PARASHAT BESHALÀCH

En hij had laten gaan      Exodus. 13:17 – 17:16

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar. p. 58b

Op het vers: “ En in de grootsheid van Uwe Majesteit heeft U degenen die opstonden tegen U omvergeworpen; U heeft Uw woede uitgezonden die hen verteerde als strostoppels” (Exodus. 15:7)

becommentarieert Rabbi Jitzchak, dat dit vers verwijst naar een tijd inde toekomst, wanneer de Heilige, geprezen zij Hij, Zichzelf kleedt in Zijn trots en Zich verheft over de volkeren die zich verzamelden om tegen Hem te vechten, zoals staat geschreven: “De koningen van de wereld verzamelen hun legers en de heersers beraadslagen tegen G’D en tegen Zijn Mashiach.” (Psalm. 2:2)

We hebben geleerd dat in de toekomst de zeventig celestische vertegenwoordigers van de zeventig naties zich zullen verenigen met de menigten die zij representeren op deze wereld om te vechten over de heilige stad Jeruzalem. Zij zullen beweren tegenover G’D dat Israël Hem niet waardig is en claimen dat Israël verlossing niet waardig is. Wat wil dat zeggen? Laat ons als eerste opstaan tegen hun Beschermer en dan tegen Israël en de Heilige Tempel.

In die tijd, in de toekomst, zal G’D hen belachelijk maken, zoals aangegeven in Psalm. 2:4, Hij die in de Hemel troont lacht; G’D spot met hen.” In de zelfde tijd zal G’D Zich kleden in trots en hen compleet vernietigen, zoals staat geschreven, “En dit zal de teistering zijn met welke G’D hen zal treffen, al de volkeren die vochten tegen Jeruzalem. Hun vlees zal smelten terwijl zij nog staan op hun voeten.” (Zacharia. 14:12)

Rabbi Abba zegt in naam van Rabbi Yissa de Oudere en Rabbi Shimon maakte de zelfde opmerking, dat de tijd zal komen dat G’D alle koningen, die de levens van Israël verbitterden en vochten om Jeruzalem, zal doen reïncarneren. Deze Leiders zullen reïncarnaties zijn van Caesar Andrianus [die Betar verwoest 52 jaar na de verwoesting van de Tweede Tempel, Caesar Lofinus, Nebuchadnezzer [die de Eerste Tempel verwoestte] en Sennacherib [die probeerde de Tweede tempé]l te verwoesten en de Tien Stammen verbande]. De andere leiders van de volkeren die Zijn Huis verwoestten zal ook macht worden gegeven en de rest van de volkeren zullen zich bij hen aansluiten met  en vechten over Jeruzalem.

In de toekomst zal G’D de bestraffing vorderen van hun gereïncarneerde fysieke lichaam en Nefesh als zij samen optrekken om Jeruzalem te heroveren [ voor het zover is, is hun bestraffing verborgen in de spirituele werelden]. Dit is de betekenis van het vers “En dit zal de teistering zijn met welke G’D hen zal treffen, al de volkeren die vochten tegen Jeruzalem”. Het vers spreekt over de teistering die “zal treffen” [in de toekomst] al de volkeren die vochten [in het verleden] tegen Jeruzalem. In die toekomstige tijd zullen hun bouwwerken worden vernietigd en hun existentie van deze wereld worden weggevaagd. Dan zal ware blijdschap regeren in alle werelden.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT BO

Kom                         Exodus. 10:1 – 13:16

De Lubavitcher Rebbe

Likoetei Sichot, 13, p. 855

“Ik [G’D] trek door het land Egypte in deze nacht…….” (Exodus. 12:12)

Het Joodse Volk was praktisch tot op het dieptepunt van onzuiverheid gezonken in Egypte, naar het negenenveertigste niveau van de vijftig niveaus van onzuiverheid (Zohar Chadash, begin van parashat Jitro), en werd dus bijna compleet geabsorbeerd in de mentaliteit van de Egyptische cultuur. De basis van de Egyptische civilisatie was het geloof in de suprematie en onveranderlijkheid van de wetten van de natuur; dus, om het Joodse volk los te maken van het Egyptische materialisme, kon G’D niet gewoon maar “een boodschapper zenden”, met andere woorden, welk gecreëerd wezen dan ook. Hij kon niet ingaan tegen de afgoderij van de natuur met een kracht die zelf deel uit maakte van de Schepping en ondergeschikt is aan de wetten van de natuur. Hij moest het aspect van Zichzelf reveleren dat de Schepping en zijn natuurlijke wetten te boven gaat.

