PARASHAT WAJIGÁSH

En hij naderde (Genesis 44:18 – 47:27)

 Het paradigma van Hemel en Aarde manifesteert zich op alle niveaus van de Schepping: ziel en lichaam, “lichtstralen”en”vaten”, openbaring en verhulling, studie en daden, mannelijk en vrouwelijk, zelfbewustzijn versus onzelfzuchtigheid, etc.

Het lichaam is inherent superieur aan de ziel. Omdat de ziel dit gewaar is, gaat het akkoord met de verlaging in het lichaam. Maar in de huidige situatie van de wereld, is de ziel superieur en dient als bron van leven en hulp voor het lichaam. Het lichaam heeft de ziel nodig om zijn kracht te reveleren en te cultiveren. In de Messiaanse Tijd zal de superioriteit van het lichaam duidelijk worden.

De vrouw is inherent superieur aan de man. Zij heeft het vermogen om leven te scheppen. De man is niet in staat om leven te creëren. Doch, in deze wereld, heeft de vrouw de man nodig en moet hem ontvangen, om haar scheppingsvermogen te kunnen manifesteren. In de Messiaanse Tijd zal de vrouwelijke superioriteit duidelijk worden.

Daad, de praktische uitvoering van de G’ddelijke Wil, is superieur aan studie en G’ddelijk bewustzijn, liefde en vrees. Doch in deze wereld is “studie” superieur, aangezien het leidt [en cultiveert] naar daden. In de toekomst zal de superioriteit van de daad duidelijk worden.

En Jehoeda trad op hem (Josef) toe en sprak: In mij [gewoonlijk vertaald als ‘alstublieft'], mijn heer…” (Genesis. 44:18)

Josef en Jehoeda zijn representatief voor Hemel en Aarde.
“Josef “, betekent in het hebreeuws “toenemen, stijgen, groeien”.
Hij is als een oprijzende cederboom die grote hoogten bereikt. Hij is Zeir Anpin van Atzlioet, de “emoties”van de sefirot, welke groei ervaart.
Jehoeda daarentegen representeert Malchoet van Atziloet, de onzelfzuchtige, vandaar zijn naam “Jehoeda”, van de hebreeuwse stam “hoda’a” wat erkenning en nederigheid betekent.
De Zohar schrijft, “En Jehoeda trad op hem (Josef) toe“, dit is het samenkomen van de ene wereld met de andere. Namelijk, de lagere wereld Machoet nadert de hogere wereld Zeir Anpin, om ondersteund en gecultiveerd te worden.
Dit was de vervulling van Josef’s droom waarin alle stammen, “vergaarde schoven”, zich rondom hem schaarden en bogen naar Josef’s schoof.

SHABBAT SHALOM

SHABBAT ROSH CHODESH TEWET, DE ZESDE DAG VAN CHANOEKA

 PARASHAT MIKEETS     Aan het einde (Genesis 41:1 – 44:17)

 Rabbi Shimon bar Jochai

 

 

Zohar. P. 197a

De lessen van Rebbe Shimon Bar Jochai beginnen met de woorden “Kom en zie”, wat kan worden geïnterpreteerd als een instructie om de “Boom van het Leven” of “Boom van de Sefirot” te visualiseren, op het moment dat je leert. Dit helpt je de verhoudingen tussen de gevarieerde gebieden van energie te begrijpen, zoals zij worden uitgelegd in de tekst. In onze parasha van vorige week werd een afbeelding van de “Boom van de Sefirot” weergegeven.

KETER

BINA

CHOCHMA

(DA’AT)

GEWOERA

CHESED

TIFERET

HOD

NETSACH

YESOD

MALCHOET

 

Kom en zie; “Hij, [Far'o] liet hem rijden in zijn tweede statiekoets en men riep voor hem uit: “Avrech” [vertaald als "buig de knieën"]; en zo stelde hij hem aan over heel het land Egypte.” (Genesis. 41: 43) Wat is avrech?

Reeds hebbend uitgelegd dat het tweede voertuig inhoudt, dat Josef de Tsadik rijdt, of als een tweede wagen boven het vehikel van malchoet zweeft, maakt Rabbi Shimon nu duidelijk hoe deze twee zich verenigen, hij richt zich daarbij op het woord “avrech“, om bepaalde betekenissen te analyseren.

Avrech” betekent, relatie, verband, verbinding, implicerend de connectie door welke de zon en de maan met elkaar zijn verenigd.

Het totaal aantal lichtstralen dat uitgezonden worden door de zon zijn analoog aan de sefira van yesod, die deze stralen verzameld en concentreert en trouw overlevert aan de maan.

