PARASHAT ÉKEV

Rabbi Isaiah Horowitz, the Shelah 5320 (1560) Praag; 5390 (1630) Jeruzalem, Auteur van Shné Loechot HaBriet, De Grootsheid van Nederigheid

Het bewustzijn van G’D’s grootsheid is een direct gevolg van iemands verzonkenheid in alle niveaus van Thora. Er is geen belang en geen einddoel voor deze eerbied. Wanneer een persoon gelooft, in verhouding tot anderen, dat hij een groot inzicht heeft bereikt van het fysieke, zowel als van het celestische aspect van het universum, zijn deze inzichten vergeleken met de grootsheid van G’D Zelf, niets. De uiteindelijke bron van alle wijsheid is G’D Zelf.

Om die reden leert Koning Solomon ons in het boek Spreuken 22:4: “De uitkomst van bescheidenheid is vrees voor de Eeuwige”. Wat Solomon bedoelt is, dat hoe meer vrees men krijgt voor G’D, hoe bescheidener men wordt. Hoe meer men begrijpt van de grootheid van G’D, hoe bewuster men wordt van zijn eigen onbeduidendheid. Wat heeft de mens te bieden?

Dus de oorsprong van nederigheid is diepe eerbied voor G’D. Hoe meer een geleerde leert, hoe meer hij neigt naar bescheidenheid. Grootsheid staat gelijk aan nederigheid, omdat de waarlijk grote blijft uitzoeken hoeveel verder dan zijn vermogen bevatbaar is. De ultieme wijsheid die wij kunnen vergaren is dat onze kennis zeer beperkt is.

In het zicht, van wat we juist hebben gezegd, is het duidelijk dat Mozes werd beschreven als de meest nederige mens die ooit heeft geleefd, want geen enkel ander mens, voor hem en na hem, had op alle niveaus, zoveel kennis en inzicht in de werken en handelingen van G’D en van het universum. Nederigheid en bescheidenheid zijn een teken van diep inzicht van iemand, in de grootsheid van de Schepper. Iedereen die arrogantie vertoont, zich superieur voordoet, laat zien hoe leeg en oppervlakkig hij innerlijk is.

Na deze uitleg over de aard van bescheidenheid, kunnen we begrijpen waarom G’D Zijn Aanwezigheid laat rusten op de nederige, bescheidene en meest pretentieloze mensen. Het rust op hen omdat zij het grootst mogelijke inzicht hebben verkregen en de diepst mogelijke eerbied en waardering voor Hem hebben.

Zelfs mensen die niet intellectueel zijn uitgerust om bescheiden te worden door studies, erkennen door het grote verschil van wat zij weten en wat er is, om te weten, G’D’s Aanwezigheid, wanneer zij hun vertrouwen in G’D tot een waar essentieel punt maken. Zij zijn hier eerder toe in staat en bereid dan de arrogante en superieure persoon, welke gelooft G’D’s hulp niet nodig te hebben.

Rabbi Jochanan maakt dit standpunt zeer helder duidelijk in Megilla 31: “Overal waar je het bewijs aantreft van de grootheid van G’D, vind je ook het bewijs van Zijn nederigheid.”

Dan is de essentie van eerbied voor G’D, een bewustzijn van Zijn grootheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT Wa’etchanán

En ik smeekte (Deuteronomium. 3:23 – 7:11)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar. P. 260a

“In die tijd smeekte ik tot de Eeuwige”: “Mijn Heer, Eeuwige G’D, U hebt Uw dienaar eerst een begin van inzicht gegeven van Uw grootheid en van Uw sterke hand. Inderdaad, zou er een macht in de hemel of op de aarde zijn die zulke werken en zulke machtige daden als de Uwe zou kunnen verrichten?”  (Deuteronomium.3:23-24)

[Om dit vers te kunnen verklaren] Opent Rabbi Jossi zijn verhandeling met het vers: “En Hezekia keerde zijn gezicht naar de muur, en bad tot G’D” [om G’D te smeken te helpen in de genezing van zijn ziekte en niet te sterven zoals de profeet hem tevoren had medegedeeld, dat dit zou gaan gebeuren]. (Jesaja.38:2)

Van dit vers leiden wij af dat iemand moet bidden tegenover een muur. Een muur representeert malchoet, welke een muur is in relatie tot alle ander sefirot omdat zij allen er in eindigen en niet verder gaan. Dit is de reden waarom het zo passend is om te bidden aan de Westelijke Muur van de TempelBerg in Jeruzalem. Aangezien iemand moet bidden met zijn gezicht richting een muur, welke muur is dan meer geschikt dan de overgebleven muur van de TempelBerg?

Kom en zie. Hoe geweldig is de kracht en autoriteit van de Thora en hoe verheffend is haar studie in relatie tot andere inspanningen! Dit komt omdat iedereen die moeite doet om de Thora te begrijpen geen bedreiging kent [van diegene welke schade veroorzaken ] in de spirituele of fysieke werelden.
Hij heeft geen angst voor aanvallen en ongeluk in Deze Wereld, omdat hij één is met de Boom van het Leven. Hij eet er elke dag van [door Thoraleren voorziet hij zijn ziel van voeding, en fysiek beschermd door advies.

Dit komt omdat de Thora een persoon leert het pad van de waarheid te bewandelen. Zij geeft hem advies wat betreft berouw [Teshoewa] en hoe hij moet terugkeren naar zijn Meester. Zelfs als ernstige verordeningen en zelfs al zou de dood verordend zijn tegen hem, kan het herroepen worden. Zij maakt het mogelijk om hem te verlaten zonder een spoor achter te laten.

Aldus was Hezekia, een Koning, zeer geleerd in Thora, verdienstelijk genezen en beloond met 15 jaar extra leven, alhoewel de profeet Jesaja hem had geïnformeerd over zijn dreigende dood.

Om al deze redenen zou een persoon dag en nacht Thora moeten leren. Hij zou zich niet er van mogen afwenden, zoals Joshoea instrueert, “Dit boek van de Thora mag nooit van je lippen wijken, dag en nacht moet je er over nadenken opdat je nauwgezet zult handelen volgens alles wat erin geschreven staat.” (Joshoea 1:8) Als iemand zich geen tijd veroorlooft voor Thora of zich zelfs maar [tijdelijk] separeert van haar, is het alsof hij zichzelf heeft gesepareerd van het leven.

Kom en zie. Het is verstandig voor een persoon, wanneer hij naar bed gaat s’nachts, om het Hemelse juk met volle concentratie  op zich te nemen [door het zeggen van het Shema gebed].
Vervolgens, voordat hij in slaap valt zou hij zijn Nefesh moeten deponeren, overgeven [aan de Shechina in Malchoet van Atziloet, door het zeggen van het vers: “In Uw hand leg ik mijn geest”.
(Psalm. 31:6)

Door dit te doen, bereidt iemand zichzelf bewust voor op de komende slaaptoestand, welke beschouwd wordt als een 1/60 deel van de dood.
Juist zoals iemand voor de dood het Shema zou moeten zeggen, zo ook moet iemand het voor het slapen zeggen. Opgemerkt kan worden dat het woord “dormitorium” twee voorname lettergrepen heeft, “dor” gelijk aan het Aramese woord “dar”, wat “leven” betekent en “mit” van het Hebreeuwse woord “met”, wat “dood”betekent.
Je zou kunnen zeggen dat een dormitorium een plaats is waar de dood leeft!  In de context van onze uitleg is dit aannemelijk, omdat de ziel zich in een droomtoestand losmaakt van het lichaam, en het  achterlaat als ware het dood.

