PARASHAT TETSAVÉ

Je zult gebieden     Exodus. 27:20 – 30:10

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE GEHEIMEN NAMEN VAN DE OERIEM EN TOERIEM

ZOHAR II, p. 234b

Onder de kledingstukken van De Hoge Priester, was de borstplaat en de Oeriem en Toeriem misschien het meest raadselachtig. De borstplaat was een patroon van brokaat, gemaakt van gouddraad, blauwe en karmozijnrode wol en getwijnd linnen. Het was gezet met vier rijen edelstenen in een gouden kader, samen twaalf. De namen van de twaalf stammen waren op de stenen gegraveerd, één op elke steen, alsmede de namen van de Patriarchen, Abraham, Izaak, en Jacob. Volgens de Zohar waren de Oeriem en Toeriem, de Tweeënveertig en Tweeënzeventig Letterige Namen van G’D, aangebracht in de plooien van de borstplaat, dat veroorzaakte dat de letters, gegraveerd op de stenen, achtereenvolgens oplichtten om een antwoord te verduidelijken op een vraag die gesteld werd door de Hoge Priester.

In “het borstbeeld voor bijzondere beslissingen” moet je de Oeriem en Toeriem aanbrengen; die moet op Aharons hart liggen, als hij voor de Eeuwige komt. (Exodus. 28:30)

Rabbi Jehoeda zei: “De betekenis van het woord “oeriem” is uitgelegd als een afleiding van “meiriem” [wat “verlichtend/ verduidelijken betekent, aangezien het de gegraveerde letters op de stenen van de borstplaat verlicht]. Dit is het mystieke geheim van “het oog dat glinstert”.

De Aramese term voor “het oog dat glinstert” is “aspaklarya meira“. De term “aspaklarya” is vertaald als glas, weerkaatsing, spiegel, speculum, telescoop etc. De fundamentele betekenis is, dat het een medium is, waardoor G’ddelijke Inspiratie zich concentreert en manifesteert. (misschien is dit de origine van de “kristallen bol”, in niet joodse fabeltjes.) Het commentaar Mikdash Melech relateert dit aan de concentratie van sefirot, Zeir Anpin geheten, gevormd door de zes sefirot die geïllumineerd worden door de Tweeënveertig Letterige Naam.

Dit “het oog dat glinstert” werd gevormd door de letters van de heilige    Tweeënveertig Letterige Naam, wonend in de plooien van de borstplaat door welk de werelden waren gecreëerd.

De Toeriem is het esoterisch mysterie van de letters in “het oog dat niet glinstert” [“aspaklarya sh’eina meira“, m.a.w. de sefira van Malchoet] drinkt, bij wijze van spreken, de Tweeënzeventig Letterige Naam welke is ingegraveerd.

Malchoet  wordt “het oog wat niet glinstert” genoemd, aangezien het niet een eigen illuminatie heeft. In plaats daarvan ontvangt het zijn illuminatie van Zeir Anpin. De twee zijn vergelijkbaar met de zon, de bron van het licht, en de maan, welke geen licht van zichzelf heeft. Desondanks wordt Malchoet geïllumineerd door de verheven Tweeënzeventig Letterige  Naam,welke zijn bron heeft in chochma, volgens het principe van “de vader [chochma] vestigt de dochter [malchoet]”. (Zwi HaZohar)

Zij zijn het esoterisch geheim van de Heilige Naam. Samen worden zij “Oeriem en Toeriem” genoemd.

Kom en zie: “Toen deze letters van deze namen werden gehuisvest daar [ in de plooien van de borstplaat] illumineerde hun vermogen de andere letters die waren ingegraveerd [op de stenen van de borstplaat], m.a.w. de letters van de namen van de twaalf stammen ( zie Joma 73b), sommigen verlicht en anderen donker latend.  

En zodoende was de Hoge Priester is staat om antwoorden te vinden op zijn vragen en naargelang te handelen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TEROEMÁ

Heffing           Exodus. 25:1 – 27:19

Rabbi JItzchak Luria

Arken en Engelen

Geschriften van de Ari

Dit Thoragedeelte bespreekt het Tabernakel. De binnenste kamer van het Tabernakel huisvestte de Ark van het Verbond, die de Tafelen van het Verbond bevatte, waarop de Tien Geboden waren ingegraveerd.

Er waren eigenlijk drie arken, de een in de ander (Rashi, Exodus. 25:11). Deze reflecteren het feit dat er drie Namen Elo-hiem zijn in Zeir Anpin van Atziloet, corresponderend met [Zijn] Bina, Gevoera en Malchoet. De numerieke waarde hiervan is 258, ook de numerieke waarde van “Charan”.  Bezalel maakte drie arken corresponderend met deze drie Namen.

Elo-hiem: alef-lamed-hei-joed-mem= 1+30+5+10+40=86. 3×86=258

Charan: chet-reech-noen= 8+200+50=258

De Naam Elo-hiem betekent samentrekking, restrictie [Tzimtzoem], oordeel [Din] en strengheid [Gevoera]. Er kan ook aangenomen worden dat elke sefira deze eigenschappen blijkt weer te geven.