Het woord “avrech” impliceert het verbindingsgewricht in de benen wat de “berechl” heet, m.a.w. de knie. De knie is het verbindingsstuk waarop het hele lichaam buigt naar de koning. Opmerkelijk is de connectie tussen buigen en koninkrijk en het woord “rijbroek” die vastgemaakt wordt net onder de knie. Het hele lichaam is er op gemaakt om zich, op een gepaste manier met een koning te verbinden, door te buigen, een kniebuiging en het buigen van het hoofd en lichaam, om aan te geven dienstbaar te zijn aan hem. In de Mishna Kil’ajim 7:1 wordt het gebruikt in het beschrijven van het buigen van een tak van een wijngaard om het te planten in de aarde, buigen en verbinden, brengt een nieuwe stroming teweeg van de hoofdbron om tot groei te komen. De zon representeert het actieve aspect van G-ddelijkheid, dat Zeir Anpin wordt genoemd. Dit aspect is weergegeven in de maan, het passieve receptieve aspect van G-ddelijkheid, wat Malchoet, Koninkrijk wordt genoemd. In meditatief gebed wordt dit gerepresenteerd door de combinatie van de letters van Havayah en Ado-nai.

Iedereen boog zodat deze positie verkregen kon worden.

De precieze handeling van buigen verlaagt het lichaam over de voortplantingsorganen, wat yesod is.

Mensen drukken onderworpenheid uit door te buigen naar hun origine van levensonderhoud (“de koning”), door hun eigen essentie symbolisch weg te cijferen naar degene die hun kan onderhouden. Een andere vorm van het stamwoord “avrech” is “beracha“, wat “zegen” of “vijver, poel” betekent. Hier is het concept dat buigen de aanbidder wegcijfert en de mogelijkheid schept om een zegen te verkrijgen uit de “vijver” der zegeningen van boven. Buigen brengt een overvloedige stroming teweeg van de poel naar de vereerder.

En hij, Josef, was aangesteld over de wereld, en iedereen gaf zijn dankbaarheid aan hem [voor de overvloed die zij ontvingen].

De sefira van yesod “heerst over” alles, omdat de essentie van elke sefira er doorheen wordt gekanaliseerd, naar de sefira van malchoet. Daarom geeft Malchoet alleen dat weer, wat het verkrijgt van yesod, daarom kan er gezegd worden dat yesod heerst over malchoet.

Josef stond hier model voor, hij controleerde en verzamelde alle afdrachten van Egypte en gaf deze over aan het koninkrijk, dat het vervolgens distribueerde over het door hongersnood getroffen land. Allen betuigden aan hem hiervoor hun dank.

Daarom is alles [wat je ziet in deze wereld] een weerspiegeling van een hogere mysterie. Kom en zie; De Heilige, geprezen zij Hij, maakt het [functioneren] van het Koninkrijk in de [fysieke] wereld zoals dat van het hemelse [spirituele] Koninkrijk. Bovendien, alles wat wordt gedaan in de [fysieke wereld], is reeds daar [in spirituele vorm] voor de Heilige, geprezen zij Hij, voordat het [fysiek] plaats vindt.

Deze klassieke uitspraak is een van de meest fundamentele leringen van de Zohar. Deze wereld en de spirituele wereld zijn intiem verbonden. Elke handeling hier heeft een reactie in de spirituele regionen en die op zijn beurt heeft invloed op toekomstige gebeurtenissen. De wereldse existentie en elk facet van ons dagelijks leven is vol van de hoogste spirituele mysteries en een verwijzing hoe het totale universum wordt geregeerd. Een van de betekenissen van het stamwoord van “kabbala” in het Hebreeuws is “parallel”, verwijzend naar het feit, dat wat wij fysiek doen, de spirituele sferen effectueert. De logische uitkomst van deze lering is, dat wij veranderingen kunnen teweeg brengen in de spirituele sferen, en op hun beurt het spirituele in het fysieke. Dit is de beredenering achter het gebed voor specifieke resultaten en het doen van handelingen in deze wereld om op eventuele besluiten of beslissingen invloed uit te oefenen in de spirituele sferen, ten aanzien van de uitkomst van onze gebeden.

Kom en zie; Het Heilige Koninkrijk verkreeg geen volledige soevereiniteit [in de fysieke wereld] totdat het werd verbonden door de Voorvaderen.

Na het terugvallen van Adam en Eva van hun hoge niveaubewustzijn van Ware G’ddelijkheid, was alleen aan de mensheid overgelaten een beperkt bewustzijn van “goed en kwaad”, in plaats van Een Levende G’D. Dit resulteerde in een afnemende invloed van het G’ddelijke, aangezien wat hier beneden gebeurt, boven een effect heeft. Abraham, Izaak, en Jacob, door hun doelgericht aanhankelijk bewustzijn van de Enige G’d, herstelden dit spiritueel niveau en brachten het terug in de realiteit van deze wereld. Daarom worden zij de voertuigen van het G’ddelijke genoemd. In de taal van “sefirotaliteit“, betekent dit, dat elk een specifieke sefira rectificeerde door welk het G’ddelijke duidelijk meer tastbaar en meer voelbaar werd in deze fysieke wereld, het zij door miraculeuze gebeurtenissen of door hun levensstructuren zoals die zijn verhaald in verscheiden episoden van de Thora. Daarom zijn hun handelingen en de gebeurtenissen die in hun leven plaatsvonden zo van belang met betrekking tot het begrijpen van het G’ddelijk functioneren in de fysieke wereld.

[Dit is] omdat de Heilige, geprezen zij Hij, Zijn Hoger [spiritueel] Koninkrijk laat schijnen in het mysterie van de Voorvaderen.