Dit is zoals we reeds eerder hebben uitgelegd [in parashat Bamidbar, Zohar bladzijde 119a] In een slaapperiode proeft de gehele wereld de smaak van dood [Berachot 57b], omdat de Boom van Dood heerst over de wereld.

De sefira van Malchoet, welke het aspect is van de Boom van kennis van Goed en Kwaad,regeert tijdens de nacht. Zij heerst over de krachten van duisternis dat haar sterkte verkrijgt bij nacht, welke de reden is dat de naam van de boom verandert. In plaats van zorg te dragen voor goed en kwaad, voedt het de krachten van duisternis.

Elke persoonlijke geest gaat uit [van het lichaam] en stijgt op [om zich te verantwoorden in de spirituele werelden voor de handelingen gedurende de dag, en ook om zich spiritueel te verfrissen en te vernieuwen].

SHABBAT SHALOM

SHABBAT CHAZON – PARASHAT DEVARIEM

SHABBAT CHAZON

De Shabbat van het visioen van Jeshajahoe (Jesaja 1, 1-27)

SEFER DEVARIM

Het boek Deuteronomium

Het boek Devarim ,ook wel genoemd “Mishné Thora”,ofwel, herhaling of overzicht van de Thora , bevat desondanks toch meer dan zeventig nieuwe mitswot (opdrachten).

Moshé richtte zijn woorden ( devarim ) tot de generatie die Eretz Yisrael zou binnen gaan. Hij herhaalde daarom ook nadrukkelijk de geboden ten aanzien van “Awoda Zara” ( afgodendienst ), om de joden er voor te waarschuwen zich niet in te laten met de praktijken van de heidense volkeren in Eretz Kanan, maar loyaal te blijven aan de Thora.

Sefer Devariem kondigt daarom ook de eventuele straffen aan bij verloochening van de Thora, waarvan verspreiding wereldwijd, van het joodse volk, er één is. Het sluit af met de bevestiging van de uiteindelijke verlossing (30:3), de voltooiing van de schepping, een historische cyclus die was begonnen met de schepping.

PARASHAT DEVARIEM

Woorden (Deuteronomium 1:1 – 3:22)

De Parasha van Devariem wordt altijd gelezen op de Shabbat vóór de 9de Aw, de datum waarop beide Tempels werden verwoest. Deze tragedies vinden hun reflectie in de keuze van de Haftara (profetenlezing na het lezen van de Thora op Shabbat, Feestdagen en Vastendagen) van afgelopen weken en de komende weken. Die van voor de 9de Aw benadrukken profetieën van berisping voor de zonden die de spirituele oorzaak waren van de verwoesting; de Haftarot na 9de Aw behielden in zich de boodschap van troost en bemoediging. De Haftara van deze week de fameuze “Visioen van Jesaja” (1, 1-27) geeft zijn naam aan de dag, Shabbat Chazon, de “Shabbat van het Visioen”. Traditioneel wordt dit gezien als een zeer krachtige aanklacht tegen een rebels volk. Maar vanuit de Chassidische traditie gezien schuilt zelfs in een vervloeking ook een G’ddelijke zegen. Rabbie Levi Jitschak van Berditchev, een van de eerste Chassidische leraren, zag het als een toekomst visioen van de Derde Tempel in de Messiaanse Tijd. Deze uiteenzetting onderzoekt de relatie tussen deze gedachten en de inhoud van de Parasha van Devariem.

DE SHABBAT VAN HET VISIOEN

Er is een uitspraak van Rabbi Levi Jitschak van Bertditchev dat deze Shabbat, Shabbat Chazon (als de fameuze Haftora van het vizioen ( chazon ) van Jasaja gelezen wordt) een dag is waarop een visioen aan ons wordt getoond van de toekomstige Derde Tempel, zelfs al zien we het alleen van een grote afstand. ( de woordenkeus visioen “chazon” geeft een visioen aan vanuit een afstand ) Dit stelt ons in staat de relatie te begrijpen tussen het “visioen” van de Haftara en de lezing van Devariem, welke altijd samen gelezen wordt op de Shabbat vóór de 9de Aw.

Want met Devariem begint de “Tweede Thora” Mozes herhaling van de Thora. Het boek Deveriem verschilt ten opzichte met de vier andere boeken van de Choemash, (de vijf boeken van de Thora) doordat het zich in zijn geheel richt op de generatie die op het punt staat het Heilige Land binnen te trekken. Zij benodigden raad en waarschuwing op een wijze die de vorige generatie niet benodigde.

Want het volk dat de wildernis doorkruist had bezat een directe kennis van het G’ddelijke, het had G’D gezien op de Sinaï.

Maar de volgende generatie was al betrokken met hun verantwoordelijkheden ten aanzien van de fysieke wereld, zij waren het directe kwijt, zij hoorden G’D maar zagen Hem niet. Zij werden met de woorden toegesproken (Devariem 4,1) ” Nu dan Israël, luister…”

Het verschil tussen horen en zien is: iemand die met eigen ogen getuige is van een gebeurtenis is onwrikbaar in zijn verklaring hierover, hij heeft het met zijn eigen ogen gezien. Maar degene die hoorde over de gebeurtenis kan mogelijk enige twijfel hebben. Horen verleent geen zekerheid.

Daarom werd de generatie die het Land Israël zou binnentrekken, die G’D had gehoord maar niet had gezien, geïnstrueerd over zelfopoffering en dergelijke, een waarschuwing die compleet overbodig zou zijn voor de generatie van de wildernis.

Kortom, de latere generatie miste de spirituele directheid van hun ouders. Maar, desalniettemin, waren zij in een bepaalde staat die onbereikbaar voor hun vaders zou zijn, die was gezegd: “Jullie hebben tot nog toe niet de rust en het erfgoed bereikt die de Eeuwige, onze G’D je geeft.” (Devariem 12. 9)

Shilo en Jeruzalem was alleen haalbaar door de latere generatie.

Want alleen door betrokkenheid met materiele zaken, de omvorming van G’D’s wil tot praktische handelingen, zou de volbrenging zijn van de “de rust en het erfgoed”. (Babylonische Talmoed Megilla, 10a. Zevachiem, 119a. Jeruzalem Talmoed Magilla 1. Zohar, deel II, 241a, 242a.)

Devariem, vertelt ons over de paradox, dat ware betrokkenheid met het aardse, ware verheffing teweeg brengt; het hoogst bereikbare van de geest is haalbaar in aardse zaken, niet in hemelse sferen.