Zoals we eerder hebben verklaard, is Bina het vermogen van het intellect het inzicht van Chochma te analyseren en evalueren en het daarbij te ontdoen en te zuiveren van te eventuele inhoudelijke additieven van subjectiviteit. Het is dus werkzaam op het gebied van beoordeling en strengheid. Gevoera is de Sefira wiens taak is om de zonder enig onderscheid makende liefdadigheid van Chesed te limiteren, zodat goedheid alleen wordt verleend aan ontvangers die het verdienen.

Charan was de stad in Mesopotamië waar Abrahams familie zich vestigde na Oer Chaldea te hebben verlaten. Abraham zelf trok verder naar het Land Israël, zijn uitgebreide familie achterlatend. Charan representeert dus op thematische wijze het idee van de voorkeur geven aan de G’ddelijk oproep tot vervolmaking van de wereld en dit te prefereren boven het achter blijven in de wereldse goddeloze verlokkingen. De laatste zin van parashat Noach (Genisis. 11:31), die als geheel G’D’s ontevredenheid beschrijft met de keuze van de mensheid voor wetteloos en bandeloos leven boven G’ddelijke discipline, die onmiddellijk voorafgaat aan G’D’s oproep aan Abraham “ga voort”, aan het begin van parashat Lech Lecha is “en Therach (Abrahams vader)stierf in Charan” (Genesis. 11:32). Veelzeggend, het woord Charan betekent “woede” verwijzend naar G’D’s frustratie over het feit dat de mensheid  Hem afwees voorafgaand aan Abraham. (zie Rashi op deze verzen)

Dus deze drie Namen Elo-hiem vormen de volle manifestatie van G’D’s eigenschappen van striktheid. De drie arken die de Ark van het Verbond vormen waren bedoeld om deze drie Namen Elo-hiem een tegenwicht te geven.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT JITRO

Jitro (Exodus 18:1 – 20:23)

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P.67b

Bij het bespreken om het juiste moment te bepalen, dat iemand zijn handen verheft ter hoogte van iemands hoofd of daarboven, leert Rabbi Hezkiya, dat als een persoon dit niet doet in een staat van gebed, zijn tien vingers duiden naar een aanklacht tegen de krachten van de spirituele werelden. Echter, bij gepast gebruik heeft de positie van de handen in gebed, de potentie om de overvloedige G’ddelijke voeding te kanaliseren tot binnen deze Wereld.

Deze tien spirituele bevoegdheden worden verzocht om de zegeningen van Boven te mogen ontvangen en hen naar hier Beneden over te brengen om hij, die zegent, te zegenen.

Deze zegeningen, weergegeven door de tien vingers van de handen, zijn zoals de tien uitspraken bij welke de wereld werd gecreëerd.

Deze tien uitspraken worden eveneens weergegeven in de expansie van 10 letters G’D’s naam die samenkomen tot 45 en Zeir Anpin machtigen. Vanuit dit niveau wordt het vermogen overgedragen in de tien vingers van een persoon die zijn handen verheft in gebed.

Wanneer verheven in gebed, duiden de vingers deze keten van heilige kracht. Dan zijn alle sefirot van de kelipot, die zichzelf hebben gehecht aan de uiteinden van de vingers en dienstbaar gemaakt aan de Heilige Koning.

De plaats waar het lichaam de externe wereld van de kelipot ontmoet en het vaste bodem geeft, zijn de uiteinden van de vingers. De vingers en de tenen zijn de uiterste zetels van de ziel in het hart en hoofd van de mens. De vingernagels, de uiterste rand van onze eigen fysieke wereld, verzamelen het vuil van die wereld. De verbondenheid van dit vuil geeft het verlangen van het niet heilige weer voor het weghouden van het heilige in de spirituele dimensie.

Dit is de esoterische betekenis achter het buigen van de vingers richting de flakkerende vlam van de Havdela kaars bij de ceremonie, duidend het einde van Shabbat en het begin van de “seculaire” week. Op dat moment buigen we de vingernagels richting vlam en kijken naar de reflectie van de vlam op de vingernagels bij het zeggen van de zegen “Boré me’oré ha’ésh” [“Schepper van de lichtbronnen”]. Spiritueel representeert het licht van de kaars de Shechina, en de vingernagels de Kelipa. We kijken naar de vertegenwoordiging van deze krachten en zien de vlam van het heilige in hen gereflecteerd. We buigen deze krachten naar het Heilige, daarbij aangevend dat zij worden weggecijferd voor hun vermogen. We reciteren een zegen over het licht, welke reflecteert in hen en geven daarbij aan dat de mogendheid van het heilige in alles wordt weerspiegeld, zelfs in datgene wat ogenschijnlijk ver weg lijkt te zijn.

Het zelfde concept, dat de vingers de plaats zijn waar de onreine krachten zichzelf aan hechten, ligt achter het idee van het wassen van de handen wanneer men ochtends opstaat. De reinigende kracht van water wordt eerst uitgegoten vanuit de rechterhand over de linkerhand, representerend het vermogen van chesed over gevoera. Dit geeft de verwijdering aan van de overgebleven externe krachten die zichzelf manifesteerden tijdens onze slaap en droom toestand.

