PARASHAT WAJECHI

 En hij leefde      Genesis. 47:28 – 50:26

 

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

 

DE EENWORDING VAN BOVEN EN BENEDEN

 

ZOHAR I, P. 233a 

Josef bracht zijn zonen Menashé en Efrajim voor zijn zieke vader Jacob zodat hij hen zou zegenen.

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen, ‘Met jullie zal Israël  zegenen, door uit te spreken: G’D moge je maken als Efrajim en Menashé. ‘” ( Genesis. 48:20)

Zo hij zegende hen die dag door te zeggen…..“, wat is de bedoeling van “die dag”? Het zou volstaan om te zeggen “Zo hij zegende hen”. Bovendien, waar het woord “zeggen” [in Hebreeuws, “emor “] is geschreven [ in de Thora] wordt het gespeld zonder een vav, terwijl wanneer wij het zeggen [elke sabbatavond over onze kinderen] het uitgesproken wordt met een vav; waarom dit verschil?

Hoe dan ook, dit is de mystieke uitleg: “Zo hij zegende hen die dag”, wat is “die dag”? Het is het mysterie van de hoge spirituele niveau dat is toegekend over zegeningen Boven.

Dit verwijst naar bina van Atziloet, welke de uitstromende bron is van de zegeningen voor de werelden en sefirot daaronder.

“Die dag” is een dag [m.a.w een uitbraak van licht/openbaring] in de hemelse plaats, welke “die” wordt genoemd [Hebreeuws, “Hoe“].

Wanneer het woord “dag” in het Hebreeuws wordt gevolgd bij het woord “dit”, ““, verklaren onze Wijzen: Kun je er naar wijzen met je vinger en zeggen, “hier het is” (Shemot Rabba 23:15), en daarvoor correspondeert het naar malchoet welke een geopenbaard niveau is.

Maar hier wordt het woord “jom” [“dag”] gevolgd door het woord “hoe“, wat “die“dag” betekent, zonder enige separatie tussen twee woorden.

Het woord “hoe” houdt in, een niveau boven de draagwijdte van iemands perceptie. Het is “die dag” en niet “deze dag”.

Overeenkomstig geeft het de sefira van bina aan, welke ver verwijderd is van malchoet.

Omdat er geen separatie is tussen “jom” en “hoe“, is de indicatie dat de twee niveaus [bina en Malchoet] zich inéén samensmelten.

Zodat malchoed/jom” compleet samensmelt in bina/”hoe“.

Het was om deze reden dat toen Jacob wenste om de zonen van Joseph te zegenen, hij hen met de eenmaking van hierboven en hieronder [bina en malchoet] als één zegende, zodat de zegen zou worden vervuld.

Nadien omvatte hij hen allen [de sefirot] inéén [orde] en zei, “Met jullie zal Israël zegenen, door uit te spreken….” Wat is de betekenis van “met jullie”?

Het geeft met absolute zekerheid het mysterie van eenheid aan:

Het vers in zijn geheel uitgelegd, dan zijn drie niveaus van eenwording die Jacob, Efrajim en Menashé vervulden.

Het eerste één worden is “die dag”, de eenheid van hierboven en hieronder [bina en malchut].

Wat volgde is een daling naar het middelste niveau.

Dit verwijst naar de zes sefirot van chesed naar yasod, omvattend Zeir Anpin.

 Daarom wordt het woord voor “zeggen” [“L’emor“] geschreven met een vav.

Omdat de letter vav de zesde letter is van het alfabet en de zes sefirot, bevattend  Zeir Anpin, aangeeft.

Bovendien is zijn vorm [de letter vav] smal, van boven naar beneden, illustrerend een hoger niveau (bina) naar een lager niveau (malchoet). Dit is de middelste eenwording.

Na dit is er een verdere neerwaartse daling naar “met jullie” [hebreeuws, “b’cha“].

