PARASHAT LECH LECHA

Ga jij (Genesis 12:1 – 17:27)

Dit Thoragedeelte bevat de positieve mitswa, gebod, dat mannen besneden moeten zijn.
De Thora zegt: “zot beritie asher tishmeroe bénie oewénéchem oewén zar acha acharècha himol lachèm kol-zachar” Dit is Mijn verbond met jullie en jullie nakomelingen, waaraan jullie je moeten houden: Besneden wordt bij jullie, al wat van het mannelijke geslacht is. (Genesis. 17,10) Dit gebod wordt herhaald in Parashat Tazria waar de Thora zegt: “oewajom hashminie jimol besar arlato” Op de achtste dag moet hij aan de voorhuid van zijn lichaam besneden worden. ( Leviticus. 12,3 ) Veel geboden worden in Thora twee maal herhaald. Er is altijd een noodzakelijke reden voor, zoals onze wijzen hebben aangetoond.

Er zijn een aantal zeer diepe esoterische verklaringen op deze mitswa, vooral hoe de Thora de vervulling van deze opdracht relateert aan Israëls bezit van het Heilige Land. G’D zegt namelijk tot Abraham in vers 17,8, direct voor het gebod van de besnijdenis: “Ik geef jou en je nageslacht het land, waar je nu als vreemde vertoeft, het gehele land Kana’an, tot een eeuwig onvervreemdbaar bezit en Ik zal hun tot G’D zijn.”
Onze wijzen becommentariëren, dat G’D tegen Abraham zei: “Als je nakomelingen het gebod van de besnijdenis in acht nemen kunnen zij het Heilige Land binnentrekken; zoniet, kunnen zij het Land niet betreden.” (vergelijk Rashi op Jehoshoewa 5.4)
We zijn dus gewaar van het feit dat het Land van Israël vast verbonden is met de besnijdenis, relevant aan het vers in Het Schrift (Deuteronomium 32,9) kie chèlek HaShem amo ja’akov chèwel nachalato, Want het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed (het “toegemeten erfgoed” is het Land Israël). G’D nam ons vanuit alle andere volkeren, om G’D voor ons te zijn, Zijn volk. Hij gaf aan de andere zeventig naties hun respectievelijke talen en landen (zie 32,8), allen onder supervisie van de zeventig vertegenwoordigers van het Celestische Hof. Onze taal echter, is een heilig taal. Aan ons gaf Hij het Heilige Land, een land onder direct toezicht van G’D en niet van Zijn vertegenwoordigers.
Dit land is tegenover zijn tegenhanger gesitueerd in de Hemelse Sferen. Wij kunnen dit land niet claimen zonder eerst onze voorhuid te verwijderen, welke klipa, schil, (bron van kwade sensuele menselijke verlangens) representeert, het symbool van de serpentverontreiniging, de invloed van de sitra achra (letterlijk”de andere zijde” het tegenovergestelde van heiligheid en zuiverheid).
Als een jood zou falen in het in acht nemen van dit gebod, G’D verhoede, zou dit beschamend zijn voor het land. Alle studenten van Kabbala zijn zich bewust van eretz jisraël in de Hemels Regionen, m.a.w de sefirot jasod en machoed symboliseren esoterische verwantschap tussen Zion en het aardse Jeruzalem.
Zij zijn omgeven door klipot, bekend als aréliem, onbesneden mensen, aangezien de berg Zion en de berg Moria, de Tempelberg, zijn omgeven door de bergen van Ezau en zijn nakomeling Amalek. Zolang Izaak in leven was, namen Ezau’s nazaten de mitswa van de besnijdenis in acht, maar direct na zijn overlijden werd het reeds opgeheven. (Tanna de Bey Eliyahoe, Hf. 24)
Alle kwade mensen omgaven Jeruzalem, zoals is geschreven: “kol gojiem sewawoenie,” allerlei heidense naties omsingelden mij. (Psalm. 118,10)
Jeruzalem kan vergeleken worden met “Lelie onder de doornen” Koning Salomon’s beschrijving van Israël in Hooglied 2,2.

We kunnen ons de vraag stellen waarom de niet-Joodse volkeren, meer dan alle andere geboden , het gebod van besnijdenis hebben geweigerd.
Het is een glasheldere zaak, dat door het uitvoeren van deze handeling, er een duidelijke onderscheiding getrokken werd tussen Abraham [en later het Joodse Volk] en de rest van de mensheid.
Het thema die de verbinding vormt tussen de heiligheid van het Land Israël en het geven van het Land Israël aan Abraham en zijn nakomelingen, wordt in deze Thoralezing niet minder dan drie keer herhaald.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT NOACH

Rabbijn Juda Groenteman geeft in november een aantal lezingen in Antwerpen, informatie via:

http://www.elcker-ik.be/InformCMS/preview/index.php?pag_id=550288&cty_id=1730

Noach (Genesis 6:9 – 11:32)

De Tsadiek, de rechtvaardige, is verbonden met de sefira jasod, deze sefira is verbonden met de sefira malchoed door het verbond van de besnijdenis.
De positie van Noach in deze wereld manifesteerde zich door het feit dat hij besneden geboren werd, m.a.w zonder voorhuid. (Avot de Rabbi Nathan 2,8)
Onze wijzen zeggen: “hij bewaakte het verbond” en ondanks dat hij niet erin slaagde om het verval van de mensheid te keren naar het extensieniveau, zoals dat er was vóór de zonde van Adam, m.a.w het kleden van de mensheid in kleren van licht, zodat de individuele onsterfelijkheid zou zijn hersteld, slaagde hij op z’n minst in het herstel van de onsterfelijkheid van de diersoorten.
De reden dat Noach niet slaagde in het overwinnen hiervan, ligt in het feit dat hij naderhand wijn dronk van de wijngaard die hij had aangelegd, in tegenstelling tot Adam, die de druiven van de boomgaard van kennis uitperste tot sap.
Eigenlijk, toen hij de wijngaard aanlegde (de boomgaard die G’D Zelf had geplant in Gan Eden), had hij de intentie om de schade te herstellen die was veroorzaakt door de zonde van Adam, maar hij dronk te veel wijn. Spreuken 25,27 verwijst naar dit incident met: “Het is niet goed om teveel honing te eten.”
Pardes Rimoniem beschrijft het hele onderwerp van de wijngaard als iets dat, ofwel een fontein van spiritualiteit kan zijn of een bron van losbandigheid, dronkenheid. Alhoewel Noach streefde naar het herstel van het evenwicht van jajin hamashimer, het reservoir van spiritualiteit welke Adam had verloren, door het tot zich nemen wat aan hem was verboden, verlaagde Noach zich toen hij de wijngaard plantte; het fruit van zijn wijn werd niet zijn kos jeshoe’ot, de beker van verlossing, maar veranderde in gefen sodom, de wijngaard van Sodom en de druiven veranderde in inbee- rosh en ashkelot merorot lamo, “hun druiven zijn giftige druiven, bittere trossen dragen ze (Deuteronomium 32,32). Kortom, Noach had de verkeerde wijn gedronken.
Wat gebeurde met Noach was gelijk aan wat gebeurde met de collega van Rabbi Akiva die de verbindende mysteries onderzocht tussen G’D en mens, wat zijn brein in een staat van krankzinnigheid bracht. (Chagigga 14).
Iemand moet niet zijn spirituele capaciteit overschatten, en niet onderschatten.
Ondanks dit alles, zwoer G’D niet opnieuw het menselijke ras te laten ondergaan, wat was gebeurd tijdens de zondvloed. Toen G’D dit beloofde, verwees Hij naar Zijn eerder gemaakte uitspraak, keets kol-basar, eind van alle wezens in Genesis 6,13; wat aangeeft dat de huidige staat van onsterfelijkheid van de levensvormen, alleen in stand zal blijven gedurende de lengte van de natuurlijke historie van de mensheid. Alleen na de komst van Mashiach zal er een verandering plaatsvinden, en wanneer “G’D Zich opnieuw zal verheugen over Zijn handwerk” (Psalm 104,31) zal de staat van het universum terugkeren naar zijn origine, die er was, in de tijd dat Adam werd geschapen.