“ …….Ik Zelf en geen ander.(Rashi op 12:12)

Alle andere boodschappers reeds uitgesloten hebbend, wat bedoelt deze uitdrukking uit te zeggen? Telkens wanneer G’D het aspect van Zichzelf reveleert dat de Schepping te boven gaat, reveleert Hij eveneens dat aspect van Hemzelf dat de dichotomie van goed en kwaad te boven gaat. Per slot van rekening, zijn goed en kwaad uiteindelijke arbitraire concepten die G’D creëerde en voor ons heeft gedefinieerd in de gecreëerde wereld. Daarom, telkens wanneer dit niveau van G’ddelijkheid werkzaam is binnen de Schepping, kan kwaad een zelfde legitimiteit claimen als goed. Daarom moeten er voorzorgsmaatregelen genomen worden om te garanderen dat dit niet zal plaats vinden.

Om die reden beëindigt G’D Zijn aankondiging van deze ophanden zijnde revelatie met de belofte dat Hij niet zal toestaan dat krachten die niet ondergeschikt menen te zijn aan Zijn Wil hiervan zouden profiteren. Met andere woorden, Zijn revelatie van Zijn transcendente Wil zal worden begeleid door de revelatie, dat ondanks de morele equivalentie van goed en kwaad op dit niveau Hij steeds goed verkiest boven kwaad.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT VA’ERÁ

Ik ben verschenen     Exodus. 6:2 – 9:35


Mozes leert Farao de omvang van het domein van G’D


Shnei Loechot Habriet, Rabbi Isaia Horowitz


En Elo-hiem [G’D] sprak tot Mozes en zei hem, Ik ben Havayah [de Eeuwige]!” (Exodus. 6:2)

Alle mirakelen uitgevoerd door G’D in Egypte, die alle begrijpelijke natuur wetten tartten, werden opgeroepen door de onuitsprekelijke vier letter Naam, “Havayah”, die G’D symboliseert als een samenstelling van de  Hebreeuwse woorden voor “Hij was, Hij is, Hij zal zijn”, de Ene die de wereld ex nihilo heeft geschapen en Die eeuwig is. De naam “Elo-hiem” daarentegen , symboliseert natuur, met andere woorden, de wetten van de natuur. We hebben herhaaldelijk aangegeven dat het Hebreeuwse woord voor “de natuur”, “ha’teva”, de zelfde numerieke waarde heeft als het woord “Elo-hiem”. Volgens de Zohar representeert die naam een “kaf”, een “lijn”, de regels van wet en orde, met andere woorden, rechtmatigheid. De karakteristieken van alle levende creaturen werden gedetermineerd door G’D’s oproeping van Zijn eigenschap “Elo-hiem”.

[In de woorden van de Arizal, “Nadat G’D de ruimte had gecreëerd voor existentie, vulde Hij deze ruimte met al het gecreëerde. Dit werd tot stand gebracht met behulp van een kav, een soort pijplijn. Het gecreëerde inkomende G’ddelijke licht verspreidde zich binnen deze “ruimte” door middel van de kav.]

Het feit dat de naam Havayah eenhogereeigenschap is dan die van “Elo-kiem wordt gedocumenteerd in Exodus. 18:11: Dat “Havayah groter is dan enige Elo-hiem”, toen Jethro de superioriteit van de eigenschap van G’D erkende over alle andere. Al de andere eigenschappen [met andere woorden, de namen] van G’D zijn afgeleid van de onuitsprekelijke Naam. Een andere aanduiding hierover is te vinden in Psalm. 136, waarin de Psalmist begint met ons op te roepen om te prijzen: “Erken Havayah want Hij is goed, want Zijn goedheid is eeuwig” (Psalm. 136:1); “Erken Elo-hiem de G’ddelijke G’D, want Zijn goedheid is eeuwig” (Psalm. 136:2); “Erken Ado-nai [Heer] der heren, want Zijn goedheid is eeuwig (Psalm. 136:3. G’D creëerde het systeem van de planeten, waaraan wordt gerefereerd als Ad-aniem. Elke Shabbat lezen we in een liturgisch gedicht “G’d rustte hen uit met macht en vermogen om te heersen te midden van de wereld” [de natuurlijke structuren]. G’D echter blijft Heer der heren. Op een hoger niveau dan de planeten zijn de Celestische Krachten die verantwoordelijk zijn voor deze verschillende planeten en de basis krachten van de natuur. Zij zijn bekend als Elo-kiem [G’ddelijke Goden]. De Onuitsprekelijke Vier Letter Naam [Havayah] reikt boven de bovenstaande drie namen van G’ddelijke gelijke krachten uit, die in het universum werken.