De numerieke waarde van dit is 22, een vermelding naar de 22 letters van het Hebreeuwse alfabet, welke de individuele bouwstenen zijn van de Schepping in malchoet, waar vanuit de Tien uitdrukkingen voortkomen, met welke de wereld werd gecreëerd.

En dit is inderdaad de waarlijk gepaste wijze van eenwording van Hieronder naar Boven, en vervolgens van Boven naar Hierbeneden.

De zegen die hij hun geeft “met jullie zal Israël zegenen” is inderdaad gelijk aan zoals wij nu doen.

Het gebruik is om op vrijdagavond  onze zonen te zegenen met de woorden, “Moge je zijn zoals Efrajim en Menashé”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

 

 Het paradigma van Hemel en Aarde manifesteert zich op alle niveaus van de Schepping: ziel en lichaam, “lichtstralen”en”vaten”, openbaring en verhulling, studie en daden, mannelijk en vrouwelijk, zelfbewustzijn versus onzelfzuchtigheid, etc.

Het lichaam is inherent superieur aan de ziel. Omdat de ziel dit gewaar is, gaat het akkoord met de verlaging in het lichaam. Maar in de huidige situatie van de wereld, is de ziel superieur en dient als bron van leven en hulp voor het lichaam. Het lichaam heeft de ziel nodig om zijn kracht te reveleren en te cultiveren. In de Messiaanse Tijd zal de superioriteit van het lichaam duidelijk worden.

De vrouw is inherent superieur aan de man. Zij heeft het vermogen om leven te scheppen. De man is niet in staat om leven te creëren. Doch, in deze wereld, heeft de vrouw de man nodig en moet hem ontvangen, om haar scheppingsvermogen te kunnen manifesteren. In de Messiaanse Tijd zal de vrouwelijke superioriteit duidelijk worden.

Daad, de praktische uitvoering van de G’ddelijke Wil, is superieur aan studie en G’ddelijk bewustzijn, liefde en vrees. Doch in deze wereld is “studie” superieur, aangezien het leidt [en cultiveert] naar daden. In de toekomst zal de superioriteit van de daad duidelijk worden.

En Jehoeda trad op hem (Josef) toe en sprak: In mij [gewoonlijk vertaald als ‘alstublieft’], mijn heer…” (Genesis. 44:18)

Josef en Jehoeda zijn representatief voor Hemel en Aarde.
“Josef “, betekent in het hebreeuws “toenemen, stijgen, groeien”.
Hij is als een oprijzende cederboom die grote hoogten bereikt. Hij is Zeir Anpin van Atzlioet, de “emoties”van de sefirot, welke groei ervaart.
Jehoeda daarentegen representeert Malchoet van Atziloet, de onzelfzuchtige, vandaar zijn naam “Jehoeda”, van de hebreeuwse stam “hoda’a” wat erkenning en nederigheid betekent.
De Zohar schrijft, “En Jehoeda trad op hem (Josef) toe“, dit is het samenkomen van de ene wereld met de andere. Namelijk, de lagere wereld Machoet nadert de hogere wereld Zeir Anpin, om ondersteund en gecultiveerd te worden.
Dit was de vervulling van Josef’s droom waarin alle stammen, “vergaarde schoven”, zich rondom hem schaarden en bogen naar Josef’s schoof.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT MIKEETS / SHABBAT CHANOEKA

