PARASHAT BALÁK

Balak Numeri. 22:2 – 25:19

De geschriften van de Ari

En Moab werd heel bang voor het volk, omdat het zo talrijk was en Moab was vol afkeer [van de Israëlieten]. Numeri. 22:3)v

De esoterische uitleg is als volgt:

Er waren twee verschillende typen van [mensen waaruit] Israël [bestond in die generatie]. De eerste waren de Joden zelf die in die generatie leefde, de oorsprong van hun zielen waren vonken van Mozes [ziel], die op zijn beurt voort kwam uit Abel. (Dit werd uitgelegd in onze uiteenzetting over de generatie van de woestijn, in het vers, “En een nieuwe Koning heerste over Egypte.”)

Het tweede type [van mensen] was de Gemengde Menigte, die in de Schrift wordt aangehaald als “het volk”, zonder enig bepalend woord. (Zie Rashi op Exodus. 32:7: Likoetei Sichot, vol. 16, pp. 408 ff) Zij komen voort uit het kwade aspect van Cain.

Het is met betrekking tot hen dat wordt geschreven, En Moab werd heel bang van het volk , want zij waren talrijk.” Dit verwijst naar de Gemengde Menigte, die wordt beschreven als “talrijk”.

De letterlijke vertaling van de woorden die vertaald worden als “Gemengde Menigte” (in het Hebreeuws, “erev rav” is “een grote mengelmoes”. Daarom verwijst de frase “het volk, want zij zijn talrijk”, zeer duidelijk naar de Gemengde Menigte.

De beschrijving vervolgt met te zeggen dat “Moab vol afkeer was omdat de Israëlieten“, hetgeen refereert aan Joden zelf, die voort kwamen uit Abel.

De letterlijke vertaling van de woorden vertaald als “de Israëlieten” (benei Yiraël) is “de kinderen” of “nakomelingen” van Israël, met andere woorden, van Jacob; dit refereert alleen aan de nakomelingen van Jacob, in tegenstelling tot Mozes bekeerlingen.

Rabbeinoe Bachya

De Eeuwige had een gebeurtenis met Bilaam (Numeri. 23:4)

Later in (vers 16) vinden we dat Bilaam zelfs een visioen ervaart van Havayah, een hogere eigenschap dan [dat wat wordt gerepresenteerd door de naam] Elo-hiem. Dit gebeurde tengevolge van Bilaam’s visioen welke hem reeds had verheven naar een status waar hij profetische inspiraties kon ontvangen van de zelfde celestische bron als Mozes. Het was toen dat hij zich realiseerde dat het idee van vervloeking van Israël compleet absurd was, aangezien Israël onder de beschermende vleugels van de eigenschap van Barmhartigheid was.

Zolang als Bilaam werd “bezocht” door de eigenschap van Recht, durfde hij te hopen dat hij ergens een zwakke plek zou vinden in Israëls spirituele uitrusting om hen te vervloeken zodat de eigenschap van Recht bereidwillig zou zijn om zich op het volk te storten. Zodra G’D hem benaderde in Zijn hoedanigheid als Havayah, realiseerde Bilaam zich dat zijn hoop tevergeefs was.

De grote “spirituele bevordering” welke Bilaam ondervond toen hij werd benaderd door de eigenschap van Havayah duurde niet lang, aangezien het slechts omwille van het Joodse Volk was, en niet vanwege Bilaam’s eigen spirituele verdiensten.

G’D wilde niet dat de volkeren van de wereld zouden beweren dat als aan hen het niveau van de profeet Mozes zou worden verleend, zij zelf spiritueel verheven zouden worden gelijk aan het Joodse Volk. Door Bilaam vermogens en inzichten te geven, gelijk aan die van Mozes, demonstreerde G’D aan de volkeren van de wereld dat ondanks het ter beschikking hebben van een opmerkelijk begaafd persoon als Bilaam, hetgeen impact heeft op hun morele/ethische wijze van gedrag. Dit gaf evenzo het Joodse volk een argument ten gunste van hun bevoordeelde positie ten opzichte van G’D, toen zij konden wijzen op het feit dat de profeet en spiritueel leider van al deze volkeren de spirituele superioriteit toegaf van het Joodse volk weerspiegeld in zijn lofzangen tot hen.

Zodra Bilaam zijn lofzang op het Joodse volk had beëindigd, met andere woorden, hun morele superioriteit over de ander volkeren had bezongen, ontnam G’D hem deze geest van profetie. Hij keerde terug tot het vertrouwen in magie en dat is waarom hij eindigde door de dood van het zwaard in plaats van zichzelf te verzekeren van de dood der rechtvaardigen die hij voor zichzelf wenste.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHOEKAT

Op het juiste spoor blijven

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 283b

[En Hij deed meer goed voor hen, in de zin dat] drie heilige bloedverwanten te midden van hen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron, en Miriam. Het was hun verdienste dat G’D Israël geschenken gaf vanuit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de Bron van Miriam, die hen voedde en voorbereidde zowel fysiek als spiritueel en hen in staat stelde om de Thora te absorberen]. De Wolken van Glorie vertrokken niet zolang Aaron leefde. Dit is zoals is uiteengezet, omdat Aaron de rechter arm [representerend Chesed] van Israël was. Het wordt ook aangegeven door het vers “Toen de Kana’aniet, de koning van ‘Arad’, die in de Negev, het zuiderland, woonde, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, voerde hij oorlog met Israël.(Numeri.21:1)

 

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was overleden en dat de beschermende Wolken van Glorie waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem moesten komen, de eenvoudige Aramese vertaling van  “plaatsen”. Dit verwijst duidelijk naar het feit dat zij begonnen te dwalen omdat  zij de precieze begeleiding misten van de wolken.

 

Zij dwaalden zoals iemand zonder een voorarm, die zichzelf overal waar mogelijk moet ondersteunen [om vallen te voorkomen]. [Omdat zij doelloos waren], bevocht hij Israël en maakte onder hen gevangenen. Dit omdat zij werden achtergelaten zonder hun rechter arm [Aaron].

***********************************************************

Rabbi Jitzchak Luria

 

De Geschriften van de Arizal

De Thoralezing van deze week opent met de mitzwa van de rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”. De as van de rode koe werd gebruikt om iemand te zuiveren van de onreinheid van dood. “Dood” is een spirituele afname van de ene staat van G’ddelijk bewustzijn naar een lagere (of gebrek aan) G’ddelijk bewustzijn. Dus de mitzwa van de rode koe bevat in zich de esoterische verklaring van kwaad en de purificatie van bezoedeling van kwaad, dood, met andere woorden, verlies van G’ddelijk bewustzijn.

“De Eeuwige sprak tot Mozes en tot Aaron, ‘Dit is de choekat (G’ddelijk decreet) van de Thora, die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de kinderen van Israël op dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is.

Jullie moeten die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester El’azar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed ervan en spat met dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten.

Men verbrandt de koe voor zijn ogen; men moet de huid, het vlees en het bloed ervan samen met de mest ervan verbranden. (Numeri. 19:1-5)

Weet dat de vijf vormen van de sluitletters aangeven de vijf staten van Gevoera. Hun gecombineerde numerieke waarde is 280, en wanneer we 5 toevoegen voor de letterts zelf, hebben we [285, de numerieke waarde van] “rode koe”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet hebben verschillende vormen die zij aannemen aan het eind van een woord. Omdat deze sluitvormen een pauze te kennen geven in de stroom van het lezen, beduiden zij de vijf staten van strengheid (Gevoera), of beheersing. De vijf letters met hun numerieke waarden zijn:

 

Mem (40), noen (50), tzadik (90), (80), chaf (20). Rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”, pé, résh, hé = 80+200+5= 285. De rode koe moest rood zijn, omdat het is neergehaald van Bina.