Het geheim van de Voorvaderen is, dat hun leven elk een archetype was voor één van de sefirot, waardoor G’ddelijkheid kan worden ervaren op een gedoceerde wijze. Abraham was chesed, Izaak gevoera, Jacob tiferet en Josef yesod. Daarom laat het bestuderen van hun levensverhalen en handelingen zien, op welke wijze deze sefirot opereren en het spiritueel bewustzijn van de student verhogen, zodat hij in staat wordt gesteld om een glimp op te vangen, op welke wijze de spirituele werelden zich reflecteren, in elk facet en realiteit van het dagelijkse leven.

SHABBAT SHALOM EN CHAG SAMEACH CHANOEKA

 

DE MITSWA VAN CHANOEKA

De speciale mitswa van Chanoeka is het ontsteken van licht. Op welke wijze wordt licht gemaakt? Door een fysiek object zoals bijvoorbeeld olie of een andere brandstof te nemen en het te verhitten totdat het zijn fysieke karakter verliest en daardoor zijn omgeving verlicht. Het ontsteken van licht op Chanoeka is afgeleid van het ontsteken van licht in het Heiligdom ( de Tempel ). De lichten in het Heiligdom werden elke avond ontstoken, maar in de tijd waarin het wonder van Chanoeka plaatsvond, kon geen pure olie gevonden worden.

De Almachtige verrichtte toen een wonder “en een kruikje pure olie verzegeld met de zegel van de Koheen Gadol ( Hoge Priester )” werd gevonden. De olie in het kruikje was nauwelijks genoeg voor èèn dag, maar het brandde wonderbaarlijk acht dagen.

Om dit wonder te herdenken ontsteken wij licht op alle acht dagen van Chanoeka.

Echter, ondanks dat het ontsteken van licht op Chanoeka rechtstreeks is afgeleid van het gebeuren in het Heiligdom, zijn er tussen hen een paar wezenlijke verschillen.

( a ) De lichten in het Heiligdom waren altijd van hetzelfde aantal. Daarentegen voegen we op Chanoeka elke avond een nieuw licht toe.

( b ) De lichten in het Heiligdom werden uitdrukkelijk overdag verlicht, dus bij daglicht. Het ontsteken van het Chanoekalicht echter na zonsondergang.

( c ) De Lichten van het Heiligdom waren binnenshuis. De lichten van Chanoeka daarentegen moeten verplicht geplaatst worden aan de buitendeur van iemands huis, dus buitenshuis. ( Shabbat 21b )

( d ) De Mitswot van de lichten in de Mishkan ( Tabernakel ) en het Heiligdom werden in acht genomen in een tijd dat Israël geen materiele nood kende. Vooral gedurende de periode van de Mishkan in de wildernis hadden de Joden alles wat zij benodigden.: voor voedsel had men het manna uit de hemel; water had men van de Bron van Miriam; zelfs hun kleding groeide met hen en was altijd schoon. ( zie Rashi op Deuteronomium 8:4 )

Later, in de dagen van Koning Salomon toen het heiligdom was gebouwd en de menorah daar werd aangestoken, was er opnieuw een periode van vreedzame existentie: niemand waagde oorlog te voeren tegen Israël: anderen betaalden schatting en er was een staat van “dat elke persoon veilig en wel thuis was.” ( Koningen 1 5:5 ) [ Juda en Israël woonden in vrede samen]

Bovendien, als er een spirituele staat van rust en vrede heerst en geen mondaine zorg, is er een totale devotie van Thora en Mitswot.

Daarentegen echter zijn de lichten van Chanoeka gerelateerd aan een tijd toen het land onder hellenistische overheersing stond en de Joodse weerstand minimaal, er was geen pure olie, zelfs niet voor èèn enkele nacht.

AL DEZE OGENSCHIJNLIJKE VERSCHILLEN ZIJN ONDERLING  VERBONDEN.

Een tijd van materiële voorspoed is ook een tijd van spirituele voorspoed zoals bovenstaand is uiteengezet. Want als een Jood in staat is zal hij met open hand genereus bijdragen aan spirituele zaken. In z’n tijd is oorlog en mesirat nefesh ( zelf opoffering ) niet nodig. De lichten kunnen evenveel in aantal zijn, want als alles normaal is, is geen noodzaak voor aanvullende activiteiten.

Evenzo is er geen noodzakelijke inspanning nodig om de ” Straat” te verlichten: de “straat”, dat is, de “buitenwereld” is niet “donker”. Toen de menorah brandde in het heiligdom was de straat eveneens verlicht.

In een moeilijke periode echter, een oorlogsperiode, niet alleen tegen de heidense Hellenisten maar ook tegen Joodse Hellenisten die zich niet bekommerden om het Heiligdom en hun eigen onafhankelijkheid en zochten naar assimilatie onder de Hellenisten, ja, daar was de noodzaak voor mesirat nefesh. Onder deze moeilijke omstandigheden gaf de Almachtige de mitswa van de Chanoekalichten. Het is in z’n tijd niet genoeg voor iemand om alleen zijn eigen huis te verlichten, want buiten heerst duisternis, die de straten doordringt en mogelijk ook het huis. Daarom moet men zich uiterst inspannen om de straat te verlichten: de Chanoeka-kandelaar moet aangestoken worden als het donker is, en specifiek bij de deur, om het buiten te verlichten.