En dat is evenzo de boodschap van het “visioen” alhoewel deze Haftara gelezen wordt in de “Negen Dagen” van rouw om het verlies van de Tempels, is het niettemin dat door de resulterende verbanning ware verlossing zal komen, het visioen welke ons een vluchtige kijk geeft ( volgens de woorden van de Berditchever ) op de toekomstige hoop.

DROEFHEID EN VREUGDE

Het rouwgevoel, dat ons bewustzijn domineert tijdens de Negen Dagen wanneer wij ons de verwoesting van de Tempels herinneren, wordt gebroken door de Shabbat, de dag waarop vreugde prevaleert.

Inderdaad, op de Shabbat vóór de 9de Aw worden we gelast om meer vreugdevoller te zijn dan gewoonlijk om mogelijke melancholie van de omliggende periode niet te laten binnendringen in de Shabbat sfeer.

Maar het gelasten heeft een diepere betekenis. Shabbat is een weerspiegeling van de Komende Wereld; de toekomstige verlossing zal zo volkomen zijn dat zij alle sporen van de verbanning heeft uitgewist.

Daarom is op deze dag geen plaats voor evocatieve gevoelens van verbanning. We gaan verder dan alleen maar het elimineren van droefheid, we verhogen onze vreugde. Want de toekomstige verlossing zal spiritueel intenser zijn dan alle anderen tevoren.

SHABBAT SHALOM

 

PARASHOT MATÓT – MAS’ÉE

Stammen – Reizen         Numeri. 30:2 – 32:42, 33:1 – 36:13

Mozes; “Strijder voor vrede”.

Ons wordt opgedragen om oorlog te voeren tegen de krachten van onenigheid en conflict.

Wapen de mannen onder jullie voor een legereenheid. Laten die zich tegen Midjan keren om G’D’s vergelding te brengen op Midjan. Een duizend van elke stam……”(Numeri. 31:3-4)

De spirituele betekenis en het belang van deze oorlog tegen Midjan is de onderdrukking van de negatieve energie van Midjan, die conflict en onenigheid is. (Zohar. 2:68) De oorlog tegen Midjan is de rectificatie van disharmonie, met ander woorden, het brengen van vrede en harmonische eenheid.       

Rabbi Schneur Zalman (likoetei Thora) verhaalt uitvoering over het feit dat onze Geleerden zeggen dat in de Eerste Tempel periode de Joden afgodenrij overspel en moord hadden bedreven. Gedurende de Tweede Tempel periode was de primaire zonde van de Joden ongegronde haat (Jeruzalem Talmoed Chagiga 1:5; Joma 9b) en om die reden was de Tempel verwoest. Doch de huidige verbanning, die voortkomt uit de tweede destructie, duurt 1700 jaar, terwijl de eerste verbanning, die kwam vanwege de zonden van veel grotere omvang, slechts 70 jaar duurde!

Waarom z’n voortdurende verbanning? Toen de Israëlieten Kanaän binnentrokken, werd van hun verondersteld het land te ontdoen van de zeven volkeren die daar leefden, de Kanaänieten, Hittieten, etc. (tenzij ze de zeven Noachidische wetten zouden accepteren). Maar de Israëlieten tolereerden sommigen van hen in het land en werden beïnvloed door hen. (Numeri. 33:55)

Deze volkeren hadden grove gruweldaden begaan, vanwege het feit dat zijn de negatieve tegenhanger van de zeven emoties, “afval” van de gevallen koningen van Tohoe. Omdat zelfs gedurende de periode van Eerste Tempel de Joden waren beïnvloed door deze krachten, duurde de eerste verbanning 70 jaar, tien jaar voor elke zeven eigenschappen.

In de Tweede Tempel periode echter, waren de zonden niet gerelateerd aan de zeven negatieve eigenschappen, maar ongegronde haat onderlinge. Dit was de negativiteit van Midjan, een veel subtieler kwaad en niet een van de zeven volkeren. 

Dus zeggen onze geleerden in Joma 9b: “Degene van de Eerste Tempelperiode, wiens zonden werden geopenbaard, is in het einde van hun verbanning evenzeer geopenbaard.” Met andere woorden, de zonden van de Eerste Tempelperiode waren onmiskenbaar kwaad en waren makkelijk herkenbaar en te berouwen. De zonde van ongegronde haat echter, is subtieler en veel moeilijker te corrigeren, aangezien de beoefenaar zichzelf voor de gek houd door te denken dat het niet echt een zonde is.  

 Dus “daarin is het einde niet geopenbaard”, de tweede verbanning duurt veel langer omdat er een veel langere tijd van erkenning nodig is van het kwaad en om het te berouwen. Net zoals het langer duurt om minuscule deeltjes van een ongewenste stof te verwijderen dan grote grove elementen. De rectificatie van de zonde van ongegronde haat verlangt een langere periode omdat mensen het niet als volledig kwaad beschouwen, zij zijn veelal er van overtuigd dat hun haat gerechtvaardigd is.

 In werkelijkheid echter is zijn haat en disharmonie de tegenovergestelden van G’ddelijkheid en Heiligheid, welke eenheid belichamen, G’D is één. Eenheid is het fundament van de hele Thora, zoals Hillel de Oudere het uitdrukt: “Wat hatelijk voor jou is doe dat niet voor je medemens.” (Shabbat. 31a)

TRANSFORMATIE

In feite volbrengt deze oorlog tegen Midjan meer dan juist onderdrukking van Midjan; de energieën die voordien aanwezig waren in het domain van Midjan werden getransformeerd naar de sfeer van Heiligheid, duisternis werd veranderd tot licht.

TWEE PAMALYAS

In een zelfde stemming zeggen onze Geleerden: Iedereen die Thora studeert voor zijn eigen bestwil brengt vrede in de Hogere “Pamalya” (klassiek  Aramees voor “heerscharen”) en de Lagere Pamalya. (Sanhedrin 99b) In de letterlijke zin refereert Hogere “Pamalya” aan de spirituele werelden, terwijl de Lagere “Pamalya” refereert aan deze laagste wereld. Maar in bredere zin bevat de hele realiteit een hogere en een lagere “Pamalya”, inclusief de menselijke realiteit. De onzelfzuchtige student van Thora brengt vrede in beide sferen in al hun verschijningsvormen. In de menselijke zin, zijn de twee niveaus het verstand en het hart. Wanneer er vrede heerst tussen hen, heerst het verstand over het hart. Immers de emoties worden geleid door het intellect.

DE LERING

De oorlog tegen “Midjan” moet worden gestreden [met ons zelf]; we moeten vrede en liefde hebben [met onze medemens en omgeving.

Alle Chabad Meesters hielden verhandelingen die zij zouden herhalen van tijd tot tijd om de atmosfeer van de wereld te zuiveren en te louteren. Deze verhandeling bekend als Heichaltzoe werd oorspronkelijk gegeven door Rabbi Schneur Zalman in het jaar 1768, toen hij op reis was naar huis van een bezoek aan zijn leermeester Rabbi Dovber van Mezrich en was een van degen die dit vele malen zou herhalen.