Alternatief, [de extra hé, waarvan de numerieke waarde de vijf is, noodzakelijk om gelijk te zijn aan de numerieke waarde van “rode koe”, en aangevend dat de vijf staten van Gevoera] afdalen naar Bina, waaraan wordt gerefereerd door de eerste letter [van de Naam Havayah] of afdaalt naar Malchoet, waaraan wordt gerefereerd door de tweede letter [van de Naam Havayah] . Daarom wordt de rode koe “parah” genoemd, met andere woorden, de koe [“par”] van de hé.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KÓRACH

Korach

REBBEINOE BACHYA

HET EEUWIGE VERBOND

Het is een eeuwig  verbond met zout bekrachtigd bij de Eeuwige. (Numeri. 18:19)

De woorden “het is een eeuwig verbond” betekent dat het verbond, beschreven als een “zoutachtig verbond”,  een eeuwig verbond is. Juist zoals zout het vlees oneindig conserveert, zo duurt dit verbond ook oneindig.

Het hoofdbestanddeel van zout is water. Door de kracht van de zon welke erop schijnt, verandert het in zout. Met andere woorden, zout representeert een samensmelting van de elementen vuur en water. Evenzo is het verbond een combinatie van de eigenschappen Barmhartigheid (vuur) en Gerechtigheid (water).

Het aandeel van de Levieten is de tienden welke op zichzelf verwijzen is naar de tiende sefira. Daarom formuleert de Thora het met de woorden, “Aan de leden van de stam Levi heb Ik elk tiende in Israël als erfgoed gegeven…”  

In de Thora zul je aantreffen dat Jacob zijn zoon Levi beschouwde als de tiende onder zijn zonen. Jacob nam de gelofte om het tiende van alles wat G’D hem zou geven zó serieus, dat hij zelfs het tiende gaf van zijn kinderen.

Wanneer een herder een tiende deel  wens te geven van elke tiende van zijn kudde, zoals de Thora voorschrijft, leidt hij eerst alle schapen in een kooi en telt hen afzonderlijk, één voor één. De laatste die binnen komt, gaat er als eerste uit. Evenzo toen Jacob, een herder, zich ten doel stelde om van zijn kinderen een tiende te geven, bracht hij hen eerst binnen een omheining beginnend met zijn oudste zoon Reuben en eindigend met Benjamin, zijn jongste. Toen hij hen vervolgens telde, beginnend deze keer met Benjamin, werd Levi de tiende en daarom geheiligd.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij

Numeri.  13:1 – 15:41

Rabbi Shimon bar Jochai

Het Verheven Land Onderzoeken

Zohar, p. 159b

De interpretatie van de Thora valt onder vier categorieën bekend als “peshat” (eenvoudige betekenis), “remez” ( aanwijzingen), “drash” (applicatie en conclusie van nieuwe wetten en feiten vanuit de Thora), en “sod” (diepere betekenis, o.a. kabbala). (Zie Pardes) De Zohar handelt op consequente wijze over de inhoudelijk diepere betekenissen in de verzen. Een klassiek voorbeeld is de wijze waarop Rebbe Shimon het vers handelend over de werkwijze van de verkenners, trachtend het Land te verkennen (in het Hebreeuws, “latour“); ja, “latour” betekent rondreizen in het Hebreeuws en dat woord mag de spirituele oorsprong zijn voor “toer”en “toerist” en “route” in het Nederlands. Hij gebruikt deze verzen als een meditatief begrip, om in de nabijheid van de spirituele wereld te komen.

Rebbe Shimon zegt: Vanuit dit Thoragedeelte (over de verkenners) leer ik diepzinnige wijsheid en hoor daardoor nog meer waardevolle diepzinnige wijsheid.

Zelfs binnen het niveau van de mysteries van de Thora zijn er verschillende niveaus.  Verborgen wijsheid relaterend aan de diepere betekenis van het vers en waardevolle diepzinnige wijsheid relateert aan de wijze waarop de partzoefiem van sefirot op elkaar inwerken.

In deze uitleg, verklaart Rebbe Shimon Numeri 13:17-25. Onze vertaling eindigt bij vers 22. In het kort zegt het vers, “En toen Mozes hen wegzond om het Land Kana’an te verkennen zei hij tegen hen: “Trekken jullie van hieruit de Negev binnen en beklimmen jullie het gebergte. Dan kunnen jullie zien hoe het Land is en de mensen die er in verblijven en of het volk dat er in woont sterk is of zwak, of het weinig of veel in aantal is…..hoe het met de steden gesteld is waarin zij wonen…..of er hout in is of niet…..En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron, waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden. En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd dan Tsoan in Egypte”

Kom en Zie. De Heilige, Geprezen zij Hij, wordt geloofd in de Thora en zegt [tot Israël], “Ga in Mijn wegen en stel jezelf in Mijn dienst en Ik je zal naar hogere werelden van goedheid leiden. De mensen die niet vertrouwen [in G’D] weten het niet [Thora] en kijken niet [het onderzoeken], tot hen zegt de Heilige, Geprezen zij Hij [zoals in de instructies aan de verkenner wordt aangegeven], ‘Ga en verken die goede wereld, dat hogere begeerlijker Land’. En zij zeiden tegen Hem, ‘ Hoe kunnen wij mogelijkerwijs daar opgaan en dat alles ontdekken [wat in de Thora is].?”

De doorsnee persoon, die voor de eerste keer in contact komt met de Thora kan overweldigd worden door de gecompliceerdheid van de Geschreven en Mondelinge Leer. Eerst moet het principe van straf en beloning begrepen worden, zegt G’D. De Ramak verklaart dat het Land van Israël zelf “Kana’an” genoemd wordt, van het Hebreeuwse woord voor “onderwerpen”, “nichna‘, omdat de eerste stap tot het binnen gaan van de wereld van Thora is om iemands dierlijke ziel te onderwerpen aan de verlangens van G’D. Dit is de diepere betekenis van het “Land binnen gaan”. Daarna volgen een reeks van instructies hoe men zich moet gedragen binnen de grenzen van het Land.

Wat staat er geschreven? “ Ga op door de Negev. (Numeri. 13:17) Zich inspannen om leren Thora. Dan zal je zien. Zij staat voor je en door haar zal je begrijpen [de spirituele waarheden]

De Negev is het Zuiden van Israël waar Abraham, die de sefira van Chesed representeert, leefde. Strevend naar onderwerping van zichzelf aan G’D’s Wil, moet iemand moeite doen de eigenschap van Chesed te verwerven, die hem in staat stelt waardig te zijn en om succesvol te zijn in het begrijpen van de Thora. Bovendien is Het Zuiden geassocieerd met wijsheid, zoals in het Talmoedische idioom, “Hij die naar wijsheid verlangt zal zuidwaarts (keren/gaan)…”. Het woord “Negev” betekent ook droogwrijven en is een instructie om zich te ontdoen van de beperkingen van de fysieke wereld om zodoende de ervaringen van de spirituele wereld door de Thora te verdienen.

“dan kunnen jullie zien hoe het Land is….” (Numeri. 13:18) Zie door haar [de ogen van de Thora] die [spirituele] wereld welke het Land is dat je zult erven en stijg op [na het verlaten van de fysieke wereld].

“..en de mensen die er in verblijven…” (ibid). Deze zijn de rechtvaardigen in de Tuin van Eden [die hun beloning ontvangen voor het verwezenlijken van de Thora]. Zij staan, rij na rij in hoog aanziem en voortdurend niveau [elk ontvangt de beloning voor de Thora die zij hebben geleerd en de goede daden die zij deden tijdens hun aanwezigheid in de wereld].

“of het volk dat er in woont sterk is of zwak.” (ibid). Door hen te zien [zal je begrijpen] of zij allen deze beloning verdienen omdat zij hevig geworsteld hebben met hun kwade inclinatie of niet, of het is omdat zij dag en nacht ernaar streefden om Thora te leren, of daarvoor niet de kracht hadden.

Sommigen streefden er hard naar om hun begeerten te overwinnen en anderen vonden het niet zo moeilijk, sommigen studeerden dag en nacht, anderen hadden niet de kracht. Allen ontvangen hun juiste beloning.

“…of het weinig of veel in aantal is…” (ibid) [Dit verwijst naar de] velen die streefden naar het doen van Mijn dienst en zich zelf hebben gesterkt in het leren van Thora en dit alles [beloning] verdienen of niet.

Alhoewel het moeilijk schijnt te zijn om dit Land binnen te gaan,  wanneer je Thora leert zal je zien dat er velen zijn die de Tuin van Eden verdienen.