Het heeft geen enkel effect om de kandelaar aan te steken op de tafel waaraan we eten en werken en vervolgens de deur te openen zodat het licht mogelijk naar buiten schijnt. Men moet het licht ontsteken bij de deur, dat is iemands inspanning om de straat te verlichten.

Bovendien is het licht van de vorige avond niet voldoende. Men mag zich niet tevreden stellen met het feit terug te vallen naar een lager niveau, of vast te houden aan het niveau van de vorige dag. Er moet een voortdurend progressieve trap zijn, altijd hoger en hoger.

In het kort samengevat: Men moet niet wankelen voor de duisternis buiten, ongeacht haar indringendheid. Men moet de straat verlichten met mesirat nefesh, dagelijks het licht aanvullen en doen toenemen tot dat er een pure en zuivere voorraad olie zal zijn.

Chag sameach Chanoeka.

PARASHAT WAJEESHEV

En hij zette zich

Genesis 37:1 – 40:23

Rabbi Shimon bar Jochai

Zohar, P. 182a
We hebben in de vorige lezingen gezien hoe de Zohar de Voorvaderen relateert aan de sefirot. Abraham vertegenwoordigt chesed/goedhartigheid, Isaak gevoera/ strengheid, en Jacob, bemiddelaar tussen de twee, representerent tiferet/evenwicht en schoonheid. In de lezing van deze week, continueert Rebbe Shimon dit thema en leert, dat Josef de sefira van jesod, wat “basis” betekent, representeert. De Voorvaderen representeren dus het vehikel door welke spiritualiteit ( je zou kunnen zeggen “sefirotualitiet”) terug daalt in deze wereld, na te zijn opgegaan en vertrokken vanwege de status die Adam en Chava teweeg hebben gebracht. Om de uitleg van de Zohar te begrijpen is het zinvol om de “boom” van de sefirot te visualiseren en te onthouden waar jesod staat in verhouding tot tiferet en de andere sefirot.

BINA CHOCHMA
(DA’AT)
GEWOERA CHESED
TIFERET
HOD NETSACH
JESOD
MALCHOET

“Dit zijn de nakomelingen van Jacob, Josef……..” (Genesis. 37:2). Dit impliceert, zoals we hebben geleerd, dat Jacob en Josef op elkaar lijken. Alles wat plaats vond bij Jacob, overkwam ook Josef. De twee staan gelijk aan elkaar.
Er wordt niet bedoeld dat zij uiterlijk op elkaar lijken, maar eerder gelijken op elkaars sefirot. Jacob is tiferet en Josef is jesod. Deze sefirot zijn op vele wijzen gelijk. Beide staan in het midden van de sefirot boom. Beide ontvangen van boven en van de twee zijkanten en beide geven de levensvoeding/sheva door die zij ontvangen. Aangezien Josef direct onder Jacob is, wordt hij de “nakomeling” van Jacob genoemd, en niet zijn 11 andere zonen. Deze uitleg past uitstekend in de tekst en openbaart de achterliggende verborgen betekenis.
Dit is het geheim van de [Hebreeuwse] letter vav de twee [vav’s] gaan samen, omdat zij één geheim en één vorm zijn.
Om de Hebreeuwse letter vav te kunnen uitspreken moet iemand de klank van de “vav tweemaal zeggen [dus twee keer de letter v]. Dit is weergegeven waarop het woord is gespeld, zowel in het Hebreeuws ( met twee vav’s) als in het Nederlands ( met twee v). De vorm van beide letters zijn het zelfde. Bovendien, in het Hebreeuws, betekent het woord vav, verbinding, of haak. In het Nederlands representeert de letter V een haak en laat twee zijden zien die in het midden onder met elkaar zijn verbonden. De letter vav is daarom een uitstekend voorbeeld van deze “verbindende” sefirot, in beide talen. Juist zoals je vav niet kunt zeggen of taalkundig niet kan uitspreken zonder de tweede vav, kun je niet Jacob verwoorden zonder Josef aan te halen. De ene representeert het lichaam; de andere representeert de briet/besnijdenis. In de handeling van het verbond, passeren alle krachten van het lichaam door de briet om een nieuw wezen te genereren. Vanuit hier kunnen we begrijpen waarom zuivere seksualiteit de grootste test was voor Josef. Om heiligheid te kunnen doorgeven, moet de briet heilig gehouden worden. De sefira van jasod verbind alle sefirot boven zich, naar de sefira van malchoed onder zich. Het punt waarop dit in werkelijkheid gebeurde was wanneer Josef samenkwam met Juda in Egypte, maar dat is een andere verhandeling……
SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJISHLÁCH

En hij zond Genesis 32:4 – 36:43

Zohar pagina 165b:

“wajishlách ja’akov mal’achiem levánáv el- ésav achiev arsta se’ier sedé èdom,”
“Ja’akov zond engelen voor zich uit naar zijn broer Esav, naar de rode velden van het land Se’ier.” (Genesis. 32:4)
Rabbi Jehoeda opent zijn verhandeling met vers: “Want voor u geeft Hij Zijn engelen opdracht over u te waken op al uw wegen.” (Psalm. 91:11)
Dit vers is door de medegeleerden verklaard met de betekenis dat, wanneer een persoon in deze wereld komt, de jetzer hara al op hem wacht.
“Kwade Inclinatie” is de meest kenmerkende vertaling van “jetzer hara.” De stam van het woord “jetzer” is “veroorzaken, teweegbrengen “en refereert aan hoe iemands instinctieve dierlijke driften op bepaalde tijden vragen om aan zijn”behoeften” te voldoen.
De jetzer hara is voortdurend bezig een persoon te strikken om kwaad te doen en als aanklager te dienen in de spirituele wereld. Dit is de betekenis van het vers: “De zonde [Hebreeuws, chatat] ligt voor de deur op de loer, klaar om aan te vallen.” (Genesis. 4:7)
Wat is het, wat loert, wat wacht, om zich te storten op een persoon die het lichaam van zijn moeder verlaat en in deze wereld komt?
Het is de Jetzer Hara, Koning David verwijst eveneens naar de Jetzer Hara als “Chatat”, als hij zegt: “En mijn zonde [Hebreeuws, chatati] me steeds voor de geest staat”. (Psalm. 51,5)
De Jetzer Hara staat voortdurend klaar, elke dag, om een persoon ertoe te brengen verkeerde dingen te doen in de ogen van G’d en verlaat hem niet vanaf het moment dat hij geboren is.
Daarentegen komt de Jetzer Tov [Goede Inclinatie] in een mannelijk persoon, wanneer hij de leeftijd van dertien jaar heeft bereikt, bij meisjes bij twaalf, welke de leeftijd is die een persoon in staat stelt zichzelf te purifiëren en te verbinden met zijn spirituele wortels bij het uitvoeren van mitzwot.
Op die leeftijd, wanneer een persoon verplicht is om mitzwot te doen, komt de Jetzer Hara om hem te assisteren en de twee inclinaties fuseren met de persoon, de Jetzer Tov aan zijn rechterzijde en de Jetzer Hara aan zijn linkerzijde. Deze twee inclinaties zijn eigenlijk in feite engelen, puur spirituele krachten, die belast zijn met de bescherming van de persoon voor alles dat hem zou kunnen schaden. Nooit en te nimmer verlaten zij een persoon.
Wanneer hij besluit om zichzelf te purifiëren en terugkeert naar zijn spirituele wortels [teshoewa], zwicht de Jetzer Hara voor de Jetzer Tov, en de goede inclinatie heerst over de kwade. Beide verenigen zich in een wederzijdse overeenkomst om de persoon op de weg die hij gaat te behoeden om slecht te doen.
Daarom zegt het vers: “Hij geeft opdracht aan Zijn engelen, bij jou, om op je te passen en zich om je te bekommeren, waar je ook gaat. De engelen verwijzen naar de twee inclinaties en wanneer een persoon besluit om zijn goede inclinatie sterker te laten zijn dan zijn kwade inclinatie, zegt de kwade inclinatie, zelfs tegen zijn wil in: “Amen”.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJEETSÉE

En hij vertrok Genesis 28:10 – 32:3

“Ot hajom gadol lo-ét hé’aseef hamiknè hashkoe hatzon oelchoe rè’oe”, “De dag is nog zo lang,het is toch nog geen tijd dat de kudden bijeen gedreven worden.” (Genesis. 29,7)
Toen Ja’akov de herders vermaande dat hun werkdag nog niet ten einde was, betoogde hij dat het in het belang van iedereen is om anderen aan plichten te laten herinneren, wanneer zij tekort schieten.

De Zohar in parashat Wa’etchanán (Sullam editie pagina 62), becommentarieert Ja’akov’s uitspraak, dat de dag nog zo lang is, dat als Israël teshoewa, zou doen, haar verbanning niet langer dan een dag zou voortduren, en dat het zou terugkeren naar het Heilige Land. Dit is gebaseerd op Klaagliederen 1,13: “Hij plaatste mij in verlatenheid en liet mij de hele dag in misère.” Als Israël faalt om tot inkeer te komen, zegt G’D: “de dag heeft een lange tijd te gaan , het is nog niet de tijd om de kudde te verzamelen” [Een dag in het perspectief van G'D is duizend jaar]. Echter, er is een remedie voor Israël namelijk, “ga en geef de kudde te drinken,” m.a.w. laat de mensen Thora leren, drink de waters van Thora, dan kun je gaan naar de plaats waar je rust vindt, naar het Land Israël, je nalatenschap. Een alternatieve mening interpreteert het vers als een referentie naar de dag van beroering, de dag waarop de Tempel werd verwoest en Israël gedwongen was om in verbanning te gaan. Wegens Israëls imperfectie, heeft die dag een lange weg te gaan, m.a.w. “de dag is nog steeds lang” het is nog niet de tijd om de kudde te verzamelen. Aangezien het aan hen zelf te wijten was dat de dag lang duurde, is de remedie, het leren van Thora, zoals de eerste visie in deze Zohar. Aangaande laatstgenoemde visie, antwoordde Israël op deze oproep met de passage van de herders Genesis 29,8, “lo noechal ad asher jé’asfoe kol-ha’adriem wegalloe et-haèwen méal pie habeèr”, “Dat kunnen wij niet voordat alle emanaties bijeen zijn, dan kan men pas de steen (verbanningdecreet) van de bronopening wentelen”; “op die dag wordt de bron, m.a.w. de toegang tot de kennis van Thora, toegankelijk en de kudde kan van water worden voorzien.”
De samengebundelde krachten van de emanaties rollen de zware steen weg, het wrede decreet van de mond van de bron, m.a.w. de laagste van de emanaties malchoet, zodat de Thora in de be’èr, bron, in staat zal zijn om ons gedurende de rest van de verbanning te ondersteunen en onze kudde (Volk) van water te voorzien (ondersteund door Thora). Aan het einde van deze lange “dag,” zal G’D ons terug leiden naar Erets Jisraël, het Land Israël. Als Bilam spreekt over de “be achariet hajamiem”, “einde der dagen” waarin Israëls vergelding wordt beschreven op Moab (Numeri. 24,14), refereert hij aan de periode gedurende welke Israël heeft geleden in verbanning en aan het eind waar G’D die naties zal vergelden die zich tegenover Israël hebben misdragen tijdens die verbanning. De “dag” waarover Ja’akov spreekt tegen de herders is een verwijzing naar deze “be achariet hajamiem”, “einde der dagen.” Tot zover de Zohar.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT TOLEDOT JITSCHAK

