PARASHAT BESHALACH

HET HELENDE PAD

Parashat Beshalach wordt altijd gelezen voorafgaand aan of zoals dit jaar feitelijk op de feestdag van Toe Bishwat [15e van de maand Shewat]. Vele mensen relateren dit aan het “Festival van de Bomen”. Echter de Mishna (Rosh HaShana. 1:1) verwijst er naar als het   “Nieuw Jaar van de Bomen”. Op een bepaald niveau is dit een toespeling op de Etrogboom, en het is gepast op Toe Bishwat om gebed te doen voor de Etrog die men wil nemen acht maanden later wil plukken op het feest van Soekot, want het is nu, na Toe Bishwat, dat het fruit zich begint te ontwikkelen en te groeien aan de bomen. Op een ander niveau is de “De Boom” een verwijzing naar de Levensboom, die nieuwe frisse vitaliteit begint te zenden in de wereld wanneer het voorjaar zijn aanvang maakt in het Land van Israël en het water van de winterregen de bomen binnendringt vanuit de grond, en hen geheel begiftigt met levensenergie.

“En zij kwamen naar Mara en maar zij konden het water niet drinken omdat het bitter was; daarom noemde men het ook “Mara”, bitter.

En het Volk mopperde tegen Mozes terwijl ze zeiden: ” Wat moeten we drinken”? Toen riep hij de Eeuwige aan en de Eeuwige wees een boompje aan, deze wierp hij in het water en het water werd zoet” (Exodus. 15:23-25).

De “Boom” die de bitterheid van het leven verzoet is de Thora, die ons voorziet van met het water van Da’ at, begrijpen, inzicht van hoe kwaad zich voegt met het goede als deel van G’D’s eenheid.

De eerste voorschriften van de Thora werden gegeven bij Mara: “Daar plaatste Hij voor hen [Israël] wetten en voorschriften en daar stelde Hij ze op de proef. En Hij zei namelijk, Indien je oprecht luistert naar de stem van de Eeuwige, je G’D en doet wat recht is in Zijn ogen, het oor neigt naar Zijn geboden en Zijn verordeningen in stand houd, dan zal Ik geen van de kwalen over je laten komen waarmee Ik de Egyptenaren heb geteisterd, want Ik, de Eeuwige, ben je heelmeester.” (Exodus. 15:25-26)

De wetten die gegeven werden bij Mara waren die van Shabbat , de Rode Koe (purificatie vanwege vervuiling door contact met een dood lichaam, en voorschriften in het onderhouden van relaties met anderen (zie Rashie op Exodus. 15:25). Alle drie hadden gemeen het begrip van helen gemeen. Alleen door Shabbat is het mogelijk om de veranderlijke status van Adam te helen, “met het zweet op je gezicht zult je brood eten”. De mens is gedwongen te werken in deze wereld. De enige bevrijding van deze slavernij (Egypte) is zich een dag van de week te onthouden van werk, om zodoende het werk van alle dagen van de week te verheffen tot dienst aan G’D. Het as van de Rode Koe is de oorsprong van het helen, (Efer betekent as en heeft de zelfde letters als de stam Rapa, helen), want als we niet kunnen herstellen van de dood en het integreren in onze visie van leven, kunnen we niet herstellen en genezen van wat dan ook. De voorschriften die onze relatie met anderen, in onze familie, echtelijke staat, zaken en andere betrekkingen reguleren, zijn de fundaties van sociale heling, die hand in hand moeten gaan met individuele heling.

Mogen we gezegend worden met gezondheid en kracht en het genoegen van het fruit van de Boom van het Leven, deze Toe Bishwat.

SHABBAT SHALOM 

PARASHAT BO

Kom (Exodus 10:1 – 13:16)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar II 34a

Rebbe Shimon opent zijn verhandeling met te zeggen: “Nu is de tijd gekomen om de geheimen te openbaren, die hierboven en hieronder verbinden [de tien Sefirot, de kelipot].

Deze kelipot (letterlijk, schillen, aangevend kwaad en onzuiverheid) hebben hoofdzakelijk hun oorsprong in de heilige realen en komen neer door de werelden van Beriya, Yetzira, en Asiya tot zij het niveau van Farao hebben bereikt. De Hebreeuwse letterspelling van het woord “Pharaoh” kan na herschikking gelezen worden als “Po ra”, wat “Hier is slecht” betekent.

Waarom zegt het vers: ‘Kom naar Farao’ in plaats van “Ga naar Farao?” G’D nam [Mozes] naar kamers waarin zich andere kamers bevonden [door verschillende niveaus van “externe” krachten] tot zij een hemelse krokodil bereikten, vanwaar vele verschillende onzuivere niveaus neerkomen. Wat is dit? De geheimen van de Grote Krokodil.

De Hebreeuwse beschrijving van het woord onzuiver of onrein is “toema”, het drukt het concept uit van “afgesloten zijn”. Dit afgesloten zijn is ongetwijfeld het afgesloten zijn van relatie met de zuivere en heilige bron van het G’ddelijke. Dit niveau van onreinheid is de spirituele bron van de kelipot, wiens rol afsluiten is, zoals een omhulsel of zoals een schil een vrucht afscheidt van de buitenwereld. Mozes was huiverig om besmet te worden door dit niveau van onreinheid. Hij wilde niet direct naderen, dan door de zijrivier van de Nijl, welke een lager spiritueel niveau dan de Nijl zelf had en waar de Grote Krokodil op de loer lag [de Nijl was een Egyptische godheid, zoals Farao]. Hij was bang dicht bij te komen, omdat hij de oorsprong van de hogere bron van spirituele onreinheid kon zien.