SHABBAT SHALOM

SJEMINIE ATSERET – SIMCHAT THORA, PARASHOT HABERACHA / BERESHIET

SJEMINIE ATSERET – SLOTFEEST, SIMCHAT THORA – VREUGDE DER WET

Soekot en Simchat Thora staan bekend als ‘De tijd van onze vreugde’. Een periode die overstroomt  van zuiver geluk, dat we met emmers kunnen opvangen. Van uit deze optiek dienen deze feestdagen als een natuurlijke beëindiging van de reeks die begon met de Hoge Feestdagen. Op Rosh Hashana en Jom Kippoer delen en verbinden wij de essentie van onze ziel met G’D. Op Soekot en Simchat Thora, komt de vreugde, die deze verbintenis innerlijk voortbrengt, tot uiting.

‘Waarom ben je zo overweldigend uitbundig?’, vroeg de geleerde aan de eenvoudige man. Het is Simchat Thora, de dag van vreugde om de Thora.

Aangezien jij niet geleerd bent, wat is jou connectie tot de Thora en waarom is het voor jou vandaag een reden om vreugdevol te zijn?

‘Wanneer de dochter van je broer trouwt neem je dan niet deel aan de feestvreugde?’ vroeg de eenvoudige man.

‘Natuurlijk,’ antwoordde de geleerde, onzeker over de intentie van de eenvoudige man. Nou, om dezelfde reden vier ik deze dag zo uitbundig feest, antwoordde de eenvoudige man. Alle Joden zijn broers van elkaar. Als het vandaag een feestdag is voor geleerden, is het evenzo een feestdag voor mij.

In feite is het zo, dat de reden van onze viering van Simchat Thora veel dieper gaat dan de connectie met de Thora die behaald is door studie.

Op Simchat Thora vieren wij onze connectie met de essentie van de Thora, een niveau dat het bevattingsvermogen geheel te boven gaat.

Om die reden wordt de viering gehouden met gesloten, dicht gebonden Thora.

Op Simchat Thora vieren we uitbundig feest omdat we Joden zijn en als Joden delen we de verbintenis  met de essentie van de Thora, een verbintenis die ons innerlijke verbindt met de essentie van G’D.

Op dit niveau zijn de eenvoudige man en de geleerde gelijk, want de ziel is een deel van G’D Zelf, zo oneindig en ongebonden als G’D. Dit geldt voor ons allen. Elke Jood heeft een ziel welke in essentie een G’ddelijke vonk is en dank zij deze vonk delen wij een connectie met de essentie van de Thora.

Zoals de Zohar verklaart: ‘Israël, de Thora, en de Heilige, Hij zij geprezen, zijn één.’

Om die reden vieren de eenvoudige man en de geleerde gelijkwaardig, want de ene is niet méér joods dan de andere.

In bepaalde mate is de viering van de eenvoudige zelfs groter, want zijn intellect zit hem niet in de weg, tot zijn connectie met zijn Joodse essentie.Met de uitstroom van vreugde op Simchat Thora, zetten wij onze koers uit in het nieuwe jaar. Met het verkrijgen van herstel met ons innerlijke wezen op de Hoge Feestdagen en de viering van deze connectie met G’D op Soekot en Simchat Thora, prepareren en verhogen wij de sfeer van ons dagelijks functioneren in het komende jaar.

CHAG SEMÉACH, GOED JOM TOV

PARASHAT WEZOT HABERACHA / BERESHIET

SHEMINIE ‘ATSERET – SIMCHAT THORA 
Op de feestdag van Sheminie Atseret – Simchat Thora (donderdag 16 en vrijdag 7 oktober), of de gecombineerde feestdag van Sheminie ‘Atseret-Simchat Thora (donderdag 16 oktober) in Israël, lezen we het laatste gedeelte van de Thora, WeZot HaBreracha. Direct, aansluitend, begint de voorlezer de eerste Thora paragrafen te lezen van Bereeshiet, als het einde verbinden met een nieuw begin. Het hele gedeelte van Bereshiet wordt gelezen op de eerste Shabbat na Simchat Thora, welke dit jaar 28 september is.

PARASHAT WEZOT HABERACHA        En dit is de zegen

Deuteronomium. 33:1 – 34:12

Rabbi Shimon bar Jochai.

Het verwelkomen van gasten in de Soeka.

Zohar, Emor bladzijde 103b.

In Chok L’Jisrael, geeft de Arizal uitleg van parashat Emor van de Zohar, welke correspondeert met parashat WeZot HaBeracha.

Kom en zie, op het tijdstip, wanneer een persoon gaat verblijven in de schaduw van de soeka, welke de schaduw van het vertrouwen is, spreidt de G’ddelijk aanwezigheid Haar vleugels over hem uit en Abraham [representerend Chesed], en vijf andere tsadikiem delen hun verblijf met hem.

Rabbi Aba zegt, Abraham, en vijf andere tsadikiem, en Koning David maken hun verblijf met hem. Het bewijs hier voor ligt in het “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen” (Leviticus. 23:42).
De Tekst zegt: “Zeven dagen” en niet “gedurende zeven dagen” [verwijzend naar zeven sefirot van Chesed tot Malchoet]. Gelijk is geschreven “Omdat de Eeuwige in zes dagen hemel en aarde maakte.”

Dit laat zien dat de zes dagen, de zes sefirot zijn; ChesedGevoeraTiferet, NetzachHod en Yesod, welke samen, de “zes dagen” worden genoemd.
Door deze sefirot creëerde G’D de hemelen en aarde.

Dus zal een persoon door en door gelukkig moeten zijn, gedurende de dagen van Soekkot, en zijn gezicht zal vreugde moeten uitstralen in het hebben van zulke grote spirituele gasten met hem, in de Soeka. Rabbi Aba zegt dat de tekst in het eerste gedeelte van de zin, is geschreven in de tegenwoordige tijd en vervolgens, het tweede gedeelte van de zin, in de toekomende tijd: “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen, alle ingezetenen in Israël zullen in hutten [Soekkot] wonen.”
De eerste heeft betrekking op de spirituele gasten en de tweede refereert aan mensen in deze wereld.
De eerste, refererend aan de spirituele gasten, is voortgebracht door de gewoonte van Rav Hamnoema Saba: Als hij de soeka binnenging was hij blij en gelukkig [om een vreugdevolle gezicht uitstraling te tonen aan de spirituele gasten] en ging staan bij de ingang [om aan de gasten duidelijk te maken niet binnen te gaan, tenzij de huiseigenaar aanwezig is]. Dan zou hij zeggen: “De gasten zijn uitgenodigd binnen te komen.”
Vervolgens schikte hij de tafel voor zijn gasten, stond op om hen welkom te heten en sprak de zegening over de mitzwa uit “……..om in de soeka te zitten”. Naderhand zal hij tegen zijn spirituele gasten zeggen, “G’D heeft opgedragen, “Zeven dagen moeten jullie in hutten [Soekkot] wonen”.
Neem alstublieft plaats, gasten van de hogere werelden, neem plaats gasten van het vertrouwen, neem plaats.” Dan zal hij zijn handen opheffen [om zijn 10 sefirot samen te voegen, aangegeven door zijn tien vingers, met de zeven hogere sefirot die hem bezoeken] en vreugdevol zeggen, “Hoe gelukkig is ons deel, hoe gelukkig is het deel van Israël, zoals het is geschreven, “Maar het deel van de Eeuwige is Zijn volk, Ja’akov is Zijn toegemeten erfgoed.” (Deuteronomium. 32:9).

Het belang van een gezicht dat geluk uitstraalt is, dat blijdschap een mechanisme is om deze zeven sefirot te verheffen naar het niveau van bina, en het vers brengt het nederige feit voort, dat deze gasten niet komen uit iemands individuele verdienste; maar dat zij eerder komen omdat G’D Israël heeft gekozen als Zijn volk.

GOED JOM TOV

PARASHAT BEREESHIET

In het begin

Genesis. 1:1 – 6:8

Rabbi Jitzchak Luria

Zichtbaar vanuit het niet Zichtbare

Etz Chaim, geschriften van de Ari, Sha’ar Rishon, Droesh Igoeliem V’Yosher, Anat Beth.