Sindsdien herhaalde de Meesters de verhandeling over dit onderwerp bij speciale gelegenheden om gevoelens van onenigheid te onderdrukken. In 1898 gaf Rabbi Shalom Dovber, de vijfde Chabad Rebbe, de meest fameuze verzie van deze verhandeling op Simchat Thora en opnieuw op Parashat Noach ter gelegenheid van een familie bijeenkomst.

Moge het met G’D’s wil zijn dat er vrede zal zijn in de Lagere Pamalya en de Hogere Pamalya, zowel vrede tussen de ziel zoals die existeert in het Hoge, waaraan wordt gerefereerd als “de ziel die U in mij heeft geplaatst die puur is” en de ziel als die neerdaalt, waaraan wordt gerefereerd als “U creëerde, vormde en blies het in mij”. En ten slotte moge we de ultieme vrede hebben, die zal plaatsvinden in de Toekomstige Era.

SHABBAT SHALOM     

PARASHAT PINCHAS

 Rabbi Shimon bar Jochai

 De Zohar leert dat juiste rectificatie van de ziel stap voor stap plaatsvindt.

 Zohar, p. 213a

 Rabbi Shimon citeert het vers, “En toen Pinchas, de zoon van El’azar, de zoon van Aaron de Priester, dit zag stond hij midden uit de vergadering op en nam een speer in zijn hand.” (Numeri. 25:7)  Waarom wordt er tweemaal naar Pinchas verwezen als de zoon van? Het gaat erom de voltooiing te laten zien van wat verloren was gegaan.

 Nadaw en Awihoe, de twee zonen van Aaron, werden verteerd bij het brengen van het wierook offer op een ijverige, maar misplaatste wijze. Hun zielen waren verdwaald ofwel niet in vrede, tot aan de handeling van Pinchas. Hij velde Zimri en Kosbi op een ijverige en gepaste wijze. De spirituele kracht voortkomend vanuit zijn standvastig voorgevoel van deze moedige daad, leidde er toe dat de verloren zielen van Nadaw en Awihoe zich samenvoegden met zijn Nefesh. Hun zielen werden toen gerectificeerd door zijn daad en het was alsof Aaron zijn twee verloren zonen weer levend had terug gekregen. Dit is de innerlijke betekenis achter de herhaling van het woord zoon. De Nefesh is parallel aan de wereld van Actie/Asiya en het vereist actie in de Fysieke wereld om een bevlekte Nefesh in de spirituele dimensie te rectificeren. Rabbi Shimon werkt dit concept in de volgende verhandeling verder uit.

Rabbi Shimon zei dat iemand die een gereïncarneerde ziel verkrijgt [die hij ontvangt om te rectificeren, die was bezoedel in een vorige incarnatie] en niet waardig genoeg was [in zijn handelingen] om te rectificeren, wordt beschouwd alsof hij de waardigheid van de Koning heeft genegeerd.

 Voor de geboorte van de ziel legt de ziel een eed af om rechtvaardig te zijn. Door het doen van onterechte handelingen minacht men deze eed en bezoedelt daarbij de eigenschap van oprechtheid.

Naar een dergelijk persoon verwijst het vers (Leviticus.5:22)  betreffende iemand die “heeft gevonden wat verloren was” [met andere woorden, het gereïncarneerde deel van zijn ziel] “en verraderlijk is met betrekking tot het verlorene” [door onrechtmatige daden toe te voegen, in plaats van het te rectificeren], “en een valse eed aflegt” [door zich niet rechtvaardig te gedragen zoals hij heeft beloofd]. Het zou beter geweest zijn voor zo iemand dat hij niet was geboren [want hij maakt bepaalde dingen erger zowel voor hem als voor het gereïncarneerde deel van zijn ziel].

 Om Rabbi Shimon’s verhandeling te kunnen begrijpen, is het nuttig om een uitleg te vermelden van de Midrash Melech (een commentaar op de Zohar). Hij stelt dat iemand die zichzelf niet in de eerste incarnatie heeft gecompleteerd, zal worden gereïncarneerd om hem de kans te geven de vergissingen die hij heeft begaan te rectificeren. Maar we weten niet welk van de twee lichamen zal worden herrezen in de tijd van de Opstanding van de Doden. Volgens een opinie, zal onder bepaalde omstandigheden het lichaam dat het belangrijkste was voor de rectificatie van de ziel herrijzen en zal er alleen een spoor zijn van het andere.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BALÁK

Balak Numeri. 22:2 – 25:19

De geschriften van de Ari

En Moab werd heel bang voor het volk, omdat het zo talrijk was en Moab was vol afkeer [van de Israëlieten]. Numeri. 22:3)v

De esoterische uitleg is als volgt:

Er waren twee verschillende typen van [mensen waaruit] Israël [bestond in die generatie]. De eerste waren de Joden zelf die in die generatie leefde, de oorsprong van hun zielen waren vonken van Mozes [ziel], die op zijn beurt voort kwam uit Abel. (Dit werd uitgelegd in onze uiteenzetting over de generatie van de woestijn, in het vers, “En een nieuwe Koning heerste over Egypte.”)

Het tweede type [van mensen] was de Gemengde Menigte, die in de Schrift wordt aangehaald als “het volk”, zonder enig bepalend woord. (Zie Rashi op Exodus. 32:7: Likoetei Sichot, vol. 16, pp. 408 ff) Zij komen voort uit het kwade aspect van Cain.

Het is met betrekking tot hen dat wordt geschreven, En Moab werd heel bang van het volk , want zij waren talrijk.” Dit verwijst naar de Gemengde Menigte, die wordt beschreven als “talrijk”.

De letterlijke vertaling van de woorden die vertaald worden als “Gemengde Menigte” (in het Hebreeuws, “erev rav” is “een grote mengelmoes”. Daarom verwijst de frase “het volk, want zij zijn talrijk”, zeer duidelijk naar de Gemengde Menigte.

De beschrijving vervolgt met te zeggen dat “Moab vol afkeer was omdat de Israëlieten“, hetgeen refereert aan Joden zelf, die voort kwamen uit Abel.

De letterlijke vertaling van de woorden vertaald als “de Israëlieten” (benei Yiraël) is “de kinderen” of “nakomelingen” van Israël, met andere woorden, van Jacob; dit refereert alleen aan de nakomelingen van Jacob, in tegenstelling tot Mozes bekeerlingen.

Rabbeinoe Bachya

De Eeuwige had een gebeurtenis met Bilaam (Numeri. 23:4)

Later in (vers 16) vinden we dat Bilaam zelfs een visioen ervaart van Havayah, een hogere eigenschap dan [dat wat wordt gerepresenteerd door de naam] Elo-hiem. Dit gebeurde tengevolge van Bilaam’s visioen welke hem reeds had verheven naar een status waar hij profetische inspiraties kon ontvangen van de zelfde celestische bron als Mozes. Het was toen dat hij zich realiseerde dat het idee van vervloeking van Israël compleet absurd was, aangezien Israël onder de beschermende vleugels van de eigenschap van Barmhartigheid was.