Toen de Heilige, Geprezen zij Hij, zag dat Mozes bang was, en dat andere spirituele niveaus werden opgewekt, zei Hij: “Zie Ik kom op je af, Farao, koning van Egypte, jij, Grote Krokodil die daar huist in zijn rivieren, ja, die durft te zeggen: “Mijn rivier is mijn Nijl en ik heb het voor mijzelf gemaakt.” (Ezechiël. 29:3)
De Heilige Geprezene, was genoodzaakt om zelf tot oorlog over te gaan, en geen ander.

Farao als “koning” representeert de bron van spirituele onzuiverheid en als zodanig kon alleen G’D hem bestrijden en overwinnen. Om die reden trof G’D de eerstgeborenen van de Egyptenaren zelf. Hij en niet een engel, Hij en niet een boodschapper.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WA’ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35

 Exodus: Weten Is Verlaten

 Ware Verlossing Is Een Uittocht Van Een Beperkt Bewustzijn.

Rabbi Shimon bar Jochai

 Deze vertaling is van “Raya MeHemna”, in één van de sub teksten van de Zohar p. 25a, waar Rebbe Shimon de innerlijke betekenis leert van de mitzwot zoals aan hem is geopenbaard. De oprechte meditatieve intentie van iemand bij het uitvoeren van een mitzwa, heeft een enorme esoterische waarde. Het doel van het leren van deze onthullingen is om de heilige Shechina te ondersteunen en te verfraaien in haar verbanning. Dit brengt de eindverlossing dichterbij en de uiteindelijke openbaring dat G’D één is. De analyse is van één van de 13 interpretatieregels van de Thora: “Uit de algemene hoofdregel ontstaat een afzonderlijke bijzondere regel”      

 “Ik zal jullie als volk voor Mij nemen en Ik zal G’D voor jullie zijn, en jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert.” (Exodus. 6:7)

 Deze opdracht, weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, is de eerste van alle opdrachten.

 De kennis van G’D in dit vers bestaat uit twee categorieën. De eerste betreft het algemene begrip dat er maar één G’ddelijke macht is die de wereld leidt. De tweede betreft de bewustwording, het besef en begrip, dat deze Supervisie en Invloed zich manifesteert tot in de kleinste afzonderlijke eenheden van deze wereld.

Het begin van elke mitzwa is kennen van G’D in Zijn algemeenheid. Wat is deze algemeenheid? Het is het weten dat er een heersende macht is boven, die de Meester van de wereld is. Hij creëerde alle werelden, Arziloet, Beriya, Yetzira en Asiya, de hemelen en de aarde en al hun krachten. Deze kennis van Hem omvat in het algemeen zes aspecten:

 

  • Het erkennen, aannemen van deze realiteit.
  • Een heersende macht die alle krachten van het universum leidt.
  • Boven al het logisch denken uitstijgt.
  • Meester van alle werelden, Die hen niet overlaat aan secondaire controlerende krachten maar werkt in alle werelden.
  • Schepper van alle werelden, ex nihilo: vanuit het niets tot iets.
  • Het aannemen dat deze krachten in de Schepping werken en niet op een of andere manier zichzelf ondersteunen of op zichzelf staan en existeren.

 Deze zes punten vormen de aanvang van een waar begrip van G’D in het algemeen.

Het doel van al deze kennis en begrip ligt in het bijzondere, Hem leren kennen in intieme afzonderlijke details.

 Dit is de inhoudelijke innerlijke essentie van het G’ddelijke Aanwezige in elke specifieke Sefirot door middel van Zijn delegeren van Zijn macht in de werelden en de verborgenheden van de Schepping.

Het algemene en het specifieke in het bijzonder zijn het begin [Atziloet] en het eind [Asiya], het geheim van het mannelijke en het vrouwelijke [positieve en negatieve] in de rol van een eenheid. Zo zien we dat een persoon in deze wereld begaan is met het algemene en het bijzondere [om te komen tot het besef van G’D]. In deze wereld bestaat een persoon uit het algemene en bijzondere [Algemeen existeert hij\ zij als een fysiek lichaam]. Hij heeft de mens gemaakt uit de grond der aarde en blies adem in onze neusvleugels als de ziel van leven.

Het Hebreeuwse woord voor “mens” is “adam”; het woord voor “aarde” is “adama”; het woord voor “adem” is “neshima”; het woord voor “ziel” is “neshama”. De handeling van ademen geeft leven aan het lichaam, dat de ziel in zich draagt, afkomstig uit de oorspronkelijke adem van G’D in de eerste mens. In het Hebreeuws hebben de woorden voor “mens” en “ziel” duidelijk betrekking op deze begrippen. Dit is een van de redenen waarom het Hebreeuws de Heilige Tong of Heilige Spraak wordt genoemd, omdat de letters en woorden G’ddelijke verborgen kennis weergeven.

Dit is de reden voor het begin van alles: het weten dat er een supervisor en rechter is in deze wereld en dat Hij de meester van alle werelden is.

Toen het Volk van Israël Egypte verliet kenden zij G’D niet.