Aan het einde                                   Genesis. 41:1 – 44:17

Farao’s dromen bevatten veelbetekenende toespelingen. De Zohar (Sullam editie, pagina 6) becommentarieert dit onderwerp, en wel op het volgende vers; “En zie, daar komen uit de rivier zeven koeien naar boven, vol in hun vlees en prachtig om te zien, die in het oevergras gaan weiden,”(41,18) de woorden “uit de rivier”moeten worden begrepen als een verwijzing naar de bron van alle zegeningen in deze wereld, de emanatie Sefira jasod. Het woord je’or, Nijl of grote rivier, is vergelijkbaar met de rivier die stroomt in Gan Eden, beschreven in Genesis. 2,10. Deze “rivier” heeft zijn oorsprong in de Sefira biena, en “irrigeert”(spiritueel) de Sefira jasod, het spiritueel domein waarin Josef huist. De boodschap in de droom is, dat Egypte al zijn zegeningen verkrijgt omwille van Josef. De Zohar zegt verder, dat de “rivier”zijn zegeningen distribueert in zeven verschillende richtingen, m.a.w de zeven koeien representeren de zeven ontvangers van de zegeningen. De zeven ontvangers van de gulle rivier, coëxisteren allen zeer vreedzaam met elkaar. Dit is een ongewoon fenomeen. We kunnen de betekenis van het cijfer zeven vergelijken met het cijfer in het boek Ester, waar Ester wordt begeleid door “zeven dienstmaagden, waar zij recht op had en die haar bij kroon waren toegewezen” (Ester. 2,9). Aan de andere kant zien we, dat de koning “zeven mannelijke bedienden had (gecastreerd), die hem begeleidden voor zijn persoonlijke noden” (Ester 1,10).

Rabbi Jitzchak zegt, dat de zeven “goede” koeien zeven spirituele niveaus in de “hogere” regionen representeren, elk één hoger dan de andere, daarentegen representeren de zeven “slechte” koeien successievelijk zeven niveaus van lagere gradatie. De “hogere” verwijst naar de regionen van zuiverheid, heiligheid en de lagere regionen naar onzuiverheid en vervuiling.
Aangaande de zeven korenaren zegt Rabbi Jehoeda, de eerste zeven aren waren van de rechterzijde van het stelsel omdat zij werden beschreven als “goed”.
Farao zag alle betekenissen in zijn droom. Rabbi Jossie vraagt: “Waarom toonde G’D deze kwaadaardige Farao al deze verheven visioenen?”
Rabbi Jehoeda antwoordt hem, dat Farao het wezen van deze verheven visioenen niet zag, hij zag alleen zeven niveaus bovenop de andere zeven niveaus, maar zij waren allen niveaus van de onderwereld. Onze traditie heeft de opvatting dat, wat een mens ziet in zijn dromen een reflectie is van zijn morele staat.
Zijn ziel was in een staat om alleen die aard van informatie te ontvangen die correspondeerde met zijn spirituele niveau. Tot zo ver de Zohar.

We beschouwen het cijfer zeven analoog aan de zeven dagen, die door de Kabbalisten de zeven dagen van binjan, opbouw, genoemd worden, de dagen van de Schepping. Ja’akov, wiens eigenschap wordt vertegenwoordigt door de Sefira Tiferet, belichaamt in zichzelf alle zeven stages van binjan, opbouw.
Josef, een directe continuatie van Ja’akov m.a.w tiferet, belichaamde eveneens alle zeven stages van binjan. Daarom waren er in farao’s droom twee maal zeven koeien en twee maal zeven korenaren, tezamen maakt dat 14 koeien, corresponderend met de 14 stammen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich           Genesis. 37:1 – 40:23

Dromen van Vrede

Rabbi Yitzchak Luria

De broers van Josef dachten dat Josef het afval van het sediment was, dat wil zeggen, dat de klipa [schil] die niet geaccepteerd werd van Abraham en Izaak, toen Ishmael en Esau hen verliet, nog steeds niet afdoende was gepurificeerd.

De broers van Josef wisten dat, zowel in het geval van Abraham als van Izaak, er twee zonen waren, één die waardig was om het bewustzijn van G’D in de wereld te bestendigen en de andere die te egocentrisch was om dit te doen. Voorts wisten zij  dat in beide gevallen de onwaardige zoon moest worden weg gestuurd, met andere woorden, op een of andere manier moest worden verwijderd of afgescheiden van de familie zodat de zuiverheid van het ideaal niet verontreinigd zou worden door een verderfelijke egocentrische uitdager. Zij meenden dat Josef de belichaming was van de onzuiverheden van Jacob.