Weet dat vóór enig uitvloeisel was voortgekomen of enig geschapene werd gecreëerd, was er een enkel [compleet en perfect], hemels [verheven, transcendentaal] Licht dat de hele existentie vulde. Er was geen lege “plaats”, of lege ruimte. De hele realiteit was gevuld met OR EIN SOF [Licht Zonder Einde, of eenvoudig, Oneindig Licht]. Er was geen categorie van “begin” en geen categorie van “eind”. Alles was één, verenigd, simpel, ongedifferentieerd, alomtegenwoordig en homogeen Oneindig Licht, “Or Ein Sof” genoemd.

Wanneer het oprees in Zijn Wil om werelden en uitvloeisels te laten voortkomen, om tot licht te brengen, met andere woorden, de perfectie van Zijn handelingen, Zijn Namen en Zijn eigenschappen kenbaar te maken, wat het eigenlijke doel van her Scheppen van alle universums is, trok en beperkte Hij Zijn Oneindige Essentie weg van het middelpunt van Zijn, dat is van het absolute middelpunt van Zijn Licht [om een "plaats" te creëren waarbinnen een systeem van differentiële dimensies of werelden kunnen voortkomen en tot stand kunnen worden gebracht]. Aangezien oneindigheid uiteraard geen middelpunt heeft, wordt dit alleen gezegd vanuit het gezichtspunt van de “ruimte” die op het punt staat te worden gecreëerd. Hij beperkte dus dat Licht, distantieerde het naar het uiterste, rond dit middelpunt, achterlatend een vrije ruimte hol en leeg…

En Ziedaar, na deze beperking, die resulteerde in de schepping van een “vrijgekomen ruimte” een holle leegte in het midden van het Oneindige licht van Ein Sof, was er een “plaats” voor alles wat voort kan worden gebracht, [Atziloet] creëerde [Beriya], vormde [Yetzira], en completeerde [Asiya]. Hij trok voort een enkele rechte Straal van Zijn Oneindig Omgevend Licht [en verlengde het neerwaarts] in de vrijgekomen ruimte. Deze Straal daalde in fases neer in de vrijgekomen ruimte. Het hoogste uiteinde van deze Straal raakte en kwam voort van het Oneindige licht van de Ein Sof [ dat de Ruimte omgaf] en strekte zich neerwaarts [in de vrijgekomen ruimte richting middelpunt] maar niet helemaal tot de bodem [zodat het niet het ineen storten van de vrijgekomen ruimte veroorzaakt, met als gevolg dat het zich opnieuw verenigt met G'D's Oneindig licht]. Het was door deze Straal [dienend als een kanaal] dat het Licht van de Ein Sof neerwaarts werd getrokken en beneden werd uitgespreid. In deze vrijgekomen ruimte, emaneerde, creëerde en vormde en completeerde Hij vervolgens alle werelden. Door deze Straal, welke diende als een beperkt kanaal, spreidde het uitvloeiende Hemelse Licht van de Ein Sof voort en vloeide neerwaarts in de universums die waren gevestigd binnen die Lege Ruimte.

SHABBAT SHALOM

 

SOEKOT- LOOFHUTTENFEEST, SHABBAT CHOL HAMO’ED SOEKOT

Rabbijn Juda Groenteman geeft in november een aantal lezingen in Antwerpen, informatie via:

http://www.elcker-ik.be/InformCMS/preview/index.php?pag_id=550288&cty_id=1730

ZEVEN HEMELSE GASTEN

De Zohar vertelt ons dat de “Ushpizien,” (letterlijk, invitatie om plaats te nemen), de zeven “Herders” van het Joodse Volk, iedere Jood in zijn Soeka bezoekt, elke nacht een ander. En elk van hen is een paradigma voor één van de zeven G’ddelijke eigenschappen.

1e dag – Abraham – chesed

2e dag – Isaac – gevoera

3e dag – Jacob – tiferet

4e dag – Mozes – netzach

5e dag – Aaron – hod

6e dag – Josef – jesod

7e dag – David – malchut

Aan Rabbi Menachem Mendel van Kotsk, werd eens verteld dat een zekere tsadiek, die van zich zelf zei, dat hij elk jaar alle zeven Ushpizien in zijn soeka ziet. de Kotsker antwoordde: “Ik zelf zie ze niet, maar desondanks geloof ik de verklaring van onze Wijzen ,in zaliger nagedachtenis, dat zij naar elke Soeka komen. En door dit te geloven, zie ik meer dan zij doen met hun ogen!”

RABBI JITZCHAK LURIA

Van de vele mitzwot verbonden aan de feestdag van Soekot, is misschien het meest opvallende de eigenlijke structuur van de soeka (hut) in welke wij alle feestdagen verblijven en waarnaar het feest is genoemd. Hoewel de expliciete reden voor het bouwen van de soeka is, om te herinneren aan de miraculeuze uittocht uit Egypte en G’D’s bescherming tijdens de reizen door de Sinaï woestijn, verklaart de Ari dat, op de juiste manier geconstrueerd, de soeka dient als een model van de spirituele werelden en een kanaal voor verruimend bewustzijn, een kanaliserende G’ddelijke vrijgevigheid in de Lagere Sferen.

Een belangrijk element voor een geldige soeka is de “schach“, de dakbedekking, gemaakt van organische natuurlijke materialen welke rusten op de wanden. Chassidische literatuur leert dat zowel de woorden “soeka” en “schach” verwijzen naar de uitdrukking “beseffen [Hebreeuws, “sochei” met G’ddelijke inspiratie”, welke gebruikt wordt in de beschrijving van onze matriarche Sara, ook bekend als “Isca” (van de zelfde stamletters).

De Ari leert dat deze connectie tussen schach en G’ddelijke inspiratie, profetie of enig andere verruimend bewustzijn allesbehalve bijkomstig is.
In feite, de schach van een koshere soeka in het bijzonder dient als een medium door welke wij hemelse wijsheid en begrip absorberen.
Kabbala reikt niet alleen voorbeelden aan van spirituele realiteiten in de celestiale werelden, maar dat ook wij een actieve rol kunnen spelen in hun manifestatie in Deze Wereld. In de soeka functioneren wij in de rol van de partzoefiem van Zeir Anpin en Noekva, gelijk een onvolwassen zoon en dochter (of kuikens in een nest), en de schach functioneert als een interface met de partzoef van Imma, de verzorgende “moeder”, niet verschillend van “onze moeder” Sara, zwevend over haar jongen in haar nest, toekennend wijsheid en begrip, en hen de mogelijkheid geeft om tot volwassenheid te komen, en hen een glimp te laten opvangen van het universum van uit haar verheven perspectief.

GOED JOM TOV!

 

JOM KIPPOER – GROTE VERZOENDAG

VAN ALLE FEESTDAGEN, WORDT JOM KIPPOER BESCHOUWD ALS DE MEESTE HEILIGE EN SUBLIEME.

Op een eenvoudig niveau geeft Jom Kippoer de indruk een dag te zijn, opgedragen aan berouw, maar is dit werkelijk het geval? Bedenk, eerst komt Rosh Hashana, “de dag van oordeel” en dan Jom Kippoer, een dag van berouw. Is deze volgorde op enigerlei wijze zinvol:

Waarom zou een dag van berouw volgen op een dag die is opgedragen aan oordeel?

 WORSTELEN met MODDER

Hoe komt de heiligste dag verstrengeld met een dag die iemands slecht handelen weergevend? Kan het zijn dat er op deze heiligste der heilige dag niets beter te bepraten valt dan al het afval dat iemand in het voorgaand jaar heeft verzameld?

Begrijpelijkerwijs wordt het negatieve naar boven gebracht met als doel om ons er aan te herinneren onszelf te zuiveren. Aangezien we niet kunnen vergeten en laten gaan datgene dat we ons niet herinneren en erkennen en verschuldigd zijn. Toch is het even waar “dat iemand die worstelt met een bemodderd persoon zelf wordt bemodderd.”