Het doordringt ook ons bewustzijn met het idee dat de handen een extensie zijn van onze Heilige Ziel en bereidt hen voor, om in zuiverheid te worden verheven in gebed en smeekbede. [Bewerkt vanuit de RaMaK en Mikdash Melech]

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BESHALACH

HET HELENDE PAD

Parashat Beshalach wordt altijd gelezen voorafgaand aan of zoals dit jaar feitelijk op de feestdag van Toe Bishwat [15e van de maand Shewat]. Vele mensen relateren dit aan het “Festival van de Bomen”. Echter de Mishna (Rosh HaShana. 1:1) verwijst er naar als het   “Nieuw Jaar van de Bomen”. Op een bepaald niveau is dit een toespeling op de Etrogboom, en het is gepast op Toe Bishwat om gebed te doen voor de Etrog die men wil nemen acht maanden later wil plukken op het feest van Soekot, want het is nu, na Toe Bishwat, dat het fruit zich begint te ontwikkelen en te groeien aan de bomen. Op een ander niveau is de “De Boom” een verwijzing naar de Levensboom, die nieuwe frisse vitaliteit begint te zenden in de wereld wanneer het voorjaar zijn aanvang maakt in het Land van Israël en het water van de winterregen de bomen binnendringt vanuit de grond, en hen geheel begiftigt met levensenergie.

“En zij kwamen naar Mara en maar zij konden het water niet drinken omdat het bitter was; daarom noemde men het ook “Mara”, bitter.

En het Volk mopperde tegen Mozes terwijl ze zeiden: ” Wat moeten we drinken”? Toen riep hij de Eeuwige aan en de Eeuwige wees een boompje aan, deze wierp hij in het water en het water werd zoet” (Exodus. 15:23-25).

De “Boom” die de bitterheid van het leven verzoet is de Thora, die ons voorziet van met het water van Da’ at, begrijpen, inzicht van hoe kwaad zich voegt met het goede als deel van G’D’s eenheid.

De eerste voorschriften van de Thora werden gegeven bij Mara: “Daar plaatste Hij voor hen [Israël] wetten en voorschriften en daar stelde Hij ze op de proef. En Hij zei namelijk, Indien je oprecht luistert naar de stem van de Eeuwige, je G’D en doet wat recht is in Zijn ogen, het oor neigt naar Zijn geboden en Zijn verordeningen in stand houd, dan zal Ik geen van de kwalen over je laten komen waarmee Ik de Egyptenaren heb geteisterd, want Ik, de Eeuwige, ben je heelmeester.” (Exodus. 15:25-26)

De wetten die gegeven werden bij Mara waren die van Shabbat , de Rode Koe (purificatie vanwege vervuiling door contact met een dood lichaam, en voorschriften in het onderhouden van relaties met anderen (zie Rashie op Exodus. 15:25). Alle drie hadden gemeen het begrip van helen gemeen. Alleen door Shabbat is het mogelijk om de veranderlijke status van Adam te helen, “met het zweet op je gezicht zult je brood eten”. De mens is gedwongen te werken in deze wereld. De enige bevrijding van deze slavernij (Egypte) is zich een dag van de week te onthouden van werk, om zodoende het werk van alle dagen van de week te verheffen tot dienst aan G’D. Het as van de Rode Koe is de oorsprong van het helen, (Efer betekent as en heeft de zelfde letters als de stam Rapa, helen), want als we niet kunnen herstellen van de dood en het integreren in onze visie van leven, kunnen we niet herstellen en genezen van wat dan ook. De voorschriften die onze relatie met anderen, in onze familie, echtelijke staat, zaken en andere betrekkingen reguleren, zijn de fundaties van sociale heling, die hand in hand moeten gaan met individuele heling.

Mogen we gezegend worden met gezondheid en kracht en het genoegen van het fruit van de Boom van het Leven, deze Toe Bishwat.

SHABBAT SHALOM 

PARASHAT BO

Kom (Exodus 10:1 – 13:16)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar II 34a

Rebbe Shimon opent zijn verhandeling met te zeggen: “Nu is de tijd gekomen om de geheimen te openbaren, die hierboven en hieronder verbinden [de tien Sefirot, de kelipot].

Deze kelipot (letterlijk, schillen, aangevend kwaad en onzuiverheid) hebben hoofdzakelijk hun oorsprong in de heilige realen en komen neer door de werelden van Beriya, Yetzira, en Asiya tot zij het niveau van Farao hebben bereikt. De Hebreeuwse letterspelling van het woord “Pharaoh” kan na herschikking gelezen worden als “Po ra”, wat “Hier is slecht” betekent.

Waarom zegt het vers: ‘Kom naar Farao’ in plaats van “Ga naar Farao?” G’D nam [Mozes] naar kamers waarin zich andere kamers bevonden [door verschillende niveaus van “externe” krachten] tot zij een hemelse krokodil bereikten, vanwaar vele verschillende onzuivere niveaus neerkomen. Wat is dit? De geheimen van de Grote Krokodil.