De geslachten van Jitschak         Genesis. 25:19 – 28:9

Rabbi Shimon bar jochai

Zohar, P 134b

“En dit zijn de generaties van Jitschak.” (Genesis. 25:19)

Rabbi Chiya opent zijn verhandeling met het vers “Wie kan door woorden de machtige handelingen beschrijven; wie kan al zijn uitspraken verklaren?” (Psalm 106:2).
Kom en Zie. Toen voor de Heilige, geprezen zij Hij, het verlangen opkwam om de wereld te scheppen keek Hij in de Thora en creëerde het van daaruit.

Dit betekent dat Hij keek naar de 22 letters en 10 klinkers die de 10 gezegden vormden door welke Hij de wereld schiep, en alle generaties van levens zag binnen de “blauwdruk” van de Thora.

Hij keek in de Thora en creëerde daaruit ieder en elk afzonderlijk.

Deze 22 letters en 10 klinkers werden de 32 paden waaruit Wijsheid (chochma) neerwaarts vloeide om de wereld te creëren door de 32 keer dat de naam Elo-hiem optreedt ten opzichte van de Schepping.

Zoals is geschreven: “Toen was ik als een klein kind [in het Hebreeuws, amoen] met Hem, en ik was Zijn vreugde, elke dag opnieuw.” (Spreuken. 8:30) Lees niet “amoen” (een klein kind); maar lees “oman” [wat een "handwerksman" betekent, exact de zelfde spelling].

Op het moment, voordat Hij de mens creëerde, zei de Thora: “Als U de mens creëert, die vervolgens zal gaan zondigen, aangezien hij zal eten van de Boom van Kennis van Goed en Kwaad, dan zal U over hem minachtend gaan oordelen, waarom creëert U dan überhaupt, het leidt toch tot niets?”

De Heilige, geprezen zij Hij antwoordde; “Voordat ik de wereld creëerde, creëerde Ik berouw.” Bovendien, op het tijdstip dat Hij de mens creëerde zei G’D: “Universum, O universum! Jij en je structuurlijke orde existeerde alleen bij de gratie van de Thora [sinds ook jij bent gecreëerd door haar letters]; Ik heb de mens gecreëerd om binnen jouw structuurlijke orde te leven, zodat hij zich bezig kan houden met leren. Als hij dat niet doet, breng Ik jou terug tot de staat van chaos en vormeloosheid.” Om die reden is alles geschapen ten behoeve van de mensheid, welke wordt bevestigd door het vers; ” Ik heb de aarde geschapen, en Ik heb daarop de mens gecreëerd.” (Jesaja 45:12) En elke dag roept de Thora de mensheid op met de verordening, om zich in haar te verdiepen [studeren], niemand neigt hun oor om te luisteren.

Probeer dit gegeven te vatten, al wie streeft naar het leren van Thora, draagt bij aan de continuerende existentie van het universum, en stelt zowel het micri als het macro in staat om op een gepaste wijze zijn functies uit te voeren.
Bovendien is er een directe samenhang tussen elk van de 248 ledematen van de mens en de verschillende creaturen in de wereld. Juist zoals elk persoon een organisch geheel is, verdeeld in verschillende ledematen, zo ook is de wereld een organisch geheel, verdeeld in verschillende entiteiten. Wanneer de wereld is gerectificeerd, functioneert het als één eenheid.