Hoewel er plaats is voor indringend bewustzijn van je negatief gedrag, zou misschien Jom Kippoer hiervoor niet juiste het moment zijn. En inderdaad is dit niet zo. Jom Kipppoer gaat niet over het verhalen, herinneren van al onze negatieve bagage, want daarvoor is de hele maand Elloel.

Elloel is een tijd waarin we eerlijk en grondig soulsearching doen, een zelf onderzoek en streven het verkeerde recht te zetten. Het is een periode waarin wij oprecht ons gedrag analyseren, herstellen als er schade is aangericht en ferm besluiten om onze toekomst te verbeteren. Als de maand Elloel eindigt, zijn we gereed voor Rosh Hashana, “de dag van oordeel”.

Wat is dan Jom Kippoer?

GESCHEIDEN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Dit universum bestaat uit  tijd, ruimte en bewustzijn. Er zijn drie eigenschappen ten aanzien van de Schepping; Olam, ruimte, Shana, tijd en Nefesh, ziel. Wat en waar we ook zijn, we zijn altijd op een bepaalde locatie op een bepaalde tijd en in een bepaalde staat van denken, gemoedstoestand. Deze drie zijn zo intensief met elkaar verbonden dat de ene niet kan existeren zonder de anderen; tijd en ruimte worden alleen “absoluut” wanneer een bewustzijn, een waarnemer deze als zodanig observeert.

Tijd, ruimte en bewustzijn expanderen vanuit een centraalt punt, met andere woorden, de tijdstroom, de oorsprong van ruimte, en de extensie van bewustzijn ontwikkelen zich vanuit een punt van referentie. Tijd, Ruimte, Normatief Bewustzijn functioneren in een universum van polariteit, gesepareerdheid, diversiteit en fragmentatie. In lineaire tijd is een verleden dat invloed heeft op een heden en die op zijn beurt een effect heeft op de toekomst, het zelfde geldt voor ruimte. Ruimte heeft gedefinieerde dimensies, een breedte, hoogte en diepte. De waarnemer, het bewustzijn dat tijd en ruimte op deze gefragmenteerde wijze waarneemt is juist de schepper van al deze diversiteit omdat hij slechts zijn eigen innerlijke polariteit, dualiteit en innerlijke onenigheid projecteert op het leven dat hem omringt.

 DE EENWORDING VAN TIJD, RUIMTE, BEWUSTZIJN

 Toch is er voor al de multipliciteit en diversiteit een centraal punt, dat één verenigd geheel is, vanwaar uit alle separatie en diversiteit voortkomt. Onmiskenbaar is het middelpunt van alle realiteit en existentie, de Schepper, maar als een manifestatie en vertegenwoordiging van deze eenheid, is er een expressie van eenheid in tijd, ruimte en bewustzijn, een punt vanwaar uit alle dualiteit voortvloeit. Er is een tijd, ruimte, ziel realiteit waarin de oneindige eenheid uitwaards begint te stromen tot in de eindige realiteit en waar de eindige separatie en oneindige eenheid verenigd en onafscheidelijk worden.

JOM KIPPOER REFLECTEERT EENHEID EN EENWORDING OP ALLE DRIE NIVEAUS, IN TIJD, RUIMTE EN BEWUSTZIJN.

 Met betrekking tot tijd wordt aan Jom Kippoer gerefereerd als achas ba’shana, de Eenheid van het Jaar. Jaar in het Hebreeuws, shana, is een woord dat is gerelateerd aan het woord shinoei, betekenend, verandering, aangezien de vloed van de jaarlijkse cyclus getuigt van diversiteit en de verandering van de seizoenen. En te midden van deze multipliciteit, staat Jom Kippoer als achas ba’shana, het focus punt van tijd uitdrukkend, de ultieme eenheid van tijd van waaruit alle veelvoudige tijd realiteiten voortkomen.

Evenzo wordt Jom Kippoer geassocieerd met de eenheid en eenwording van ruimte. Toen de Beth Ha’mikdash, de Tempel in Jeruzalem er nog stond, was het de Hoge Priester alleen toegestaan op Jom Kippoer, de heilige ruimte van Kadosh Kadoshiem, het Heilige der Heilige te betreden. Daar stond de Ark van het Verbond op de even hashesya, de fundatiesteen, de mystieke mysterieuze rots vanwaar uit de gehele fysieke ruimte zich uitstrekte, zoals de Talmoed verhaalt. De Ark van het Verbond was fysiek zoals al het andere, een manifestatie van deze materiële existentie met fysieke eigenschappen, en toch, geplaatst in het Heilige der Heilige, nam het geen enkele ruimte in. Als men zou kunnen meten vanaf de buitenwand van de Ark in elke richting, zou de totale som van de lege oppervlakten het zelfde zijn als de totale som van de gehele ruimte van het Heilige der Heilige.

Paradoxaal bevatte de Ark een welomlijnde afmeting, en toch nam het op geen enkele wijze ruimte in beslag, een totale smelting, eenwording en herintegratie van dimensie in het niet dimensionale, van ruimte in het niet ruimtelijke, hoewel de Ark zelf zijn afmetingen behield en tegelijkertijd niet ruimtelijk was.

ONS ESSENTIËLE ZELF ONTHULLEN

 En tenslotte en dit is zeer belangrijk, reveleert Jom Kippoer de éénheid van ons diepste zelf.Helaas, hopelijk zelden, gebeurt het, dat de wijze waarop we handelen en de weerspiegeling van ons uiterlijk gedrag niet overeenkomen met ons ware innerlijke. We wijken af van ons innerlijke pad en het proces verduistert ons innerlijk Licht, en toch, doet het er compleet niet toe hoe ver of vervreemd we zijn van ons innerlijk Licht, ons innerlijk Licht kan nooit en te nimmer worden vervaagd.

In essentie zijn wij puur en transcendent en elke negativiteit waar we ons mee engageren of inlaten is niet wie we zijn, eerder is het wat we hebben gedaan. De essentie van wie we zijn blijft onaangetast. De consequenties van ons negatief handelen kan maar oppervlakkig penetreren en kan zichzelf met ons verbinden maar meer als een aanhangsel. Het is waar dat zij ons terneer drukken, onze belasten, onze zicht vertroebelen, maar zij heeft geen effect op het diepste oneindige deel van onszelf, de ziel, die altijd één, puur en verbonden blijft.

Jom Kippoer geeft ons de kracht om ons diepste, oneindige, niet dualistische zelf te bereiken. Het is een dag waarop we boven ons ego uitstijgen en volledig in de diepste bronnen van onze vrije ziel doordringen.

Meta historisch was Jom Kippoer gekozen als een dag van teshoeva, omdat het de oorspronkelijke dag was van vergiffenis op het moment van de geboorte van het Joodse Volk.

Slecht zes weken na de monumentale G’ddelijke ontmoeting bij de Sinaï, toen de absolute Eenheid duidelijk zichtbaar was, dansten de Oude Hebreeën rond het Gouden Kalf en proclameerden, “dit is de god die ons uit Egypte leidde”. Het verlangen om een beeld te verafgoden en te aanbidden was zo sterk en de menselijke dubbelheid behoeft aan conceptualisering en context was zo overweldigend, dat zij niet in staat waren de Sinaï gepast te assimileren.

Acht dagen later, na veel gebed en smeken van Mozes, verwierf en bereikte Mozes vergeving, een middel om opnieuw toegang te verkrijgen tot de hoogste niveaus, zelfs nadat men diep is gevallen. Die dag was de tiende van de zevende maand van Tishré, die dag wordt door de Thora aangeduid als Jom Kippoer.

Op Jom Kippoer, zegt de Talmoed, “de essentie van de dag brengt verzoening”. De dag van Jom Kippoer roept en brengt voort sublieme middelen van superioriteit die alle uiterlijkheden, dus alle negativiteit overschaduwt. Of we volledig bewustzijn zijn of niet maakt weinig verschil, zolang als we minimaal de helende kracht van de dag accepteren en zeker niet interfereren.