Evenzo, maar anders gezegd, ervoeren zij Josef als een ongeschikte mededinger in hun generatie. Het oorspronkelijke licht was grotendeels gezuiverd van zijn verontreiniging door de afwijzing van Ismaël en toen dit licht werd doorgegeven aan Izaak, bevatte het enigszins ondergeschikte onzuiverheden die moesten worden (en werden) geëlimineerd door de afwijzing van Esau. Josef meenden zij, was de belichaming van de onzuiverheid van Jacob die op de zelfde manier moest worden afgewezen. Zij beschouwden het daarom als hun heilige plicht om, in het belang van het voortbestaan van de G’ddelijke boodschap toevertrouwd aan Abraham en zijn nakomelingen, Josef van het toneel te verwijderen.

Dit was met name omdat ze vonden dat Josef de sefira van Yesod bevlekte, het omleiden naar het linker kanaal, G’D verhoede, door hen te belasteren tegenover hun vader, is de antithese van de vrede.

Zoals verteld in het verhaal, ” bracht Josef kwaad verslag aan hun vader.” (Genesis. 37:2). Rashi merkt op, “Hij vertelde zijn vader dat ze vlees aten, gescheurd uit een levend dier, dat zij de spot dreven met de zonen van de dienstmaagden (Bilha en Zilpa), en hen slaven noemden en dat hij hen verdacht van ongeoorloofde seksuele relaties.

Vrede is geassocieerd met de Sefira van Yesod

In het idioom van onze Wijzen, wordt vrede genoemd als de ultieme container voor het omvatten van zegen. Dit is duidelijk omdat bitterheid de verspilling van elke zegen zal veroorzaken. Dus is vrede geassocieerd met de sefira van Yesod, want Yesod is de houder waardoor de G’ddelijke weldadigheid uitvloeit in Malchoet. De geestelijke voorloper van het Joodse Volk. Door hen te belasteren tegenover hun vader, ondermijnde Josef  elke kans op vrede in de familie en saboteerde daarmee de kansen voor het stromen van G’D’s zegen in hen.

Yesod is ook het principe van de tong en laster bevlekt het.

In Sefer Jetzirah wordt vermeld dat er twee verbonden zijn, dat van de tong en dat van het seksuele orgaan. Beide organen zijn instrumenten waarmee een persoon zich articuleert in de buitenwereld.

Zij zijn beide zeer krachtig, want zowel het gesproken woord als de seksuele energie bezitten de macht om te bouwen of te vernietigen. Zowel, ongelimiteerde spraak als ongelimiteerde seksualiteit, kunnen een ravage aanrichten in iemands leven en het leven van degenen die hij ontmoet. Omgekeerd,  goed geleide spraak en seksualiteit kunnen een persoon verheffen naar verhogere niveaus van spiritueel bewustzijn en inspireert al degenen met wie hij in contact komt. Hoewel dus Yesod in het algemeen wordt geassocieerd met het seksuele orgaan, is het ook, om dezelfde reden geassocieerd met het orgaan van spraak, de tong. Onjuiste of kwade spraak besmet de Sefira van Yesod.

[In feite echter], zijn er vele verklaarders van de Thora die zeggen dat [broers van Josef] vlees aten gescheurd uit het lichaam van een levend dier en aandacht hadden voor de dochters van het land [de twee overtredingen]. Dit alles is verbonden met Yesod.

Er wordt uitgelegd dat de motivatie voor het eten van vlees gescheurd uit het lichaam van een levend dier het extatische is, ook brengt dit orgastische genot, de inname van rauwe, niet – gerectificeerde (dat wil zeggen, door het niet ritueel slachten) levenskracht. Deze hoogkrachtige levensenergie neemt in geest en lichaam  extreem seksuele proporties aan en is daarom een bevlekking in Yesod.

Dus was het in realiteit nie Josef die Yesod bevlekte, maar zijn broers. Door verslag te doen van hun gedrag aan hun vader, was Josef in feite aan het proberen de integriteit van Yesod te waarborgen

. Ook bespotte zij [hun halfbroers], de zonen van de dienstmaagden en dit is duidelijk een schending van het principe van vrede. Zij noemden hen slaven hoewel zij in feite vrije mensen waren, het tegenovergestelde van slaven.