De diepste ballingschap is het niet weten van de existentie van G’D, in het algemeen of in het bijzonder. Egypte was de essentie van alle ballingschappen en dit gebrek aan kennis van G’D was het donkerste aspect van de verbanning. Daarom herinneren we ons constant aan het verlaten van Egypte, omdat dat de essentie is van de worsteling in ons eigen leven, de duisternis te verlaten en G’D te kennen.

 Toen Mozes kwam om hen, het Joodse Volk, te verlossen, was dit het eerste gebod dat hij hen leerde zoals staat geschreven: “En jullie zullen weten dat Ik het ben, de Eeuwige, jullie G’D, die jullie uit de onderdrukking van Egypte wegvoert [in de tegenwoordige tijd!].” (Exodus. 6:7)

 Het woord voor Egypte in het Hebreeuws “Mitzrajiem” is verwant aan het woord “maytzariem”, dat betekent “beperking of begrenzing”. Het eerste gebod in het verlaten van beperkingen en begrenzingen is het erkennen en inzien van het G’ddelijke.

Zonder dit gebod, zou Israël niet hebben geloofd in al de wonderen en machtige daden die voor hen werden gedaan in Egypte. Vanwege het begrijpen in het algemeen, werden tekenen en wonderen gedaan voor hen in het bijzonder.

Vanuit bovenstaande uitleg kan een persoon concluderen dat hij moet begrijpen en vertrouwen op Hem die ingrijpt in de geschiedenis en de geschiedenis beheerst, om de wonderen in relatie tot verlossing van ballingschap, te verkrijgen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT SHEMOT

Namen (Exodus 1:1 – 6:1)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar. P.7b

Parashat Shemot spreekt over de ballingschap en verlossing van het Joodse Volk, vanaf hun eerste verbanning in Egypte. In dit gedeelte van de Zohar, vergelijkt Rebbe Shimon de Egyptische verbanning, waar de Joden werden gehuisvest en van voedsel werden voorzien, maar desalniettemin tot slaven werden gemaakt, met de latere ballingschappen en de uiteindelijke verlossing door het leiderschap van de Mashiach.

Kom en zie. Er staat geschreven: “Ja, zo zegt mijn Heer, de Eeuwige G’D, naar Egypte is Mijn volk destijds getrokken om er tijdelijk te wonen, maar Assyrian heeft het zonder reden onderdrukt.“ (Jesaja 52:4)

De Assyrians verspreidden de verbannen stammen naar de meest afgelegen hoeken van hun imperium en beroofden hen van hun eigen land. Egypte voorzag de Joden met goede voorzieningen [het Goshen en huizen en voedsel] en werd desalniettemin gestraft [met plagen en militaire destructie].

Hoe veel meer zal de bestraffing zijn van Syria en Edom [Europa] en de andere volkeren die hen lieten lijden en vermoordden en beroofden van hun bezittingen. [Deze bestraffing zal zijn] in de tijd wanneer de Heilige, Geprezen zij Hij, beslist om de glorie van Zijn Naam aan hen te openbaren. Zoals is geschreven [betreffende de oorlog van Gog en Magog]: “Ik zal Mijn Grootheid en Mijn Heiligheid tonen en maak Mijzelf bekend in de ogen van vele volkeren. Ze zullen beseffen dat ik de Eeuwige ben.” (Ezechiël 38: 23) Daar in Egypte [toen G’D Zijn glorie manifesteerde] was er maar één koning [Fara’o]. In de toekomstige verlossing zal Zijn glorie worden gemanifesteerd aan alle heersers van deze wereld.

Rebbe Shimon verhief zijn handen en huilde.

Het verheffen van de handen, welke tezamen tien vingers bevatten, representeren de 10 sefirot en zijn het fysieke manifesteren van de verbinding met de hogere sifirot, welke de inhoudelijke dragers zijn van de G’ddelijke manifestatie. Het vergieten van tranen door Rebbe Shimon waren een oprechte poging om het harde oordeel dat hij voorzag, te verzachten.

Hij zei: Wee degene die aanwezig is in de tijd [van het komen van Mashiach] en gelukkig is hij die deel heeft en aanwezig is in deze tijd.

Wee degene die aanwezig is in die periode, omdat op dat tijdstip, wanneer de Heilige, geprezen zij Hij, komt om het hert te bevrijden [de Shechina uit de verbanning] zal Hij op al diegene kijken die bij haar staan en op al diegene die haar eigen hebben gemaakt. Hij zal kijken naar de handelingen van elk en iedereen van hen, en zal Hij niet één iemand vinden die waardig en rechtvaardig is, zoals staat geschreven: “Ik keek rond….maar geen helper, stond verbaasd….maar niemand bood steun” (Jesaja. 63:5), hoeveel problemen op problemen zullen er dan komen voor Israël. Gelukkig is hij die gereed is op dat tijdstip, omdat hij, die in vertrouwen leeft op dat tijdstip, waardig bevonden zal worden om het licht van vreugde van de Koning te ontvangen [omdat dan G’D Zich zal verheugen op Zijn werken]. Het is naar deze tijd dat het vers verwijst “Ik zal hen zuiveren zoals zilver wordt gezuiverd, en hen testen zoals goud wordt getest”. ( Zacharia. 13:9)

Zilver wordt gezuiverd door vuur. De onzuiverheden worden er uit gebrand. Zo zal het zijn in de openbaringsperiode van Mashiach.