De Hebreeuwse beschrijving van het woord onzuiver of onrein is “toema”, het drukt het concept uit van “afgesloten zijn”. Dit afgesloten zijn is ongetwijfeld het afgesloten zijn van relatie met de zuivere en heilige bron van het G’ddelijke. Dit niveau van onreinheid is de spirituele bron van de kelipot, wiens rol afsluiten is, zoals een omhulsel of zoals een schil een vrucht afscheidt van de buitenwereld. Mozes was huiverig om besmet te worden door dit niveau van onreinheid. Hij wilde niet direct naderen, dan door de zijrivier van de Nijl, welke een lager spiritueel niveau dan de Nijl zelf had en waar de Grote Krokodil op de loer lag [de Nijl was een Egyptische godheid, zoals Farao]. Hij was bang dicht bij te komen, omdat hij de oorsprong van de hogere bron van spirituele onreinheid kon zien.

Toen de Heilige, Geprezen zij Hij, zag dat Mozes bang was, en dat andere spirituele niveaus werden opgewekt, zei Hij: “Zie Ik kom op je af, Farao, koning van Egypte, jij, Grote Krokodil die daar huist in zijn rivieren, ja, die durft te zeggen: “Mijn rivier is mijn Nijl en ik heb het voor mijzelf gemaakt.” (Ezechiël. 29:3)
De Heilige Geprezene, was genoodzaakt om zelf tot oorlog over te gaan, en geen ander.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35

 Exodus: Weten Is Verlaten

 Ware Verlossing Is Een Uittocht Van Een Beperkt Bewustzijn.

Rabbi Shimon bar Jochai

 Deze vertaling is van “Raya MeHemna”, in één van de sub teksten van de Zohar p. 25a, waar Rebbe Shimon de innerlijke betekenis leert van de mitzwot zoals aan hem is geopenbaard. De oprechte meditatieve intentie van iemand bij het uitvoeren van een mitzwa, heeft een enorme esoterische waarde. Het doel van het leren van deze onthullingen is om de heilige Shechina te ondersteunen en te verfraaien in haar verbanning. Dit brengt de eindverlossing dichterbij en de uiteindelijke openbaring dat G’D één is. De analyse is van één van de 13 interpretatieregels van de Thora: “Uit de algemene hoofdregel ontstaat een afzonderlijke bijzondere regel”      

 “Ik zal jullie als volk voor Mij nemen en Ik zal G’D voor jullie zijn, en jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert.” (Exodus. 6:7)

 Deze opdracht, weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, is de eerste van alle opdrachten.

 De kennis van G’D in dit vers bestaat uit twee categorieën. De eerste betreft het algemene begrip dat er maar één G’ddelijke macht is die de wereld leidt. De tweede betreft de bewustwording, het besef en begrip, dat deze Supervisie en Invloed zich manifesteert tot in de kleinste afzonderlijke eenheden van deze wereld.

Het begin van elke mitzwa is kennen van G’D in Zijn algemeenheid. Wat is deze algemeenheid? Het is het weten dat er een heersende macht is boven, die de Meester van de wereld is. Hij creëerde alle werelden, Arziloet, Beriya, Yetzira en Asiya, de hemelen en de aarde en al hun krachten. Deze kennis van Hem omvat in het algemeen zes aspecten:

 

  • Het erkennen, aannemen van deze realiteit.
  • Een heersende macht die alle krachten van het universum leidt.
  • Boven al het logisch denken uitstijgt.
  • Meester van alle werelden, Die hen niet overlaat aan secondaire controlerende krachten maar werkt in alle werelden.
  • Schepper van alle werelden, ex nihilo: vanuit het niets tot iets.
  • Het aannemen dat deze krachten in de Schepping werken en niet op een of andere manier zichzelf ondersteunen of op zichzelf staan en existeren.

 Deze zes punten vormen de aanvang van een waar begrip van G’D in het algemeen.

Het doel van al deze kennis en begrip ligt in het bijzondere, Hem leren kennen in intieme afzonderlijke details.

 Dit is de inhoudelijke innerlijke essentie van het G’ddelijke Aanwezige in elke specifieke Sefirot door middel van Zijn delegeren van Zijn macht in de werelden en de verborgenheden van de Schepping.

Het algemene en het specifieke in het bijzonder zijn het begin [Atziloet] en het eind [Asiya], het geheim van het mannelijke en het vrouwelijke [positieve en negatieve] in de rol van een eenheid. Zo zien we dat een persoon in deze wereld begaan is met het algemene en het bijzondere [om te komen tot het besef van G’D]. In deze wereld bestaat een persoon uit het algemene en bijzondere [Algemeen existeert hij\ zij als een fysiek lichaam]. Hij heeft de mens gemaakt uit de grond der aarde en blies adem in onze neusvleugels als de ziel van leven.

Het Hebreeuwse woord voor “mens” is “adam”; het woord voor “aarde” is “adama”; het woord voor “adem” is “neshima”; het woord voor “ziel” is “neshama”. De handeling van ademen geeft leven aan het lichaam, dat de ziel in zich draagt, afkomstig uit de oorspronkelijke adem van G’D in de eerste mens. In het Hebreeuws hebben de woorden voor “mens” en “ziel” duidelijk betrekking op deze begrippen. Dit is een van de redenen waarom het Hebreeuws de Heilige Tong of Heilige Spraak wordt genoemd, omdat de letters en woorden G’ddelijke verborgen kennis weergeven.