Als er enig element van zelfgeaardheid of egocentrisme is kan er geen vrede zijn.

Ook hier waren ze in feite schuldig aan datgene waarvan ze Jozef beschuldigden. Van de twaalf broers, waren Reuben, Simeon, Levi, Juda, Isaachar, en Zebulon de zonen van de eerste vrouw van Jacob, Leah, Joseph en Benjamin waren de zonen van zijn tweede vrouw, Rachel; Dan en Naftali waren de zonen van Rachel’s dienstmaagd, Bilha, en Gad en Asher waren de zonen van Lea’s dienstmaagd, Zilpa. De zes zonen van Lea hoonden de vier zonen van de dienstmaagden alszijnde slaven door geboorte, dat wil zeggen, niet waardig om  bonafide leden van de heilige familie te zijn.

Yesod heet “alles”, want het omvat alle emotionele attributen.

In het vers “Van U, O G’D, is de grootheid en de kracht en de schoonheid, en de overwinning, en de heerlijkheid, voor alles wat is in de hemelen en aarde ”

(Kronieken I, 29:10), de eerste vijf zelfstandige naamwoorden  zijn de eerste vijf emotionele eigenschappen (grootheid, Chesed; kracht Gevura; schoonheid Tiferet; overwinning Netzach; glorie Hod), implicerend dat de volgende frase (“…voor alles wat is in de hemelen en aarde “) correspondeert met de zesde eigenschap, Yesod. Dus dit vers geeft expliciet het concept weer dat Yesod het kanaal is waardoor al de hogere eigenschappen zich verenigen en samenvloeien  en verder neerdalen in Machoet.

Zij dachten dat zij zelf konden voltooien wat zou ontbreken (door Josef uit te sluiten); dat zij konden voorzien in zijn eigenschap van broederschap. Daarom zweerden zij samen tegen hem.

Zoals we hebben gezien, concentreerde het dispuut tussen Josef en zijn broers zich op de sefira van Yesod, het reservoir van vrede. Josef voelde dat hij de beschermer van Yesod was, dat hij op de langere termijn de vredestichter was, terwijl zijn broers voelden dat hij een obstakel was voor vrede. Zij, natuurlijk, waren abuis, vrede is alleen zinvol als het gebaseerd is op en onderworpen aan de wil van God. Zo niet, met andere woorden, als er enig element van zelforiëntatie of egocentriciteit is in de zogenaamde vrede, kan het niet ware vrede zijn en zal het vroeg of laat uiteenvallen.

Deze egocentriciteit zal uiteindelijk aan de oppervlakte komen en zodra dit gebeurt, zal het kleingeestige eigenbelang zwaarder wegen dan de motivatie voor vreedzaamheid. Dus ofschoon de broers correct waren in hun visie dat vrede cruciaal is voor de bestendiging van het G’ddelijke ideaal, gaven zij onterecht voorrang aan de vrede boven de meer fundamentele zaken van G’ddelijke dienst.

Vrede is een middel, container, reservoir, niet een eind.  Alleen wanneer het als zodanig wordt herkend kan het betekenisvol worden en daarom blijvend zijn.

De broers begrepen hun roeping niet. Zij zagen zichzelf als personificaties van G’ddelijke perfectie; zij waren herders, afgescheiden van de samenleving en de fysieke wereld in het algemeen.  In contrast hiermee, was Josef de gepersonifieerde Yesod, de G’ddelijke volmaaktheid als het penetreert en er uiteindelijk in slaagt te heersen  over de Egyptische samenleving, terwijl het daarnaast  trouw blijft aan zijn spirituele  integriteit.

SHABBAT SHALOM, CHAG SAMEACH CHANOEKA

KABBALISTISCHE MEDITATIE OP CHANOEKA LAAT ZIEN DAT VERLOSSING AFHANKELIJK IS VAN BEWUSTZIJN.