EEN DAG VAN SUPERIORITEIT, EEN TIJD VAN IMMANENTIE

 Jom Kippoer is een dag waarop we afzien van normatieve lichamelijke behoeften. De restricties van de dag zijn niet primair bedoeld om lijden van het lichaam te veroorzaken. Als pijn veroorzaken de intentie was, zouden er veel effectievere manieren zijn om dat te bereiken. De focus hier is te bewerkstelligen dat de  normatieve fysieke sfeer wordt doorbroken. Het is een dag toegewijd aan het bereiken van transcendentie van het fysieke, als ook een transcendentie van alle negativiteiten en geringschatting.

Op Jom Kippoer vindt totale transcendentie plaats. Dit is een dag waar wij ons onthouden van shoven, “rust”, zoals de stam van het woord Shabbat, van eten, drinken, echtelijke relatie, zelfs van lopen en verplaatsen, gerepresenteerd door het verbod om leren schoeisel te dragen en andere lichamelijke behoeften. Er is een complete materiële transcendentie, een afzien van alle fysieke dingen. Velen hebben de gewoonte om zo veel mogelijk te staan gedurende de gebeden. Gedurende de gebeden wordt een wit lang hemd gedragen (kittel), en er wordt een witte gebedsmantel (Talliet) gedragen.

Het uiteindelijke terugkeren, teshoeva, is wanneer we een radicale ommekeer van ons verleden opwekken. Zelfs het negatieve verleden en ons verleden omvormen in een positieve context binnen het heden. In de Taal van de Talmoed, teshoeva van liefde verandert “koppige overtreding tot positieve goedheid”. Hoe kan dit gebeuren?

Voor de een is het juist ons voorafgaand negatief handelen dat ons heersend diep verlangen om terug te keren motiveert, en om een meer diepgaand niveau van teshoeva te bereiken. Ons negatief gedrag van het verleden kan als een springplank voorwaarts dienen naar positief gedrag in de toekomst. Dit nieuw strategisch punt is de essentie van goedheid en licht binnen de ogenschijnlijke negativiteit en duisternis. Retroactief sprekend, de G’ddelijke goedheid in het negatief handelen is, dat het kan en vaak binnen de persoon een diepere wil opwekt om terug te keren en bewerkstelligt het dat iemand zijn handelen veranderd.

Om die reden is het woord voor “wandaad” in het Hebreeuws chet, gespeld als, chet, tet, alef. Technisch kan het woord chet geschreven worden zonder de laatste letter alef, die niet uitgesproken wordt en dus klaarblijkelijk overbodig is. En toch heeft chet een alef, de eerste letter van het Hebreeuwse alfabet en de fonetische opening van alle klanken, een die de Eerste, de Ene en de Enige representeert. Mogen wij waarlijk bewust zijn van deze dag van achat ba’shana, eenheid van tijd en een verzachting van ons gehele zelf bereiken binnenin het opnieuw ontdekte zelf.

Mogen we verdienste overtreffen in de ontzagwekkende dag van Jom Kippoer en ons diepste zelf onthullen. Mag de uitwerking van onze persoonlijke innerlijke transformatie worden waargenomen en gevoeld door de hele wereld. Mogen we voor de “essentie van de dag” toestaan om ons ware teshoeva te brengen, en dat ons eigen teshoeva een teshoeva inspireert voor de hele wereld, zodat de wereld wordt geheeld en herstelt van zijn fragmentatie, versplintering en schijnbare zinloosheid.

Juda Groenteman      

 

DE KOSMISCHE ZIEL VAN ROSH HASHANA

ROSH HASHANA VERTEGENWOORDIGT VERNIEUWING VAN JE ZELF EN VAN DE WERELD

De Dimensie Van Bewustzijn

Het universum is niet gebouwd in tijd en ruimte alleen; het heeft andere parameters. Zoals ruimte zich uitstrekt in drie dimensies en de tijd uitstrekt van verleden naar toekomst, zo strekt dit andere continuüm zich uit van het binnenste naar het buitenste, van de etherische essentie van zijn tot concrete realiteit die we aanraken en voelen, van simpliciteit van oneindig licht naar de chaos van onze uiterste wereld. We kunnen het de kosmische ziel noemen of de dimensie van bewustzijn. Of we kunnen gewoon zeggen dat het hele universum kan worden begrepen als een soort persoon van wie elk van ons niet meer dan een oneindig klein, microreproductie is.

Op paradoxale wijze drukt deze kosmische ziel zichzelf in ruimte uit door het medium van tijd. Zodat wat existeert in de ziel, existeert in tijd en wat existeert in tijd, existeert in ruimte. In de ziel is een besef, een bewustzijn en de plaats vanwaar het bewustzijnsleven zich uitbreidt, in ruimte is er het Land van Israël, een ruimte van  waaruit de hele wereld wordt gevoed. In tijd is er Rosh Hashana, een tijd van waaruit alle tijd wordt vernieuwd.

Dus we noemen het Rosh Hashana, letterlijke betekenis, Hoofd van het Jaar. Niet alleen een begin, een startlijn, maar een hoofd. Net zoals het hoofd het bewustzijn bevat van alles wat er gebeurt in het lichaam, zo ook is Rosh Hashana het essentiële knooppunt waardoor alle vitaliteit van een heel jaar reist

Ruimte, tijd en bewustzijn, op één niveau, lijken van elkaar te verschillen, met bewustzijn, handelend als een waarnemer, getuige van ruimte binnen een context van tijd. Maar op een meer diepgaand niveau, existeert tijd niet zonder ruimte en geen van twee existeert zonder een waarnemer, aangezien de waarnemer effectueert en fundamenteel creëert dat wat is waargenomen.

Om alleen te praten over de vernieuwing van tijd op Rosh Hashana  zonder in te gaan op de vernieuwing van ruimte en de vernieuwing van bewustzijn kan niet accuraat zijn . Als Rosh Hashana de vernieuwing van tijd is en het zenuwcentrum waardoor alle richtingen van de tijd stromen, is het ook de vernieuwing van ruimte en bewustzijn. Op Rosh Hashana is er een totale kosmische vernieuwing; en door onszelf af te stemmen op deze ontzagwekkende dag, kunnen wij hernieuwde vitaliteit bereiken op alle niveaus van ons wezen, een radicale vernieuwing in tijd, ruimte en bewustzijn.

VERNIEUWING VAN DE MENSHEID

 Rosh Hashana is ook de dag van onze collectieve beoordeling, omdat het een dag is die de creatie van de mensheid viert, de Genesis van Adam. Adam representeert de kosmische mens, adam/kadmon de primordiale mens. In aanmerking nemend dat Adam de eerste mens was, kunnen alle mensen hun genen terugvoeren tot één voorvader. Zoals fysiekheid een reflectie is van de spirituele realiteit, is Adam ook onze spirituele voorvader. Adams ziel is de collectieve en universele ziel waar alle zielen uit voortkomen, een zielsoorsprong waar alle individuele zielen van zijn afgeleid.

Adam is dus de verpersoonlijking van heel het menselijk bewustzijn. De creatie van Adam was niet een eenmalig gebeuren, het gebeurt elke moment opnieuw, uitmondend in het centrale punt van deze vernieuwing op Rosh Hashana, wanneer een totale vernieuwing van kracht en energie van ons individueel bewustzijn plaats vind.

DE FUNCTIE VAN DE TEMPEL

 Toen de Tempel stond in Yeroeshalayiem/Jeruzalem, was dit het centrum van tijd en ruimte; hernieuwd bewustzijn werd daar geboren in het zicht van de wereld. Als focuspunt van de hele ruimte, het middelpunt van waaruit alle richtingen voortvloeien, was er een constante tastbare waarneming van nieuwheid en frisheid in het domein van de Tempel. De Toonbroden werden nooit oud, zij bleven vers gebakken, zij smaakten altijd vers, zelf als zij een week tevoren waren gebakken, zoals de Talmoed aanhaalt in Chagigah. 26b.

De Tempel was gebouwd op de plaats waar Jacob eens had geslapen en droomde van een ladder naar de Hemel, zoals de Thora verhaalt in het Boek Genesis 28:12-18.

