PARASHAT WAJISHLÁCH

Zohar pagina 165b:

wajishlách ja’akov mal’achiem levánáv el- ésav achiev arsta se’ier sedé èdom,”

“Ja’akov zond engelen voor zich uit naar zijn broer Esav, naar de rode velden van het land Se’ier.” (Genesis. 32:4)

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met vers: “Want voor u geeft Hij Zijn engelen opdracht over u te waken op al uw wegen.” (Psalm. 91:11)
Dit vers is door de mede geleerden verklaard met de betekenis dat, wanneer een persoon in deze wereld komt, de jetzer hara al op hem wacht.

“Kwade Inclinatie” is de meest kenmerkende vertaling van “jetzer hara.” De stam van het woord “jetzer” is “veroorzaken, teweegbrengen “en refereert aan hoe iemands instinctieve dierlijke driften op bepaalde tijden vragen om aan zijn”behoeften” te voldoen.
De jetzer hara is voortdurend bezig een persoon te strikken om kwaad te doen en als aanklager te dienen in de spirituele wereld. Dit is de betekenis van het vers: “De zonde [Hebreeuws, chatat] ligt voor de deur op de loer, klaar om aan te vallen.” (Genesis. 4:7)
Wat is het, wat loert, wat wacht, om zich te storten op een persoon die het lichaam van zijn moeder verlaat en in deze wereld komt?

Het is de Jetzer Hara, Koning David verwijst eveneens naar de Jetzer Hara als “Chatat”, als hij zegt: “En mijn zonde [Hebreeuws, chatati] me steeds voor de geest staat”. (Psalm. 51,5)
De Jetzer Hara staat voortdurend klaar, elke dag, om een persoon ertoe te brengen verkeerde dingen te doen in de ogen van G’d en verlaat hem niet vanaf het moment dat hij geboren is.

Daarentegen komt de Jetzer Tov [Goede Inclinatie] in een mannelijk persoon, wanneer hij de leeftijd van dertien jaar heeft bereikt, bij meisjes bij twaalf, welke de leeftijd is die een persoon in staat stelt zichzelf te purifiëren en te verbinden met zijn spirituele wortels bij het uitvoeren van mitzwot.

Op die leeftijd, wanneer een persoon verplicht is om mitzwot te doen, komt de Jetzer Hara om hem te assisteren en de twee inclinaties fuseren met de persoon, de Jetzer Tov aan zijn rechterzijde en de Jetzer Hara aan zijn linkerzijde. Deze twee inclinaties zijn eigenlijk in feite engelen, puur spirituele krachten, die belast zijn met de bescherming van de persoon voor alles dat hem zou kunnen schaden. Nooit en te nimmer verlaten zij een persoon.
Wanneer hij besluit om zichzelf te purifiëren en terugkeert naar zijn spirituele wortels [teshoewa], zwicht de Jetzer Hara voor de Jetzer Tov, en de goede inclinatie heerst over de kwade. Beide verenigen zich in een wederzijdse overeenkomst om de persoon op de weg die hij gaat te behoeden om slecht te doen.

Daarom zegt het vers: “Hij geeft opdracht aan Zijn engelen, bij jou, om op je te passen en zich om je te bekommeren, waar je ook gaat. De engelen verwijzen naar de twee inclinaties en wanneer een persoon besluit om zijn goede inclinatie sterker te laten zijn dan zijn kwade inclinatie, zegt de kwade inclinatie, zelfs tegen zijn wil in: “Amen”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEETSÉE

En hij vertrok (Genesis 28:10 – 32:3)

Het symbool in de droom van de ladder, beschrijft dat er een directe verbinding is, tussen wat gebeurt in de hemel en wat er gebeurt hier in deze wereld. Het geeft aan dat de Heilige Tempel het centrum van het universum is, en geeft weer zijn constructie, verwoesting, en eventuele herbouw in een meer perfecte wereld. En er is een directe aanwijzing dat dit alles de taak is van het Joodse Volk en dat het Joodse Volk zal bestaan uit twaalf stammen.

Midrash Bereeshiet Rabba 68,11, op Genesis 28,11: “wajikach méawnée hamakom” “Hij nam de aanwezige stenen van de plaats” becommentarieert dat Ja’akov een test deed. Hij nam 12 stenen en zei tot zichzelf,aangezien noch Avraham noch Jitschak de twaalf stammen hebben gevestigd, als nu deze twaalf stenen samensmelten, betekent dit dat ik, Ja’akov, degene ben. Toen hij ontwaakte zag hij dat de stenen versmolten waren. De Thora schrijft 28:18: “Morgens vroeg nam hij DE STEEN die hij als hoofdkussen had gebruikt, richtte die op als gedenksteen en goot er olie overheen.