De rampen zullen zijn als vuur, om de opstandigen en slechten te zuiveren. De rest zal getest worden naar hun vertrouwen zoals goud getest wordt in de smederij door de goudsmid om te zien of het vrij is van onzuiverheden. Gelukkig zijn zij die het vertrouwen zullen hebben, het stelt hun in staat om deze tijden te kunnen doorstaan, omdat zij het verloop zullen zien van de op het eerste gezicht chaotische gebeurtenissen. Diegenen die geen vertrouwen hebben, zullen zijn overgeleverd aan angst en terreur, welke hun de kans geeft om te tonen tegenover deze testuitdaging opgewassen te zijn, of te falen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJECHI

En hij leefde      Genesis. 47:28 – 50:26

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

DE EENWORDING VAN BOVEN EN BENEDEN

ZOHAR I, P. 233a

Josef bracht zijn zonen Menashé en Efrajim voor zijn zieke vader Jacob zodat hij hen zou zegenen.

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen, ‘Met jullie zal Israël  zegenen, door uit te spreken: G’D moge je maken als Efrajim en Menashé. ‘” ( Genesis. 48:20)

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen…..“, wat is de bedoeling van “die dag”? Het zou volstaan om te zeggen “Zo hij zegende hen”. Bovendien, waar het woord “zeggen” [in Hebreeuws, “emor “] is geschreven [ in de Thora] wordt het gespeld zonder een vav, terwijl wanneer wij het zeggen [elke sabbatavond over onze kinderen] het uitgesproken wordt met een vav; waarom dit verschil?

Hoe dan ook, dit is de mystieke uitleg: “Zo hij zegende hen die dag”, wat is “die dag”? Het is het mysterie van het hoge spirituele niveau dat is toegekend over zegeningen Boven.

Dit verwijst naar bina van Atziloet, welke de uitstromende bron is van de zegeningen voor de werelden en sefirot daaronder.

“Die dag” is een dag [m.a.w een uitbraak van licht/openbaring] in de hemelse plaats, welke “die” wordt genoemd [Hebreeuws, “Hoe“].

Wanneer het woord “dag” in het Hebreeuws wordt gevolgd bij het woord “dit”, ““, verklaren onze Wijzen: Kun je er naar wijzen met je vinger en zeggen, “hier het is” (Shemot Rabba 23:15), en daarvoor correspondeert het naar malchoet welke een geopenbaard niveau is.

Maar hier wordt het woord “jom” [“dag”] gevolgd door het woord “hoe“, wat “die“dag” betekent, zonder enige separatie tussen twee woorden.

Het woord “hoe” houdt in, een niveau boven de draagwijdte van iemands perceptie. Het is “die dag” en niet “deze dag”.

Overeenkomstig geeft het de sefira van bina aan, welke ver verwijderd is van malchoet.

Omdat er geen separatie is tussen “jom” en “hoe“, is de indicatie dat de twee niveaus [bina en Malchoet] zich inéén samensmelten.

Zodat malchoed/jom” compleet samensmelt in bina/”hoe“.

Het was om deze reden dat toen Jacob wenste om de zonen van Joseph te zegenen, hij hen met de eenmaking van hierboven en hieronder [bina en malchoet] als één zegende, zodat de zegen zou worden vervuld.

Nadien omvatte hij hen allen [de sefirot] inéén [orde] en zei, “Met jullie zal Israël zegenen, door uit te spreken….” Wat is de betekenis van “met jullie”?

Het geeft met absolute zekerheid het mysterie van  eenheid aan:

Het vers in zijn geheel uitgelegd, dan zijn drie niveaus van eenwording die Jacob, Efrajim en Menashé vervulden.

De eerste eenworden is “die dag”, de eenheid van hierboven en hieronder [bina en malchut].

Wat volgde was een daling naar het middelste niveau.

Dit verwijst naar de zes sefirot van chesed naar yasod, omvattend Zeir Anpin.

 Daarom wordt het woord voor “zeggen” [“L’emor“] geschreven met een vav.

Omdat de letter vav de zesde letter is van het alfabet en de zes sefirot, bevattend  Zeir Anpin, aangeeft.

Bovendien is zijn vorm [de letter vav] smal, van boven naar beneden, illustrerend een hoger niveau (bina) naar een lager niveau (malchoet). Dit is de middelste eenwording.

Na dit is er een verdere neerwaartse daling naar “met jullie” [hebreeuws, “b’cha“].

De numerieke waarde van dit is 22, een vermelding naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, welke de individuele bouwstenen zijn van de Schepping in malchoet, waar vanuit de Tien uitdrukkingen voortkomen, met welke de wereld werd gecreëerd.

En dit is inderdaad de waarlijk gepaste wijze van éénwording van Hieronder naar Boven, en vervolgens van Boven naar Hierbeneden.

De zegen die hij hun geeft “met jullie zal Israël zegenen” is inderdaad gelijk aan zoals wij nu doen.

Het gebruik is om op vrijdagavond  onze zonen te zegenen met de woorden, “Moge je zijn zoals Efrajim en Menashé”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 206a

In ons commentaar op parashat wajeeshev hebben we uitgelegd dat de interpretatie van Zohar van recente Thora episoden laat zien, hoe G’D een nieuwe communicatieve “verbinding” hersteld met de fysieke wereld door de sefirot, na afstandelijk te zijn geweest, ten gevolge van het eten door Adam en Eva, van de boom der kennis. We hebben gezien hoe Abraham het aspect van de sefira van chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef jesod neerwaarts brachten. En we zagen ook, dat de verbinding van jasod en malchoed een “andere verhandeling” was. Nu komen we tot dit punt! Onthoud tevens dat de woorden “Kom en Zie” je inviteren om de “De boom van de Sefirot” te visualiseren en kijk hoe de tekst het uitlegt.