Toen hij wakker werd uit deze droom, proclameerde hij, “Ongetwijfeld is Hashem in deze plaats; en ik wist [realiseerde] het me niet. ”Wat hem verontrustte was dat hij had geslapen op een heilige plaats. De Talmoed noemt slapen “een zestiende van dood zijn “ (Berachot 57b). Slaap is statisch, stilstaand, niettemin moet een heilige plaats levend zijn, wakker en rechtovereind staan en met enthousiasme in bewegingen zijn. Jacob was verontrust dat hij niet overeenstemde en harmonieerde met zijn bewustzijn.

Heden ten dagen proberen wij zijn vergissing recht te zetten door niet overdag te slapen gedurende Rosh Hashana, vooral niet voor het blazen van de Shofar, die kosmisch ontwaken representeert.

We proberen ook de misstap van Adam recht te zetten die, als de personificatie van de algemene ziel van de mensheid, dualiteit koos, ouderdom en uiteindelijke sterfelijkheid. In plaats daarvan proberen we ons bij de hernieuwde G’ddelijke energie stroom aan te sluiten en een hischadshoet/ vernieuwing in vitaliteit en energie in al onze aspecten van het leven te brengen.

WIJ WENSEN AL ONZE VRIENDEN  EN SUPPORTERS EEN KETIVA VECHATIMA TOVA, MAG DE ALMACHTIGE U EN DE UWEN INSCHRIJVEN VOOR EEN GOED EN ZOET JAAR.

PARASHAT HA’AZINOE

 Neig het oor   Deuteronomium. 32:1 – 32:52

 Rabbi Schneur Zalman van Liadi

 “Als druppels op jong groen; Als regendruppels op het gras”, “Ki’si’eeriem alei deshe v’chirviem alei eisef”  (Deuteronomium. 32:2)

Een les in Bijbels Hebreeuws.

 Deshe en eisev betekenen beide gras. Se’eeriem en  r’viviem betekenen beide regendruppels.

De Arizal   verklaart preciezer, en dus is er geschreven in Shoroshiem, “Het Boek van de Oorsprong”, dat deshe  verwijst naar jong ontluikend gras net beginnend zich te vertonen in de grond, terwijl eisev verwijst naar volgroeide sprieten. Se’eeriem verwijst naar een zeer lichte spray, dun als haar, sei’ar, en r’viviem verwijst naar dikke regendruppels. Lichte druppeltjes helpen de jonge sprietjes groeien; volle regendruppels cultiveren het volgroeide gras.

Deshe en eisev worden voor het eerst genoemd in Genesis, (1:11), ten opzichte van de Schepping als G’D zegt, “Laat de aarde deshe voortbrengen, eisev zaaddragende gewassen, vruchtbomen…”Zodat het verschil tussen

Deshe en eisev kan worden gezien als het verschil tussen vegetatie dat geen zaad draagt (deshe) en vegetatie dat zaad draagt (eisev), zie Zohar I, 19a).

De Zohar I, 18b zegt dat deshe en eisev twee typen van engelen zijn.

 [Engelen zijn de spirituele antecedenten van vegetatie. Net zoals vegetatie groeit van klein naar groot, zo groeien engelen in gestalte wanneer zij zich bezig houden ,met het vervullen van een G’ddelijke opdracht. (Zie Mi Chamocha 5629.)]

Er zijn engelen die iedere dag gemaakt en niet over gaan naar de volgende en er zijn engelen die gecreëerd zijn tijdens de zes dagen van de Schepping en blijven bestaan tot op de dag van vandaag. Aan deze twee typen wordt gerefereerd in een van de ochtendgebeden wanneer we spreken van G’D als Hij die “dienende engelen creëert en wiens dienende engelen allen staan aan de hoogten van het universum…” De eerste verwijzing naar engelen verwijst naar het type dat niet overgaat naar de volgende dag, G’D creëerde hen – tegenwoordige tijd – op een dagelijkse basis. De tweede referentie verwijst naar de engelen die blijven bestaan op de hoogten van het universum voortdurend.

 De Tzemach Tzedek voegt hieraan toe: De Zohar past deze interpretatie van deshe ook op het woord chatzier toe, zoals het vers (Psalmen 104:14), “ U bent het die gras voor het vee laat opkomen en eisev ter bewerking door de mens.” We zien dat eisev is geassocieerd met een hoger niveau van G’ddelijke dienst, het niveau van “bewerking door de mens”. Zie ook Bereishiet 19a, Teroema 171a, Vayikra 12a en Pinchas 217a.

 Klaarblijkelijk, deshe, dat geen zaad draagt, met andere woorden, heeft geen duurzaamheid, refereert aan de engelen die terugkeren naar het niets. Eisev, wat zaad draagt, met andere woorden bezit permanentie, refereert aan die engelen die in existentie blijven. (Zie Zohar  ibid)

SHABBAT SHALOM

 

 

PARASHOT NITSAVIEM – WAJÉLEECH

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P. 18a

De heilige Ari koos dit gedeelte van de Zohar omdat hij dit passend vond voor de dagen dat wij parashat Netsaviem lezen, het werd gepubliceerd in zijn compilatie “Chok LeJisraël“.

De dag van Rosh Hashana is de dag van het pinakel van Izaak, het symbool van de sefira van gevoera. Op die dag wordt hij verheven tot hoofd van de “Voorvaderen”; de anderen zijn Abraham, welke de sefira van chesed representeert, en Jacob, tiferet [ de combinatie van strikt oordeel met goedhartigheid]. Verwijzend naar die dag en zijn verbinding met vrees, is geschreven: “De zondaars van Zion zijn bevreesd; bangheid heeft de vleiers verrast.” (Jesaja. 33:14)

De dag van Rosh Hashana  is de dag dat Izaak werd verheven en gebonden op het altaar om geslacht te worden als offer. [Omdat dit de dag is van streng oordeel, welke tot zijn hoogste niveau is verheven op die dag, wanneer iedereen de Koning in oordeel passeert.] Op die dag wordt over alle naties geoordeeld en Sara [welke de Shechina representeert] jammert in vrees wegens de hardheid van het oordeel en het geblaas van de shofar, welke tevens ook grote vrees opwekt. Gelukkig is het lot van iemand die zich weet te sturen door dit alles en zich bewaart voor de hardheid van die dag, omdat hij zich realiseert dat het ontstaan van het strenge oordeel bij zijn bron wordt gezoet.

Rabbi Abba zegt, de reden dat we dit gedeelte van de Thora lezen op deze dag, welke relateert aan het offeren van Izaak, is omdat dit de dag is waarop hij werd geofferd (gebonden op het altaar) in deze fysieke wereld en tevens ook gebonden werd in de spirituele wereld. Het was tot op die dag dat Izaak werd verheven tot de sefira van gevoera [ten gevolge van de vrees opgewekt door het gebonden zijn op het altaar als offer].

Wanneer werd Izaak gebonden op het altaar? In de tijd toen werd geschreven: “Ze kwamen tot aan de plaats die G’D hem gezegd had. Daar bouwde Abraham het altaar, schikte het hout, bond zijn zoon Izaak en legde hem op het altaar, bovenop het hout.” (Genesis. 22:9)

Rabbi Elazar zegt dat dat de dag is dat Izaak Abraham kroonde, zoals staat geschreven: “Elo-hiem verhief Abraham” (Genesis.22:1). De betekenis van de woorden “verhief” kan afgeleid worden van de verzen: “Ik zal mijn handen opheffen naar naties, Ik zal mijn vlag zichtbaar verheffen   de volkeren” (Jesaja 49:22); eveneens, Mozes noemde een altaar, “G’D is verheven als mijn banier (standaard)”(Exodus. 17:15). Hieruit leren wij dat de sefira van chesed op die dag werd verheven en gecompileerd, omdat het Abraham was, representerend chesed , die de macht had over Izaak en hem bond op het altaar.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KI TAVÓ

 

De relatie tussen Ki Tavó en Chai Elloel

 

Likkoetei Thora 40b-d

 De achttiende dag van de maand Elloel, of Chai Elloel, markeert de geboorte dag van zowel de Baal Shem Tov [5458, (1698)], stichter van de Chassidische Beweging als de Alte Rebbe [5505 (1745)], grondlegger van het Chabad Chassidisme. Deze dag valt of wel op of vlak voor de Shabbat waarop het Thoragedeelte van Ki Tavó wordt gelezen.