Hierdoor was hij ervan overtuigd dat hij de stichter van de Joodse Natie zou worden.

Nachmanides [ Rabbi Mosje ben Nachman ] beschrijft de betekenis van de droom volgens Rabbi Eliezer als volgt: Dit visioen is gelijk aan het visioen van Avraham bij de ervaring van het Beriet been Habetariem [Verbond tussen de stukken] Genesis 15,10-18, waar G’D aan Avraham de vier koninkrijken toonden welke zouden heersen over Israël in verbanning.
De opkomst en verval van deze koninkrijken is te vergelijken met het opgaan en neerdalen van de engelen op de ladder. ( zie ook Daniël 10,20 )
G’D beloofde dat Hij met Ja’akov ( het Joodse Volk ) zou zijn in hun tijdelijk verblijf en hen zou beschermen en redden van deze koninkrijken. G’D toonde Ja’akov de opkomst van deze vier koninkrijken en daarna hun verval.
Evenzo toonde Hij hem dat de engel die Babylon representeerde zal stijgen tot aan de zeventigste sport op de ladder om vervolgens weer neerwaarts te keren, ( zeventig jaar verbanning ) , terwijl de engel representerend het koninkrijk van Meden honderd en tachtig treden zou stijgen om vervolgens weer neerwaarts te keren.Toen de engel, die Edom representeerde, alleen opstijgend getoond werd en niet neerdalend, vroeg Ja’akov aan G’D hem in het graf te storten.
G’D reageerde dat zelfs als Edom hemelhoog zou stijgen, Hij hem persoonlijk zou neerhalen ( Ovadiah 1,4 ).

De toekomstige Tempel is hier aan Ja’ákov aangeduid als “….Beet Elokiem wezé sha’ar hashamajiem” “Hoe geweldig is deze plaats, dat kan niet anders dan een huis van G’D zijn en hier is de poort van de hemel.” (Genesis 28,17) Dit in aanmerking genomen kunnen wij begrijpen dat de Midrash zegt dat Ja’akov zag dat de Tempel werd gebouwd, verwoest en herbouwd. De interval tussen de verwoesting van de eerste Tempel en de herbouw van de derde Tempel wordt beschouwd als één ononderbroken periode van destructie, met als doel Israël aan te moedigen om zich te ontdoen van zonde doormiddel van inkeer.
Na het zien van de ladder in zijn droom, begreep Ja’akov een aantal dingen zeer goed; o.a. de betekenis van de vier verbanningen en de uiteindelijke verlossing. Daarom zei hij: “acheen jeesh Hashem bamakom hazè…” “Inderdaad, de Eeuwige is op deze plaats aanwezig en ik wist het niet.” (Genesis 28,16) Hij realiseerde zich dat “op deze plaats” uiteindelijk leidt naar De Derde Tempel en “Ik ben onder hen”.
Deze bewustwording was het gevolg van “wajishkach bamakom hazè” “En legde zich op die plaats te rusten.”
Deze toekomstige periode wordt door de profeten omschreven als: “Op die dag is de Eeuwige EEN en Zijn Naam is EEN” [ Zacharia. 14,9 ].

SHABBAT SHALOM.

PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

Rabbi Shimon bar jochai

Zohar, P 134b

“En dit zijn de generaties van Jitschak.” (Genesis. 25:19)

Rabbi Chiya opent zijn verhandeling met het vers “Wie kan door woorden de machtige handelingen beschrijven; wie kan al zijn uitspraken verklaren?” (Psalm 106:2).
Kom en Zie. Toen voor de Heilige, geprezen zij Hij, het verlangen opkwam om de wereld te scheppen keek Hij in de Thora en creëerde het van daaruit.

Dit betekent dat Hij keek naar de 22 letters en 10 klinkers die de 10 gezegden vormden door welke Hij de wereld schiep, en alle generaties van levens zag binnen de “blauwdruk” van de Thora.

Hij keek in de Thora en creëerde daaruit ieder en elk afzonderlijk.

Deze 22 letters en 10 klinkers werden de 32 paden waaruit Wijsheid (chochma) neerwaarts vloeide om de wereld te creëren door de 32 keer dat de naam Elo-hiem optreedt ten opzichte van de Schepping.

Zoals is geschreven: “Toen was ik als een klein kind [in het Hebreeuws, amoen] met Hem, en ik was Zijn vreugde, elke dag opnieuw.” (Spreuken. 8:30) Lees niet “amoen” (een klein kind); maar lees “oman” [wat een “handwerksman” betekent, exact de zelfde spelling].