Zolang als Bilaam werd “bezocht” door de eigenschap van Recht, durfde hij te hopen dat hij ergens een zwakke plek zou vinden in Israëls spirituele uitrusting om hen te vervloeken zodat de eigenschap van Recht bereidwillig zou zijn om zich op het volk te storten. Zodra G’D hem benaderde in Zijn hoedanigheid als Havayah, realiseerde Bilaam zich dat zijn hoop tevergeefs was.

De grote “spirituele bevordering” welke Bilaam ondervond toen hij werd benaderd door de eigenschap van Havayah duurde niet lang, aangezien het slechts omwille van het Joodse Volk was, en niet vanwege Bilaam’s eigen spirituele verdiensten.

G’D wilde niet dat de volkeren van de wereld zouden beweren dat als aan hen het niveau van de profeet Mozes zou worden verleend, zij zelf spiritueel verheven zouden worden gelijk aan het Joodse Volk. Door Bilaam vermogens en inzichten te geven, gelijk aan die van Mozes, demonstreerde G’D aan de volkeren van de wereld dat ondanks het ter beschikking hebben van een opmerkelijk begaafd persoon als Bilaam, hetgeen impact heeft op hun morele/ethische wijze van gedrag. Dit gaf evenzo het Joodse volk een argument ten gunste van hun bevoordeelde positie ten opzichte van G’D, toen zij konden wijzen op het feit dat de profeet en spiritueel leider van al deze volkeren de spirituele superioriteit toegaf van het Joodse volk weerspiegeld in zijn lofzangen tot hen.

Zodra Bilaam zijn lofzang op het Joodse volk had beëindigd, met andere woorden, hun morele superioriteit over de ander volkeren had bezongen, ontnam G’D hem deze geest van profetie. Hij keerde terug tot het vertrouwen in magie en dat is waarom hij eindigde door de dood van het zwaard in plaats van zichzelf te verzekeren van de dood der rechtvaardigen die hij voor zichzelf wenste.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHOEKAT

Op het juiste spoor blijven

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, p. 283b

[En Hij deed meer goed voor hen, in de zin dat] drie heilige bloedverwanten te midden van hen. Wie waren zij? Zij waren Mozes, Aaron, en Miriam. Het was hun verdienste dat G’D Israël geschenken gaf vanuit de spirituele sferen [het Manna, de Wolken van Glorie en de Bron van Miriam, die hen voedde en voorbereidde zowel fysiek als spiritueel en hen in staat stelde om de Thora te absorberen]. De Wolken van Glorie vertrokken niet zolang Aaron leefde. Dit is zoals is uiteengezet, omdat Aaron de rechter arm [representerend Chesed] van Israël was. Het wordt ook aangegeven door het vers “Toen de Kana’aniet, de koning van ‘Arad’, die in de Negev, het zuiderland, woonde, had vernomen dat Israël in aantocht was langs de weg van Atariem, voerde hij oorlog met Israël.(Numeri.21:1)

 

Rashi zegt dat Arad hoorde dat Aaron was overleden en dat de beschermende Wolken van Glorie waren verdwenen. Hij hoorde ook dat zij door Atariem moesten komen, de eenvoudige Aramese vertaling van  “plaatsen”. Dit verwijst duidelijk naar het feit dat zij begonnen te dwalen omdat  zij de precieze begeleiding misten van de wolken.

 

Zij dwaalden zoals iemand zonder een voorarm, die zichzelf overal waar mogelijk moet ondersteunen [om vallen te voorkomen]. [Omdat zij doelloos waren], bevocht hij Israël en maakte onder hen gevangenen. Dit omdat zij werden achtergelaten zonder hun rechter arm [Aaron].

***********************************************************

Rabbi Jitzchak Luria

 

De Geschriften van de Arizal

De Thoralezing van deze week opent met de mitzwa van de rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”. De as van de rode koe werd gebruikt om iemand te zuiveren van de onreinheid van dood. “Dood” is een spirituele afname van de ene staat van G’ddelijk bewustzijn naar een lagere (of gebrek aan) G’ddelijk bewustzijn. Dus de mitzwa van de rode koe bevat in zich de esoterische verklaring van kwaad en de purificatie van bezoedeling van kwaad, dood, met andere woorden, verlies van G’ddelijk bewustzijn.

“De Eeuwige sprak tot Mozes en tot Aaron, ‘Dit is de choekat (G’ddelijk decreet) van de Thora, die de Eeuwige uitvaardigde. Hij zei: draag de kinderen van Israël op dat ze je een volkomen rode koe brengen, zonder gebrek, waarop nog geen juk gelegd is.

Jullie moeten die aan de priester El’azar geven en die moet haar naar buiten de legerplaats brengen en men slacht haar waar hij bij is. De priester El’azar neemt dan met zijn vinger iets van het bloed ervan en spat met dat bloed zeven keer in de richting van de voorzijde van de tent der samenkomsten.

Men verbrandt de koe voor zijn ogen; men moet de huid, het vlees en het bloed ervan samen met de mest ervan verbranden. (Numeri. 19:1-5)

Weet dat de vijf vormen van de sluitletters aangeven de vijf staten van Gevoera. Hun gecombineerde numerieke waarde is 280, en wanneer we 5 toevoegen voor de letterts zelf, hebben we [285, de numerieke waarde van] “rode koe”.

Vijf letters van het Hebreeuwse alfabet hebben verschillende vormen die zij aannemen aan het eind van een woord. Omdat deze sluitvormen een pauze te kennen geven in de stroom van het lezen, beduiden zij de vijf staten van strengheid (Gevoera), of beheersing. De vijf letters met hun numerieke waarden zijn:

 

Mem (40), noen (50), tzadik (90), (80), chaf (20). Rode koe (vaars),”in het Hebreeuws, “Parah”, pé, résh, hé = 80+200+5= 285. De rode koe moest rood zijn, omdat het is neergehaald van Bina.

Alternatief, [de extra hé, waarvan de numerieke waarde de vijf is, noodzakelijk om gelijk te zijn aan de numerieke waarde van “rode koe”, en aangevend dat de vijf staten van Gevoera] afdalen naar Bina, waaraan wordt gerefereerd door de eerste letter [van de Naam Havayah] of afdaalt naar Malchoet, waaraan wordt gerefereerd door de tweede letter [van de Naam Havayah] . Daarom wordt de rode koe “parah” genoemd, met andere woorden, de koe [“par”] van de hé.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT KÓRACH

Korach

REBBEINOE BACHYA

HET EEUWIGE VERBOND

Het is een eeuwig  verbond met zout bekrachtigd bij de Eeuwige. (Numeri. 18:19)

De woorden “het is een eeuwig verbond” betekent dat het verbond, beschreven als een “zoutachtig verbond”,  een eeuwig verbond is. Juist zoals zout het vlees oneindig conserveert, zo duurt dit verbond ook oneindig.

Het hoofdbestanddeel van zout is water. Door de kracht van de zon welke erop schijnt, verandert het in zout. Met andere woorden, zout representeert een samensmelting van de elementen vuur en water. Evenzo is het verbond een combinatie van de eigenschappen Barmhartigheid (vuur) en Gerechtigheid (water).

