dat ik [Rabbi Chaim Vital] moet vasten op de twee opeen volgende dagen na Rosh Chodesh Elloel zelf en dat, daardoor, ik een zeker verhoogd niveau van bewustzijn zou bereiken. De intentie die iemand moet hebben aangaande dit vasten is dat gedurende de  maand van Elloel, de dertien bronnen van de Dertien Rectificaties van de Baard [Tikoené Dikna] geopend zijn en zij worden geopenbaard en stralen naar Beneden uit in de Makief van de hersenen [mochien] van de partzoefiem van Abba en Imma.  Zoals we uitvoerig en helder hebben uiteengezet in het begin van de “Idra [Zoeta]” in de Zohar, parashat HaAzinoe: dat van buiten de hersenen van Abba en Imma, hun licht uitbreekt en schijnt [buiten], in de verborgenheid van het “omringende licht” [Or Makief]; het is daar dat de Dertien Rectificaties van de [G’ddelijk Hemels] Baard van Atik Yomin worden geopenbaard.

 

 Allereerst moet iemand in algemene zin, in gedachte hebben dat de hele maand van Elloel de verborgenheid van de Naam Sag is [het Tetragrammaton, letter voor letter schrijven, gelijk aan de numerieke waarde van 63] en de Naam Kasa [Eh-yeh, letter voor letter gespeld met joeds, gelijk aan de numerieke waarde van 161; koef = 100, samech =60, alef =1].

 

 De Naam Sag (63) wordt als volgt letter voor letter gespeld: joed (10) vav (6) dalet (4), (5) joed (10), vav (6) alef (1) vav (6), (5) joed (10).

 

 De Naam Eh-yeh bekend onder de numerieke waarde 161, of “Kasa”, wordt letter voor letter gespeld als volgt: alef (1) Lamed (30) pé (80), hé (5) joed (10), joed (10) vav (6) dalet (4), hé (5) joed (10).

 

Rabbi Nachman van Breslev leert aangaande deze meditatie, dat gepast berouw de bruisende vitaliteit van beide verborgen Namen vereist: “heen en weer” (Ezekiel 1:14) “Heen”, betreft een voorwaartse beweging en is geassocieerd met “Kasa” (koef=100, samech=60, alef=1; dit is gerelateerd aan het vers “Wanneer ik opstijg naar [hebreeuws, “asak’, met de zelfde letters als “Kasa”] hemelen, bent U daar (Psalm 139:8). “Weer” wordt geassocieerd met Sag, gerelateerd aan het Hebreeuwse woord voor “teruggaan” of “verwijderen”, zoals in het vers “Zet niet terug zetten of verwijder [Hebreeuws, “tasag”] de baken die uw vaderen gemaakt hebben” (Spreuken 22:8); besef dat zelfs na een spirituele val, iemand bereid moet zijn terug te komen op het juiste spoor komen van de heilige dienst aan G’D. (Likoeté Moharan 6:7)

 

Op deze twee bovengenoemde Namen wordt gezinspeeld in de naam van de maand “Elloel” [gespeld alef, lamed, vav, lamed]: de [eerste] twee letters, alef, lamed zijn gerelateerd aan de drie joeds en één alef van de Naam Sag, zoals bekend is.  Het is van deze letters dat de Naam E-L emaneert, zoals wordt genoemd in de Zohar, parashat Pinchas.  

 

De [laatste] twee letters, vav, lamed, zijn gerelateerd aan de E-L die emaneert van de drie joeds en één alef van de Naam kasa. De drie joeds [van deze Naam] relateert aan de [laatste] lamed [van het woord “Elloel”], en de alef [van Kasa] is vervangen door de letter vav, omdat deze alef is verborgen in deze letter vav [van de meditatie] als zodanig: vav, alef, vav.

 

 Joed = 10, dus drie joeds evenaren 30, de numerieke waarde van de letter lamed.

 

Het is om die reden dat deze maand “Elloel” wordt genoemd, omdat de hele maand iemand moet mediteren op deze twee G’ddelijke Namen. Gezien dat deze twee Namen (Sag, 63 en Kasa,161) als uitkomst geven de numerieke waarde van het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” [“derech” = 224], wat de diepe esoterische betekenis is van het vers “…..Wie voorziet een weg door de zee en een pad door machtige wateren” (Jesaja 43:16), want het Hebreeuwse woord voor “door de zee” [b’yam = 52] is gerelateerd aan de Naam Ban [Havayah letter voor letter gespeld is gelijk aan 52]. En [ de mystieke betekenisvolle van het vers in Jesaja is dat] de twee bovengenoemde Namen [Sag en Kasa], die gelijk zijn aan het Hebreeuwse woord voor “pad/weg” in de Naam Ban straalt, welke gelijk is aan het Hebreeuwse woord voor “weg door de zee”.

 

 Hier zijn we getuige van het fenomeen van hemelse bewustzijn, gerepresenteerd door de Namen Sag en  Kasa, beide gewoonlijk geassocieerd met de Sefira van Bina en de Partzoef van Imma, reikend naar de lagere sferen, met andere woorden, Malchoet, gerepresenteerd door de Naam Ban.

En het is deze weg die zich open stelt voor de hele maand Elloel.    

 

 

 

Geef een reactie