Op het moment, voordat Hij de mens creëerde, zei de Thora: “Als U de mens creëert, die vervolgens zal gaan zondigen, aangezien hij zal eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, dan zal U over hem minachtend gaan oordelen, waarom creëert U dan überhaupt, het leidt toch tot niets?”

De Heilige, geprezen zij Hij antwoordde; “Voordat ik de wereld creëerde, creëerde Ik berouw.” Bovendien, op het tijdstip dat Hij de mens creëerde zei G’D: “Universum, O universum! Jij en je structuurlijke orde existeerde alleen bij de gratie van de Thora [sinds ook jij bent gecreëerd door haar letters]; Ik heb de mens gecreëerd om binnen jouw structuurlijke orde te leven, zodat hij zich bezig kan houden met leren. Als hij dat niet doet, breng Ik jou terug tot de staat van chaos en vormeloosheid.” Om die reden is alles geschapen ten behoeve van de mensheid, welke wordt bevestigd door het vers; ” Ik heb de aarde geschapen, en Ik heb daarop de mens gecreëerd.” (Jesaja 45:12) En elke dag roept de Thora de mensheid op met de verordening, om zich in haar te verdiepen [studeren], niemand neigt hun oor om te luisteren.

Probeer dit gegeven te vatten, al wie streeft naar het leren van Thora, draagt bij aan de continuerende existentie van het universum, en stelt zowel het micri als het macro in staat om op een gepaste wijze zijn functies uit te voeren.
Bovendien is er een directe samenhang tussen elk van de 248 ledematen van de mens en de verschillende creaturen in de wereld. Juist zoals elk persoon een organisch geheel is, verdeeld in verschillende ledematen, zo ook is de wereld een organisch geheel, verdeeld in verschillende entiteiten. Wanneer de wereld is gerectificeerd, functioneert het als één eenheid.

Vanuit dit gegeven zien we dat de levensenergie die voortkomt uit de mens die Thora leert, welke bestaat uit 22 letters en 10 klinkers, G’ddelijke overvloed teweeg brengt, [als een infuus voor de Schepping]. Goede articulatie van de letters en klinkers brengt teweeg dat deze letters bewegen en schitteren in de spirituele werelden, en dat zij op hun beurt G’ddelijke energie vrijgeven om de wereld te voorzien van spiritueel begrip en levendigheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHAYEE SARA

De leeftijd van Sara   Genesis. 23:1 – 25:18

 De spelonk en de letter

De spelonk Machpala in Hebron  is een integraal deel van de eenwording van G’D’s Naam.

Likoeté Sichot, vol. 1, p. 34-36, vol. 20, p. 91-99

“Verleen mij de spelonk Machpala………laat hij mij die geven voor de volle pond, als een eigen begraafplaats, als bezit, in uw midden.” (Genesis, 23:9)

In Kabbala refereert het woord “Machpala” aan de letter die twee keer voorkomt in G’D’s Naam. (Zohar I, 129a) De relatie tussen G’D’s Naam, de bron van leven en de begraafplaats van onze Patriarchen en Matriarchen is als volgt: De reden dat de ziel in het lichaam wordt gezonden is om zijn unieke taak te volbrengen om G’ddelijk bewustzijn in deze wereld te verspreiden. Wanneer het zijn taak heeft beëindigd, keert het terug naar “huis”, naar zijn oorsprong in G’D. Deze terugkeer gebeurt stap voor stap telkens wanneer we onze verhouding met G’D vernieuwen, waarbij in de tussen gelegen tijd een toenemende bewustwording van G’D wordt vergaard.De beweegreden om onze verhouding met G’D te vernieuwen hangt af van ons verlangen om onze status te herstellen met Hem na een val of een periode van vervreemding of hangt af van een verlangen om onze verhouding met Hem te intensifiëren.

In het eerste type van terugkeer, is de heroriëntering op ons gedrag (aangeduid door de tweede, of “lagere” van G’D’s Naam) met onze emotionele betrokkenheid (aangeduid door de letter vav) en wordt daarom de “lagere” terugkeer genoemd. In het tweede type van terugkeer, is de heroriëntering op onze mentaliteit (aangeduid door de eerste, of “hogere”, ) met onze pure G’ddelijke inspiratie en inzicht (aangeduid door de letter joed); het wordt daarom de “hogere” terugkeer genoemd.

[Noteer dat: In het Hebreeuws deze aanduiding in werkelijkheid is dat het woord voor “terugkeer” (“teshoeva”) kan worden gelezen als “keer terug (in het Hebreeuws, ‘tashoev’ de hé.”] Dus het proces van terugkeren, die de hoeksteen vormt van onze verhouding met G’D gedurende ons leven, wordt aangeduid door de twee letters  in G’D Naam.  De twee letters worden aangeduid door het woord “Machpala” (hé Machpala, letterlijke betekenis, “dubbele hé”).