Het aandeel van de Levieten is de tienden welke op zichzelf verwijzen is naar de tiende sefira. Daarom formuleert de Thora het met de woorden, “Aan de leden van de stam Levi heb Ik elk tiende in Israël als erfgoed gegeven…”  

In de Thora zul je aantreffen dat Jacob zijn zoon Levi beschouwde als de tiende onder zijn zonen. Jacob nam de gelofte om het tiende van alles wat G’D hem zou geven zó serieus, dat hij zelfs het tiende gaf van zijn kinderen.

Wanneer een herder een tiende deel  wens te geven van elke tiende van zijn kudde, zoals de Thora voorschrijft, leidt hij eerst alle schapen in een kooi en telt hen afzonderlijk, één voor één. De laatste die binnen komt, gaat er als eerste uit. Evenzo toen Jacob, een herder, zich ten doel stelde om van zijn kinderen een tiende te geven, bracht hij hen eerst binnen een omheining beginnend met zijn oudste zoon Reuben en eindigend met Benjamin, zijn jongste. Toen hij hen vervolgens telde, beginnend deze keer met Benjamin, werd Levi de tiende en daarom geheiligd.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHELÁCH LECHÁ

Zend jij

Numeri.  13:1 – 15:41

Rabbi Shimon bar Jochai

Het Verheven Land Onderzoeken

Zohar, p. 159b

De interpretatie van de Thora valt onder vier categorieën bekend als “peshat” (eenvoudige betekenis), “remez” ( aanwijzingen), “drash” (applicatie en conclusie van nieuwe wetten en feiten vanuit de Thora), en “sod” (diepere betekenis, o.a. kabbala). (Zie Pardes) De Zohar handelt op consequente wijze over de inhoudelijk diepere betekenissen in de verzen. Een klassiek voorbeeld is de wijze waarop Rebbe Shimon het vers handelend over de werkwijze van de verkenners, trachtend het Land te verkennen (in het Hebreeuws, “latour“); ja, “latour” betekent rondreizen in het Hebreeuws en dat woord mag de spirituele oorsprong zijn voor “toer”en “toerist” en “route” in het Nederlands. Hij gebruikt deze verzen als een meditatief begrip, om in de nabijheid van de spirituele wereld te komen.

Rebbe Shimon zegt: Vanuit dit Thoragedeelte (over de verkenners) leer ik diepzinnige wijsheid en hoor daardoor nog meer waardevolle diepzinnige wijsheid.

Zelfs binnen het niveau van de mysteries van de Thora zijn er verschillende niveaus.  Verborgen wijsheid relaterend aan de diepere betekenis van het vers en waardevolle diepzinnige wijsheid relateert aan de wijze waarop de partzoefiem van sefirot op elkaar inwerken.

In deze uitleg, verklaart Rebbe Shimon Numeri 13:17-25. Onze vertaling eindigt bij vers 22. In het kort zegt het vers, “En toen Mozes hen wegzond om het Land Kana’an te verkennen zei hij tegen hen: “Trekken jullie van hieruit de Negev binnen en beklimmen jullie het gebergte. Dan kunnen jullie zien hoe het Land is en de mensen die er in verblijven en of het volk dat er in woont sterk is of zwak, of het weinig of veel in aantal is…..hoe het met de steden gesteld is waarin zij wonen…..of er hout in is of niet…..En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron, waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden. En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd dan Tsoan in Egypte”

Kom en Zie. De Heilige, Geprezen zij Hij, wordt geloofd in de Thora en zegt [tot Israël], “Ga in Mijn wegen en stel jezelf in Mijn dienst en Ik je zal naar hogere werelden van goedheid leiden. De mensen die niet vertrouwen [in G’D] weten het niet [Thora] en kijken niet [het onderzoeken], tot hen zegt de Heilige, Geprezen zij Hij [zoals in de instructies aan de verkenner wordt aangegeven], ‘Ga en verken die goede wereld, dat hogere begeerlijker Land’. En zij zeiden tegen Hem, ‘ Hoe kunnen wij mogelijkerwijs daar opgaan en dat alles ontdekken [wat in de Thora is].?”

De doorsnee persoon, die voor de eerste keer in contact komt met de Thora kan overweldigd worden door de gecompliceerdheid van de Geschreven en Mondelinge Leer. Eerst moet het principe van straf en beloning begrepen worden, zegt G’D. De Ramak verklaart dat het Land van Israël zelf “Kana’an” genoemd wordt, van het Hebreeuwse woord voor “onderwerpen”, “nichna‘, omdat de eerste stap tot het binnen gaan van de wereld van Thora is om iemands dierlijke ziel te onderwerpen aan de verlangens van G’D. Dit is de diepere betekenis van het “Land binnen gaan”. Daarna volgen een reeks van instructies hoe men zich moet gedragen binnen de grenzen van het Land.

Wat staat er geschreven? “ Ga op door de Negev. (Numeri. 13:17) Zich inspannen om leren Thora. Dan zal je zien. Zij staat voor je en door haar zal je begrijpen [de spirituele waarheden]

De Negev is het Zuiden van Israël waar Abraham, die de sefira van Chesed representeert, leefde. Strevend naar onderwerping van zichzelf aan G’D’s Wil, moet iemand moeite doen de eigenschap van Chesed te verwerven, die hem in staat stelt waardig te zijn en om succesvol te zijn in het begrijpen van de Thora. Bovendien is Het Zuiden geassocieerd met wijsheid, zoals in het Talmoedische idioom, “Hij die naar wijsheid verlangt zal zuidwaarts (keren/gaan)…”. Het woord “Negev” betekent ook droogwrijven en is een instructie om zich te ontdoen van de beperkingen van de fysieke wereld om zodoende de ervaringen van de spirituele wereld door de Thora te verdienen.

“dan kunnen jullie zien hoe het Land is….” (Numeri. 13:18) Zie door haar [de ogen van de Thora] die [spirituele] wereld welke het Land is dat je zult erven en stijg op [na het verlaten van de fysieke wereld].

“..en de mensen die er in verblijven…” (ibid). Deze zijn de rechtvaardigen in de Tuin van Eden [die hun beloning ontvangen voor het verwezenlijken van de Thora]. Zij staan, rij na rij in hoog aanziem en voortdurend niveau [elk ontvangt de beloning voor de Thora die zij hebben geleerd en de goede daden die zij deden tijdens hun aanwezigheid in de wereld].

“of het volk dat er in woont sterk is of zwak.” (ibid). Door hen te zien [zal je begrijpen] of zij allen deze beloning verdienen omdat zij hevig geworsteld hebben met hun kwade inclinatie of niet, of het is omdat zij dag en nacht ernaar streefden om Thora te leren, of daarvoor niet de kracht hadden.

Sommigen streefden er hard naar om hun begeerten te overwinnen en anderen vonden het niet zo moeilijk, sommigen studeerden dag en nacht, anderen hadden niet de kracht. Allen ontvangen hun juiste beloning.