“…of er hout in is of niet.” (ibid. 13:20) Dit betekent of de Boom van het Leven, die leven geeft aan alle werelden voor altijd er in is ofwel de “bundel van het leven” er is.

De Boom van het Leven refereert aan het licht van de Sefira van Tiferet

Er is een invloed van dit niveau, maar er is ook een hoger niveau genaamd “niets”     ( in het Hebreeuws, “ayin“).  Dit niveau van “ayin” refereert aan de hogere Sefirot van Chochma en Bina en, in het bijzonder, hun oorsprong in Keter. Dit denkbeeld dat leegte G’D bevat  is een diep mysterie dat kan worden ervaren door te mediteren op de letters die het woord “niets”, ayin spellen; deze letters kunnen herschikt   worden om “ani” te spellen, het Hebreeuwse woord voor “Ik”. Bovendien is “Ani” één van de G’D’s namen, zoals in het vers “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste” (Jesaja. 44:6). “De bundel van het leven”is de Sefira van Yesod, omdat het de invloed van alle Sefirot er boven bevat. Rebbe Shimon maakt ons duidelijk om te mediteren op deze verschillende aspecten van het G’ddelijke.

“En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron.” (ibid. 13:21) Te stijgen via de Negev [droogte] leert dat er mensen zijn die naar haar [de Thora] opstijgen op een slome manier, als of iemand leert op een droge[bezadigde] manier en werkt voor niets. Zij denken dat er geen beloning is voor het studeren en nemen aan dat iemand zich rijkdom onthoudt in deze wereld vanwege haar. Zij denken dat dit alles droog is [zonder de rijke overvloed van de fysieke wereld]. Zoals is gezegd in het vers  [na de vloed] “De wateren waren opgedroogd van de aarde” (Genesis. 8:13). Dit wordt [in het Aramees] vertaald als “negivoe” [wat het zelfde is als ´Negev” in het Hebreeuws].

Hierna [is geschreven] “…..en kwamen aan Chewron” (Ibid. 13:22). [Dit refereert aan het punt waarop een persoon zich verbindt [In het Hebreeuws, “lehitchaberi”] met haar [de Thora], haar leest en opnieuw en opnieuw leest.

Het woord “Chevron” bevat het idee van “vriend” (Hebreeuws, “chaver“) en verbinding. De essentie van Thora studie is zich te verbinden met haar en het niet te beschouwen als droog materiaal dat mechanisch geleerd moet worden. De Wijzen van de Zohar refereren altijd aan elkaar als “chaver“.

“Waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden.” (ibid) Daar [in de Thora] vind je vele verschillende meningen, zuiver en onzuiver, verboden en wat is geoorloofd, kosher en ongeschikt, straf en beloning en eveneens het taalgebruik van de Thora dat van de zijde van Gevoera komt [omdat het het taalgebruik limiteert en beperkt].

De Midrash stelt dat deze drie reuzen half mens en half engelen waren en deze tweevoudigheid wordt gereflecteerd in de manier waarop de Thora realiteit in verschillende categorieën scheidt, weergevend de dualiteit van het spirituele versus de fysieke wereld.

“En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd…”(ibid) Dit zijn de “zeventig gezichten”, omdat er zeventig gezichten van de Thora zijn. Elk gezicht bestaat uit tien.

De houders, om de Thora te omvatten, zijn de zeven Sefirot van Chesed tot Malchoet. Elk van deze aspecten bestaat uit tien Sefirot, zodat er 10×7= 70 “gezichten” of aspecten zijn, door welk de Thora kan worden begrepen of worden “gevormd”. Elk persoon begrijpt en doorgrondt vanuit de positie of Sefira die dominant voor hem is.

En Chevron is de Thora en iemand die haar tot zijn hoofd aangelegenheid maakt in het leven wordt een “vriend” [Hebreeuws, “chaver“] genoemd, aangezien “cHaVeR” de zelfde stam deelt als “CHeVRon”].

Er is een Thora die een houder is om de Thora te ontvangen. Dit is de Geschreven Thora en de Mondelinge Thora [Zeir Anpin en Malchoet]. En “Chevron” [verwijzend naar de Mondelinge Thora en Malchoet] vloeit voort uit de Geschreven Thora, zoals staat geschreven in het vers: “Zeg tot wijsheid, Je bent mijn zuster.” (Spreuken. 7:4) En deze [lagere wijsheid] werd gebouwd in zeven jaar, om die reden is het “Bat Sheva” genoemd, de “dochter van zeven”.

De hogere wijsheid van de Geschreven Thora wordt weergegeven in haar “dochter”, de Mondelinge Thora, Malchoet.

“….dan Tsoan in Egypte.” (ibid) Dit is zoals in het vers, “En Solomon’s wijsheid overtreft de wijsheid van alle mensen van alle volkeren van het Oosten en alle wijsheid van Egypte.” (Koningen I, 5:10)

De wijsheid van de Koning der Koningen tegenover “Zoan in Egypte” hoger dan de wijsheid van die meesters van magie en illusie. Het is de bron van alle ware wijsheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Rabbi Shimon bar Jochai

Het geheim van de lamp

Zohar, p. 151a

De parasha van deze week begint met de voorschriften over de zevenarmige kandelaar [Menora] die Aaron in het tabernakel in de woestijn aansteekt. De beschrijving van de Menora wordt herhaald, evenals de wijze waarop deze moet worden aangestoken. Deze dingen werden reeds behandeld in de wekelijkse Thoralezing van Teroema en Tezave. Deze herhaling leidt naar de volgende verhandeling door de zoon van Rebbe Shimon, Rabbi Elazar.

Rabbi Elazar stelt met betrekking tot de herhaling in deze parasha, beschrijvend de bewerking en het gebruik van de Menora en alles wat ermee verbonden is, de vraag. Waarom wordt het herhaald op een ander tijdstip?

De reden hiervoor is dat de prinsen van de stammen hun offergaven hadden gebracht bij de inwijding van het altaar [ zoals beschreven in de parasha Bemidbar, twee weken geleden] zowel als al hun andere offergaven en nu gaat de tekst ons duidelijk maken [opnieuw] over het functioneren van de Menora, welke werd gedaan en uitgevoerd door Aaron [ dus aantonend dat het belangrijker was dan alle andere offers].

Dit omdat Boven [in de wereld van Atziloet] de Menora [die wijsheid vertegenwoordigt verlichtend de sefira van Malchoet] al de lichten op zijn armen [die de sefirot representeren] alles verlicht door de verrichtingen van Aaron.

Aaron steekt de Menora aan bij dageraad. Dit is de tijd van Chesed, aangezien goedhartigheid is geassocieerd met overdag. Het licht van de zon is een goedheid van G’D aan de mensheid, welke ons in staat stelt de wereld om ons heen te zien, vegetatie toestaat om te groeien en de wereld te laten functioneren. Aaron representeert de sefira van Chesed. Zijn aansteken van de Menora is een fysieke meditatieve handeling, om een stroom van overvloed van de wereld van Atziloet te weeg te brengen van de hogere sefirot aan deze wereld, welke wordt gerepresenteerd door elke olie lontje afzonderlijk in elke arm van de Menora.

Kom en zie. Het externe altaar werd opgedragen en op de juiste wijze voorbereid door de twaalf prinsen, zoals we dit hebben uitgelegd.

De opstelling van de twaalf stammen onder hun vlag in de woestijn representeren de 12 verschillende combinaties van de vier – letterige naam van G’D. Deze vier letters en vier hoofdvlaggen representeren de vier richtingen, Noord, Zuid, Oost en West. Nu stelt de Zohar “Kom en zie” omdat het visualiseren van de Sefirot boom iemand helpt te begrijpen, dat deze vier richtingen in de fysieke wereld op hun beurt de vier hoofd sefirot van Chesed, Gevoera, Tifert en Malchoet weergeven.

Elk van deze vier hoofd sefirot zijn verbonden met elke andere in de sefirot boom, bestaande uit drie lijnen. Deze drie lijnen representeren de drie verschillende richtingen van invloedstroom en laat zien hoe zij samenkomen en onderling reageren met de ander sefirot. Op het moment dat de prinsen van de stammen het externe altaar hadden opgedragen was het geschikt als een representatie van de sefira van Malchoet. Elke prins bracht van zijn opgedragen “richting”, representerend het koninkrijk van de Koning der Koningen.