De definitieve terugkeer gebeurt niet, zoals we zeiden, voordat de ziel zijn taak in deze wereld heeft beëindigd en het lichaam heeft verlaten. Dus de begraafplaats van Machpala geeft aan de voltooiing van het proces van terugkeer. Dit is de verbinding tussen de twee letters van G’D’s Naam en de begraafplaats van onze Patriarchen en Matriarchen.

VOOR DE VOLLE WAARDE

Ondanks de herhaalde pogingen van de zonen van Cheth en Efron om Avraham het land dathij benodigde gratis te geven, stond Avraham er op om er voor te betalen. Sterker nog, hij weigerde zelfs een gereduceerde prijs, maar drong aan op een betaling van de volle waarde. Dit, ondanks het feit dat hij een legale claim had op het gehele land zelfs zonder een overeenkomst met de inwoners.

We vinden een vergelijkbaar fenomeen, zoals Rashi benadrukt, in de discussie tussen David en Aravna. (Zie Samuel, 24:1, Kronieken, 21:24.) Aravna was koning van de Jebusiten en heerser van Jeruzalem. Toen David Jeruzalem veroverde, bekeerde Aravna zich tot het Jodendom. David werd getoond door een engel dat Aravna’s graanschuur de verheven plek was waarop de Heilige Tempel moest gebouwd worden. Toen Aravna dit hoorde, was hij graag bereid zijn graanschuur te schenken aan David. Ondanks het feit dat het stond op veroverd land en met de toestemming van de eigenaar, stond David er op om Aravna de volle waarde van de graanschuur te betalen.  

In de Midrash wordt  bevestigd (Bereshiet Rabba, 79:7) dat er drie plaatsen zijn in het Land van Israël waar onbetwistbaar het eigendomsrechtvanhet Joodse Volk is gevestigd: de Spelonk van Machpala in Hebron, de Tempelberg in Jeruzalem en Josefs graftombe in Shechem, in volle waarde, zonder enige schijn van meningsverschil.

Waarom stond Abraham er op om voor de spelonk te betalen, in plaats van het te ontvangen als een gift? Door dit geval te vergelijken met de aankoop van David, zinspeelt Rashi op het antwoord. David zei tot Aravna dat hij het land weigert te accepteren als een gift “want ik wil niets nemen dat wat van jou is om G’D,offers te brengen op land wat gratis is verkregen.” Wanneer iemand een gift accepteert, blijft er altijd iets van een verbinding bestaan tussen de gever en de ontvanger. Zowel Abraham als David wilde elke verbinding tussen het land en de vorige eigenaren verbreken, zodat de heiligheid van deze unieke plaatsen puur en onbevlekt zouden blijven.

Voorts, het huwelijk van Izaäk en Rebecca, is een voorloper op de openbaring van de Thora, alsde algemene openbaring van G’D in de wereld, terwijl de openbaring van G’D in de Tempel en door de Profeten bijzonderheden en details waren van deze algemene openbaring. Eliézers gebed voor het potentiele huwelijkspaar was daarom sneller beantwoord dan de twee andere gebeden.

[In Kabbala is het huwelijk van Izaäk en Rebecca een expressie van de eenwording van twee van de vier manieren van het letter voorletter spellen van G’D’s Naam. Izaäk wordt geïdentificeerd als de Naam van G’D en letter voor letter gespeld is zijn numerieke waarde 45 is en Rebecca wordt geïdentificeerd als de Naam van G’D en letter voor letter gespeld is de numerieke waarde 52 is. Zoals wordt verklaard in Kabbala is de eenwording van deze twee varianten op G’D’s Naam de essentie van onze studie van de Thora en het uitvoeren van de Mitzwot.) 

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJERÁ

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I, p. 72a

Avraham ging ’s morgens vroeg naar de plaats” (Genesis. 19:27)

Kom en zie, vanuit dit vers grondvestte Avraham het ochtendgebed welke correspondeert met chesed, de eigenschap die Avraham verpersoonlijkt en hij maakte zijn Meester bekend in de wereld. Vanuit zijn liefde voor G’D, die voortkomt uit de eigenschap van chesed in de ziel, stond Avraham bereidwillig vroeg in de  morgen op om te bidden. Op die wijze rectificeerde hij op dat tijdstip de eigenschap van chesed  op de juiste manier. Jitzchak vestigde  het middaggebed zoals het vers zegt, “Jitzchak ging uit om in het veld te bidden vlak voor de avond” (Genesis. 24:63 wat correspondeert met de eigenschap van gevoera. Met andere woorden, Jitzchak maakte aan de wereld bekend dat er recht is en dat er een Rechter is, die vergeeft en kwijtscheldt maar ook oordeelt in deze wereld. Jacob vestigde het avondgebed, zoals het vers zegt, “Hij bad op de plaats waar hij wilde overnachten, omdat de zon was ondergegaan”. (De Geleerden Berachot 26b, verklaren dat het woord, vayifga ויפגע  raken, geraakte, ook, “hij bad” betekent).