Kom en Zie. “Nu trad Juda op hem toe en sprak….” (Genesis. 44:18). Dit is het naderen van een wereld met een andere om zich met elkaar te verenigen, om een geheel te worden, omdat Juda een koning is en omdat Josef een koning is, zij trokken elkaar aan, de een tot de ander, en verenigden zich met de ander.

Juda was koning over de stammen. Hij was de voorvader van Koning David en de uiteindelijke Mashiach. Juda representeert de sefira van Malchoet. Josef was slechts tweede na de Koning van Egypte; hij was de pijplijn door welke alle overvloed werd verkregen en die onder zijn hand zou stromen naar Juda en het volk Israël. Josef vertegenwoordigt de sefira van Jasod. In hem, in zijn wereld, zijn alle sefirot verzameld, zijn rol is om hun abondantie door te geven aan malchoet . Hij is de bouwkundige die de ontmoeting vormt. In waarheid verlangt ieder er naar om met elkaar verenigd te worden. Juda/malchoet is de Nefesh, Josef/jasod is de Roeach en tezamen vormen zij een vehikel voor de Neshama.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op” (Psalm 48:5). Dit zijn Juda en Josef, want beiden zijn koningen. Zij kwamen samen om met elkaar te discussiëren. Dit omdat Juda verantwoordelijk was voor Benjamin en beloofd had aan zijn vader om verantwoordelijk voor hem te zijn, zowel in deze Wereld als in de Toekomstige Wereld. Dit was de reden om Josef te benaderen, om te argumenteren met betrekking tot Benjamin [die Josef wilde houden als slaaf, na ontdekking van Josef’s bokaal in Benjamin’s voedselzak]. Het argument was dat hij niet zou worden verstoten in deze Wereld en in de Toekomstige Wereld [de spirituele wereld]. Dit, zoals wordt geschreven: “Ik sta borg voor hem, uit mijn hand kunt u hem opeisen en mocht ik hem niet bij u terugbrengen en vóór u plaatsen, dan zal ik tegenover u voor altijd als zondaar staan.”(Genesis. 43:9) “Voor Altijd”betekent in deze Wereld en de Toekomstige Wereld. Het is daarom dat het vers ons zegt, “Want zie, koningen kwamen tezamen en trokken tezamen op”. (Psalm 48:5) Ieder was boos op elkaar.

De woorden “zij kwamen tezamen” is de bijbelse vertaling van het Hebreeuwse woord “avroe”. Rabbi Jehoeda merkt op dat “avroe”. de zelfde stam deelt als “evra”, wat “boos worden” betekent. Dit is een hint dat hun samenkomst een achtergrond van wederzijdse kwaadheid inhield.

Zij waren beiden kwaad op elkaar wegens Benjamin. [Dat verklaart] wat [nadien] wordt geschreven [in Psalm. 48:6] “ Zij zagen het en stonden perplex, geheel in de war, ontzettende angst beving hen daar, getroffen door een krampachtige rilling als van een barende. Dit betekent dat iedereen in de greep van angst was, “zoals een barende vrouw”. Omdat zij bang waren dat Benjamin gedood zou worden of zelf te worden gedood. Vanwege de verkoop van Josef op advies van Juda, wat een groot verlies teweeg bracht bij hun vader en nu dat hij [Juda] die verantwoordelijk was voor Benjamin’s thuiskomst, niet een verlies voor hun vader zou worden [door in Egypte te blijven]. Dit alles was de reden waarom Juda, Josef nader trad.

Alhoewel elk zijn eigen weg bewandelde, wilde G’D dat zij samen kwamen. De uitkomst van hun samenkomen viel voor de angstige betrokkenen en omstanders compleet anders uit. Een verdere stap in de verlossing van de mensheid vond plaats, de vereniging van yasod met malchoet.

SHABBAT SHALOM

CHANOEKA – PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

 

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet enmem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner[Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en NoekvaHavayah [verenigd] metEh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah metElo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

 

 

Havayah = 26
Eh-yeh = 21
Havayah = 26
Elo-him = 86
Havayah = 26
Ado-nai = 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG ORIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

PARASHAT MIKEETS, SHABBAT CHANOEKA

Aan het einde                        Genesis. 41:1 – 44:17

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

JOSEF, DE GEZEGENDE RIVIER

ZOHAR I, p. 193bå

In de volgende sectie bespreekt  de Zohar  Farao’s droom, in welke hij zeven vette koeien uit de rivier ziet komen,  die vervolgens werden verslonden door zeven magere koeien. Toen zag hij zeven korenaren  uit één halm, voldragen en mooi, welke werden verzwolgen door zeven magere verlepte korenaren.

Kijk, er komen uit de rivier zeven koeien naar boven, prachtig om te zien en vol in hun vlees, die in het oevergewas gingen weiden.” (Genesis. 41: 2)

Het enige beeld in Farao’s droom dat niet geïnterpreteerd werd door Josef was de rivier.

Met rivier wordt de Nijl bedoeld, welke de bron van levensonderhoud was voor Egypte.

Rabbi Elazar zei: “Uit de rivier….

In de vragende zin, “Wat is de betekenis van de rivier in Farao’s droom?”