Aaron de Hoge priester was aangesteld om de zeven lontjes van de Menora aan te steken, allen op de wijze van [de spirituele wereld] Boven.

De olie in de Menora representeert de sefira van Chochma. Zoals men kan zien aan het diagram van de sefirot, de eerste van de zeven “emotionele” in het ontvangen van het licht van wijsheid is Chesed. Aaron representeert Chesed, de sefira direct onder Chochma. Hij heeft vrede en Chesed lief, en streeft er naar om disputen op een vriendelijke wijze bij teleggen. Het was daarom gepast om hem te benoemen voor het aansteken van de olie/wijsheid en er over te mediteren, het gevoel op zich te nemen van alle zeven “lichten” van menselijke emoties, gerepresenteerd door de zeven sefirot van Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet. In de wereld “Boven” worden deze sefirot, Zeir Anpin genoemd. De heilige Ari verklaart dat wierrook alle tien sefirot van Zeir Anpin verbind door het bewustzijn van Bina/Imma. De olie van de Menora representeert het bewustzijn van Chochma/Abba. Dit was de reden om wierrook aan te steken van op de zelfde tijd als de Menora, aangezien zij samen het neerwaarts halen van de hogere niveaus van bewustzijn in eenheid representeren.

Het bestaan van de Menora was op zichzelf en de wijze waarop het gevormd was een groot mirakel, zoals [in parashat Teroema] wordt uitgelegd.

De Menora was gemaakt toen Mozes een kikar (een maat) goud wierp in een oven en tot G’D bad om het te vormen.

Het verscheen onmiddellijk geheel in zijn vorm. Dit verbindt de Menora verder met de sefira van Chochma.

En het interne altaar en de Menora stonden samen om allen vreugde te geven, zoals staat geschreven: “Olie en wierrook verheugen het hart.” (Spreuken. 27:9)

Het tabernakel, en later de Tempel, had een intern binnenhof waar de Menora en het Wierrook altaar stond en een extern binnenhof waar het buitenste altaar was geplaatst. Olie representeert wijsheid dat altijd wordt begrepen wanneer woorden worden gesproken op een vreedzame en rustige wijze. Dit is weergegeven in fysieke realiteit, waar olie kalmeert en lawaai stopt. Wierrook representeert Bina, zoals wordt aangeduid door de Hebreeuwse en Aramese naam, “Ketoret“. In het Aramees staat de letter “t” vaak voor de letter “s” in het Hebreeuws; dus “Ketoret” kan als “Keshoret” worden gelezen, betekenend, “verbinden”. Bina verbindt al de lagere sefirot om de gekozen functie in realiteit uit te voeren. Deze twee “verborgen” sefirot van Chochma en Bina zijn daarom vertegenwoordigd in het interne binnenhof, of “brein”van de Tempel, terwijl het externe binnenhof werd vertegenwoordigd door de sefira van Malchoet. De sefira van Malchoet wordt “het hart”genoemd, omdat het alle voeding van de andere sefirot/organen ontvangt. Iemand is waarlijk gelukkig wanneer hij ziet dat de realiteit wordt bedekt met het begrip van wijsheid en glorie van het G’ddelijke.

We hebben al eerder uitgelegd dat er twee altaren zijn. Één altaar binnen om vreugde voort te brengen en één buiten waarop offers werden gebracht. Het binnen altaar verspreidt zijn werking naar het buitenste altaar.

Vanuit het interne altaar (Bina), dat wordt gerepresenteerd door de naam Havayah, vloeit G’ddelijke zegen en overvloed naar het externe altaar (Malchoet) dat wordt gerepresenteerd door de naam Ado-nai.

En iemand die kijkt en mediteert [hierop] zal de hogere wijsheid realiseren, dat is het mysterie van de naam Ado-nai Elo-hiem.

Door heel de Tenach, waar ook deze twee namen verschijnen worden zij uitgesproken zoals boven geschreven. De naam Elo-hiem is geassocieerd met de sefira van Bina en de tekens passend aan de naam worden gebruikt om te laten zien hoe de vier – letterige naam moet worden uitgesproken. Het associeert daarbij Bina met Malchoet.

Daarom werd het wierrook offer alleen geofferd op het tijdstip waarop de olie van de Menora werd aangestoken.

Dit garandeerde dat er eenheid was tussen de intellectuele sferen van Chochma, Bina en Malchoet.

Nu kunnen we de innerlijke – reden begrijpen voor het gezegde “korbanot” als onderdeel van de ochtend dienst. Wierrook en Menora worden eerst genoemd en dan de afzonderlijke typen van offers. Dit verbindt Chochma en Bina met Malchoet, zoals we hebben uitgelegd, en rectificeert de wereld van Asiya.

Een laatste belangrijke noot is dat Chochma in het diagram boven de sefira van Chesed is. Dit impliceert dat wijsheid (Chochma) alleen met handelingen van goedheid en barmhartigheid is geassocieerd, zoals wordt gesymboliseerd bij Aaron. Dit verklaart waarom kwaad nimmer zegeviert, het heeft eenvoudig geen manier om de wijsheid te ontvangen die wordt vereist om zijn opponenten te overwinnen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NASÓ

Neem op   Numeri.  4:21 – 7:89

Rabbi Shimon bar Jochai

De gedaante verwisseling van Jitro

Zohar, p. 122a

 Wanneer een man of een vrouw een of andere menselijke overtreding begaat……(Numeri. 5:6)

Om dit vers te kunnen verklaren, introduceert Rabbi Shimon een ander vers en zegt:

Kom en zie [wat is geschreven in relatie tot de oorlog tussen Barak en Yavin, de koning van Kanaän]:

Heber, de Keni, die één van de  nakomelingen was van Hobab, de schoonvader van Mozes, had zichzelf gesepareerd van de Kenieten. (Richteren 4:11)

Bedenk dat Heber de Keniet, een nakomeling was van Jitro, die ook bekend was onder de naam Hobab. Om die reden waarschuwde Koning Saul de Kenieten  om hun kampement te verplaatsen, weg van de Amalekieten, voor de aanvang van de strijd.

Het vers verklaart, “En Saul zei tegen de Kenieten, ‘Ga….”‘. (Samuel, 15:6) Waarom werden zij “Kenieten” genoemd? Dit hebben wij reeds eerder uitgelegd, omdat zij nakomelingen waren van een volk met de naam “Kenie“.

Zij zijn nadrukkelijk vermeld als een volk dat leefde in Israël in de tijd van Abraham:

Zoals het vers in Genesis. 15:19 bevestigt, de Kenieten en de Kenizieten…..

Nu zou je kunnen zeggen dat de naam “Keni” komt van het Hebreeuwse woord voor vogelnest [“ken“] omdat zij een tijdelijke behuizing maakten in de woestijn, zoals een vogel voor zichzelf een tijdelijk nest bouwt. Zij verlieten hun steden en gingen naar de woestijn om Thora te leren.

Maar dit was niet om een nieuw nest maken, want het vers stelt uitdrukkelijk dat zij zich separeerden van de Kenieten.

Zij separeerden zichzelf van het Kenietische volk, dat met hen was van het prilste begin en verenigden zich met de Heilige, geprezen zij Hij. [Dus], “separeerden zij zich van ‘Kayin‘ [Hebreeuws voor “kain”]”.

Hoe gelukkig is het leven van een persoon die waardig is om zich onder te dompelen in de Thora, zich eraan te hechten en om haar pad te bewandelen.

Leren is niet genoeg; men moet de opgelegde mitzwot ook uitvoeren en in de praktijk  brengen, in de vorm zoals ze zijn opgelegd. Dit is de betekenis van de term “Halacha” wat zowel “wet” als “weg te gaan”, of “wandelpad” betekent.

Wanneer iemand de mitzwot van de Thora uitvoert, haalt hij neerwaarts in zich, een hogere heilige geestelijke kracht, zoals wordt aangegeven in het vers “Totdat vanuit het hogere een geest over ons wordt uitgegoten” (Jesaja. 32:15).

In het begin heeft iemand alleen zijn levend gevende ziel (Nefesh) en als hij Thora leert en mitzwot uitvoert verkrijgt hij zijn geest (Roeach).