SHABBAT SHALOM  

PARASHAT LECH LECHA

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I, 77b

De Eeuwige zei tot Abram, “Voor je eigen welzijn [in het Hebreeuws, ‘lech lecha’, de naam van het Thoragedeelte van deze week] ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader…..(Genesis. 12:1)

De woorden “Lech Lecha” betekenen letterlijk vertaalt “Ga naar jou”.

Rabbi Elazar zei: “Lech Lecha” betekent “voor je eigen bestwil, ga weg van hier en verbeter je ziel en verhoog je [spiritueel] niveau.”

G’D instrueerde Abram zijn huidige spirituele koers te verlaten door zich te engageren met mitswot en goede daden en deze ten uitvoer te brengen in het land Israël. Daar zou hij slagen in spirituele hoogten die voorheen onbereikbaar schenen.

“Het is niet passend voor jou om langer hier te zijn, te midden van deze negatieve mensen.”

Alhoewel zij Abram niet konden beïnvloeden om hen te volgen, zei G’D tot hem, dat het kwaad wat hem omringde zijn ziel besmette.

[Zohar I, 77b]

Een alternatieve vertaling van de woorden lech lecha “Ga naar je zelf”:

[Een andere interpretatie:} “Ga….zodat je je zelf leert kennen.”

G’D maakte hem duidelijk, “Begrijp de oorsprong van je ziel, zodat je zelf perfectioneert door de oorsprong van je ziel in deze wereld te openbaren.”

Ergens anders verklaart de Zohar dat elke rechtvaardige (Tsadiek) in Deze Wereld twee zielen heeft; één in Deze Wereld en één boven in de Hogere Werelden. Deze zijn in wezen verschillende niveaus van de ziel, het hoofdgedeelte van de ziel blijft boven, in de Hogere Werelden en de meer uitstralende weerspiegeling daarvan is gehuld in het fysieke lichaam van Deze Wereld.

G’D roept dus vele tsadikiem tweemaal bij hun naam, “Abraham, Abraham”, “Jacob, Jacob”, “Mozes, Mozes”, “Shmuel, Shmuel”, etc. om zo de ziel van boven  neerwaarts te laten komen in de uitstralende ziel beneden. Vanuit dit oogpunt werd Abraham geïnitieerd tot een reis om de oorsprong van zijn ziel zoals die boven is, te openbaren beneden in Deze Wereld.

[Zohar I, 78b]

Ga weg uit je land, van je geboortegrond en uit het huis van je vader.” Waarom deze herhaling?

Was het niet genoeg om te zeggen, “Ga weg uit je land?” G’D sprak echter tot Abrams ziel boven, prior voor zijn neerkomen in het lichaam.

“Ga weg uit je [hemelse] woonplaats, het huis van je Vader [ in De Hemel, naar het fysieke lichaam beneden in Deze Wereld], en van [de schatkamer van de zielen boven, welke ‘Goef’ [‘lichaam’] genoemd wordt.

Dit mag in alternatieve zin worden geïnterpreteerd als een verwijzing naar het spirituele “lichaam” wat reeds eerder werd aangehaald in de Zohar.

[Zohar Chadash, Acharei 46d]

Het Hoofd van de Academie begon zijn verhandeling met het citeren van het vers “ G’D zei tot Abram, ‘Voor je eigen welzijn, ga weg uit je land….’” Want op deze wijze zou het licht hem verhelderen.

M.a.w., G’D maakte hem duidelijk dat hij zijn land en zijn geboorteplaats moest verlaten, omdat hij niet in staat was om daar licht te kunnen ontvangen.

Iemand die er niet in slaagt om in of op een bepaalde plaats iets te bereiken, moet vandaar optrekken en naar een andere plaats gaan waar hij meer succes van slagen heeft.

De geleerden van de Talmoed verklaren eveneens dat het veranderen van plaats een verandering van geluk brengt. (Rosh HaShana 16b; Bava Metzia 75b)

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NOACH

RABBI JITZCHAK LURIA

De geschriften van de Ari

Toen Noach, na de vloed, uit de ark kwam dicteerde G’D aan hem de zeven Noachidische geboden. Inhoudend, het verbod om het vlees van een levend dier af te stropen, wat het algemeen onnodig pijnlijden van dieren aangeeft. Ten aanzien van het doden van dieren wordt in de Zohar, 11:68b aangehaald, dat geen enkel creatuur doelloos is geschapen.