Het is de rivier die op alle niveaus is gezegend, omdat deze rivier neerwaarts gaat om te irrigeren en om allen te voeden. Josef is de rivier waarmee heel Egypte werd gezegend.

Met andere woorden, de rivier die alle lagere niveaus draagt is de eigenschap van Josef, de sefira van yasod van de wereld van Atziloet, welke wateren  van Atziloet neerhalen tot in Beriya.

Meer technischer gezien, in da’at van Berya, van welke de zevenmidot van chesed naar malchoet zich verspreiden.

Kom en zie: zeven niveaus [de zeven midot zoals boven vermeld] zijn geïrrigeerd en gezegend door hem. Zij zijn degene over wie men zegt, “[Zij waren] prachtig om te zien en vol in hun vlees”.

Die in het oevergewas gingen weiden.

Het Hebreeuws voor oevergewas [riet] “ba’achoe“, heeft dezelfde stam als het woord “broederschap”, “b’schava“.

[Parallel duid op ] hun wederzijdse verbinding en overeenstemming, er is geen separatie tussen hen.

En daarom hebben zij deze loffelijke eigenschappen [van éénheid].

Al deze zeven niveaus die wij genoemd hebben, zijn een mystieke waarheden , zoals is geschreven, “

“Zij kreeg zeven kamermeisjes tot beschikking uit het huis van de koning” (Ester. 2:9).

Dat waren de zeven dienstmeisjes die aan Koningin Ester werden gegeven door Koning Achasjwerosh.

Om die reden verwijzen zij naar de “zeven koeien van prachtig om te zien” [refererend aan de zeven sefirot van de zijde van heiligheid].

In tegenstelling tot degene waarover het vers verklaart: “….de zeven eunuchs die de Koning in nabijheid diende” ( Ester. 1:10).

Deze verwijzen naar de zeven magere koeien. Zij duiden op de sefirotvan de niet heilige domeinen.

Op een dieper niveau, zijn de sefirot van heiligheid feitelijk de sefirotvan de wereld van Tikoen, terwijl de sefurot van de niet heilige kant desefirot zijn van de wereld van Tohoe. Het Joodse Volk zou moeten afdalen naar Egypte om de heilige vonken te verheffen die in de fysieke wereld waren gevallen toen de wereld van Tofoe werd versplinterd. Dit is wat aan Josef werd duidelijk gemaakt in de dromen van Farao. (Ramaz)

Rabbi Jizchak was het oneens met de voorafgaande analyse. Volgens hem zag Farao niet de sefirot van de wereld van Beriya. Hij zei: “de zeven koeien” verwijzen naar die niveaus boven desefirot van de wereld van Asiya. En “de zeven magere koeien” zijn de zeven ander niveaus daar onder.

Dit verwijst naar de zeven niveaus van Kelipa.          (Mikdash Melech)

De eerste zeven zijn van de kant van heiligheid, en de zeven andere van het aspect van spirituele onzuiverheid.

Rabbi Jehoeda [ het eens zijn met Rabbi Jitzchak] zei: de eersten waren goed, aangezien zij van de rechterzijde zijn [van de kant van heiligheid], welke aangaande is geschreven, “[G’D zag] dat het goed was” (Genesis.1:4). En de slechten zijn beneden      [inKelipa].

De zeven schoven zijn van de zijde van zuiverheid; de anderen zijn van de zijde van onzuiverheid. Deze niveaus existeren als één boven de ander, als twee tegenovergestelde. Farao zag ze allemaal in zijn droom.

Zei Rabbi Yaisa: werd dit alles getoond aan de slechte Farao?

Rabbi Jehoeda antwoordde: Hij zag alleen hun gelijkenis, want er zijn niveaus op niveaus, sommige tegenover elkaar, en sommige boven elkaar. Hij zag alleen die niveaus onder elkaar.

Hieruit leren we, dat dingen die zichtbaar worden in iemands dromen naar gelang hij is als persoon. Wanner hij slaapt, stijgt zijn ziel op om kennis te verkrijgen, ieder gelang zijn eigen niveau.

Zo zag Farao alleen wat voor hem passend was om te zien, en niets meer.

Dit in tegenstelling tot Josef, die dit onderwerp op een veel dieper niveau  begreep. Daarom is er geen meningsverschil tussen de twee opinies, Rabbi Elazar’s uitleg is van toepassing op wat Josef begreep van Farao’s dromen, terwijl Rabbi Jitzchak en Rabbi Jehoeda uitleggen wat Farao zelf zag.

SHABBAT SHALOM, CHANOEKA SAMEACH

 

PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich (Genesis 37:1 – 40:23)