Dit is de reden voor het begin van alles: het weten dat er een supervisor en rechter is in deze wereld en dat Hij de meester van alle werelden is.

Toen het Volk van Israël Egypte verliet kenden zij G’D niet.

De diepste ballingschap is het niet weten van de existentie van G’D, in het algemeen of in het bijzonder. Egypte was de essentie van alle ballingschappen en dit gebrek aan kennis van G’D was het donkerste aspect van de verbanning. Daarom herinneren we ons constant aan het verlaten van Egypte, omdat dat de essentie is van de worsteling in ons eigen leven, de duisternis te verlaten en G’D te kennen.

 Toen Mozes kwam om hen, het Joodse Volk, te verlossen, was dit het eerste gebod dat hij hen leerde zoals staat geschreven: “En jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert [in de tegenwoordige tijd!].” (Exodus. 6:7)

 Het woord voor Egypte in het Hebreeuws “Mitzrajiem” is verwant aan het woord “maytzariem”, dat betekent “beperking of begrenzing”. Het eerste gebod in het verlaten van beperkingen en begrenzingen is het erkennen en inzien van het G’ddelijke.

Zonder dit gebod, zou Israël niet hebben geloofd in al de wonderen en machtige daden die voor hen werden gedaan in Egypte. Vanwege het begrijpen in het algemeen, werden tekenen en wonderen gedaan voor hen in het bijzonder.

Vanuit bovenstaande uitleg kan een persoon concluderen dat hij moet begrijpen en vertrouwen op Hem die ingrijpt in de geschiedenis en de geschiedenis beheerst, om de wonderen in relatie tot verlossing van ballingschap, te verkrijgen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen (Exodus 1:1 – 6:1)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar. P.7b

Parashat Shemot spreekt over de ballingschap en verlossing van het Joodse Volk, vanaf hun eerste verbanning in Egypte. In dit gedeelte van de Zohar, vergelijkt Rebbe Shimon de Egyptische verbanning, waar de Joden werden gehuisvest en van voedsel werden voorzien, maar desalniettemin tot slaven werden gemaakt, met de latere ballingschappen en de uiteindelijke verlossing door het leiderschap van de Mashiach.

Kom en zie. Er staat geschreven: “Ja, zo zegt mijn Heer, de Eeuwige G’D, naar Egypte is Mijn volk destijds getrokken om er tijdelijk te wonen, maar Assyrian heeft het zonder reden onderdrukt.“ (Jesaja 52:4)

De Assyrians verspreidden de verbannen stammen naar de meest afgelegen hoeken van hun imperium en beroofden hen van hun eigen land. Egypte voorzag de Joden met goede voorzieningen [het Goshen en huizen en voedsel] en werd desalniettemin gestraft [met plagen en militaire destructie].

Hoe veel meer zal de bestraffing zijn van Syria en Edom [Europa] en de andere volkeren die hen lieten lijden en vermoordden en beroofden van hun bezittingen. [Deze bestraffing zal zijn] in de tijd wanneer de Heilige, Geprezen zij Hij, beslist om de glorie van Zijn Naam aan hen te openbaren. Zoals is geschreven [betreffende de oorlog van Gog en Magog]: “Ik zal Mijn Grootheid en Mijn Heiligheid tonen en maak Mijzelf bekend in de ogen van vele volkeren. Ze zullen beseffen dat ik de Eeuwige ben.” (Ezechiël 38: 23) Daar in Egypte [toen G’D Zijn glorie manifesteerde] was er maar één koning [Fara’o]. In de toekomstige verlossing zal Zijn glorie worden gemanifesteerd aan alle heersers van deze wereld.

Rebbe Shimon verhief zijn handen en huilde.

Het verheffen van de handen, welke tezamen tien vingers bevatten, representeren de 10 sefirot en zijn het fysieke manifesteren van de verbinding met de hogere sifirot, welke de inhoudelijke dragers zijn van de G’ddelijke manifestatie. Het vergieten van tranen door Rebbe Shimon waren een oprechte poging om het harde oordeel dat hij voorzag, te verzachten.

Hij zei: Wee degene die aanwezig is in de tijd [van het komen van Mashiach] en gelukkig is hij die deel heeft en aanwezig is in deze tijd.

Wee degene die aanwezig is in die periode, omdat op dat tijdstip, wanneer de Heilige, geprezen zij Hij, komt om het hert te bevrijden [de Shechina uit de verbanning] zal Hij op al diegene kijken die bij haar staan en op al diegene die haar eigen hebben gemaakt. Hij zal kijken naar de handelingen van elk en iedereen van hen, en zal Hij niet één iemand vinden die waardig en rechtvaardig is, zoals staat geschreven: “Ik keek rond….maar geen helper, stond verbaasd….maar niemand bood steun” (Jesaja. 63:5), hoeveel problemen op problemen zullen er dan komen voor Israël. Gelukkig is hij die gereed is op dat tijdstip, omdat hij, die in vertrouwen leeft op dat tijdstip, waardig bevonden zal worden om het licht van vreugde van de Koning te ontvangen [omdat dan G’D Zich zal verheugen op Zijn werken]. Het is naar deze tijd dat het vers verwijst “Ik zal hen zuiveren zoals zilver wordt gezuiverd, en hen testen zoals goud wordt getest”. ( Zacharia. 13:9)

Zilver wordt gezuiverd door vuur. De onzuiverheden worden er uit gebrand. Zo zal het zijn in de openbaringsperiode van Mashiach.