Vanuit dit gegeven zien we dat de levensenergie die voortkomt uit de mens die Thora leert, welke bestaat uit 22 letters en 10 klinkers, G’ddelijke overvloed teweeg brengt, [als een infuus voor de Schepping]. Goede articulatie van de letters en klinkers brengt teweeg dat deze letters bewegen en schitteren in de spirituele werelden, en dat zij op hun beurt G’ddelijke energie vrijgeven om de wereld te voorzien van spiritueel begrip en levendigheid.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT CHAYEE SARA

De jaren van Sara’s leven

Genesis. 23:1 – 25:18

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR I. P. 121b,122b

“Sara’s leven was honderdzevenentwintig jaar, de jaren van Sara’s leven.” (Genesis. 23:1)

Rabbi Jose verklaart: Sara verschilde van alle andere vrouwen van de toenmalige wereld in de beschrijving van haar dood in de Thora, daar het overlijden van andere vrouwen niet zo wordt beschreven.

Rabbi Chiya betwijfelt deze stelling. Is dit werkelijk zo? Maar er staat geschreven, “Rachel stierf en werd begraven op de weg naar Efrat” (Genesis. 35:19), en er staat geschreven, “Miriam stierf hier….”(Numeri. 20:1), en er staat geschreven, “Dewora, Rebecca’s dienstmeid, stierf” Genesis. 35:8), en er staat geschreven, “Shoea’s dochter, de vrouw van Jehoeda, stierf” (Genesis. 38:12)?

Rabbi Jose antwoordde: Geen enkel van hen is geportretteerd zoals Sara ( het heengaan), zoals het vers bevestigt, “Sara’s leven was honderdzevenentwintig jaar, de jaren van Sara’s leven.”
De precieze jaren van de andere vrouwen werden niet expliciet vermeld, zoals bij Sara. Bovendien draagt, na aanleiding van hun heengaan, een parasha niet hun naam, zoals bij Sara. Hoe dan ook, dit wijst naar het mysterieuze niveau waarvan alle jaren en dagen van mensen afhangt.

Dit verwijst naar de Shechina. Na de veranderde staat door Adam en Eva met de Boom der Kennis van goed en kwaad, was de ziel van de mensheid besmet en daalde af in het domein van kelipot. Echter, Sara in haar rechtschapenheid verhief elk aspect van haar leven boven de krachten van dood en onzuiverheid en steeg op tot het eeuwige leven [commentaar van Midash Melech], zoals de Zohar nu zal uitleggen.

Kom en zie: Toen Eva in deze wereld kwam , verbond zij zichzelf met de slang, de kracht van onzuiverheid en dood. En hij injecteerde zijn vergif van onzuiverheid in haar, wat uiteindelijke de dood ten gevolge had [geen eeuwig leven in deze wereld] voor haar en haar echtgenoot en de gehele mensheid. Maar Sara kwam in deze wereld en steeg, na haar rechtschapen leven in deze wereld op, zonder ermee in contact gekomen te zijn, zoals het vers vermeldt, ” Abram ging op van Egypte samen met zijn vrouw Sara en alles wat zij bezaten” (Genesis. 13:1)

Toen Noach in deze wereld kwam, wat werd er toen geschreven? ” Hij dronk wijn en werd dronken en ontkleedde zich” (Genesis. 9:21) [ verzuimend om zichzelf te ontdoen van onzuiverheid]
Maar omdat Abraham en Sara het onzuivere niet omhelsden, verdiende Sara het leven in de Komende Wereld voor haar zelf , haar echtgenoot, en al haar nakomelingen… want zij klemde zich vast aan het leven, daarom waren haar jaren en dagen “in leven”. In overeenstemming met het vers, “deze zullen zijn (jaren) het leven van Sara,” want ze continueerde boven, honderd in de hogere werelden, twintig in de hogere werelden, en zeven in de hogere werelden.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT WAJERÁ

En hij verscheen         Genesis. 18:1 – 22:24

RABBI SHIMON BAR JOCHAI

ZOHAR 99a

Rabbi Abba opent zijn verhandeling met de woorden: “Wie zal de berg van G’D bestijgen en wie zal staan op Zijn heilige plaats? ( Psalm. 24:3)
Kom en zie: Mensen in de wereld vragen zich niet af waarom zij op deze wereld zijn. Hun dagen gaan voorbij en rijzen op vóór de Heilige, geprezen zij Hij, elke afzonderlijke dag dat een persoon leeft op deze wereld. Elke dag wordt door Hem gecreëerd en zelfs nadat zij deze wereld hebben verlaten, staat ieder spiritueel voor Hem. Van waar uit leren we dit? Van het vers: “In Uw boek zijn allen ingeschreven, de dagen, toen er niet één van hen geschapen was.” (Psalm. 139:16)
Wanneer iemands tijd komt om deze wereld te verlaten, verschijnen al die dagen en stijgen op voor de Hoogste Koning, zo als staat geschreven: “De dagen van Koning David naderen zijn dood” (Koningen I 2:1) en De dagen van Israël om te sterven kwamen naderbij” (Genesis. 47:29)

Wanneer een persoon in Deze Wereld is, mediteert hij niet waarom en gaat hij niet de reden na voor zijn leven en zijn doel in Deze Wereld. Integendeel hij denkt dat al zijn dagen zonder enige betekenis voorbij gaan, wat absoluut niet het geval is, aangezien elke dag staat voor eeuwigheid. Wanneer de ziel deze fysieke wereld verlaat, weet hij niet waar naar toe zijn weg leidt. Aangezien de weg naar Gan Eden, waar de rechtvaardige zielen schitteren, aan niemand bekend is, omdat de wijze waarop een persoon zich in Deze Wereld heeft gedragen beslissend is waarnaar toe hij vertrekt.
Hetgeen hij zocht in Deze Wereld beslist de trekkende kracht van zijn ziel bij het opstijgen naar de spirituele sferen.