“…of het weinig of veel in aantal is…” (ibid) [Dit verwijst naar de] velen die streefden naar het doen van Mijn dienst en zich zelf hebben gesterkt in het leren van Thora en dit alles [beloning] verdienen of niet.

Alhoewel het moeilijk schijnt te zijn om dit Land binnen te gaan,  wanneer je Thora leert zal je zien dat er velen zijn die de Tuin van Eden verdienen.

“…of er hout in is of niet.” (ibid. 13:20) Dit betekent of de Boom van het Leven, die leven geeft aan alle werelden voor altijd er in is ofwel de “bundel van het leven” er is.

De Boom van het Leven refereert aan het licht van de Sefira van Tiferet

Er is een invloed van dit niveau, maar er is ook een hoger niveau genaamd “niets”     ( in het Hebreeuws, “ayin“).  Dit niveau van “ayin” refereert aan de hogere Sefirot van Chochma en Bina en, in het bijzonder, hun oorsprong in Keter. Dit denkbeeld dat leegte G’D bevat  is een diep mysterie dat kan worden ervaren door te mediteren op de letters die het woord “niets”, ayin spellen; deze letters kunnen herschikt   worden om “ani” te spellen, het Hebreeuwse woord voor “Ik”. Bovendien is “Ani” één van de G’D’s namen, zoals in het vers “Ik ben de eerste en Ik ben de laatste” (Jesaja. 44:6). “De bundel van het leven”is de Sefira van Yesod, omdat het de invloed van alle Sefirot er boven bevat. Rebbe Shimon maakt ons duidelijk om te mediteren op deze verschillende aspecten van het G’ddelijke.

“En zij stegen op via de Negev en kwamen aan Chewron.” (ibid. 13:21) Te stijgen via de Negev [droogte] leert dat er mensen zijn die naar haar [de Thora] opstijgen op een slome manier, als of iemand leert op een droge[bezadigde] manier en werkt voor niets. Zij denken dat er geen beloning is voor het studeren en nemen aan dat iemand zich rijkdom onthoudt in deze wereld vanwege haar. Zij denken dat dit alles droog is [zonder de rijke overvloed van de fysieke wereld]. Zoals is gezegd in het vers  [na de vloed] “De wateren waren opgedroogd van de aarde” (Genesis. 8:13). Dit wordt [in het Aramees] vertaald als “negivoe” [wat het zelfde is als ´Negev” in het Hebreeuws].

Hierna [is geschreven] “…..en kwamen aan Chewron” (Ibid. 13:22). [Dit refereert aan het punt waarop een persoon zich verbindt [In het Hebreeuws, “lehitchaberi”] met haar [de Thora], haar leest en opnieuw en opnieuw leest.

Het woord “Chevron” bevat het idee van “vriend” (Hebreeuws, “chaver“) en verbinding. De essentie van Thora studie is zich te verbinden met haar en het niet te beschouwen als droog materiaal dat mechanisch geleerd moet worden. De Wijzen van de Zohar refereren altijd aan elkaar als “chaver“.

“Waar de reuzen Ahiman, Sheshai en Talmai leefden.” (ibid) Daar [in de Thora] vind je vele verschillende meningen, zuiver en onzuiver, verboden en wat is geoorloofd, kosher en ongeschikt, straf en beloning en eveneens het taalgebruik van de Thora dat van de zijde van Gevoera komt [omdat het het taalgebruik limiteert en beperkt].

De Midrash stelt dat deze drie reuzen half mens en half engelen waren en deze tweevoudigheid wordt gereflecteerd in de manier waarop de Thora realiteit in verschillende categorieën scheidt, weergevend de dualiteit van het spirituele versus de fysieke wereld.

“En Chewron was zeven jaar eerder gebouwd…”(ibid) Dit zijn de “zeventig gezichten”, omdat er zeventig gezichten van de Thora zijn. Elk gezicht bestaat uit tien.

De houders, om de Thora te omvatten, zijn de zeven Sefirot van Chesed tot Malchoet. Elk van deze aspecten bestaat uit tien Sefirot, zodat er 10×7= 70 “gezichten” of aspecten zijn, door welk de Thora kan worden begrepen of worden “gevormd”. Elk persoon begrijpt en doorgrondt vanuit de positie of Sefira die dominant voor hem is.

En Chevron is de Thora en iemand die haar tot zijn hoofd aangelegenheid maakt in het leven wordt een “vriend” [Hebreeuws, “chaver“] genoemd, aangezien “cHaVeR” de zelfde stam deelt als “CHeVRon”].

Er is een Thora die een houder is om de Thora te ontvangen. Dit is de Geschreven Thora en de Mondelinge Thora [Zeir Anpin en Malchoet]. En “Chevron” [verwijzend naar de Mondelinge Thora en Malchoet] vloeit voort uit de Geschreven Thora, zoals staat geschreven in het vers: “Zeg tot wijsheid, Je bent mijn zuster.” (Spreuken. 7:4) En deze [lagere wijsheid] werd gebouwd in zeven jaar, om die reden is het “Bat Sheva” genoemd, de “dochter van zeven”.

De hogere wijsheid van de Geschreven Thora wordt weergegeven in haar “dochter”, de Mondelinge Thora, Malchoet.

“….dan Tsoan in Egypte.” (ibid) Dit is zoals in het vers, “En Solomon’s wijsheid overtreft de wijsheid van alle mensen van alle volkeren van het Oosten en alle wijsheid van Egypte.” (Koningen I, 5:10)

De wijsheid van de Koning der Koningen tegenover “Zoan in Egypte” hoger dan de wijsheid van die meesters van magie en illusie. Het is de bron van alle ware wijsheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BEHA’ALÓTCHA

Rabbi Shimon bar Jochai

Het geheim van de lamp

Zohar, p. 151a

De parasha van deze week begint met de voorschriften over de zevenarmige kandelaar [Menora] die Aaron in het tabernakel in de woestijn aansteekt. De beschrijving van de Menora wordt herhaald, evenals de wijze waarop deze moet worden aangestoken. Deze dingen werden reeds behandeld in de wekelijkse Thoralezing van Teroema en Tezave. Deze herhaling leidt naar de volgende verhandeling door de zoon van Rebbe Shimon, Rabbi Elazar.

Rabbi Elazar stelt met betrekking tot de herhaling in deze parasha, beschrijvend de bewerking en het gebruik van de Menora en alles wat ermee verbonden is, de vraag. Waarom wordt het herhaald op een ander tijdstip?

De reden hiervoor is dat de prinsen van de stammen hun offergaven hadden gebracht bij de inwijding van het altaar [ zoals beschreven in de parasha Bemidbar, twee weken geleden] zowel als al hun andere offergaven en nu gaat de tekst ons duidelijk maken [opnieuw] over het functioneren van de Menora, welke werd gedaan en uitgevoerd door Aaron [ dus aantonend dat het belangrijker was dan alle andere offers].

Dit omdat Boven [in de wereld van Atziloet] de Menora [die wijsheid vertegenwoordigt verlichtend de sefira van Malchoet] al de lichten op zijn armen [die de sefirot representeren] alles verlicht door de verrichtingen van Aaron.