Rabbi Jitzchak Luria

In de volgende meditatie, introduceert de Ari aan ons de mystieke methode hoe wij, in de verdienste van Chanoeka, sublieme heiligheid neerhalen naar de lagere sferen die zelden verbonden is met dergelijk verheven goddelijk licht. Rebbe Nachman van Breslov leert dat de feestdag van Chanoeka, waarvan de naam is geworteld in het Hebreeuwse woord “chinoech”, “educatie” of “wennen”, ons stuurt in onze voortdurende worsteling met de krachten die proberen om ons van G’D te distantiëren, die van de macht van onzuivere verbeelding, of in het Hebreeuws “m’damei”, door onze imaginatieve vermogens te purificeren, zijn we in staat om de primaire kracht achter al onze negatieve karaktereigenschappen en illusies te breken. (Likoetei Halachot Chanoeka 1:1)

Het woord “m’damei”, waarvan de numerieke waarde (89) gelijk is aan het woord “Chanoeka”, is geworteld in de letters dalet en mem, die het Hebreeuwse woord “bloed” vormen. Bloed representeert onder andere, de negatieve krachten van oordeel, onze missie is om het verzachten. Via de 44 (de numerieke waarde van dalet, 4, en mem, 40) lichtjes die we aansteken gedurende Chanoeka (inclusief de shammes) en het opwekkende bewustzijn die zij belichamen, worden de klipot voor ons genullificeerd. [Dit is ook gerelateerd aan de traditie van verhoogd geven van liefdadigheid (“geld”) gedurende Chanoeka, want het Aramese woord voor geld is “Dami” die de zelfde stam letters deelt met “m’damei”]. Zoals wij zo duidelijk in onze tijd getuigen, dat alles lijkt te staan tussen onze huidige situatie en de complete verlossing is onze vastberadenheid en duidelijkheid van onze nationale wil. In het licht van deze inzichten, is Chanoeka, waarin we onze verlossing vieren van vreemde mogendheden die proberen ons te verleiden om onze G’D en Zijn Thora in de steek te laten, een bijzonder gunstig moment voor meditatie, vooral op het licht van de kaarsjes of olie lampjes van de Chanoeka Menora.

De mystieke meditaties die iemand moet hebben voor het aansteken van de [Chanoeka] lichtjes gaat primair om een hemelse en volledig mystieke eenwording genaamd Ner [Hebreeuws voor “kaars”]. Kortom, er zijn drie primaire aspecten van de unificatie Zeir Anpin en Noekva: Havayah [verenigd] met Eh – yeh (die een numerieke waarde heeft van 47), Havayah met Elo – hiem ( gelijk aan 112), en Havayah met Ado – nai (gelijk aan 91). Soms wordt één aspect verenigt, soms twee en soms alle drie, waarin het bovenstaande wordt helemaal verenigd wordt en [dan] Noekva “Ner heet “, [waarvan de numerieke waarde 250 is], gelijk aan het totaal van de zes bovengenoemde G’ddelijke Namen.

Havayah = 26
Eh-yeh
= 21
Havayah
= 26
Elo-him
= 86
Havayah
= 26
Ado-nai
= 65

Plus 6, voor elke naam, de kolel,
= “Ner” (250), gespeld
noen (50), reish (200)

In de eerste zegen [“……Die ons heeft opgedragen het Chanoekalicht aan te steken”] wordt op alle drie [bovenstaande unificaties] gezinspeeld [in het woord “kaars”].

In de tweede zegen [“……..Die wonderen verricht….”], de tweede unificatie waar op gezinspeld wordt.

En in de derde zegen [“……Die ons leven heeft gegeven….”] de laagste van alle waarop gezinspeeld wordt.