Het was deze naam en wat deze inhoudt die G’D aanwendde in het uitvoeren van bovennatuurlijke mirakels in Egypte. Telkens wanneer Mozes verscheen voor Farao trad hij op als een boodschapper van die eigenschap. Farao’s reactie in Exodus. 5:2 was dat hij zeker nog nooit had gehoord van een G’D met deze eigenschap, “Wie is Havayah dat ik naar Hem zou moeten luisteren”? Farao had geen enkel probleem met het accepteren van G’D in Zijn hoedanigheid als Elo-kiem, zoals we weten van Genesis. 41:38. De Zohar becommentarieert al eerder op het vers waar Josef zegt tegen Farao, “Dat gebeurt zonder mijn toedoen, G’D [Elo-kiem] zal wel antwoorden wat in het welzijn van farao is.” (Genesis. 41:16)

Rabbi Aba zegt: “Bemerk de kwaadaardigheid van Farao die beweert niet te hebben gehoord van G’D. Hij was extreem slim en maakte gebruik van het feit dat Mozes zichzelf niet had gepresenteerd als een boodschapper van Elo-kiem, die hij niet had kunnen ontkennen, maar als een boodschapper van Havayah. Hij vond het onbegrijpelijk dat Mozes niet was gekomen in naam van de “zelfde G’D” als de G’D van Josef die hij erkende. Hij kon zich niet verzoenen met deze naam van G’D.

Als de Thora schrijft, “En Havayah verhardde Farao’s hart”, betekent dit dat het  gebruiken van die naam het hart van Farao verhardde. Dit is de reden dat Mozes in de confrontatie met farao nooit en te nimmer gebruik maakte van een andere naam van G’D. (Soellam editie, Miketz, p.13)

Tot zover de Zohar.

Wanneer we de benadering volgen van de Zohar realiseren we ons dat G’D geheel niet interfereerde in Farao’s beslissingsproces. Farao dupeerde zichzelf. De oorzaak van zijn halsstarrigheid was “ani” [ik], zoals in “Ani Havayah”, “Ik ben Havayah” (Exodus. 6:2), wat impliceert, “Dat Mijn revelatie aan hem, dat Ik Havayah ben, zijn hart zal verharden.”

Toen de magiërs erkenden dat de plaag van de luizen niet het resultaat was van superieure magie door Mozes en Aaron (ibid. 8:15) beperkten zij hun erkenning tot de oorsprong van Elo-hiem, daarbij Havayah uitsluitend.

Farao had de betekenis van Elo-hiem geleerd van Josef en deze  G’ddelijkheid erkend als superieur in vergelijking met de andere goden. Zijn erkentelijkheid reikte zover dat een G’ddelijkheid, die hij beschouwde als de wetten van de natuur, deze niet kon controleren.

Farao begreep dat de existentie van het koninkrijk van Elo-hiem vermoedelijk groter was dan zijn eigen of andere koninkrijken, maar hij begreep niet dat deze zich zouden bemoeien met de soevereiniteit van andere koninkrijken. Farao beschouwde zichzelf ook als god. Er zijn vele koninkrijken in deze wereld die co-existeren, de een machtiger dan de andere.

Het was ook mogelijk dat Farao G’D erkende als Meester van het Universum, maar niet inzag dat het Universum G’D’s creatie was, maar eerder meende dat Hij deel uit maakt van het Universum. Andere filosofen hebben de opvatting van G’D als onafscheidbaar van de wereld, zoals zij licht zagen als onafscheidbaar van de zon. Om al deze redenen was farao kwaad toen Mozes naar voren bracht dat er een toegevoegde dimensie was met betrekking tot G’D. Farao reageerde door de werklast van zijn Joodse slaven te vergroten, zoals we lezen in Exodus. 5:9.

Toen Mozes dit resultaat na zijn eerste missie gewaar werd, riep hij uit: “Vanaf het moment, dat ik bij Farao gekomen ben om in Uw Naam [Havayah] te spreken, is het dit volk nog slechter gegaan (ibid 5:23). Dit was zoiets als een uiting van twijfel aan G’D om de volle impact te demonstreren van Zijn onuitsprekelijke Vier letter Naam.

Daarom antwoordt G’D aan Mozes, aan het begin van onze parasha, door te zeggen, “dat wat Hij zal doen zal aantonen dat Ani (Ik ben) Havayah “ (Exodus 6:2).

SHABBAT SHALOM

Rabbijn Sherki, van Machon Meir

Rabbijn Sherki, van Machon Meir, is bezig met ondersteuning van oa. Rabbijn Yoel Schwartz, om in Israel een studiecentrum op te zetten voor niet joden, om hen te kunnen laten studeren voor korte of langere tijd over de zeven noach. geboden onder deskundige leiding.

Hij komt in Rotterdam Capelle a.s. zondag 10 Januair om 15.00 uur een lezing geven speciaal voor de noach. studiegroep in Nederland en Belgie over

“The universal message of Judaism”.