Aaron steekt de Menora aan bij dageraad. Dit is de tijd van Chesed, aangezien goedhartigheid is geassocieerd met overdag. Het licht van de zon is een goedheid van G’D aan de mensheid, welke ons in staat stelt de wereld om ons heen te zien, vegetatie toestaat om te groeien en de wereld te laten functioneren. Aaron representeert de sefira van Chesed. Zijn aansteken van de Menora is een fysieke meditatieve handeling, om een stroom van overvloed van de wereld van Atziloet te weeg te brengen van de hogere sefirot aan deze wereld, welke wordt gerepresenteerd door elke olie lontje afzonderlijk in elke arm van de Menora.

Kom en zie. Het externe altaar werd opgedragen en op de juiste wijze voorbereid door de twaalf prinsen, zoals we dit hebben uitgelegd.

De opstelling van de twaalf stammen onder hun vlag in de woestijn representeren de 12 verschillende combinaties van de vier – letterige naam van G’D. Deze vier letters en vier hoofdvlaggen representeren de vier richtingen, Noord, Zuid, Oost en West. Nu stelt de Zohar “Kom en zie” omdat het visualiseren van de Sefirot boom iemand helpt te begrijpen, dat deze vier richtingen in de fysieke wereld op hun beurt de vier hoofd sefirot van Chesed, Gevoera, Tifert en Malchoet weergeven.

Elk van deze vier hoofd sefirot zijn verbonden met elke andere in de sefirot boom, bestaande uit drie lijnen. Deze drie lijnen representeren de drie verschillende richtingen van invloedstroom en laat zien hoe zij samenkomen en onderling reageren met de ander sefirot. Op het moment dat de prinsen van de stammen het externe altaar hadden opgedragen was het geschikt als een representatie van de sefira van Malchoet. Elke prins bracht van zijn opgedragen “richting”, representerend het koninkrijk van de Koning der Koningen.

Aaron de Hoge priester was aangesteld om de zeven lontjes van de Menora aan te steken, allen op de wijze van [de spirituele wereld] Boven.

De olie in de Menora representeert de sefira van Chochma. Zoals men kan zien aan het diagram van de sefirot, de eerste van de zeven “emotionele” in het ontvangen van het licht van wijsheid is Chesed. Aaron representeert Chesed, de sefira direct onder Chochma. Hij heeft vrede en Chesed lief, en streeft er naar om disputen op een vriendelijke wijze bij teleggen. Het was daarom gepast om hem te benoemen voor het aansteken van de olie/wijsheid en er over te mediteren, het gevoel op zich te nemen van alle zeven “lichten” van menselijke emoties, gerepresenteerd door de zeven sefirot van Chesed, Gevoera, Tiferet, Netzach, Hod, Yesod en Malchoet. In de wereld “Boven” worden deze sefirot, Zeir Anpin genoemd. De heilige Ari verklaart dat wierrook alle tien sefirot van Zeir Anpin verbind door het bewustzijn van Bina/Imma. De olie van de Menora representeert het bewustzijn van Chochma/Abba. Dit was de reden om wierrook aan te steken van op de zelfde tijd als de Menora, aangezien zij samen het neerwaarts halen van de hogere niveaus van bewustzijn in eenheid representeren.

Het bestaan van de Menora was op zichzelf en de wijze waarop het gevormd was een groot mirakel, zoals [in parashat Teroema] wordt uitgelegd.

De Menora was gemaakt toen Mozes een kikar (een maat) goud wierp in een oven en tot G’D bad om het te vormen.

Het verscheen onmiddellijk geheel in zijn vorm. Dit verbindt de Menora verder met de sefira van Chochma.

En het interne altaar en de Menora stonden samen om allen vreugde te geven, zoals staat geschreven: “Olie en wierrook verheugen het hart.” (Spreuken. 27:9)

Het tabernakel, en later de Tempel, had een intern binnenhof waar de Menora en het Wierrook altaar stond en een extern binnenhof waar het buitenste altaar was geplaatst. Olie representeert wijsheid dat altijd wordt begrepen wanneer woorden worden gesproken op een vreedzame en rustige wijze. Dit is weergegeven in fysieke realiteit, waar olie kalmeert en lawaai stopt. Wierrook representeert Bina, zoals wordt aangeduid door de Hebreeuwse en Aramese naam, “Ketoret“. In het Aramees staat de letter “t” vaak voor de letter “s” in het Hebreeuws; dus “Ketoret” kan als “Keshoret” worden gelezen, betekenend, “verbinden”. Bina verbindt al de lagere sefirot om de gekozen functie in realiteit uit te voeren. Deze twee “verborgen” sefirot van Chochma en Bina zijn daarom vertegenwoordigd in het interne binnenhof, of “brein”van de Tempel, terwijl het externe binnenhof werd vertegenwoordigd door de sefira van Malchoet. De sefira van Malchoet wordt “het hart”genoemd, omdat het alle voeding van de andere sefirot/organen ontvangt. Iemand is waarlijk gelukkig wanneer hij ziet dat de realiteit wordt bedekt met het begrip van wijsheid en glorie van het G’ddelijke.

We hebben al eerder uitgelegd dat er twee altaren zijn. Één altaar binnen om vreugde voort te brengen en één buiten waarop offers werden gebracht. Het binnen altaar verspreidt zijn werking naar het buitenste altaar.

Vanuit het interne altaar (Bina), dat wordt gerepresenteerd door de naam Havayah, vloeit G’ddelijke zegen en overvloed naar het externe altaar (Malchoet) dat wordt gerepresenteerd door de naam Ado-nai.

En iemand die kijkt en mediteert [hierop] zal de hogere wijsheid realiseren, dat is het mysterie van de naam Ado-nai Elo-hiem.

Door heel de Tenach, waar ook deze twee namen verschijnen worden zij uitgesproken zoals boven geschreven. De naam Elo-hiem is geassocieerd met de sefira van Bina en de tekens passend aan de naam worden gebruikt om te laten zien hoe de vier – letterige naam moet worden uitgesproken. Het associeert daarbij Bina met Malchoet.

Daarom werd het wierrook offer alleen geofferd op het tijdstip waarop de olie van de Menora werd aangestoken.

Dit garandeerde dat er eenheid was tussen de intellectuele sferen van Chochma, Bina en Malchoet.

Nu kunnen we de innerlijke – reden begrijpen voor het gezegde “korbanot” als onderdeel van de ochtend dienst. Wierrook en Menora worden eerst genoemd en dan de afzonderlijke typen van offers. Dit verbindt Chochma en Bina met Malchoet, zoals we hebben uitgelegd, en rectificeert de wereld van Asiya.

Een laatste belangrijke noot is dat Chochma in het diagram boven de sefira van Chesed is. Dit impliceert dat wijsheid (Chochma) alleen met handelingen van goedheid en barmhartigheid is geassocieerd, zoals wordt gesymboliseerd bij Aaron. Dit verklaart waarom kwaad nimmer zegeviert, het heeft eenvoudig geen manier om de wijsheid te ontvangen die wordt vereist om zijn opponenten te overwinnen.

SHABBAT SHALOM