De opdracht om het mirakel van Chanoeka bekend te maken vereist dat we onze menora aansteken op een plaats die zichtbaar is voor voorbijgangers en op een tijdstip niet te laat, zodat zich niemand meer op straat bevindt om het te zien. De boven genoemde termen geven aan, dat de kracht van Chanoeka zo groot is, dat gedurende de feestdag, de meest verheven hemelse niveaus van heiligheid (gerepresenteerd door de bovengenoemde unificaties van de G’ddelijke namen), zelfs toegankelijk zijn in de laagste sferen. Deze minder verheven domeinen worden gerepresenteerd door de term “marktplaats” (in het Hebreeuws, “shoek”, gerelateerd aan het woord voor “dij”, geassocieerd met de sefira van Hod. De achtste sefira van boven), een plaats die gekarakteriseerd wordt door verspreiding, disharmonie en gevoeligheid voor Externe Krachten. Chanoeka laat ons zien dat vonken van heiligheid overal zijn en biedt ons de mogelijkheid om deze vonken te verlossen, om zelfs heilig licht te laten schijnen in de sferen van duisternis.

CHAG OERIEM SAMÉACH – GELUKKIGE FEESTDAGEN VAN LICHT

CHANOEKA

HET CIJFER “ACHT” ROEPT ONS OP OM WONDEREN TE ZIEN IN DE NATUURLIJKE ORDE.

WIE KENT ACHT?

Dat het openlijke wonder van Chanoeka, het licht van de Menora, aanhield voor acht dagen, was geen toeval, maar wezenlijk. De Thora informeert ons dat G’d de wereld creëerde in zes dagen en ophield met werken op de zevende dag, de Shabbat. Het cijfer zes representeert zo gezegd de natuurlijke wereld die was gecreëerd in tijdslimiet van zes dagen met zijn zes ruimtelijke richtingen (oost – west, noord – zuid, boven – onder). Het cijfer zeven representeert G’D’s immanentie, de verhulde aanwezigheid van G’ddelijkheid in het hart en binnenste van deze wereld. Met andere woorden, zeven is de absolute ziel van zes en laat het doordringen met (transcendente heiligheid) en verheft het naar zijn perfectie. Het volgende cijfer, acht, representeert G’D’s transcendentie boven en verder dan deze wereld. Zoals alle wonderen, vond Chanoeka plaats op het niveau van “acht”, hetgeen boven de natuurlijke structuur uitreikt. Echter zijnde het laatste wonder van dien aard tot de komst van Mashiach, moest Chanoeka op een unieke zeer speciale wijze “acht” benadrukken. Het moest “acht” uitademen.

In het Hebreeuws heeft het woord shemona (acht) exact de zelfde letters als hashemen (de olie), neshama (ziel) en mishna (overgedragen leer). Zoals vastgelegd in de Talmoed, hadden de Syrische Grieken bij het binnendringen van de Tempel al de olie bezoedeld. Deze olie representeert het diepste niveau van de Joodse ziel. Het representeert het Joodse potentieel om te ontwaken vanuit de diepste sluimer van verbanning, en tot leven te komen zelfs (en misschien in het bijzonder) onder de meest moeilijke omstandigheden. Alleen één kruikje pure olie werd gevonden, verzegeld met de zegel van de Koheen Gadol ( Hoge Priester), de heiligste Jood die het niveau van “acht” personifieert krachtens de acht speciale kledingstukken die hij droeg wanneer hij dienst deed in de Tempel.

De siddoer (gebedenboek) informeert ons dat het Mattitjahoe de Chashmonai en zijn zonen waren die de Joden hergroepeerden om de Thora te verdedigen en tegen de Grieken te vechten. De naam Chashmonai heeft twee componenten, de letter chet de achtste letter van het alef – bet, gevolgd door het woord voor olie, shemen. Dus de Cha – shemanai familie belichaamt de kracht van Acht.

“Acht” maakt ons duidelijk om de beklemming tijd en ruimte te boven te gaan, om te zien door een wereld die G’ddelijk verbergt en onze zielen overspoelt en bedreigt met materie. “Acht” roept ons op om mirakels te zien in de natuurlijke orde, in verwarrende gebeurtenissen van ons individuele en collectieve leven, in het verborgen pad van G’ddelijke Voorzienigheid dat ons leidt.