Hopelijk geeft hij ook info over het op te zetten studiecentrum.

De lezing is gratis en opgeven via de website: www.noachieten.nl

Daar staat ook de aankonidigng.

De lezing duurt ong. tot 17.00 uur incl. vragen stellen.

In de avond hopen we Rabbijn Sherki te horen spreken uitsluitend voor Joods publiek in Rotterdam in de orth. sjoel aldaar om 20.00 uur over “kiruv”.

Aanmelding voor dat gebeuren bij mij via emailadres mattitjahu2000@yahoo.co.uk .

Uiterst zondagochtend 10.00 uur 10 Januari.

PARASHAT SHEMOT

Namen                Exodus. 1:1 – 6:1

LIKKOETEI SICHOT

Bij het begin van Parashat Shemot, in de context van het verschrikkelijke lijden in de Egyptische galoet,( Hebreeuws voor verbanning), legt de Zohar (Zohar II, 7b) een analogie tussen de Egyptische galoet en ge’oela, (Hebreeuws voor verlossing), en onze hedendaagse verbanning en verlossing.

Rabbi Shimon bar Jochai zegt daar op, over zijn eigen en volgende generaties, dat lijden op lijden over Israël zal komen: “alle volkeren en hun koningen zullen zich tegen hen richten en hun wrede decreten opleggen…. Dan zal vervolgens een zuil van vuur te zien zijn, neerwaarts gaande van boven naar beneden voor veertig dagen en alle volkeren van de wereld zullen deze zuil van vuur zien. Op dát tijdstip zal de Mashiach worden opgeroepen om te komen uit de Tuin van Eden ….”

Rabbi Chaim Vital, de belangrijkste leerling van Rabbi Jitzchak Luria (de meest gezaghebbende kabbala autoriteit in onze dagen), becommentarieert dat, als we deze passage nemen in de betekenis dat de Mashiach niet geboren wordt uit sterfelijke ouders, maar letterlijk verschijnt uit de Tuin Van Eden, het bijzonder vreemd en in strijd zou zijn met bepaalde teksten. Dus legt hij vervolgens uit: de “Mashiach zal ongetwijfeld een rechtvaardig persoon zijn, geboren uit menselijke ouders. Maar vanaf zijn geboorte zal zijn rechtschapenheid ononderbroken groeien.. en door de deugd van zijn daden zal hij de vijf verheven heilige zielsniveaus, nefesh, roeach, neshama, chaya en yechida, verkrijgen. Op die specifieke dag aan het einde van galoet(Hebreeuws verbanning, zal de ziel van zijn ziel (de meeste sublieme oorsprong van de ziel), gevestigd in Gan Eden, worden toegekend aan dïe tzaddiek en hem waardig maken om de verlosser te zijn….

De ziel van de Mashiach blijft verhuld en na veertig dagen zal de Mashiach die ziel van zijn ziel ontvangen, welke aan hem zal worden gereveleerd en hij zal zichzelf herkennen als zijnde de Mashiach, voordien had hij niet het besef…

Waarschijnlijk gebaseerd op deze bron, schrijft Rabbi Moses Sofer in zijn responsa: “wat betreft het komen van de telg van David, moet ik de volgende basis stelling poneren: Mozes, de eerste verlosser van Israël, bereikte de leeftijd van tachtig jaar en was zich er niet bewust dat hij de verlosser van zou worden. Zelfs toen de Heilige, geprezen zij Hij, tegen hem zei, “Welnu, ga dan, want Ik zend je naar Pharao en voer Mijn volk, de Kinderen van Israël, uit Egypte, (Exodus, 3:10), wees hij dit af en wilde hij deze missie niet aanvaarden. Zo zal het ook zijn met de uiteindelijke verlosser.

De dag dat de Beth Hamikdash, de Tempel, werd verwoest, werd degene geboren die, in deugdzaamheid van zijn rechtschapenheid, waardig was om de verlosser te zijn. Op het gepaste tijdstip zal G’D Zichzelf aan hem reveleren en hem zenden en dan zal op hem de ziel van de Mashiach rusten, welke boven was verhuld en verborgen tot aan zijn komst.

De Tzadiek zelf realiseert zich deze potentie niet en, vanwege onze misstappen, zijn vele van deze Tzadikiem reeds gestorven. Wij verdienen het niet dat de Messiaanse ziel aan hen, de Tzadikiem, wordt geschonken. De Tzadikiem waren waardig en geschikt voor de taak, maar hun generatie niet…

In elke generatie is er iemand waardig om de lang verwachte verlossing te brengen, het hangt van ons zelf af om deze potentie te actualiseren. De potentie is elke dag, elk moment aanwezig, het hangt van ons en van elk van ons af.

SHABBAT SHALOM