Het gemeenschappelijk kenmerk van deze en de twee volgende Parashot zijn hun gepreoccupeerdheid met de relatie tussen Joséf en zijn broers. Gezien het feit dat het feest van Chanoeka plaatsvindt gedurende de weken dat we deze Parashot lezen, en gezien Koning Solomon’s zeer bekende regel in Prediker, dat er een plaats en tijd voor alles is, zullen we zien dat de timing van de verschillende feestdagen, verordent door de Rabbijnen en zelfs de vastendagen die door hen zijn opgelegd, zinspelen op de onderwerpen en handelingen van de Thoralezing gedurende die respectievelijke week van het jaar. “Adonai echat weshemo echat” de Eeuwige is EEN en Zijn Naam is EEN. Het mysterie van G’D’s Eenheid en de Eenheid van Zijn Naam, wordt in het boek Sefer Yetzirah en in alle andere Kabbalistische teksten vergeleken met de verwantschap tussen een vlam en een gloeiend houtskool. Dezelfde relatie bestaat tussen Ja’akov en Joséf, Ja’akov is het gloeiend houtskool, het vuur verbonden aan het houtskool, terwijl Joséf de vlam is. Schriftelijk bewijs voor deze gedachte wordt gevonden in Ovadiah 1,8, waar de profeet schrijft, “Het huis van Ja, akov is als vuur en het huis van Joséf als een vlam.” De letters van het woord éésh (vuur) zijn respectievelijk de eerste letters van èmet (waarheid, oprechtheid) en shalom (vrede), welke de eigenschappen zijn van respectievelijk Ja’akov en Joséf. Esav daarentegen was exact het tegenovergestelde. Hij representeerde kin’a (jaloersheid), en sin’a (haat). Jaloersheid is precies het tegenovergestelde van oprechtheid. De eigenschap van oprechtheid is te definiëren als een bereidheid om te erkennen dat iets objectief is, zonder het te ontkennen of anders weer te geven ( zelfs als men daarbij in een slecht daglicht komt te staan). Toen de profeet Ovadiah in het aangehaalde vers beschrijft hoe het huis Esav werd als kash (stro), waren dat respectievelijk de eerste letters van kin’a (jaloersheid), en sin’a (haat). Hoewel er een verband is tussen het aansteken van de Chanoeka menora (kandelaar) en het aansteken van de menora in de Heilige Tempel, zijn er enige wezenlijke verschillen. De menora in de Tempel werd aangestoken binnen, in het gebouw, het aantal lichtvlammetjes elke dag was constant en zij werden aangestoken gedurende de dag. Ook gedurende de tijd van Mozes en later Koning Solomon, daar waar het Joodse Volk materieel welvarend en veilig was. In tegenstelling tot nu, de huidige era, ontsteken we de Chanoeka menora bij het vallen van de avond en voegen we elke avond een nieuw vlammetje toe aan de Chanoeka menora, bovendien zijn de lichten geplaatst om de buitenwereld te verlichten. In de tijd van Chanoeka waren de Joden onder de tirannieke Syrisch – Griekse heerschappij. Het Joodse leger was klein, en op spiritueel niveau, er was aanvankelijk geen zuivere olie [voor het aansteken van de menora in de Tempel] beschikbaar, zelfs niet voor één nacht. Het bovenstaande impliceert dat er in tijden van materiële overvloed, spirituele taken makkelijker worden gedaan. De noodzaak voor bijzondere inspanningen en zelfopoffering zijn veel minder, dus het aansteken van een constant aantal lichtvlammen elke dag is voldoende. Echter, wanneer spirituele duisternis over de Joodse gemeenschappen valt, zoals in onze dagen, is er een andere wijze van praktiseren nodig. We steken de lichten aan bij het vallen van de duisternis en richten en sturen het licht naar de buitenwereld en verhogen constant het aantal vlammetjes, daarmee geven we uitdrukking aan het feit dat we ons niet staande kunnen houden op één constant niveau, maar moeten vooruitgaan en omhooggaan tot we het moment bereiken dat we de menora kunnen aansteken in de herbouwde Heilige Tempel.

SHABBAT SHALOM EN VROLIJKE CHANOEKA

PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond   Genesis. 32:4 – 36:43

Om een spirituele overwinning te behalen moeten we ons lichaam voorzien van de fysieke behoeften.

 De wekelijkse Thoralezing verhaalt Jacobs terugkeer met zijn vrouwen en kinderen van Haran naar het Land van Israël. Onderweg zendt hij boodschappers naar Ezau, om hem gunstig te stemmen opdat hij niet gedood zou worden zoals we hebben gelezen vorige week in gen.27. (Nadat Jacob de zegeningen van hun vader als eerste had ontvangen, zei Rebecca hem te vluchten naar Haran, aangezien zijn broer Ezau hem wilde doden). 

 Rashi schrijft dat Jacob zichzelf voorbereidde -voor de ontmoeting met zijn broer van wie hij was vervreemd- op drie punten: het geven van een gift, het doen van gebed en de voorbereiding van een oorlog.

 We vinden het zelfde idee terug op Jom Kippoer. Een deel van de dienst van de Hogepriester op die dag betrof het offeren van twee geiten. Het ene was een offer voor G’D en de andere was de “zondebok” aan Azazel. Er staat geschreven in de Zohar dat deze zondebok een gift is aan de Sitra Achara (de “Andere Zijde”, de krachten van onzuiverheid), om niet te procederen tegen het Volk van Israël.  Na het offeren van de geit, bad de Hogepriester voor heel het Volk van Israël.

 De Zohar schrijft verder dat men van elke maaltijd een portie moet geven aan de Sitra Achara, dit is het idee achter wassen Mayiem Achariniem (“het laatste water” het wassen van de vingertoppen, voor het zeggen van dankgebed na de maaltijd).

 De praktische les die we hieruit kunnen leren is, dat het noodzakelijk is om te vechten met al onze vermogens tegen de krachten van het kwaad, maar dat de overwinning alleen kan komen als de Andere Kant iets krijgt. Bijvoorbeeld, iemand kan niet alleen bezig zijn met Thorastudie of het doen van liefdadigheid en het vervullen van de mitzwot zonder te eten en te drinken. Aangezien iemand is geschapen met een tweevoudige natuur, de zintuiglijke zoals een kunnen zien tezamen met een fysiek lichaam. Men is verplicht om zijn lichaam de fundamentele basis benodigdheden te geven, niettegenstaande dat het de materiële verlangens zal versterken, want alleen dan zal men in staat zijn om goed Thora te studeren en Mitzwot uit te voeren.