Het is [daarom] verboden om dieren doelloos te doden.

De wijzen verklaren: “Alles wat de Eeuwige, geprezen zij Hij, creëert, creëert Hij alleen voor Zijn eer, zoals staat geschreven, Alles wat genoemd wordt in Mijn naam en voor Mijn eer, creëerde Ik, Ik vormde het, Ik maakte het Zelf.” (Avot 6:11; Jesaja 43:7)

We zullen nu zien hoe de Arizal deze verklaring uiterst persoonlijk concludeerde, en ten opzichte hiervan dat zich gedroeg met uiterste piëteit.

Mijn leraar [de Arizal] was uiterst voorzichtig om geen enkel insect te doden, zelfs niet de kleinste en de onaanzienlijkste zoals, vlooien, luizen en dergelijke, zelfs niet als zij hem beten.

We weten wat de Wijzen zeggen, commentariërend op het vers, “Zijn vijanden zullen ook vrede sluiten met hem” (Spreuken 16:7), sommigen zeggen dat dit verwijst naar de hond, anderen zeggen dat dit verwijst naar de slang, en nog anderen zeggen dat dit refereert aan de vlo. Jeruzalem Talmoed, Teroema)

Deze gedachte is het antwoord van Rabbi Elazar aan Rabbi Chizkiya opgenomen in de Zohar ( II:68), waar de mythische betekenis van het vers “Zal de slang bijten zonder gefluister (Prediker 10:11) wordt verklaard.  

Rabbi Elazar en Rabbi Chizkiya wandelden samen en passeerden een slang. Rabbi Chizkiya was van plan de slang te doden, maar Rabbi Elazar zei hem dit niet te doen. Toen Rabbi Chizkiya protesteerde, met het argument dat het een gevaarlijk dier was, citeerde Rabbi Elazar het bovenstaande vers, en interpreteerde het met de betekenis, dat een slang alleen iemand bijt als G’D hem influistert dit te doen.
G’D creëerde slangen om bepaalde mensen te doden om daardoor hen te verhinderen en te weerhouden dat zij kwaad doen. Om zeker te zijn dat wij schepsels niet onnodig doden. Maar zich onthouden van het doden van dieren die een dreigende houding aannemen t.a.v. menselijk leven ( of gevaarlijke ziekten kunnen overbrengen) is strijdig met de Joodse wetgeving en het is te betwijfelen of enig Thora autoriteit dit zou toestaan. Inderdaad is het toegestaan gevaarlijke slangen te doden op Shabbat, wanneer dat normaal gesproken is verboden.

We mogen aannemen dat de Arizal zich geen zorgen hoefde te maken om het in leven of niet in leven te laten van slangen, omdat hij niet bang hoefde te zijn te worden gebeten om hem beletten te zondigen.
Anderzijds zien we dat hij werd gebeten door insecten en ongedierte. De vraag is hoe de Arizal zich kon onthouden van het doden van slangen en dergelijke en hen toestond een gevaar te zijn voor anderen. Misschien bedoelde de Arizal alleen dat we geen slangen moeten doden in hun natuurlijk wilde leefomstandigheden, maar alleen als zij dicht bevolkte menselijke gebieden in gevaar brengen (of als het mogelijk is hen terug te plaatsen in hun natuurlijke omgeving).

Maar dit alles is enkel gissing. Het kan net zo goed mogelijk zijn dat de Arizal het voorkomen van het doden van creaturen in zijn geheel bepleit, zelfs ten koste van een menselijk leven.

SHABBAT SHALOM

SJEMINIE ATSERET – SIMCHAT THORA, PARASHOT HABERACHA / BERESHIET

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomt  van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. Nou, om dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest, antwoordde de eenvoudige man. Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn en als Joden delen we de verbintenis  met de essentie van de Thora, een verbintenis die ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstel met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

CHAG SEMÉACH, GOED JOM TOV

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA 
Op de feestdag van Sheminie Atseret – Simchat Thora (donderdag 16 en vrijdag 7 oktober), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (donderdag 16 oktober) in Israël, lezen we het laatste gedeelte van de ThoraWeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, als het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 28 september is.

PARASHAT WEZOT HABERACHA        En dit is de zegen

Deuteronomium. 33:1 – 34:12

Rabbi Shimon bar Jochai.

Het verwelkomen van gasten in de Soeka.

Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, refererend aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezicht uitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

PARASHAT BEREESHIET

In het begin

Genesis. 1:1 – 6:8

Rabbi Jitzchak Luria

Zichtbaar vanuit het niet Zichtbare

Etz Chaim, geschriften van de Ari, Sha’ar Rishon, Droesh Igoeliem V’Yosher, Anat Beth.