 Alle Joodse feestdagen en uitzonderlijke gebeurtenissen in de Joodse kalender worden aangeduid in de Thoralezing gedurende de week waarin ze plaatsvinden. Begrijpelijkerwijs wordt Chai Elloel, dus aangeduid in het gedeelte van Ki Tavó.

Waar in dit gedeelte vindt men de connectie met deze aanduiding?

 Ki Tavó begint met de voorschriften van Bikoeriem, de eerste vruchten die de Joden verplicht waren te staan direct “Wanneer je dan in het land dat de Eeuwige, G’D, je als erfgoed geeft, gekomen bent, het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen.”

 Onze Rabbijnen geven aan dat de kwalificatie “het in bezit genomen zult hebben en er zult wonen”leert, dat de verplichting van Bikoeriem niet begon voordat de 14 jaren waarin Eretz Jesraël in bezit genomen werd en verdeeld onder de stammen voorbij waren.

Het vers is aangepast op die wijze om de volgende reden: De ware betekenis van “in het Land komen” is dat van komen in zijn geheel, helemaal. Dit is in overeenstemming met de uitspraak van onze Wijzen: “Een gedeeltelijke binnenkomst wordt niet beschouwd als een hele binnenkomst.” Het woord “komen “ betekent daarom “in bezit nemen en wonen”, want alleen dan werden de Joden beschouwd werkelijk het Land te zijn binnen gegaan.

Dit is de connectie tussen Ki Tavó en Chai Elloel, de geboorte data van de twee grote Chassidische stichters:

Chasidoet is uniek in zijn vermogen om geest, gedachte en hart te doen ontwaken zodat de dienst van Thora en Mitzwot is op de wijze van Ki Tavó, een complete onderdompeling met elke vezel van iemands wezen die wordt voortgebracht door spirituele dienst.

De waarde van deze wijze van dienst zal begrepen worden door het verschil uit te leggen tussen iemands intrinsieke en extrinsieke staat van zijn; intrinsiek refereert aan iemand zoals hij existeert in relatie tot zichzelf en extrinsiek zoals hij existeert naar anderen.

 In termen van spirituele dienst betekent dit het volgende: Wanneer iemand iets doet, op een intrinsieke en extrinsieke wijze, blijven hij en de idee die hij uitvoert twee verschillende entiteiten. Wanneer echter iemand handelt vanuit zijn innerlijke zelf, dan absorbeert zijn innerlijke wezen zichzelf in dat wat hij doet, want in relatie tot iemands innerlijk wezen, zijn essentie, existeert er niets behalve hijzelf. Dus wanneer iemand op deze wijze, zelfs een ogenschijnlijk extern specifiek, is de handeling verbonden en verenigd met zijn innerlijke zelf, dan zijn hij en de handeling zijn één.

 Hierin ligt het uniek van Chasidoet: Chasidoet, een deel van de “ ziel van Thora”, reveleert iemands wezenlijke levenskracht in al zijn aspecten van Thora en mitzwot en de unieke kwaliteit van deze levenskracht is totale eenwording met degene die het opwekt.

 Want de levenskracht voegt niets toe aan wat het vitaliseert, een levend lichaam bezit niet meer delen dan een dood lichaam. De levenskracht is dus niet separaat van degene die het energie geeft, het is eerder de ziel van het opwekkende lichaam, omdat elk en ieder aspect van het lichaam een levende entiteit is. De reden is dat iemands “ leven” zijn ziel is en innerlijke essentie, zoals eerder uitgelegd, dat deel uitmaakt van iemands innerlijke essentie en volledig wordt verenigd met objectief waarmee het zich verenigt. Dus het lichaam waarin de levenskracht verblijft, is er compleet van doordrongen.

 Precies zo is de uitwerking van Chasidoet op Thora en Mitzwot: Het is mogelijk voor iemand om Thora te studeren en mitzwot uit te voeren terwijl hij er toch van gesepareerd blijft. Chasidoet echter stelt iedereen in staat om het  innerlijke aspect van zijn levenskracht te reveleren, zijn heilige ziel. En in relatie tot dat niveau, de eigenschap van Ki Tavó is, elk en ieder mens waarlijk een met Thora en Mitzwot.

 SHABBAT SHALOM

PARASHAT KIE TEETSEE

Als je voortgaat (Deuteronomium 21:10 – 25:19)

De mens is het doel van de Schepping, hij is geschapen in beeld en gelijkenis van G’D, en juist zoals Adam oorspronkelijk twee gezichten had om de gelijkheid van man en vrouw aan te geven, zo was ook de respectievelijk aanwending van lichaam en ziel van de mens perfect, zodat beide waren geheiligd aan hun G’D.
De vrouw werd vervolgens gesepareerd van Adam met de intentie om zijn levensgezellin en partner te worden, om hen de gelegenheid te geven een ware eenheid te vormen, zodat zij “één lichaam” worden. (Genesis. 2,24)
Adam (Mens) verkrijgt door deze separatie zijn perfecte vorm en wordt compleet.

G’D verloste ons van slavernij, om ons in staat te stellen Zijn dienaren te worden, zoals Hij zegt in Leviticus 25,55: “Want de Kinderen van Israël zijn dienaren van Mij.” Dus, door Zijn dienaren te worden, voegen wij meer vermogen toe aan de spirituele essentie van onze zielen. In de uiteindelijke toekomst zullen wij het spirituele niveau, dat Adam bezat toen hij nog de geweven kleding van licht droeg, terugwinnen.
Als we dit punt in onze historie zullen bereiken, zal ons leven oneindig worden en lichaam en ziel zullen een blijvende existentie hebben in deze wereld.
Wij zullen direct van voeding worden voorzien door de shechina, is de unanieme mening van de Kabbalisten en vastgelegd door Nachmanides. Een compleet andere mening daarentegen heeft Maimonides, die de periode in kwestie niet ziet als een leven in deze wereld.
De zuivering en verfijning van ons lichaam en iemands verhouding met de materiele zaken in deze wereld kan alleen worden bereikt door het uitvoeren van de mitzwot. Gezien het feit dat praktisch alle zeventig geboden die worden genoemd in deze parasha betrekking hebben op ons lichaam ofwel onze verhouding tot materiele zaken, mogen we aannemen dat de gehele parasha primair gewijd is, om ons te leren heiligheid tot stand te brengen met ons lichaam en onze omgang met materiele zaken.
We moeten zeer goed bedenken dat het voornaamste punt in het bereiken van heiligheid van het lichaam draait, om het reproductieve orgaan en wie en voor welk doel, wij onze levenspartner kiezen. We moeten ernaar streven dat de zaaddruppel welke de eicel van onze vrouw zal bevruchten heilig is en niet ontaard is door verontreiniging van de serpent (spirituele verontreiniging).
Heilige intenties gedurende copulatie brengt een vereniging teweeg tussen de Sefirot van tiferet en malchoet, welke het tweevoudige gezicht van Adam representeerde vóórdat Eva van hem was gesepareerd.
Deze twee Sefirot symboliseren de esoterische dimensie van ziewoek, copulatie, de fysieke vereniging van man en vrouw.
De heilige gedachten die iemand moet hebben gedurende de geslachtsgemeenschap zijn alleen spiritueel verdienstelijk als iemand de geschikte vrouw heeft gekozen.
De reden dat Eva was gescheiden van Adam op het moment dat er geen andere mensen waren, was om aan te tonen dat de vereniging van Adam en Eva een echtelijke staat was, een vereniging tussen twee partners die geschikt waren voor elkaar.
Als iemand een vrouw kiest, moet hij voor ogen houden tzelem elokiem, het beeld van G’ddelijk aspect van iemands persoonlijkheid.
Als iemand is gemotiveerd door andere overwegingen in het kiezen van een vrouw, of als iemand geslachtsgemeenschap aangaat, zelfs met zijn eigen vrouw, met redenen anders dan het procreëren van G’D vrezende kinderen, is iemands existentie onvolledig. G’D heeft het “tegenovergestelde” gecreëerd, m.a.w om ons te voorzien in het maken van de juiste keuze, voorzag Hij ons van de verkeerde keuze.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHOFTIEM ROSH CHODESH ELLOEL

Rechters     Deuteronomium. 16:18 – 21:

Poorten van Ons Leven

Soms schijnt het dat de mitzwot in de Thora niet meer relevant zijn in deze tijd. Hoe worden wij verondersteld te relateren aan dit gegeven? Wanneer het Thoragedeelte spreekt over de Tempel, of over de verdeling van het Land Israël, of (zoals in het Thoragedeelte van deze week) het benoemen van rechters en rechtsdienaren in elke gemeente en stad, wat worden wij dan verondersteld te doen? De Lubavitcher Rebbe verklaart dat aangezien de Thora G’D’s Wil en Wijsheid is, het een eeuwig document is en daarom relateert aan elke tijd en plaats. We kunnen in elke mitzwa leerstof vinden die geschikt is voor ieder persoon.