Echter, wanneer een persoon afwijkt van dit pad, haalt hij neerwaarts in zich, een geestelijke kracht van de andere kant van het heilige. Dan ontvangt hij een onzuivere geest uit de oorsprong van Noekva de Tehoma Rabba.

Dit is het niveau van bina van de wereld van Beriya van Kelipa. Dan is zijn verstand ontaard door egotistisch denken waardoor zijn realiteitsbesef wordt  vervormd.

Deze oorsprong  is de verblijfplaats van de negatieve krachten [depressies, rechtvaardiging van slechte daden en dergelijke]. dit beschadigt niet alleen de persoon, maar veroorzaakt ook schade aan de wereld. Zij worden “schadeveroorzakers” [“nizikin“] van de wereld genoemd. Zij zijn aanwezig door de eerste Kain [de moordzuchtige zoon Adam].

Jetro was van oorsprong een priester van afgoden. Hij vereerde exact deze kwade kant. Hij haalde van daaruit een negatieve geestelijke kracht in zich neer en om die reden werd hij een “Keniet” genoemd.

Alhoewel hij een Keniet werd genoemd nadat hij teshoewa had gedaan en terugkeerde tot G’D, was deze naam niet gegeven in een minachtende zin.

Hij hechte zich aan G’D en volbracht de goede kant die in Kain was.

Dus leren we van Jetro, zelfs als een persoon valt naar het laagste niveau, kan hij, door het leren van Thora en de praktische wegen van Mitzwot  te gaan, zijn negatieve natuur achter zich laten  en zich hechten aan het Heilige.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEMIDBAR – SHAWOEOT – WEKENFEEST

In de woestijn (Numeri. 1:1 – 4:20)

RABBI SHIMON BAR JOCHAI
ZOHAR. P.117a

De Eeuwige sprak tot Mozes in de woestijn Sinai in de tent der samenkomsten, op de eerste van de tweede maand in het tweede jaar vanaf hun uittocht uit Egypte. (Numeri. 1:1)

De volgende verhandeling door Rabbi Abba verbindt dit vers met de schepping van de mens en het vestigen van de wereld.  

Rabbi Abba opent zijn verhandeling met het vers, “En G’D schiep de mens naar Zijn beeld [in Hebreeuws, “tzalmo“], naar G’D’s beeld [“tzelem“] schiep Hij hem; Hij schiep hem mannelijk en vrouwelijk. ” (Genesis. 1:27) We hebben dit reeds eerder, in een ander gedeelte, behandeld, maar we zullen het nu van een andere zijde belichten.

Kom en zie.

Op het tijdstip, toen G’D de mens creëerde, welke het absolute hoogtepunt was van de Schepping, bestemt om de fysieke en de spirituele werelden met elkaar te verbinden, maakte Hij de mens zodanig dat het evenbeeld van de spirituele en de fysieke werelden in zijn ziel weerspiegelden.
M.a.w De mens draagt alle werelden in zich, en zijn spiritueel licht schijnt van de hoogste naar de laagste werelden, aangezien hij zich van al de niveaus van de Schepping bewust was.
De dieren beneden en de engelen boven hadden vrees en ontzag voor hem, omdat zijn beeld gelijk was aan het beeld van G’d.

Er moet opgemerkt worden dat het woord “beeld” twee keer verschijnt in het aangehaalde vers, het is nodig de reden hiervan weten. Zonder enige twijfel is de reden, dat de mens zowel mannelijk als vrouwelijk was geschapen. Daarom is het gebruik van het eerste woord “beeld” masculien, “tzalmo“, en de tweede is verbonden met “oordeel”, het feminiene aspect van G’ddelijkheid.
Aldus, de mens was geschapen met de eigenschappen van  beide aspecten, het mannelijke en het vrouwelijke, zoals bij het einde van her vers duidelijk wordt overgedragen, “Mannelijk en Vrouwelijk schiep Hij hen”. (Genesis. 5:2) De mens was gecreëerd met beidde seksen, ondanks zijn feminien aspect aan een kant, was hij desondanks compleet in beide aspecten, mannelijk en vrouwelijk. Hij was bewust van de wijsheid van zowel de spirituele werelden als de fysieke “natuurlijke” wereld. Nadat hij had gezondigd, was zijn status verminderd, en kromp zijn contact met de hogere werelden. Dit bracht ook verdeeldheid voort [want het bewustzijn van de mens verenigde hen], en de hoogste spirituele wijsheid van Atziloet deserteerde van hem. Het bewustzijn van de mens richtte zich meer op zijn fysieke noden alleen. 

Nadat hij had gezondigd, bracht hij twee zonen voort, één neigend naar het spirituele [Abel] en één neigend naar het fysieke [Kajin]. Toch was de wereld niet op de gepaste wijze gevestigd, Abel werd vermoord en Kajin’s nakomelingen verdronken allen in de zondvloed, pas na de geboorte van zijn zoon Seth, werd de vestiging van de wereld stabieler.

Het Hebreeuwse stamwoord “Seth” betekent “vestigen”, “baseren”, of “zetten” Opmerkelijk is dat zowel het Engels als het Nederlands  “Seth” als stamwoord heeft.

Ondanks deze tijdpassage, was de lagere, fysieke wereld nog steeds niet op de juiste manier verbonden met zijn spirituele bron; het was nog incompleet. Het was nog steeds niet hersteld van de schade die was toegebracht door Adam door het eten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad [welke een bedrieglijk bewustzijn is, omdat alles in zijn ware essentie goed is.]

Met de komst van Abraham in de wereld, werd het  menselijk bewustzijn, van het heilige, steviger gegrond, maar nog steeds niet compleet, totdat hij het verbond van besnijding gecultiveerder binnentrad.
Op dat tijdstip was de wereld aan de Rechter kant verbonden met de sefira van chesed, zoals iemand een ander persoon ondersteunt, na een val. Toen kwam Izaak in deze wereld en verbond de wereld met de sefira van gevoera en de vestiging van de  wereld werd stabieler. Vervolgens, toen Jacob werd geboren was de wereld verbonden met het middelpunt.

Abraham en Izaak representeren de twee armen van de wereld, chesed en gevoera, en Jacob vertegenwoordigt het lichaam van de wereld, de verenigende sefira van Tiferet, voegen chesed en gevoera samen. Met al dit was de wereld nog steeds niet verbonden met zijn bron.
Uiteindelijk, werden de twaalf stammen uit Jacob geboren,  vervolgens vergezelden de 70 leden van zijn huishouding hem in ballingschap naar Egypte, waar dit aantal zich vermeerderde tot het de 600.000 zielen bereikte, die Egypte verlieten, om de Thora in ontvangst te nemen. En toch had de wereld nog steeds niet zijn juiste voltooiing, totdat de 600.000 stamzielen van Jacob, nu het Volk van Israël, de Thora ontving aan de Berg Sinaï  en het Tabernakel oprichtten.

Toen was de wereld uiteindelijk gevestigd, en alle andere werelden, de fysieke en de spirituele, opnieuw compleet en in harmonie en de bedwelmende  zoetheid van vereniging werd voor iedereen voelbaar.

SHABBAT SHALOM

SHAWOEOT – WEKENFEEST

Van de drie pelgrimfeesten (eigenlijk vier, als je SheMini Atseret meetelt), was Shawoeot altijd de meest problematische en op het eerste gezicht de minst aantrekkelijke. Het mist de zintuiglijke impact van Soekkot met zijn loelav, etrog en soekka, en het drama van Pesach met de seder en de Haggada. De Kabbalistische Tikkoen invloed heeft zijn pluspunten, maar ook zijn nadelen. Niet iedereen is geïnteresseerd om de hele nacht op te blijven. De vroege galoetziem probeerden het  inhoudelijk landbouw aspect te doen herleven, door bikkoeriem ceremonieën, maar dit vervaagde als agricultuur minder en minder belangrijk werd voor Israël.

De problemen van Shawoeot zijn niet nieuw, zij hebben een lange historie. In de Thora is Shawoet het enige feest zonder historische uitleg. Het verband dat de Farizeeërs maakten tussen Shawoeot en de gebeurtenis aan de Sinaï, gaf Shawoeot een nieuwe importantie gedurende de Tweede Tempel periode.