De rampen zullen zijn als vuur, om de opstandigen en slechten te zuiveren. De rest zal getest worden naar hun vertrouwen zoals goud getest wordt in de smederij door de goudsmid om te zien of het vrij is van onzuiverheden. Gelukkig zijn zij die het vertrouwen zullen hebben, het stelt hun in staat om deze tijden te kunnen doorstaan, omdat zij het verloop zullen zien van de op het eerste gezicht chaotische gebeurtenissen. Diegenen die geen vertrouwen hebben, zullen zijn overgeleverd aan angst en terreur, welke hun de kans geeft om te tonen tegenover deze testuitdaging opgewassen te zijn, of te falen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJECHI

En hij leefde      Genesis. 47:28 – 50:26

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE EENWORDING VAN BOVEN EN BENEDEN

ZOHAR I, P. 233a

Josef bracht zijn zonen Menashé en Efrajim voor zijn zieke vader Jacob zodat hij hen zou zegenen.

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen, ‘Met jullie zal Israël  zegenen, door uit te spreken: G’D moge je maken als Efrajim en Menashé. ‘” ( Genesis. 48:20)

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen…..“, wat is de bedoeling van “die dag”? Het zou volstaan om te zeggen “Zo hij zegende hen”. Bovendien, waar het woord “zeggen” [in Hebreeuws, “emor “] is geschreven [ in de Thora] wordt het gespeld zonder een vav, terwijl wanneer wij het zeggen [elke sabbatavond over onze kinderen] het uitgesproken wordt met een vav; waarom dit verschil?

Hoe dan ook, dit is de mystieke uitleg: “Zo hij zegende hen die dag”, wat is “die dag”? Het is het mysterie van het hoge spirituele niveau dat is toegekend over zegeningen Boven.

Dit verwijst naar bina van Atziloet, welke de uitstromende bron is van de zegeningen voor de werelden en sefirot daaronder.

“Die dag” is een dag [m.a.w een uitbraak van licht/openbaring] in de hemelse plaats, welke “die” wordt genoemd [Hebreeuws, “Hoe“].

Wanneer het woord “dag” in het Hebreeuws wordt gevolgd bij het woord “dit”, ““, verklaren onze Wijzen: Kun je er naar wijzen met je vinger en zeggen, “hier het is” (Shemot Rabba 23:15), en daarvoor correspondeert het naar malchoet welke een geopenbaard niveau is.

Maar hier wordt het woord “jom” [“dag”] gevolgd door het woord “hoe“, wat “die“dag” betekent, zonder enige separatie tussen twee woorden.

Het woord “hoe” houdt in, een niveau boven de draagwijdte van iemands perceptie. Het is “die dag” en niet “deze dag”.

Overeenkomstig geeft het de sefira van bina aan, welke ver verwijderd is van malchoet.

Omdat er geen separatie is tussen “jom” en “hoe“, is de indicatie dat de twee niveaus [bina en Malchoet] zich inéén samensmelten.

Zodat malchoed/jom” compleet samensmelt in bina/”hoe“.

Het was om deze reden dat toen Jacob wenste om de zonen van Joseph te zegenen, hij hen met de eenmaking van hierboven en hieronder [bina en malchoet] als één zegende, zodat de zegen zou worden vervuld.

Nadien omvatte hij hen allen [de sefirot] inéén [orde] en zei, “Met jullie zal Israël zegenen, door uit te spreken….” Wat is de betekenis van “met jullie”?

Het geeft met absolute zekerheid het mysterie van  eenheid aan:

Het vers in zijn geheel uitgelegd, dan zijn drie niveaus van eenwording die Jacob, Efrajim en Menashé vervulden.

De eerste eenworden is “die dag”, de eenheid van hierboven en hieronder [bina en malchut].

Wat volgde was een daling naar het middelste niveau.

Dit verwijst naar de zes sefirot van chesed naar yasod, omvattend Zeir Anpin.

 Daarom wordt het woord voor “zeggen” [“L’emor“] geschreven met een vav.

Omdat de letter vav de zesde letter is van het alfabet en de zes sefirot, bevattend  Zeir Anpin, aangeeft.

Bovendien is zijn vorm [de letter vav] smal, van boven naar beneden, illustrerend een hoger niveau (bina) naar een lager niveau (malchoet). Dit is de middelste eenwording.

Na dit is er een verdere neerwaartse daling naar “met jullie” [hebreeuws, “b’cha“].

De numerieke waarde van dit is 22, een vermelding naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, welke de individuele bouwstenen zijn van de Schepping in malchoet, waar vanuit de Tien uitdrukkingen voortkomen, met welke de wereld werd gecreëerd.

En dit is inderdaad de waarlijk gepaste wijze van éénwording van Hieronder naar Boven, en vervolgens van Boven naar Hierbeneden.

De zegen die hij hun geeft “met jullie zal Israël zegenen” is inderdaad gelijk aan zoals wij nu doen.