SHABBAT SHALOM

PARASHAT LECH LECHA

Ga jij (Genesis 12:1 – 17:27)

Rabbi Shimon bar Jochai.
Zohar, pg. 82a

De Zohar verklaart waarom de eerste zegen, in het Stille Gebed, Shemoné ‘Esré, “Geprezen U, Eeuwige, beschermer van Awraham” is. Het was Koning David, een soldaat, die streed met een fysiek schild, maar zich ook verliet op G’D's bescherming. Waarom zeggen we dan niet “Beschermer van David”?

Rabbi Jossi opent zijn verhandeling [de uitzonderlijke natuur van Abraham uitleggend] met het citaat “U bent een beschermer voor mij,U houdt mij in ere en heft mijn hoofd op”. (Psalm 3:4) Hier zegt David, dat zelfs als de hele wereld zich tegen hem zou verenigen, om oorlog te voeren [zou hij geen vrees hebben voor een nederlaag] omdat “U bent een beschermer voor mij”. [m.a.w zij kunnen mij geen schade toebrengen.] Kom en zie. De Tekst zegt “een beschermer voor mij” dit betekenent dat David zegt tegen G’D, “Heer van het Universum, waarom is het dat mijn naam niet wordt gebruikt in het maken van een zegen in het Stille Gebed, zoals gedaan voor Abraham? Zoals is geschreven [dat G'D zei tegen Abraham], “Vrees niet Abram, Ik ben een schild voor je”(Genesis.15:1); en [om die reden] zeggen zij [in de eerste zegen van het Stille Gebed] ‘Beschermer van Abraham’.”

Abraham was het archetype van vriendelijkheid, dat voor misbruik natuurlijk vatbaar is. Aangezien hij het voorbeeld van zuivere vriendelijkheid in een gevaarlijke wereld was, beloofde GD om hem van iedereen te beschermen wie macht over hem zouden proberen te hebben. Koning David vraagt of hij eveneens in aanmerking komt voor een zegen voor beveiliging, aangezien hij ook goed bracht in de wereld, oprecht vertrouwde op GD als schild en beschermde bij vele gelegenheden.

De Heilige, Geprezen zij Hij, beantwoordde David door te zeggen, “Ik heb reeds Abraham [ met de 10 proeven, zoals in de Midrash aangegeven ] getest en hem gezuiverd [letterlijk, aangezien hij de oven overleefde waar Nimrod hem in wierp], en hij weerstond volledig [tegen zijn kwade neiging in] elke test.

Aangezien Abraham zijn kwade inclinatie geheel had overwonnen, konden de krachten,die door de Andere Zijde werden voortgebracht, geen enkele invloed over de zegen uitoefenen, die tot zijn verdienste was neergedaald.

Koning David zei tot Hem, dat als dit het geval is “Onderzoek me eveneens, GD en test me; zuiver mijn nieren en mijn hart “. (Psalm 26:2)

[Zo zond G'd hem een test door Bath Sheba] en toen hij handelde zoals hij deed, werd David herinnerd door GD met betrekking tot zijn verzoek. Vandaar dat hij zei “U heeft mijn hart getest” (Psalm.17:3); “U heeft mij ‘s nachts bezocht; U heeft mij getest en mijn gebrek gevonden; laat mijn mond geen overtreding begaan.”

David vraagt, “Ik vroeg U, onderzoek mij G’D en stel mij op de proef, en U testte mijn hart. Ik zei zuiver mijn nieren [om te zien of mijn raad goed was - aangezien zij de zetel van raad zijn], en U testte ze. Maar U stelde mij in gebreke. Anders gezegd, U vond me niet waardig. Ach, wat ik had gevraagd te gebeuren, had niet mijn mond mogen ontsnappen.”

Met al dat [omdat David zijn schuld erkende en berouw toonde], vergaf G’D hem, en om die reden eindigen wij een zegen met de woorden “Schild van David” [in de zegen na het lezen van de Haftara (Profetenlezing) op Shabbat]. Vanwege dit alles begreep Koning David dat G’D ook een waar schild was voor de sefira van malchoet, David zei in de boven aangehaalde quotatie, “En U, G’D, bent een schild voor mij; mijn glorie, en Degene die mijn hoofd opheft”, [dit betekenent] “Natuurlijk is deze sefira [malchoet] mijn eer en de ware kroon welke ik op mijn hoofd draag”.

Omdat de sefira van malchoet direct onder de sefirot van jesod en tiferet is, in het diagram van de Boom van het Leven, worden alle zegeningen van de hogere sefirot direct er naar gekanaliseerd, via het middenpad. Dit houdt deze zegeningen uit de greep van de externe krachten en beschermt hen. Ook moet opgemerkt worden dat de kleur,die geassocieerd is met de sefira van malchoet, blauw is. Vandaar de Ster van David op de Israëlische vlag, welke een representatie is van zijn schild, met als kleur, blauw.

SHABBAT SHALOM