De Talmoet zegt dat elk persoon een kleine wereld is. Als zodanig zijn er parallellen tussen ieder van ons en de wereld in het algemeen. Net zoals de wereld steden en gemeenten hebben die het middelpunt van leven en voortbrenging zijn, zo ook heeft elk individu centrale en voortbrengende aspecten in zijn leven. Deze zijn onze gedachten, spraak en handelingen.

We leven in opwindende tijden, waarin zelfs de media de wereld beschrijven als een “global village”, en waar de samenleving constant beproeft wordt  door het wegvallen van alledaagse grenzen. Desondanks, in het gunstigste geval, moet elke gemeente en stad een poort hebben. Een poort dient zowel als een ingang en als een uitgang en, zo nodig, kan die worden gesloten om ongewenst verkeer te stoppen. Evenzo, wanneer iemand positief wenst te denken, behulpzaam of goedhartig wil praten, of een mitzwa doen, dan moet hij zijn poorten wijd openen. Hij kan ook, wanneer de impuls tot denken, spreken of handelen op een negatieve wijze wordt benaderd, de poort sluiten.

Wat zijn onze poorten? Zij zijn onze ogen, die lezen wat de Thora zegt en ons daarom informeert op de juiste manier te handelen; onze oren waarmee we luisteren wat onze leraren zeggen; onze neuzen die een zuivere en heilige atmosfeer ruiken en daardoor aanvoelen, ingegeven met echt Judaïsme; en onze monden waarmee we alleen kosher voedsel eten en drinken en gepaste woorden spreken.

Het openingsvers van de Thoralezing van deze week spreekt over het benoemen van rechters en rechtsdienaren. Wie is de rechter die kan beslissen wanneer de poort geopend en gesloten wordt? Ons intellect. Wie zijn de rechtsdienaren die de orde bewaren? Dit is onze wilskracht om de uitspraak van de rechter te vervullen. Een eenvoudig voorbeeld van dit proces is voedsel. Het verlangen om iets te eten is alleen het eerste begin. Eerst moeten we beslissen of het voedsel kosher is. Zelf als dat zo is, moeten we andere factoren overwegen, “Is het voor mij toegestaan om nu zuivelproducten te eten, of heb ik zojuist vlees gegeten?” en “Is het werkelijk nodig dit te eten?”etc. Zelfs als is besloten dat het is toegestaan, moeten we nog steeds beslissen welke zegen we moeten reciteren. Wanneer en hoe we de poort moeten openen is een keuze die de Almachtige aan ons heeft gegeven om onze zielen en lichamen te leiden in de juiste richting.

Het bijkomende geschenk van de wekelijkse parasha is het eigen maken en toevoegen van ontvankelijkheid  om de wereld en onszelf te zien in de weg die de Thora beschrijft. Wanneer we dat doen, zien we dat er grote vreugde is zowel in deze wereld als in de hogere spirituele sferen. Er is een andere parallel tussen de wereld en de menselijke microkosmos: de kleine wereld die ieders eigen realiteit is, is verbonden met de ware realiteit die alleen gezien kan worden achter de façade van de fysieke wereld waarin we leven. Wanneer we op een gelaagde manier ons intellect en doorzettingsvermogen gebruiken om onze poorten te beheersen, openen we de poort naar een buitengewone mogelijkheid voor de Almachtige om de toekomstige rechters van het Sanhedrin, de Grote Vergadering, te benoemen, die de bouw van de Derde Heilige Tempel zullen begeleiden; het Sanhedrin is de rabbijnse autoriteit die de uiteindelijke echtheid van de Thora zal onderwijzen en ons het essentiële gepaste perspectief zal geven hoe te relateren aan de wereld, een bekwaamheid die wij missen tijdens de periode van verbanning. Dit kan alleen plaatsvinden door onze inspanning nu.

Hoe verhoudt zich dat tot de maand Elloel, die deze week begint? Elloel is de poort naar Tishré, de maand van de Hoge Feestdagen, wanneer we worden beoordeeld voor onze handelingen van het afgelopen jaar en wat we zullen ontvangen in het komende jaar. Hoe we nu met onze tijd omgaan heeft een invloed op hoe onze gebeden geaccepteerd zullen worden in de maand die zal komen. Net zoals we met ons intellect en doorzettingsvermogen nu grote impact creëren in de onmiddellijke toekomst, zo ook zal onze inspanning bewerkstelligen dat de ware en complete verlossing die door Mashiach zal plaatsvinden, dichtbij wordt gebracht.

Vanaf het begin van de maand Elloel is het al toepasselijk om elkaar een goed en zoet jaar te wensen.

SHABBAT SHALOM  (EN GELUKKIG NIEUW JAAR)   

LIED VOOR DE MAAND ELLOEL

Psalm 27 begint met de woorden “De Eeuwige is mijn licht en mijn redding.” Het wordt gelezen aan het einde van de ochtenddienst gedurende de Maand Elloel vandaag, tot na Hoshana Rabba-Simcha Thora, de zevende dag van het Soekotfeest. Vers 6 van de psalm, leest: “Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding”.Heb dit vers in gedachten zodat je de woorden ziet schitteren in het analytisch licht overeenkomstig aan de Kabbala.

De Eeuwige is mijn licht en mijn redding, voor wie zou ik bang zijn? De Eeuwige is de beschutting voor mijn leven, voor wie zou ik angst hebben? Al komen, die het kwade willen, mij te na om mij tot prooi te maken, al zijn mijn verdrukkers en mijn vijanden tegen mij, dan zullen zij struikelen en vallen. Al ligt een leger in slagorde tegenover mij, is het mij niet bang te moede. Al staat een oorlog tegen mij op uitbreken, toch blijf ik vertrouwen. Een ding vraag ik van de Eeuwige, daarnaar streef ik, dat ik in het Huis van de Eeuwige mag wonen, zolang ik leef. Dat ik de lieflijkheid van de Eeuwige mag ervaren en het heiligdom weer geregeld mag bezoeken. Dat Hij mij zal beschutten onder een beschermend dak in kwade dagen, mij zal bergen in de beslotenheid van Zijn tent, mij zal plaatsen boven op een rots. ‘Dan hef ik fier mijn hoofd op tegen de mij omringende vijanden, dan zal ik offers brengen in Zijn tent onder bazuingeschal en zingen voor de Eeuwige bij muziekbegeleiding. Hoor Eeuwige naar mijn stem! Ik roep, wees mij genadig en antwoord mij. Ik dacht bij mezelf van U te horen: ‘Zoeken jullie Mij!’ Ik zoek U toch, houdt U zich niet voor mij verborgen, wijs Uw dienaar niet af in Uw woede, mijn hulp bent U. Laat me niet los, laat me niet in de steek! God van mijn redding! Al zouden ook vader en moeder mij in de steek laten, de Eeuwige zou me tot zich nemen. Leer mij Eeuwige Uw wegen en leid mij op het juiste pad, al zijn er die op mij loeren. Lever mij niet over aan de willekeur van mijn vervolgers, die als valse getuigen optreden en met woorden van geweld van zich afblazen. Zo zou het zijn als ik niet altijd geloofd had het goede van de Eeuwige te mogen ervaren in het land der levenden. ‘Vertrouw op de Eeuwige, wees sterk en blijf moedig, vertrouw op de Eeuwige!’