Weet dat vóór enig uitvloeisel was voortgekomen of enig geschapene werd gecreëerd, was er een enkel [compleet en perfect], hemels [verheven, transcendentaal] Licht dat de hele existentie vulde. Er was geen lege “plaats”, of lege ruimte. De hele realiteit was gevuld met OR EIN SOF [Licht Zonder Einde, of eenvoudig, Oneindig Licht]. Er was geen categorie van “begin” en geen categorie van “eind”. Alles was één, verenigd, simpel, ongedifferentieerd, alomtegenwoordig en homogeen Oneindig Licht, “Or Ein Sof” genoemd.

Wanneer het oprees in Zijn Wil om werelden en uitvloeisels te laten voortkomen, om tot licht te brengen, met andere woorden, de perfectie van Zijn handelingen, Zijn Namen en Zijn eigenschappen kenbaar te maken, wat het eigenlijke doel van her Scheppen van alle universums is, trok en beperkte Hij Zijn Oneindige Essentie weg van het middelpunt van Zijn, dat is van het absolute middelpunt van Zijn Licht [om een “plaats” te creëren waarbinnen een systeem van differentiële dimensies of werelden kunnen voortkomen en tot stand kunnen worden gebracht]. Aangezien oneindigheid uiteraard geen middelpunt heeft, wordt dit alleen gezegd vanuit het gezichtspunt van de “ruimte” die op het punt staat te worden gecreëerd. Hij beperkte dus dat Licht, distantieerde het naar het uiterste, rond dit middelpunt, achterlatend een vrije ruimte hol en leeg…

En Ziedaar, na deze beperking, die resulteerde in de schepping van een “vrijgekomen ruimte” een holle leegte in het midden van het Oneindige licht van Ein Sof, was er een “plaats” voor alles wat voort kan worden gebracht, [Atziloet] creëerde [Beriya], vormde [Yetzira], en completeerde [Asiya]. Hij trok voort een enkele rechte Straal van Zijn Oneindig Omgevend Licht [en verlengde het neerwaarts] in de vrijgekomen ruimte. Deze Straal daalde in fases neer in de vrijgekomen ruimte. Het hoogste uiteinde van deze Straal raakte en kwam voort van het Oneindige licht van de Ein Sof [ dat de Ruimte omgaf] en strekte zich neerwaarts [in de vrijgekomen ruimte richting middelpunt] maar niet helemaal tot de bodem [zodat het niet het ineen storten van de vrijgekomen ruimte veroorzaakt, met als gevolg dat het zich opnieuw verenigt met G’D’s Oneindig licht]. Het was door deze Straal [dienend als een kanaal] dat het Licht van de Ein Sof neerwaarts werd getrokken en beneden werd uitgespreid. In deze vrijgekomen ruimte, emaneerde, creëerde en vormde en completeerde Hij vervolgens alle werelden. Door deze Straal, welke diende als een beperkt kanaal, spreidde het uitvloeiende Hemelse Licht van de Ein Sof voort en vloeide neerwaarts in de universums die waren gevestigd binnen die Lege Ruimte.

SHABBAT SHALOM

SOEKOT- LOOFHUTTENFEEST, SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

GOED JOM TOV SHABBAT SHALOM

DE TIEN DAGEN VAN INKEER EN JOM KIPPOER

Door oprecht gebed kan onze spirituele identiteit volledig worden veranderd.

Jom Kippoer, één van de meest heilige dagen van het Joodse volk, complementeert de “Tien dagen van Inkeer” die beginnen op Rosh Hashana. Het vers dat de Rabbijnen gebruiken om deze dagen te beschrijven is “Zoek naar G’D zo lang Hij gevonden kan worden, roep Hem wanneer Hij nabij is”(Jesaja 55:6), geciteerd in Tractaat Rosh Hashana 18a. Zij verklaren dat G’D dicht bij elke Jood is tijdens deze dagen. Deze kennis en ingeboren gevoel helpen ieder persoon een grotere inspanning te verwezenlijken om nog dichter bij G’D te komen. Gedurende elke van de Tien Dagen groeit deze energie tot het zijn hoogte punt bereikt op Jom Kippoer en brengt ons naar het niveau van “aangezicht tot aangezicht” met G’D, een niveau van verbinding die het hele jaar aanhoudt. Dit verheven niveau is verwant aan het niveau dat Mozes bereikte op de Berg Sinaï, toen hij de tweede stel stenen tafelen van het verbond ontving.