Het gebruik is om op vrijdagavond  onze zonen te zegenen met de woorden, “Moge je zijn zoals Efrajim en Menashé”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 206a

In ons commentaar op parashat wajeeshev hebben we uitgelegd dat de interpretatie van Zohar van recente Thora episoden laat zien, hoe G’D een nieuwe communicatieve “verbinding” hersteld met de fysieke wereld door de sefirot, na afstandelijk te zijn geweest, ten gevolge van het eten door Adam en Eva, van de boom der kennis. We hebben gezien hoe Abraham het aspect van de sefira van chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef jesod neerwaarts brachten. En we zagen ook, dat de verbinding van jasod en malchoed een “andere verhandeling” was. Nu komen we tot dit punt! Onthoud tevens dat de woorden “Kom en Zie” je inviteren om de “De boom van de Sefirot” te visualiseren en kijk hoe de tekst het uitlegt.

Kom en Zie. “Nu trad Juda op hem toe en sprak….” (Genesis. 44:18). Dit is het naderen van een wereld met een andere om zich met elkaar te verenigen, om een geheel te worden, omdat Juda een koning is en omdat Josef een koning is, zij trokken elkaar aan, de een tot de ander, en verenigden zich met de ander.

Juda was koning over de stammen. Hij was de voorvader van Koning David en de uiteindelijke Mashiach. Juda representeert de sefira van Malchoet. Josef was slechts tweede na de Koning van Egypte; hij was de pijplijn door welke alle overvloed werd verkregen en die onder zijn hand zou stromen naar Juda en het volk Israël. Josef vertegenwoordigt de sefira van Jasod. In hem, in zijn wereld, zijn alle sefirot verzameld, zijn rol is om hun abondantie door te geven aan malchoet . Hij is de bouwkundige die de ontmoeting vormt. In waarheid verlangt ieder er naar om met elkaar verenigd te worden. Juda/malchoet is de Nefesh, Josef/jasod is de Roeach en tezamen vormen zij een vehikel voor de Neshama.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op” (Psalm 48:5). Dit zijn Juda en Josef, want beiden zijn koningen. Zij kwamen samen om met elkaar te discussiëren. Dit omdat Juda verantwoordelijk was voor Benjamin en beloofd had aan zijn vader om verantwoordelijk voor hem te zijn, zowel in deze Wereld als in de Toekomstige Wereld. Dit was de reden om Josef te benaderen, om te argumenteren met betrekking tot Benjamin [die Josef wilde houden als slaaf, na ontdekking van Josef’s bokaal in Benjamin’s voedselzak]. Het argument was dat hij niet zou worden verstoten in deze Wereld en in de Toekomstige Wereld [de spirituele wereld]. Dit, zoals wordt geschreven: “Ik sta borg voor hem, uit mijn hand kunt u hem opeisen en mocht ik hem niet bij u terugbrengen en vóór u plaatsen, dan zal ik tegenover u voor altijd als zondaar staan.”(Genesis. 43:9) “Voor Altijd”betekent in deze Wereld en de Toekomstige Wereld. Het is daarom dat het vers ons zegt, “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op”. (Psalm 48:5) Ieder was boos op elkaar.

De woorden “zij kwamen tezamen” is de bijbelse vertaling van het Hebreeuwse woord “avroe”. Rabbi Jehoeda merkt op dat “avroe”. de zelfde stam deelt als “evra”, wat “boos worden” betekent. Dit is een hint dat hun samenkomst een achtergrond van wederzijdse kwaadheid inhield.

Zij waren beiden kwaad op elkaar wegens Benjamin. [Dat verklaart] wat [nadien] wordt geschreven [in Psalm. 48:6] “ Zij zagen het en stonden perplex, geheel in de war, ontzettende angst beving hen daar, getroffen door een krampachtige rilling als van een barende. Dit betekent dat iedereen in de greep van angst was, “zoals een barende vrouw”. Omdat zij bang waren dat Benjamin gedood zou worden of zelf te worden gedood. Vanwege de verkoop van Josef op advies van Juda, wat een groot verlies teweeg bracht bij hun vader en nu dat hij [Juda] die verantwoordelijk was voor Benjamin’s thuiskomst, niet een verlies voor hun vader zou worden [door in Egypte te blijven]. Dit alles was de reden waarom Juda, Josef nader trad.

Alhoewel elk zijn eigen weg bewandelde, wilde G’D dat zij samen kwamen. De uitkomst van hun samenkomen viel voor de angstige betrokkenen en omstanders compleet anders uit. Een verdere stap in de verlossing van de mensheid vond plaats, de vereniging van yasod met malchoet.

SHABBAT SHALOM

CHANOEKA – PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

 

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet enmem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner[Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en NoekvaHavayah [verenigd] metEh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah metElo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

 

 

Havayah = 26
Eh-yeh = 21
Havayah = 26
Elo-him = 86
Havayah = 26
Ado-nai = 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG ORIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

Aan het einde                        Genesis. 41:1 – 44:17

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

JOSEF, DE GEZEGENDE RIVIER

ZOHAR I, p. 193bå

In de volgende sectie bespreekt  de Zohar  Farao’s droom, in welke hij zeven vette koeien uit de rivier ziet komen,  die vervolgens werden verslonden door zeven magere koeien. Toen zag hij zeven korenaren  uit één halm, voldragen en mooi, welke werden verzwolgen door zeven magere verlepte korenaren.