Echter de dringende vraag is niet waarom Shawoeot geen historie verbinding heeft, maar waarom de Thora niet een heilige dag bestemde voor de vereeuwigende gebeurtenis op de Sinaï.

Het is aannemelijk dat men kan beargumenteren of de Sinaï net zo belangrijk is als de Exodus of niet. De Exodus is het kiem gebeuren van onze geschiedenis, zonder het zou er niets zijn. Wij zijn onze existentie geheel verschuldigd aan de Exodus. Van de andere kant, kan men argumenteren dat de Sinaï zelfs veel belangrijker is. De Exodus leidde naar de Sinaï, het doel van de Exodus was de Sinaï, voorspeld in G’D’s eerste openbaring aan Mozes: “Als je het volk uit Egypte zult hebben gevoerd, zullen jullie G’D op deze berg dienen.” (Exodus. 3:12)

Bovendien, de tijdsbepaling van Shawoeot, zeven weken na Pesach,  schijnt op een natuurlijke wijze te passen in de chronologische gebeurtenis van het gebeuren. De manifestatie van G’D op de Sinaï begon, volgens de Thora, “Op de derde nieuwemaan dag na de uittocht van de Israëlieten uit het land Egypte”(Exodus.19:1). Het is bijna alsof de Thora de vereeuwiging van die gebeurtenis uit de weg gaat,. Ware het niet dat de vastbeslotenheid van de Farizeeërs om Shawoeot met Zeman Matan Thorateinoe, het tijdstip van het geven van onze Thora, zou er niets op de Joodse Kalender zijn om ons te herinneren aan de Sinaï.

Het antwoord tot dit raadsel ligt in de natuur van het gebeuren op de Sinaï zelf. Vergelijk het voor een moment met de Exodus. De Exodus is een gebeurtenis binnen de historie. Het is iets dat men kan beschrijven en tastbaar is.  In zekere zin kan het zich zelfs herhalen. Denk aan de uitspraak van  Amos, “Heb Ik Israël niet uit het land Egypte gebracht en de Filistijnen van Kaftor en de Syriërs van Kir?”

Aan de andere kant is het gebeuren op de Sinaï een zo mysterieuze ervaring dat zelfs de Thora het niet op een adequate manier kan beschrijven. Het is eerder een subjectief, dan een objectief gebeuren. Het verblijft eerder in het mystieke , dan in het historische domein. Om het te vatten schijnt onmogelijk. Wat gebeurde daar in feite? Wat werd gehoord? De beschrijving van de tekst, in het boek Exodus, is onmogelijk te definiëren. Zij zijn impressies, bijna met opzet inconsequent, omdat zij het onbeschrijfelijke beschrijven, een collectieve mystieke ervaring. Zo laat de Thora het aan ons over om over deze vreemde ontmoeting na te denken, maar absoluut niet om het opnieuw te bepalen. Dit zou een daad  van minachting zijn.

Van de kant van de Farizeeërs gezien, lang levend ná het gebeuren,  een ontwikkelingsperiode van de Thora sinds de openbaring op de Sinaï, en het middelpunt van het  religieus Joods leven, scheen het onmogelijk dat dit belangrijk vereeuwigend  gebeuren niet elk jaar gevierd zou moeten worden. Zij trokken de logische conclusie dat Shavoeot, een feestdag zonder connectie aan een gebeuren, en Sinaï, ook een gebeuren zonder een connectie tot een feestdag, samen moesten passen.

Er zijn drie wijzen waarop wij G’D kunnen en mogen ervaren, historisch, natuurlijk, en in de persoonlijke, mystieke, ontmoeting. Pesach accentueert G’D in de geschiedenis, Soekkot benadrukt G’D in de natuur en Shawoeot, de mystieke ontmoeting. Het kan nauwelijks een toeval zijn dat deze drie vormen ook worden weergegeven in de drie openings paragrafen van de Amida, het achttiende, stille gebed. De eerste paragraaf, Awot (Voorvaderen), is toegewijd aan de ontmoeting met G’D in de historie.

De tweede, Gevoerot (machtige krachten), spreekt over G’D’s rol in de natuur, het ondersteunen van de wereld. De derde, Kedoesha (heiligheid) is een weergave van de persoonlijke, directe,  mystieke ontmoeting. Maar het eindresultaat van de mystieke ontmoeting is praktisch, het ontstaan van een verbond tussen G’D en Israël: “Als jullie goed naar Mijn stem luisteren en Mijn verbond in stand houden, dan zullen jullie van alle volkeren Mij het meest dierbaar bezit zijn, alhoewel Mij de gehele aarde toebehoort. Maar jullie, jullie zult Mij een koninkrijk van priesters zijn en een gewijd volk.” (Exodus. 19:5-6)

Deze verhouding is het hart  van het Judaïsme en het is dit wat constant moet worden herbevestigd om betekenisvol te zijn. De herinnering van de Sinaï op Shavoeot is daarom een cruciaal element van de Joodse Godsdienst.

CHAG SAMEACH

 

 

PARASHOT BEHAR -BECHOEKOTAI

Op de berg / In Mijn inzettingen (Leviticus 25:1 – 26:2 / 26:3 – 27:34)

In een dubbele Thoralezing, worden de twee met elkaar verbonden aan het begin van de 4e aliya ( van de zeven gedeelten van de wekelijkse lezing ) wanneer de verzen worden gelezen van het einde van de eerste parasha en het begin van de tweede, zonder enige interruptie. De Lubavitcher Rebbe legt uit, dat we de boodschap van elk afzonderlijk en hun gezamenlijke betekenis. ook zo moeten zien.
Ten eerste, Behar, letterlijk “Op de berg”, vertelt ons, boven de inspanningen van deze wereld uit te reiken. Ondanks het feit dat wij “minder talrijk zijn onder de volkeren”(Deuteronomium. 7:7), verheft de Thora ons, wij moeten daarom niet toelaten dat de wereld een affect heeft op ons.

Parashat Bechoekotai opent met het vers”Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden door die in praktijk te brengen” (Leviticus 26:3) wat een verwijzing is naar alle Thorageboden. Waarom dan, tot nu toe, gebruikt de Thora het specifieke woord “choekiem” voor geboden en niet de algemeen gebruikte term “mitzwa”?
“Choekiem” verwijst gewoonlijk naar de geboden die niet logisch of ogenschijnlijk te beredeneren vallen, zoals b.v kashroet (voedselwetten), of het niet dragen van kleding die is geweven uit een combinatie van wol en linnen.
Juist zoals we deze geboden in acht nemen alleen omdat G’D ze ons heeft opgelegd, zonder hun reden te begrijpen, zo ook moeten we alle geboden in acht nemen, zelfs degenen die ogenschijnlijk rationeel zijn, enkel en alleen omdat G’D ze gebiedt.

Ten tweede, moeten we ons zelf niet bedriegen door te geloven dat wij eerst elk detail in Judaïsme moeten begrijpen om volgens Thoranormen te kunnen leven. Integendeel, we moeten de geboden vervullen op een wijze van “eerst doen en dan begrijpen.” Door volharding, zullen wij uiteindelijke de level bereiken waar het aspect van Behar is gedaan op de manier van Bechoekotai, de uitdagingen van de wereld te boven komen omdat G’D het gebiedt; en Bechoekotai op de manier is uitgevoerd van Behar, alle geboden van G’D met vertrouwen en naar vermogen uitvoeren.

“Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden door die in praktijk te brengen, dan geef Ik op de juiste tijd de regen die jullie nodig hebben zodat het land zijn opbrengst geeft en de bomen van het veld hun vruchten dragen.” ( Leviticus. 26:3-4 )
Waarom benadrukt de Thora deze fysieke beloningen? Zou het niet beter zijn om zich te richten op de spirituele beloningen in het hiernamaals? Rebbe Michal van Zlotshuv is zelfs meer verbaasd over het feit dat G’D ons überhaupt iets belooft. Is het bovendien niet zo dat wij de Almachtige moeten dienen zonder enige verwachting van tegen-beloning ( zie Spreuken de Vaderen, 1:3 )? Als we G’D dienen zonder enige beloning, doet het er niet toe wat er wordt beloofd, het dienen moet oprecht zijn en alleen worden gedaan voor Zijn belang.
Beloften verwarren alleen maar de situatie. Misschien is het beter om helemaal geen belofte in het vooruitzicht te stellen, daarmee worden waarschuwingen overbodig om G’D alleen maar te dienen met de intentie van beloning.
Zegeningen komen vanzelf voor diegenen die ze verdienen.
Als iemand ook maar iets van eigenbelang in gedachten heeft, zal hij of zij geen enkele vorm van beloning ontvangen, omdat hij of zij alleen maar het eigenbelang dient. Dit is de betekenis van de woorden: “Wanneer jullie je levenswandel richt naar Mijn wetten en jullie je stipt houden aan Mijn geboden.” Als je G’D dient op de juiste wijze, zal dat resulteren in een teken, een indicatie, dat de regen zal vallen op de juiste tijd en de aarde vruchten zal dragen. Je zult zien dat de zegeningen komen als resultaat van het doen van de geboden op de juiste manier, m.a. w alleen in het belang van de Hemel. Zoals een jonge vrouw in mijn studiegroep zei, “het is belangrijk te weten dat G’D luistert.”

Deze week was Lag B’Omer, de dag viert het einde van de plaag die de studenten van Rabbi Akiva overviel, wegens gebrek aan liefde en respect voor hun mede-Joden. Rebbe Shmuel Shmelke van Nicholsberg legt uit hoe men van een medepersoon kan houden die je kwaad heeft aangedaan. Wij allen zijn één integrale entiteit, omdat we allen een klein deel zijn van de organieke ziel van Adam, de eerste mens.
We kunnen vergeleken worden met delen van één lichaam. Één is een deel van de hand , en één van de neus,etc. Soms doet iemand iets zonder bedoeling, iets morsen op zijn voet of in een plas water lopen. Als we dan een stok nemen om wraakzuchtig het zondige lichaamsdeel te slaan, zouden we echt in pijn hebben. Zo is het ook met iemand die je kwaad heeft aangedaan. Het is alleen omdat er een gebrekkig begrip is, hoe wij allen met elkaar zijn verbonden.
Als we zouden reageren op de zelfde wijze, doen wij onszelf meer schade aan.
Eerder moeten wij ons zelf er aan herinneren dat we verdienen wat wij krijgen en de Almachtige heeft vele boodschappers.
En als dit niet toereikend is, moeten wij proberen te mediteren over het idee dat de ziel van de andere persoon, letterlijk een deel van G’D, zo diep is gezonken in het doen van onplezierige dingen, dat wij barmhartigheid zouden moeten tonen voor Zijn heilige vonk.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT EMOR

Zeg Leviticus. 21:1 – 24:23

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR p. 93a

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D temidden van het volk van Israël te proclameren. We vervullen dit gebod in het herhalen van de voorganger van het Staande gebed (shmoneé esré, het achttiende gebed) “Kedoesha” van de Morgen en Middag gebeden. De analyse van de Zohar is gerelateerd aan het hebben van de gepaste intentie in het denken tijdens het zeggen van de woorden van de Kedoesha.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Israël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (Leviticus. 22:32)

Dit gebod om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid van beneden naar boven te verheffen, op dezelfde wijze als [de engelen] boven.

Een van de basisleerstellingen van de Zohar is, dat het uitvoeren van mitzwot met de juiste meditatieve intenties in deze wereld een reactie en effect veroorzaakt in de spirituele realiteit. Dus, om heiligheid te kunnen waarnemen en te beseffen op een fysiek niveau, moet het worden neergehaald van boven. Het woord voor “heilig”of “gewijd” in het Hebreeuws is “kodesh”, wat impliceert dat de Schepper gesepareerd is van het wereldse en verheven is op een zuiver eerbiedige wijze. De Zohar zal ons nu leren hoe deze heiligheid neerwaarts kan worden gehaald. De eerste stap beneden is het verzamelen van een minjan, een gebedgroep van tenminste tien leden, zodat de gecreëerde handeling beneden een respons teweeg brengt naar boven. Er zijn tien sefirot, elk lid van de minjan correspondeert met één van de sefirot; samen vormen zij een eenheid beneden die waardig is om G’D te heiligen op een zelfde wijze, als de engelen boven.

De heiligheid van G’D wordt opwaarts opgeheven totdat het het niveau bereikt van de voorvaderen en de zonen. Dit is diepe betekenis van de woorden “Ik wil geheiligd worden temidden van de Kinderen van Israël”. Geheiligd worden boven en beneden, boven op drie niveaus en beneden op drie niveaus.

De vaders van de kinderen van Israël zijn Abraham, Izaak en Jacob. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun zonen zijn de sefirot beneden hen, netzach, hod en yasod. De groepering van deze sefirot in series van drie wordt duidelijk als men kijkt naar het diagram van de sefirot. De eerste drie intellectuele sefirot zijn chochma, bina en da’at. Onder hen zijn de “vaders” en onder hen de “zonen”. De laatste sefira is malchoet en die staat geheel alleen, om de overvloed van de gerangschikte negen sefirot erboven te ontvangen.

De Kedoesha is al veelvuldig uitgelegd, maar zal nu als volgt worden verklaard. Op de zelfde manier als er heiligheid boven is over alle drie sefirot van chochma, bina en da’at, welke de bron zijn van heiligheid, zo ook is er heiligheid in het midden [de triade van sefirot] en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in het mysterie van drie. De hoogste heiligheid is één geheim [en vandaar daalt het neerwaarts om heiligheid te verlenen aan het midden en laagste niveau. Dit zijn drie niveaus die één zijn [eenheid].

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit is weergegeven in het vers “U schiep alles met Uw wijsheid” (Psalm 104:4). Juist zoals ons eigen denkproces ver en onwetend is ten aanzien van anderen, tenzij het openlijk kenbaar wordt gemaakt, zo is ook de wijsheid van G’D ver en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts in de sefirot naar beneden worden gehaald en dit is het wezenlijk deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien. Dit neerwaarts halen van het derde niveau van de sefirot boom verklaart ook waarom we het woord “heilig”(“kadosh”) drie keer zeggend herhalen in het Kedoesha gebed: “Heilig, Heilig, Heilig, is de Eeuwige – Tsawaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

Het eerste “Heilig” verwijst naar het hoogste gedeelte [chochma] dat is het hoogste van alle niveaus [aangezien het de eerste van de sefirot is]. Ofschoon het een verborgen niveau is wordt het “kodesh genoemd, omdat het de bron is van waaruit heiligheid zich verspreid, het licht van kodesh schijnt langs een verborgen smal pad naar het middelste niveau. Wanneer het het middelste niveau verlicht, is het gegrift in de letter vav die het weerspiegelt in dat [woord] “kodesh”en wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, onder, noord, zuid, oost en west. De Ari beschrijft in Sha’ar HaKavanot, de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij legt uit dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij op Zijn beurt hen heiligt. Dit proces begint met de bewuste verheffing van de letter vav, representerend tiferet, de middelste sefira, die alle anderen verenigt op het emotionele niveau naar het woord “kodesh”. Door de letter vav, representerend de 6 ruimtelijke dimensies, waarmee de ver verwijderende heiligheid van G’D wordt beschreven, bewust te planten in het woord kadesh, brengen wij dat ver verwijderend niveau in ons fysieke bewustzijn. Deze handeling begint beneden met het uitspreken van onze verklaring het eerste woord “Kadosh”. Het wordt vervolgens naar het niveau van de emoties gebracht (chesed, gevoera en tiferet) met het volgende woord “kadosh”. Het wordt in de fysieke realiteit gebracht met de derde herhaling van het woord “kadosh”, zoals we zullen zien. Dit in drie stappen neerwaarts halen van het Heilige is de reden voor drievoudige herhaling van het woord “kadosh”.

Uit dit licht [op het niveau van chesed, gevoera en tiferet] expandeert en verspreid het zich beneden naar het einde van alle niveaus [naar netzach, hod en yesod, welke het overbrengt naar malchoet]. Waneer het licht het einde van alle niveaus nadert, verbind het zich met het licht van de letter hei. Dan wordt het “kedoesha” genoemd, zoals we hebben uigelegd.