 Als iemand zou zeggen, “Ik wil geen enkel voordeel hebben hoe dan ook, ik wil gewoon gesepareerd zijn van het fysieke en alleen maar Thora leren en het vervullen van de Mitzwot, als de Wil zijn van de Schepper,” zal hij niet in staat zijn dit te doen. Integendeel men moet het nodige deel geven aan het fysieke lichaam. Dit is als een portie geven aan de Sitra Achara, net zoals Jacob geschenken gaf aan Ezau. Dan zal het kwaad hen met rust laten om de Mitzwot te vervullen, zoals Ezau, die de Sitra Achra  representeert en Jacob met rust laat om zijn reis te kunnen continueren. Dit geldt ook voor iemand die oorlog wil voeren met de Yetzer Hara, de kwade inclinatie, diegene opereert door het menselijk lichaam en is het nodig om een geschenk te geven als de basis die het lichaam nodig heeft. Echter na de overwinning op de Yetzer Hara.

 Desalniettemin is het nodig dat we bidden, omdat zonder de hulp van G’D Almachtig we niet in staat zijn om de negatieve impulsen in ons te overwinnen, zoals onze Wijzen van gezegende herinnering zeggen, “Als G’D hem niet zou helpen, zou hij niet in staat zijn om zijn Yetzer Hara te overwinnen.” Dat is vanwege de autorisatie van de ziel die moet komen uit de Hemel, omdat een mens is geschapen met een fysiek lichaam. 

 Hier is uiteengezet in de relatie van de drie punten voor het behalen van een spirituele overwinning waarom Jacob zich voorbeidde op het geven van een gift, op het doen van gebed en op het voeren van een oorlog.”

 SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEETSÉE

En hij vertrok (Genesis 28:10 – 32:3)

Rabbi Shimon bar Jochai
Zohar, P. 150a

In deze klassieke passage laat Rebbe Shimon zien hoe de Ladder van Jacob een beeldbeschrijving is, hoe de sefirot zijn verbonden. Hij verschaft dus een inzicht in de structuur van de spirituele wereld.

“En zie, daar staat de Eeuwige boven hem en zegt: “Ik ben de Eeuwige, de G’D van je vader Awraham en de G’D van Izaak; het land, waarop je ligt zal Ik jou geven en aan je nakomelingen.” (Genesis. 28:13)
G’D stond boven Jacob, om zodoende een Heilig voertuig te creëren [Merkawa], rechts en links en Jacob in het midden.

G’D, sefira van tiferet duidelijk zichtbaar makend, stond boven Jacob om hem zo, tiferet te geven, om van hem een vehikel, een voertuig te maken, voor deze spirituele eigenschappen en om er mee om te gaan. Daarom de positie in het midden van de ladder, om door het vasthouden van de beide zijden, de eigenschap van Abraham, die de rechterzijde van de ladder representeert en de sefira van chesed, te verenigen met Izaak, die de linkerzijde van de ladder representeert en de sefira van gevoera. De eigenschappen van de drie Patriarchen, eenmaal verenigd, werden een vehikel voor bina, een vereiste om de spirituele en fysieke wereld te kunnen begrijpen.

Dan is de Gemeenschap van Israël [malchoet] met hen verbonden.

De sefira van malchoet, eenmaal met hen verbonden, creëert het vierde wiel van het vehikel voor bina. Dit is een beschrijving van de basisstructuur van het fameuze diagram van de tien sefirot.

Dit wordt bedoeld met de woorden “Ik ben de Eeuwige, de G’D van je vader Awraham [chesed] en de G’D van Izaak [gevoera].”

Van waar leren wij dat Jacob in het midden was? Op de manier waarop de tekst is geschreven “G’D van je vader Abraham en G’D van Izaak”. Er staat niet geschreven dat Izaak zijn vader was. Aangezien zijn relatie met Abraham nadrukkelijk wordt benadrukt, is dit een vaststelling dat hij in het midden was.

De tekst verklaart dat Abraham Jacob’s vader is, ondanks het feit dat het Izaak was. Deze nadruk op Abraham, die één generatie verwijderd was, wordt goed gemaakt door hem vader te noemen, in plaats van Izaak. Dit brengt de twee met betrekking tot Jacob in evenwicht. We hebben hier dus een paradigma van spirituele werkelijkheid welke ook wordt weergegeven in de atomen van de fysieke wereld. Positieve/Abraham/chesed is verbonden met de Negatieve/Izaak/gevoera, en met de neutron/Jacob/tiferet. Nu kan elektriciteit stromen in de fysieke wereld en shefa/abondantie kan stromen in het spirituele.

En vervolgens staat er geschreven, “Het land [malchoet] waarop je ligt zal Ik jou geven”. Nu hebben we een vehikel, een drager, een voertuig voor het Heilige [chesed, gevoera, en tiferet]. Van hier uit zag Jacob dat hij de voltooiing was van de voorvaderen.

Jacob realiseerde zich dat hij de completering van de voorvaderen was. Hij zag in zijn droom hoe hij chesed en gevoera, Abraham en Izaak verenigde, en hen verbond met de wereld, welke de representatie is van G’D’s koninkrijk – malchoet.

SHABBAT SHALOM