Kijk, er komen uit de rivier zeven koeien naar boven, prachtig om te zien en vol in hun vlees, die in het oevergewas gingen weiden.” (Genesis. 41: 2)

Het enige beeld in Farao’s droom dat niet geïnterpreteerd werd door Josef was de rivier.

Met rivier wordt de Nijl bedoeld, welke de bron van levensonderhoud was voor Egypte.

Rabbi Elazar zei: “Uit de rivier….

In de vragende zin, “Wat is de betekenis van de rivier in Farao’s droom?”

Het is de rivier die op alle niveaus is gezegend, omdat deze rivier neerwaarts gaat om te irrigeren en om allen te voeden. Josef is de rivier waarmee heel Egypte werd gezegend.

Met andere woorden, de rivier die alle lagere niveaus draagt is de eigenschap van Josef, de sefira van yasod van de wereld van Atziloet, welke wateren  van Atziloet neerhalen tot in Beriya.

Meer technischer gezien, in da’at van Berya, van welke de zevenmidot van chesed naar malchoet zich verspreiden.

Kom en zie: zeven niveaus [de zeven midot zoals boven vermeld] zijn geïrrigeerd en gezegend door hem. Zij zijn degene over wie men zegt, “[Zij waren] prachtig om te zien en vol in hun vlees”.

Die in het oevergewas gingen weiden.

Het Hebreeuws voor oevergewas [riet] “ba’achoe“, heeft dezelfde stam als het woord “broederschap”, “b’schava“.

[Parallel duid op ] hun wederzijdse verbinding en overeenstemming, er is geen separatie tussen hen.

En daarom hebben zij deze loffelijke eigenschappen [van éénheid].

Al deze zeven niveaus die wij genoemd hebben, zijn een mystieke waarheden , zoals is geschreven, “

“Zij kreeg zeven kamermeisjes tot beschikking uit het huis van de koning” (Ester. 2:9).

Dat waren de zeven dienstmeisjes die aan Koningin Ester werden gegeven door Koning Achasjwerosh.

Om die reden verwijzen zij naar de “zeven koeien van prachtig om te zien” [refererend aan de zeven sefirot van de zijde van heiligheid].

In tegenstelling tot degene waarover het vers verklaart: “….de zeven eunuchs die de Koning in nabijheid diende” ( Ester. 1:10).

Deze verwijzen naar de zeven magere koeien. Zij duiden op de sefirotvan de niet heilige domeinen.

Op een dieper niveau, zijn de sefirot van heiligheid feitelijk de sefirotvan de wereld van Tikoen, terwijl de sefurot van de niet heilige kant desefirot zijn van de wereld van Tohoe. Het Joodse Volk zou moeten afdalen naar Egypte om de heilige vonken te verheffen die in de fysieke wereld waren gevallen toen de wereld van Tofoe werd versplinterd. Dit is wat aan Josef werd duidelijk gemaakt in de dromen van Farao. (Ramaz)

Rabbi Jizchak was het oneens met de voorafgaande analyse. Volgens hem zag Farao niet de sefirot van de wereld van Beriya. Hij zei: “de zeven koeien” verwijzen naar die niveaus boven desefirot van de wereld van Asiya. En “de zeven magere koeien” zijn de zeven ander niveaus daar onder.

Dit verwijst naar de zeven niveaus van Kelipa.          (Mikdash Melech)

De eerste zeven zijn van de kant van heiligheid, en de zeven andere van het aspect van spirituele onzuiverheid.

Rabbi Jehoeda [ het eens zijn met Rabbi Jitzchak] zei: de eersten waren goed, aangezien zij van de rechterzijde zijn [van de kant van heiligheid], welke aangaande is geschreven, “[G’D zag] dat het goed was” (Genesis.1:4). En de slechten zijn beneden      [inKelipa].

De zeven schoven zijn van de zijde van zuiverheid; de anderen zijn van de zijde van onzuiverheid. Deze niveaus existeren als één boven de ander, als twee tegenovergestelde. Farao zag ze allemaal in zijn droom.

Zei Rabbi Yaisa: werd dit alles getoond aan de slechte Farao?

Rabbi Jehoeda antwoordde: Hij zag alleen hun gelijkenis, want er zijn niveaus op niveaus, sommige tegenover elkaar, en sommige boven elkaar. Hij zag alleen die niveaus onder elkaar.

Hieruit leren we, dat dingen die zichtbaar worden in iemands dromen naar gelang hij is als persoon. Wanner hij slaapt, stijgt zijn ziel op om kennis te verkrijgen, ieder gelang zijn eigen niveau.

Zo zag Farao alleen wat voor hem passend was om te zien, en niets meer.

Dit in tegenstelling tot Josef, die dit onderwerp op een veel dieper niveau  begreep. Daarom is er geen meningsverschil tussen de twee opinies, Rabbi Elazar’s uitleg is van toepassing op wat Josef begreep van Farao’s dromen, terwijl Rabbi Jitzchak en Rabbi Jehoeda uitleggen wat Farao zelf zag.

SHABBAT SHALOM, CHANOEKA SAMEACH