In de naam Havayah, representeert de sluitletter hei de sefira van malchoet. Dit staat voor de fysieke aanwezigheid van het G’ddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh”, met de intentie zoals is verklaart, resulteert in heiligheid/kedoesha, het neerwaarts brengen in de fysieke wereld. Dit wordt exact weergegeven door de woorden aan het eind van het gebed “heel de aarde is vol van Majesteit”.

Word Kadosh Kadosh Kadosh
Meditation “integreren” van de letter vav om het heilige neerwaarts te halen in 6 ruimtelijke dimensies Neerwaarts halen het van licht van chochma naar chesed gevoera en tiferet(ChaGaT) Neerwaarts halen van het licht van chochma van het niveau van ChaGaT naar netzach, hod, yesod(NeHY)
Place Chochma partzuf Abba ChaGaT van Zeir Anpin NeHY van Zeir Anpin naar Malchut
SHABBAT SHALOM

Zeg Leviticus. 21:1 – 24:23

RABBI SHIMON bar JOCHAI

ZOHAR p. 93a

De parasha van deze week bevat de mitzwa om de heiligheid van G’D temidden van het volk van Israël te proclameren. We vervullen dit gebod in het herhalen van de voorganger van het Staande gebed (shmoneé esré, het achttiende gebed) “Kedoesha” van de Morgen en Middag gebeden. De analyse van de Zohar is gerelateerd aan het hebben van de gepaste intentie in het denken tijdens het zeggen van de woorden van de Kedoesha.

“Ontwijdt Mijn heilige Naam niet, want geheiligd wil Ik worden temidden van de Kinderen van Israël, Ik, de Eeuwige, die jullie heiligt.” (Leviticus. 22:32)

Dit gebod om Hem elke dag te heiligen is om Zijn heiligheid van beneden naar boven te verheffen, op dezelfde wijze als [de engelen] boven.

Een van de basisleerstellingen van de Zohar is, dat het uitvoeren van mitzwot met de juiste meditatieve intenties in deze wereld een reactie en effect veroorzaakt in de spirituele realiteit. Dus, om heiligheid te kunnen waarnemen en te beseffen op een fysiek niveau, moet het worden neergehaald van boven. Het woord voor “heilig”of “gewijd” in het Hebreeuws is “kodesh”, wat impliceert dat de Schepper gesepareerd is van het wereldse en verheven is op een zuiver eerbiedige wijze. De Zohar zal ons nu leren hoe deze heiligheid neerwaarts kan worden gehaald. De eerste stap beneden is het verzamelen van een minjan, een gebedgroep van tenminste tien leden, zodat de gecreëerde handeling beneden een respons teweeg brengt naar boven. Er zijn tien sefirot, elk lid van de minjan correspondeert met één van de sefirot; samen vormen zij een eenheid beneden die waardig is om G’D te heiligen op een zelfde wijze, als de engelen boven.

De heiligheid van G’D wordt opwaarts opgeheven totdat het het niveau bereikt van de voorvaderen en de zonen. Dit is diepe betekenis van de woorden “Ik wil geheiligd worden temidden van de Kinderen van Israël”. Geheiligd worden boven en beneden, boven op drie niveaus en beneden op drie niveaus.

De vaders van de kinderen van Israël zijn Abraham, Izaak en Jacob. Zij representeren de drie sefirot van chesed, gevoera en tiferet. Hun zonen zijn de sefirot beneden hen, netzach, hod en yasod. De groepering van deze sefirot in series van drie wordt duidelijk als men kijkt naar het diagram van de sefirot. De eerste drie intellectuele sefirot zijn chochma, bina en da’at. Onder hen zijn de “vaders” en onder hen de “zonen”. De laatste sefira is malchoet en die staat geheel alleen, om de overvloed van de gerangschikte negen sefirot erboven te ontvangen.

De Kedoesha is al veelvuldig uitgelegd, maar zal nu als volgt worden verklaard. Op de zelfde manier als er heiligheid boven is over alle drie sefirot van chochma, bina en da’at, welke de bron zijn van heiligheid, zo ook is er heiligheid in het midden [de triade van sefirot] en heiligheid beneden [in de lagere triade]. Allen zijn in het mysterie van drie. De hoogste heiligheid is één geheim [en vandaar daalt het neerwaarts om heiligheid te verlenen aan het midden en laagste niveau. Dit zijn drie niveaus die één zijn [eenheid].

De essentie van de drie intellectuele sefirot is chochma. Dit is weergegeven in het vers “U schiep alles met Uw wijsheid” (Psalm 104:4). Juist zoals ons eigen denkproces ver en onwetend is ten aanzien van anderen, tenzij het openlijk kenbaar wordt gemaakt, zo is ook de wijsheid van G’D ver en heilig. Deze wijsheid kan neerwaarts in de sefirot naar beneden worden gehaald en dit is het wezenlijk deel van het Kedoesha gebed, zoals we nu zullen zien. Dit neerwaarts halen van het derde niveau van de sefirot boom verklaart ook waarom we het woord “heilig”(“kadosh”) drie keer zeggend herhalen in het Kedoesha gebed: “Heilig, Heilig, Heilig, is de Eeuwige – Tsawaot, heel de aarde is vol van Zijn Majesteit”.

Het eerste “Heilig” verwijst naar het hoogste gedeelte [chochma] dat is het hoogste van alle niveaus [aangezien het de eerste van de sefirot is]. Ofschoon het een verborgen niveau is wordt het “kodesh genoemd, omdat het de bron is van waaruit heiligheid zich verspreid, het licht van kodesh schijnt langs een verborgen smal pad naar het middelste niveau. Wanneer het het middelste niveau verlicht, is het gegrift in de letter vav die het weerspiegelt in dat [woord] “kodesh”en wordt uitgesproken als “kadosh”.

De Hebreeuwse letter vav heeft een numerieke waarde van zes en het representeert de zes richtingen, boven, onder, noord, zuid, oost en west. De Ari beschrijft in Sha’ar HaKavanot, de meditatieve intentie voor het Kedoesha gebed. Hij legt uit dat G’D wordt geheiligd door Israël, en Hij op Zijn beurt hen heiligt. Dit proces begint met de bewuste verheffing van de letter vav, representerend tiferet, de middelste sefira, die alle anderen verenigt op het emotionele niveau naar het woord “kodesh”. Door de letter vav, representerend de 6 ruimtelijke dimensies, waarmee de ver verwijderende heiligheid van G’D wordt beschreven, bewust te planten in het woord kadesh, brengen wij dat ver verwijderend niveau in ons fysieke bewustzijn. Deze handeling begint beneden met het uitspreken van onze verklaring het eerste woord “Kadosh”. Het wordt vervolgens naar het niveau van de emoties gebracht (chesed, gevoera en tiferet) met het volgende woord “kadosh”. Het wordt in de fysieke realiteit gebracht met de derde herhaling van het woord “kadosh”, zoals we zullen zien. Dit in drie stappen neerwaarts halen van het Heilige is de reden voor drievoudige herhaling van het woord “kadosh”.

Uit dit licht [op het niveau van chesed, gevoera en tiferet] expandeert en verspreid het zich beneden naar het einde van alle niveaus [naar netzach, hod en yesod, welke het overbrengt naar malchoet]. Waneer het licht het einde van alle niveaus nadert, verbind het zich met het licht van de letter hei. Dan wordt het “kedoesha” genoemd, zoals we hebben uigelegd.

In de naam Havayah, representeert de sluitletter hei de sefira van malchoet. Dit staat voor de fysieke aanwezigheid van het G’ddelijke. De drievoudige herhaling van het woord “kadosh”, met de intentie zoals is verklaart, resulteert in heiligheid/kedoesha, het neerwaarts brengen in de fysieke wereld. Dit wordt exact weergegeven door de woorden aan het eind van het gebed “heel de aarde is vol van Majesteit”.

Word Kadosh Kadosh Kadosh
Meditation “integreren” van de letter vav om het heilige neerwaarts te halen in 6 ruimtelijke dimensies Neerwaarts halen het van licht van chochma naar chesed gevoera en tiferet(ChaGaT) Neerwaarts halen van het licht van chochma van het niveau van ChaGaT naar netzach, hod, yesod(NeHY)
Place Chochma partzuf Abba ChaGaT van Zeir Anpin NeHY van Zeir Anpin naar Malchut
SHABBAT SHALOM