Het was de gewoonte van de Ari, de grote kabbalist van Safed, om elk van de dagen Psalm 130 toe te voegen aan de liturgie voor het Shema en zijn zegeningen in de ochtenddienst. Deze Psalm begint met de woorden, “ Een opstijgend lied, Uit de diepten roep ik U, G’D, mijn Meester, luister naar mijn stem, mogen Uw oren aandacht hebben voor mijn smekende roep.” De eenvoudige betekenis van dit vers is dat een persoon G’D aanroept vanuit de diepten van zijn pijn en conflict. Echter de innerlijke dimensie van het vers verlangt van ons meer: “Vanuit de diepten” refereert aan het niveau van bewustzijn dat haalbaar is voor elke Jood, door onze concentratie en inspanning roepen we G’D aan vanuit ons innerlijke zijn, de diepten van onze ziel.

Rabbi Shneur Zalman van Liadi verklaart dat het woord voor “diepten”, “ma’oekiem”, letterlijk, “vanuit de diepten” moet zijn. De Psalmist gebruikt het woord “ma’amakiem”, letterlijk van diegene die diepte maken, implicerend daad, iemand die dieper graaft in zijn ziel, voorbij alle façaden, naar een plek van innerlijke oneindige waarheid. Als je verzekerd wilt zijn dat je roep zal worden gehoord, moet het van deze plek komen. De Tien Dagen van Inkeer geven ons de mogelijkheid om de diepste diepten van ons innerlijk te bereiken.

De Baal Shem Tov wordt geciteerd toen hem werd gevraagd, “Hoe kunnen we de vrijpostigheid bezitten om te denken dat als we bidden, G’D, de orde van de natuurlijke structuur van de Schepping zal veranderen om ons verzoek in te willigen?” Hij antwoordde dat elk persoon een stroom van zegeningen krijgt uit de hemel; iemands negatieve gedrag veroorzaakt dat deze zegeningen worden gereduceerd en zelfs worden geblokkeerd. Wanneer een persoon bidt vanuit het diepste van zijn ziel, diep gravend en zichzelf open stelt, verandert er iets in de persoon zelf, het verandert hem compleet. Het Hemelse Gerecht kan dan deze blokkaden verwijderen. Het besluit dat veroorzaakte dat zegeningen werden afgesneden is niet meer van toepassing omdat door gebed die persoon zich heeft getransformeerd in iemand anders.

Laat de Tien Dagen van Inkeer niet voorbij gaan zonder gebruik te maken van deze nabijheid tot G’D.

ALS JOM KIPPOER, GROTE VERZOENDAG, OP SHABBAT VALT

En dit zal voor jullie een eeuwige wet zijn : In de zevende maand, op de tiende van de maand, moet je vasten en geen enkel werk verrichten, noch de proseliet noch de vreemdeling. Want op die dag zal men verzoening voor jullie verkrijgen om jullie te louteren, van al jullie zonden zullen jullie tegenover de Eeuwige rein worden.
Het is een Shabbat van Shabbaton voor jullie, een dag waarop je vast en geen enkel werk verricht, een eeuwige wet. (Leviticus. 16:29-31)

We weten dat Shabbat een concept van de Thora is. Van deze twee verzen kunnen we zien, dat beide, Shabbat en Jom Kippoer “Shabbat van Shabbaton” worden genoemd, de ultieme expressie van Shabbat. Wanneer de twee samenkomen bereiken de gebundelde interessen ongekende hoogten.

De Talmoed verklaart, “Als heel Israël twee maal achtereenvolgens Shabbat zou houden, zouden zij onmiddellijk worden verlost.” (Shabbat 118b)
Het boek Noam Megadiem (parasha Emor), van Rabbi Eliezer Ish Horowitz, een discipel van Rabbi Elimelech van Lizhensk, geeft een fascinerende interpretatie weer van deze Talmoedpassage; dat de twee Shabbatten verwijzen naar de twee Shabbatten welke samenvallen. Dat kan alleen zijn als Jom Kippoer samenvalt op Shabbat. Dan is de directe mogelijkheid van onmiddellijke verlossing van ons volk voorhanden. Het enige wat we moeten doen is, ze in acht nemen, onszelf van ganser harte plaatsen in dienst van de dag, zonder te worden afgeleid.

In principe is in elke Jom Kippoer de mogelijkheid aanwezig van een snelle verlossing. De heilige Zohar (parashat Noach) verklaart, dat zelfs als het volk in een enkele synagoge volledig teshoewa zou doen, op Jom Kippoer, het Joodse Volk onmiddellijk zou worden verlost! Dit is des te meer dit jaar het geval, wanneer de twee ultieme Shabbatten samenvallen. Een unieke gelegenheid.

Moge de komst van Mashiach deze Jom Kippoer een realiteit zijn.

GOED JOM TOV EN SHABBAT SHALOM