“Acht” kan ons doen ontwaken uit onze collectieve sluimering. Door ons te laten herinneren aan de tijd toen G’D inderdaad openlijk “interfereerde” om de natuurlijke loop van de geschiedenis te veranderen, het versterkt ons verlangen naar de revelatie van G’D’s verlossing die wij verwachten in onze tijd.

CHAG SAMEACH

PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond   Genesis. 32:4 – 36:43

Kwaad zit gehurkt aan de deur

Iemands inclinatie jegens kwaad, zowel als die jegens goed, brengt iemand dichterbij G’D.

Zohar, p. 165b

En Jacob zond afgezanten voor zich uit naar zijn broer Esau, naar de rode velden van het Se’ier, het gebied van Edom.

Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met het vers:

Want voor u geeft Hij Zijn engelen opdracht over u te waken op al uw wegen. (Psalm. 91:11)

Dit vers werd uitgelegd door de collega’s met de betekenis dat op het moment wanneer iemand in deze wereld komt de “Yetzer Hara” al op hem wacht.

De “Kwade Inclinatie” is de kenmerkende vertaling van de “Yetzer Hara. De stam van het woord “yetzer” is “teweegbrengen” en refereert aan hoe iemands dierlijke drang probeert te voldoen aan behoeften op welk moment dan ook. Vanaf de geboorte verlaat de Yetzer Hara iemand niet.

De Yetzer Hara staat voortdurend klaar om iemand te verstrikken in het verkeerd doen van dingen en gaat er vervolgens toe over om hem aan te klagen in de spirituele wereld. Dit is de betekenis van het vers, “Zonde [in het Hebreeuws, Chatat] zit gehurkt aan de deur op de loer, klaar om toe te slaan. (Genesis. 4:7) Wat is dat het gehurkt zitten, wacht om toe te slaan, zodra een persoon uit zijn moeder tevoorschijn komt in deze wereld? Het is de Yetzer Hara. Koning David refereert eveneens aan de Yetzer Hara als “Chatat” als hij zegt, “En mijn zonden [Chatati] zijn altijd vóór mij”(Psalm 51:5). De Yetzer Hara staat voortdurend klaar, elke dag, elk moment, om een persoon in de ogen van G’D in een slecht daglicht te plaatsen en vanaf het moment dat hij geboren is hij verlaat een persoon niet.

De Yetzer Tov [de Goede inclinatie] komt in een mannelijk persoon wanneer hij de leeftijd van dertien heeft bereikt [en bij meisjes in de leeftijd van 12], dit is de leeftijd waarop een persoon in staat is om zichzelf te purificeren en zich te verbinden met zijn spirituele oorsprong door het doen van mitzwot. Op die leeftijd wanneer een persoon verplicht is om mitzwot uit te voeren, komt de Yetzer Tov om hem te assisteren en de inclinaties verenigen zich met de persoon, de Yetzer Tov aan zijn rechter zijde en de Yetzer Hara aan zijn linker zijde. Deze twee inclinaties zijn in wezen engelen, pure spirituele krachten, en zijn belast met het beschermen van de persoon tegen alles wat hem schade zou kunnen berokkenen. Zij verlaten de persoon nooit. Als de persoon besluit om zichzelf te purificeren en terug te keren naar zijn spirituele oorsprong, onderwerpt de Yetzer Hara zich aan de Yetzer Tov en de inclinatie om goed te doen heerst over de inclinatie die slecht doet. Beide verenigen zich door wederzijdse goedkeuring, om de persoon te behoeden voor het doen van kwaad overal waar hij gaat. Om die reden zegt het vers, “Hij zal Zijn engelen aan jou ter beschikking stellen, om op je te passen overal waar je zult gaan”. De engelen refereren aan de twee inclinaties en wanneer een persoon beslist om zijn Yetzer Tov te versterken over zijn kwade inclinatie, dan zal de kwade inclinatie, zelfs tegen zijn wil zeggen, “Amen”.

SHABBAT SHALOM